Soms vragen mensen aan mij hoe het is om samen te leven op zo een kleine boot? En wat betekent dat voor jullie relatie om zo boven op elkaars lip te zitten. Geregeld kijken mensen mij dan verbaasd aan als ik dan antwoord: ‘ Uhhh…we hebben het gewoon fijn samen’. De kracht zit ‘m denk ik dat de ander mag zijn wie hij/zij is, met gevolg dat je je ook minder hoeft te storen aan de ander.
Hoe zou dat zijn als je niet bewust voor de ander kiest en je hutjemutje leeft op een klein oppervlak? We liggen voor anker bij het eiland Guanaja voor de kust van Honduras. In baai van het hoofdeiland (ter grootte van Terschelling) ligt op ongeveer 300 meter afstand het kleine eilandje Bonacca, ook wel ‘The Cay’ genoemd.
Dit dichtbevolkte eilandje staat wat mij betreft centraal voor het summum van ‘hutjemutje’! Op amper 6 hectare grond wonen 3.000 mensen opeengepakt in kleine houten gekleurde huisjes op palen. Vanwege de nauwe kanaaltjes, smalle weggetjes en steigers, ook wel bekend als het ‘Venetië van het Caraïbisch gebied’. Alles verloopt met de benenwagen, er is geen fiets, brommer, laat staan een auto te bekennen.
Het is ook de plek waar we moesten inchecken. Best vreemd, waarom niet op het hoofdeiland? Bonacca is the place to be. Een local vertelt dat na orkaan Mitch en een heftige brand in 2021 de bewoners mogelijke nog ‘closer’ zijn geworden dan voorheen. Maar wat is dan de reden dat zij niet op het hoofdeiland leven maar zich gevestigd hebben op 2 verbonden koraalkalksteen cays?
Het verhaal gaat dat vroeger de bevoorrading van Guanaja, in verband met de vele riffen voor de kust, te omzichtig was en de vrachtschepen hun waar op Bonacca dropten. Vervolgens werd het dan met kleine bootjes naar het grote eiland gebracht. Dit vonden veel bewoners te omslachtig dus bouwden ze hun huis op ‘The Cay’. Vele bewoners volgden, waarna het ieniemini-eilandje te klein werd en zij hun huizen aan de ondiepe waterkant op palen bouwden.
Werkelijk iedere vierkante meter werd volgebouwd. De wirwar van bruggetjes, smalle paadjes en steigers kwam bij ons eerste bezoek toen we moesten inchecken over als een waar doolhof. Vandaag tanken we water en diesel en doen we boodschappen.
We belanden in een kleine gereedschapswinkel. Trots laat de man zijn waar zien, we mogen ook achter de toonbank in de vele sorteerbakjes kijken. We kopen een multimeter, een oplaadbare verschijner, en wat kleine ijzerwaren en raken met de man aan de praat. Ronald vertelt dat hij zo een last heeft van de no-see-ums. De man belt zijn vrouw op om te vragen wat we het beste kunnen gebruiken tegen deze irritante plaaggeesten. We worden verwezen naar een winkel verderop. De winkelbediende komt aan met een spuitbusje Deet. Nee, dat willen we niet, dat is slecht voor het rif. Ik loop terug naar de man van de gereedschapswinkel en vraag of hij het op een briefje wil schrijven.
De winkelbediende van om de hoek tuurt naar het kleine witte papiertje, waarna er een gesprek ontstaat tussen vier vrouwen aan de andere kant van de toonbank. Eén vrouw met een zwarte paardenstaart pakt de leiding. Ze legt uit dat zij een recept gebruikt voor baby’s en vraagt mij of zij het mij voor mag doen. Graag! Ze pakt een flesje babyolie uit het schap en uit een grote glazen pot worden twee kleine zakje gehaald met grote witte pillen. Achter de toonbank komt de winkelbediende aan met een gigantische hamer en begint op de zakjes te slaan. Ondertussen laat ze mij aan de kleine zakjes ruiken. Het is een sterk extract van Eucalyptus. De pillen voelen een beetje aan als zeep. Vervolgens draait ze dop van de babyolie en perst het prutje in het flesjes. De andere dames knikken instemmend toe. Hierna vraagt zij of ik mijn benen en armen in wil smeren? Een verlegen dame komt voorzichtig tussenbeide met de tip dat het flesje eerst geschud moet worden. Weer knikken de dames instemmend. Ik bedank ze hartelijk en vraag of zij een goed visrestaurant weten en een fijne supermarkt. Al babbelend leiden de twee dames ons rond in de labyrint van zandweggetjes. Eén dame loopt mee de supermarkt in en deelt iets mee bij de kassa. Rondom de kassa staan 3 stoeltjes en een krukje. De drie dames op leeftijd, waarvan één haar been op een krukje rust, houden de kassabediende gezelschap. De dame met de paardenstaart heeft kennelijk het gevoel dat ze ons goed heeft afgeleverd, waarna zij hartelijk afscheid neemt. Ronald krijgt een hand en ik krijg een extra dikke knuffel, zo lief. Vele hartelijke ontmoetingen met de locals van Guanaja volgen en dat is precies wat onze reis zo speciaal maakt.
Wil je meer lezen over onze avonturen? Elke dag schrijf ik een stukje in mijn logboek/dagboek. Klik op:https://www.iaorana.nl/logboek-januari-2026/
