Om de veertien dagen schrijven Ronald en ik een blogje op de site, welke vervolgens ook op de site van WatersportTV wordt geplaatst. Het format is een column. 

Geïnspireerd door het boek ‘land in zicht’ van Thomas Siffer, besloot ik in Zuid Spanje, alsnog een logboek te starten. In de afgelopen maanden hadden we zoveel bijzondere momenten beleefd en hoe zonde zou het zijn als we die zouden vergeten.

Inhoud: *Marokko. *Overtocht Marokko naar Canarische eilanden. *Canarische eilanden. *Overtocht Canarische eilanden Kaap Verdië. *Kaap Verdië. *De grote oversteek. *Frans  Guyana. *Suriname. *De Caraïben. * Oversteek naar de Azoren.  *De Azoren. * Overtocht van Azoren naar Zuid Engeland, Zuid Engeland, *Overtocht van Cowes naar Ijmuiden.

Overtocht van Cowes naar IJmuiden.

Dag 1.

We vertrekken om 8.00 uur, maar verzetten meteen de klok naar de Nederlandse tijd, dus 9.00 uur. Onze nieuwe dinghy stoppen we in de oude opbergtas. Elke keer dat we in ons nieuwe aanwinst varen, spreken we uit hoe fijn het is, dat we gewoon droog aan de kant komen.

Best grappig, dat we in vergelijking met 2 jaar terug, ons niet meer sappel maken om een zeiltocht van 2,5 dagen. Het is 263 NM, echt wel te doen. ‘S nachts zullen we extra moeten opletten, omdat onze antenne op de mast nog steeds onvoldoende werkt en we andere boten pas binnen een straal 2,5 NM op de AIS kunnen zien.

We motoren de riviermond bij Cowes uit en kunnen vrijwel direct zeilen. We zeilen een aan de winds rakje met 17 knopen wind. De 2 riffen in het grootzeil laten we nog even zitten. De genua hebben we wel volledig uit.

Ik voel mij een beetje weemoedig, want het einde van de reis komt nu wel heel dichtbij. Wat is het allemaal ontiegelijk snel voorbij gegaan en wat was het fijn. Het weer aarden in Nederland zie ik ook weer als een nieuw avontuur. Wat je leest in de reisverhalen klopt, weggaan en aankomen zijn de twee moeilijkste momenten van de gehele reis, alles ertussen in gaat eigenlijk gewoon vanzelf. Als het goed is eten Fleur en Floris een hapje mee als we aankomen in IJmuiden. Ohhh…zo een zin in.

We gaan lekker…soms hebben we een windvlaagje van 21 knopen wind en is de SOG ruim 7 knopen. We liggen best schuin, in het hoekje bij de kombuis komt een beetje zout water boven de vlonder uit. Het is lang geleden dat we de vlonders hebben opgelicht om de bilg te bekijken. Ik leg een spons in het hoekje. Ronald inspecteert in het motorluik of het akkoord is. We besluiten om in IJmuiden het echt uit te zoeken. Ik zet ‘ vlonders afschaven’ op de kluslijst, omdat ze allemaal klemmen en piepen. Bij ons vertrek uit Nederland durfden we ze niet af te schaven, omdat de vlonders mogelijk in warme landen zouden krimpen. Dit was echter niet geval.

We halen de 2 riffen toch maar uit het grootzeil, de wind is afgezwakt naar 15 knopen.

Dag 2.

Omdat we weinig bereik hebben met de antenne en we de schepen pas op 2,5 NM op de AIS kunnen zien, hebben we vannacht de radar aangezet. Dat is fijn, het geeft mij een veilig gevoel dat ik nu in het donker beter de boel in de gaten kan houden. Bij de kaap van Folkestone, liggen grijze gebieden op de kaart. Het is mij niet helemaal duidelijk wat voor restricted area het is, maar wel dat ik er om heen moet varen. Op de rader kan ik de vissersboten in de gaten houden, dat gaat goed. Als ik in de kuip even de koers wijzig, we liggen soms een beetje op gijpkoers, zie ik opeens aan stuurboord een schip met een oranje en een blauw knipperlicht op ons afvaren? Ik ga naar binnen, maar zie niets op de radar? Huh? Ik klim weer naar buiten en zie dat het schip nog steeds op ons afkomt? Welke gek doet zo iets? Wat gebeurd er? En terwijl ik dit denk schieten de lichten opeens in het donker de lucht in. Huh…? Het is een drone! Wie verwacht dat nu om 5 uur in de nacht? De drone vliegt met een grote boog om ons heen en vliegt vervolgens achter ons weg richting het westen.

Vannacht hebben we lekker kunnen doorzeilen. We zijn voorbij Dover en Ramsgate. En voorbij de ingang van de Thames. Als het zo doorgaat zijn we in plaats van dinsdagavond, dinsdagochtend al in IJmuiden. Dan kunnen we mogelijk nog overdag doorvaren naar Amsterdam? We varen nu met 7 knopen snelheid. In het grootzeil zitten 2 riffen en een backstag, en de kotterfok is uitgeboomd. Volgens de gribfiles gaat het hard waaien. In een korte tijd is de wind aangetrokken van 11 naar 19 knopen. Ach, we hebben de wind in de rug, dus het zal wel meevallen. Het is heerlijk zonnig. Dat is beter dan het sombere mistige bewolkte weer van gistermiddag.

We liggen ter hoogte van Zeeland, maar varen om de shipping lane heen, hierdoor is Nederland nog best ver weg. We blijven dus midden op zee, het is iets omvaren, maar wel zo relaxed. De golven van achter zijn aanzienlijk hoger geworden. We rollen de kotterfok in en halen de boom weg om te kunnen gijpen. We gaan hard genoeg, dus we varen verder op alleen het gereefd grootzeil.

We gaan lekker…de golven worden alsmaar hoger. Er zitten knoeperts van 3 meter bij. Het is zoals voorspelt, harder gaan waaien met uitschieters van 24 knopen schijnbare wind plus de SOG van ruim 5 knopen, wat betekent dat het soms wel 29 knopen waait. Het is elke keer weer verbazingwekkend hoe soepel onze ia over de golven glijdt. Wat is het toch een comfortabel schip op zee.

We liggen ter hoogte van Scheveningen, maar nog steeds dichter bij Engeland. We gaan overstag, zetten de kotterfok er bij en koersen richting IJmuiden. De kans is groot dat we morgenochtend al in Ijmuiden zijn en door kunnen varen naar Muiden. Waar we af hebben gesproken met Fleur en Floris, joepie. Nou ja, eerst nog even de Noordzee bedwingen. Het stroomt flink.  op dit moment.

Dag 3.

De hoogovens van Ijmuiden zijn in zicht. De zon is door en schijnt een flinterdun zilverdraadje aan de horizon. Ik voel een brok in mijn keel. Dag mooi Nederland…we zijn er weer…Veertien maanden geleden gooide we de trossen los, wat hebben we het fantastisch gehad. Op naar een nieuw begin…Op naar een volgend avontuur… In de kuip van onze lieve trouwe ia, kruip ik in Ronalds armen en staren we samen naar de horizon… 

Zuid Engeland:

Wat een heerlijke stad is Falmouth met z’n donkere steegjes en de vele Engelse pubs. Alles is wel veel prijziger dan in de Azoren. Zelfs voor een ankerplaats in Falmouth moeten we veel geld betalen. Lola is vanochtend vroeg vertrokken richting Nederland. Gisteren bij aankomst kwam het met bakken uit de lucht, nu is het gelukkig weer heerlijk zonnig.

Bij de laundry ontmoeten we de K’dans en Maximo. ‘S middag drinken we in een typische Engelse tearoom, een Gin Tonic, welke eventueel ook geserveerd kan worden in theepot en bloemetjesserviesgoed. Ik neem een grapefruitvariant in een prachtig geslepen wijnglas. Voor het eerst vind ik Gin Tonnic echt lekker.

We lopen de gezellige winkelstraat door en pakken een terrasje. We maken een praatje met twee locals en het onderwerp gaat over…tja, hoe kan het ook anders, de Brexit. We vragen aan ze waar we lekker kunnen eten en ze wijzen naar binnen. Ik heb zo mijn twijfels, maar…we eten meer dan verrukkelijk? Er bestaan dus wel restaurantjes in Engeland, waar de vis lekker klaargemaakt kan worden zonder friruurlaag.

Tijdens de overtocht waren we al verbaasd hoe weinig boten we tegenkwamen, nu is het duidelijk dat onze AIS toch niet goed meer werkt en alleen nog in een straal van 2 NM ontvangt. Mogelijk ligt het aan de antenne? Klussen is best leuk, maar als je niet kunt ontdekken wat er aan de hand is, kan het ook best frustrerend zijn. In Plymouth willen we een dyneema val kopen voor de gennaker, en zal Ronald meteen naar de antenne bovenin de mast kijken. Maar eerst gaan we naar Fowey. Ik zet de route uit en we vertrekken ivm met het getij om 14.00 uur. Bij vertrek valt de borstel van de steel als Ronald het anker schoon wil maken. Een Engelsman pakt  ‘m op met zijn schepnet en ik vaar langszij. Dit is een mooie oefening. Ik navigeer en zeil de ia van Falmouth naar Fowey en dat gaat goed. Ben er best een beetje trots op.

Onderweg zien we een gigantisch grote bloemkoolkwal langszij, zo een grote heb ik nog nooit gezien.

Als we tegen de avond de rivier opvaren naar Fowey kijken we ons ogen uit. Wat is het hier mooi. Rondom tegen de heuvel staan de prachtigste landhuizen. We pakken een blauwe mooring en eten snel een hapje aan boord, zodat we straks nog even aan land kunnen. ‘S avonds bezoeken we Fowey en klimmen langs de kadetrap omhoog. Ronald pakt een biertje in een pub, ik maak een wandeling langs de galerietjes en de prachtige middeleeuwse gebouwen.

In de Carieben op Dominica heb ik een stukje hardhout gevonden bij een waterval. Ik ben er een ‘Humpbackwalvis met een vrouw op zijn rug’ in aan het hakken. Echt fijn om weer even creatief bezig te zijn. We hebben al zo vaak plezier gehad van de bankschroef in het schuurtje, echt ideaal.

De volgende ochtend gaat Ronald voor de zoveelste keer op zoek naar een oplossing voor het AISverhaal. Het is een frustrerende klus, echt knap hoe hij zo doorzet. Hij belt zowel Kniest als Rainmarine in Nederand. Beiden vermoeden dat de antenne stuk is. Echt balen, want een antenne boven in de mast solderen is niet te doen. Ronald meet op de computer het bereik van de antenne op de mast en van de antenne achter op het zonnepaneel. Beiden komen ver boven de 1,5 uit. Dat is dus echt niet goed, want de grens ligt bij 1 á 1,5. Maar ja, ligt het dan aan de antenne zelf, aan het snoer of aan het stekkertje?

Misschien kunnen we wel een nieuwe antenne op het zonnepaneel achter zetten? In het dorp Fowey is geen antenne te koop. We worden verwezen naar de overkant van de rivier. Met de dinghy zoeken we een plek om aan land te komen. Dan maar bij de ferry? Maar dan is het wel heel ver lopen, met de kans dat de werf geen antennes verkoopt. We doen een poging, maar besluiten dat we in Plymouth mogelijk meer succes zullen hebben.

We kunnen niet weg vanwege de dichte mist, dus slenteren wat door Fowey, wat zeker geen straf is. We kopen het lekkerste ijsje ooit. Als het om zoetigheid gaat weten de Engelsen wel wat lekker is: orange-gemberijs met pure chocolade-dip, mmmm…

Op naar Plymouth. Wat een heerlijke zeildag. Best bijzonder dat je zelfs na heel jaar, daar nog zo van kan genieten. We hebben de wind en de stroom pal tegen, ahum…dat wordt dus kruizen. Ik ben vandaag weer kapitein, echt leuk, ik leer er zoveel van. Halverwege de reis klettert er een grote golf de kuip in. Nee hè, ik zit precies op het verkeerde plek, ik ben van boven tot onder helemaal doorweekt. Als de zon even weg  is, krijg ik het koud en trek ik binnen mijn jollebroek aan. Bij een bakkertje in Fowey hebben een beefpie gekocht. Onderweg verwarm ik de pie in de oven, echt jammie. Er zit draadjesvlees, aardappelen, uien en kerrie-achtige kruiden in. Pfff…ondanks dat we ‘m delen ligt ie best zwaar op de maag.

Vanwege de watersportwinkels gaan we eerst naar de haven Queen Anne’s Battery. Het is een ongezellige en zeer dure haven. Over de loopbrug kun je naar het oude centrum lopen.

Plymouth is een grote stad en niet zo gezellig als Falmouth en Fowey, maar wel de plek waar we denken inkopen te kunnen doen voor onze klusjes. Een M7bout voor de windvaan is nergens te koop. De Calorgasfles kan nergens ingeleverd worden, dan toch maar bij het grofvuil. De AISontvanger wordt in de haven doorgemeten, deze is in orde, dus moet er wel iets met de beide antennes zijn. Tja, solderen boven in de mast wordt lastig, dus proberen we de antenne op het achterste zonnepaneel op 4 meter hoogte vanaf de waterlijn te repareren. En moeten we in Nederland als de boot er uit gaat, nogmaals de mast eraf halen. Offf…misschien is er toch een lekkage onder het plafond? Dat gaan we straks eerst onderzoeken?

Maar eerst de nieuwe draadloze Clipper windmeter monteren. Ik zaag een gat in het polyester boven de ingang, zodat we daar het nieuwe display kunnen plaatsen. Na veel meten durf ik het aan. Gelukt. Ronald gaat de mast in om de windmeter te plaatsen. Het buisje is een millimeter te lang. Terwijl Ronald op 17 meter hoogte even blijft hangen, zaag ik het buisje beneden korter. Ronald schroeft ‘m eraan, ook gelukt. Jammer dat het nu net windstil is, waardoor we niet controleren of de windmeter het echt doet. Nu Ronald toch boven in de mast zit schuift hij weer de val van de gennaker door de katrol, hij kan geen scherp randje ontdekken, waardoor de val door is schavielt. Voor de zekerheid heb ik om de lijn een stukje met ducktape geplakt, zodat we kunnen controleren waar het slijt. Ronald belt de FBTO, dat we in Europa zijn aangekomen en zegt het abonnement van de satteliettelefoon af. Tussendoor doet hij ook nog zijn werk, de topper.

Het plafonnetje is open geweest. De aansluiting ziet er goed uit, geen lekkage, geen correlatie. We sluiten de antennekabel aan de AISontvanger en de computer. De antenne geeft een te hoge waarde, 2,8 ipv onder de 1 á 1,5. Helaas de antenne boven op de mast is dit dus stuk. Bah, zo balen.

Het is twaalf uur en we moeten weg uit de haven of nog een nacht betalen. We varen naar de overkant naar Plymouth Yacht Haven. Deze haven is veel gezelliger, iets goedkoper en heeft een heerlijke douche. Met de dinghy varen terug naar de vorige haven en kopen er een antenne met een heel lang snoer en een nieuwe stekker. Ennnnnnn… tadaaaahhhh… een nieuwe dinghy. Ronald gaat met de enorme doos met de ferry terug naar de haven aan de overkant. Ik vaar met de oude dinghy terug en loop vervolgens met het verroeste boodschappenkarretje naar de ferry. Daar komt Ronald met de enorme doos aan land en samen lopen we terug. Het uitpakken is echt een feestje. We blazen ‘m op en verbazen ons hoe dun de beams van onze oude dinghy zijn. Van 38 cm naar 42 cm is echt wel een duidelijk verschil. De oude dinghy geven we opgeblazen en al aan de haven, misschien kunnen zij er nog iemand een plezier mee doen. Jammer dat we onze nieuwe dinghy niet even kunnen uit proberen, want als we naar Dartmouth willen, moeten we ivm het getij en de wind nu echt vertrekken.

Och, wat is het toch heerlijk zeilen aan de zuidkust van Engeland. We varen de Dart op en zijn verrast door de wonderschone baai. Het wordt niet voor niets de Riviera van Engeland genoemd. Met aan de ene kant het kasteel van Dartmouth, de oude pubjes en het gigantische Brittany Royal Naval College hoog op de heuvel. En de andere kant het kasteel van Kingswear met de zwarte stoomtrein en de prachtige villa’s met bloementuinen.

We krijgen een plaats aangewezen aan een drijvende steiger aan de kant van Kingswear. Dit is geen probleem met onze nieuwe dinghy. Helaas begeeft het buitenboordmotor het en moeten we roeien. We eten in de middeleeuwse pub ‘Seven Stars’ mosselen, toppie.

De volgende dag willen we boodschappen doen, dus halen we eerst de buitenboordmotor uit elkaar. Zo te zien is de sproeier verstopt met gevlokte benzine. Wat een gepiel met twee groene pakkingen, de shoke, het benzinekraantje en de gashendel die half boven het water, liefst allemaal tegelijk in elkaar geschoven moet worden. Maar het lukt, we kunnen weer.

Als de boodschappen zijn uitgepakt, maken we een prachtige wandeling naar de top van Kingswear. Na het avondeten varen we om half zeven, de Dart verder op. Ach, wat is Engeland toch prachtig. Vissen springen uit het water, kokmeeuwen scheren over het water en graaien met hun pootjes en pikken met hun snavels in het water. Glooiende heuvels met graslanden omgeven met bomen, prachtige villa’s en kastelen. Aan de moorings liggen de meest mooie Engelse scherpe jachten. We willen bij Dittisham voor anker. De rivier valt op veel stukken droog en we moeten daarom flink omvaren, zodat we het diepere gedeelte van de ankerplek kunnen bereiken. In de schemer en met de damp vlak boven het water is de ankerplek sprookjesachtig mooi. Wat is Zuid Engeland toch bijzonder. De ankerplek achter het dorp Dittisham is een tip van een visserman, die we gisteren in een pub hebben ontmoet. Het anker is ver genoeg in de modder weggezakt, dus we kunnen met de dinghy terug naar het dorp. Het scheelt enorm in tijd dat we nu flink kunnen afsnijden naar de eeuwenoude knalroze geschilderde pub ‘Ferry Boat Inn’ in Dittisham. In het donker varen we terug. Zo fijn dat we totaal niet meer nat worden in de dinghy.

De volgende ochtend staan we vroeg op vanwege het tij. Ons doel is ankeren in de cave van Lulworth. We kunnen helaas niet in Dittisham blijven, vanwege het voorspelde slechte weer met windstoten van 40 knopen. Helaas staat er nu weinig wind. Als ik de slurf van de gennaker hijs komen dolfijnen mij begroeten. Mijn dag kan niet beter beginnen. We eten stokbrood met roomboter en verse aardbeien, jammie. Helaas valt al snel de wind volledig weg en moeten we verder motoren. Het is de vraag of we op deze manier Lulworth wel redden, 58 NM. Gelukkig kunnen we in de cave ankeren, dus we kunnen eventueel ook in het donker aankomen. Nu tuffen we slowmotion over een vlakke zee, turend over het water op zoek naar een vlaagje wind.

Het is de laatste dagen een beetje stil in mij. Als ik nu over de zee kijk en de alkjes met hun vleugeltjes over het vlakke water hoor klapperen, valt het me zwaar dat we op de terugweg zijn naar Nederland. Ik heb zo een zin om Fleur weer te zien en alle andere dierbaren. Maar wat als je ze allemaal weer een knuffel hebt gegeven en naar hun verhalen hebt geluisterd? Dan…gaat het/hun leven gewoon weer verder… Tja, het zal soms best lastig zijn om het gewone leven in Holland weer op te pakken.

We bereiken Lulworth rond half zeven, maar besluiten toch maar naar Weymouth te gaan, omdat morgen de wind naar Zuid Oost gaat draaien en dan kom je volgens de pilot niet meer weg uit de cave.

Vanwege de voorspelling van slecht weer, regen en harde wind tegen, blijven we een extra dag in Weymouth en huren we een auto in Dorset. We rijden eerst naar Bristol en willen daarna naar Bath en vervolgens naar de Lidl. Ik bewonder hoe Ronald zo goed aan de andere kant blijft rijden. ‘Neem de eerste afslag bij de rotonde’ betekent sla linksaf, pfff…dat is toch even wennen. Ook het schakelen met je linkerhand, waarbij alles op de pook opeens aan de andere kant van je lichaam zit is letterlijk even schakelen. In Bristol bezoeken we de Universiteit van Bristol, wat een indrukwekkend gebouw, en bezoeken we vervolgens het Bristol museum & art gallery. Anderhalf uur dwaal ik in mijn eentje door het museum van de ene zaal naar de andere, echt genieten. Thema’s zijn: Egyptische graven; opgezette dieren; middeleeuwse schilderijen van Engelse, Franse, Belgisch, Italiaanse en Nederlandse meesters; vogeleieren; dinosaurussen en fossielen. Vervolgens rijden we naar Bath, een stad met veel Romeinse gebouwen, echt prachtig. We drinken thee met een vieze droge scone en bezoeken de art gallery Beaux, waar ik veel inspiratie opdoe. Zo een zin om weer in Nederland te gaan beeldhouwen.

We varen richting Yarmouth. De zon schijnt en er staat 13 knopen wind. Vanwege de stroming pakken we eerst een halverwinds rakje ipv plat voor het lapje. Later op de dag draait de stroming en gaan we wel voor de wind. In de middag staat de stroom tegen en neemt de wind toe met een uitschieter naar 21 knopen. Dat is fijn, want dan komen we met de stroom tegen tenminste nog een beetje vooruit.

Het is springtij, dus het is nu hoog hoog water. Bij nieuwe maan en bij volle maan is het hoog hoog water of laag laag water, dit heet springtij. Op de kaarten staat altijd gemiddeld laag water aangegeven. Dus bij springtij moet je extra opletten. Bij alles tussen volle en nieuwe maan in is het laag water of hoog water. Bij een echte halve maan spreekt men van doodtij. Om de 6 uur gaat de vloed (hoog water) met een golfbeweging over in eb (laag water). We varen nu richting ‘the needles’ met laag laag water, vanwege kentering van eb naar vloed heb je hierdoor bijna geen last van de overvalls. Een overvall is een gebied, waarbij twee, soms meer stromingen in tegengestelde richtingen bij elkaar komen en tegen elkaar opbotsen, waardoor er heftige golven ontstaan. Daar hebben we nu dus amper last van.

Voor de needles moeten we een gijp maken. We halen de rode ton wel, maar de kardinaalton niet. Dat geeft op zich niet, want op de kaart is het daar 7,1 meter diep. Vanwege de springtij, moet er dus wel voor de zekerheid een meter af halen, maar ook dit halen we met de ia prima. In Nederland haal je er met springtij maar 20 á 30 cm vanaf, dat is hier dus wel wat anders.

We liggen voor een nachtje in de haven van Yarmouth. Twee jaar geleden lagen we hier ook. We herkennen de lange pier in het water en maken een praatje met de jongens op de kop van de brug. Ze zijn aan het vissen met verse inktvisjes en heek. In het watersportwinkeltje kopen we een nieuw RVSslot voor de buitenboordmotor, wat zekeringen en zwart zeiltape voor de gennaker. We bezoeken de Royal Yacht Club. Er staat een prachtige verrekijker en we gluren naar de boten op het water. In de kamer naast de bar vieren Engelse bejaarden een rumfeest gekoppeld aan de regatta’s van Antiqua. Aan de bar maken we een praatje met de organisator en al snel worden we aan een aantal mensen voorgesteld.

De volgende dag varen we op de motor naar Newtown, een natuurgebied en vogelreservaat. Het is weekend en kennelijk een zeer populair plekje waar je gratis kunt ankeren. Voor ons gaat een groot motorschip met veel mensen aan boord voor anker. Een meisje en een vrouw gaan zwemmen zonder een touw? Het meisje probeert tegen de stroom op te zwemmen. Van het bovenste dek van het schip roepen de mensen grapjes naar haar. Ronald observeert het geheel en roept mij van binnen. ‘Lies dit gaat mis, help me even met de buitenboordmotor, die gekken weten niet hoe hard het hier stroomt’. Al snel springen nog twee mannen van het betreffende motorschip over boord om het meisje en de vrouw te redden. Het meisje is inmiddels al de riviermonding uit de zee opgedreven. Ze drijven nu alle 4 de zee op. We geven zo hard gas als we kunnen. Het meisje en de vrouw worden opgepikt door een zeilboot. Wij nemen één van de mannen aan boord. De 4e man wordt opgepikt door de motorboot zelf. Pfff…Gelukkig is het goed afgelopen.

We willen in de beroemde pub van Newtown iets gaan drinken, maar de rivier is al aan het drooggevallen, welk kreekje we ook met de dinghy invaren, het is echt te ondiep. We komen langs de K’dans en worden door Karina en Gerard uitgenodigd voor een drankje, gezellig. Wat een schitterend schip hebben zij. Een 44 voet one off van woodcore, gebaseerd op model van een Breehorne.

De volgende ochtend sta ik vroeg op. Rondom is het drooggevallen. De scholeksters, wulpen en andere strandlopertje kwetteren van jewelste. Af en toe zie ik een kopje van een zeehond boven water verschijnen. Wat een heerlijk die stilte.

Ronald wil graag nog een keer naar Cowes. We krijgen een plekje aan een pontoon aan de overkant. Met de dinghy varen naar het centrum. Het wemelt van de wedstrijdboten. Morgen is de start van ‘the Fastnet’ en overal zie je groepjes zeilers. Er heerst echt een sfeertje van de start van een regatta, gezonde spanning combi hoop en avontuur. De volgende dag doen we boodschappen voor de overtocht naar Nederland en tanken we water en benzine. Daarna lopen we naar de start van de Fastnet, waar het startschot nog gebeurd met een echt kanonnen. ‘S middags maken we de romp van de ia schoon. Zowel de oranje gele waas als de zwarte vlekken krijgen we eraf. In Nederland moeten we haar maar weer eens in de was zetten en polijsten. ‘S avonds ontmoeten bij een live bandje Diny en Floris van Bries. Het is gezellig en liggen pas rond 1.00 uur in bed. Ons laatste avondje in Engeland. Ik voel mij blij en droef tegelijk.

Overtocht van Azoren, Terceira, Praia do Vitoria, naar Zuid Engeland, Falmouth.

1160 NM, start dinsdag 9 juli 2019 16.00 uur.

Dag 1.

Het is heerlijk zonnig weer bij ons vertrek uit Praia. De temperatuur is aangenaam, we zitten met een korte broek en shirtje in de kuip. De vele schakeringen groen van de met vulkaansteen ommuurde weilanden en de gigantische bossen met naald- en loofbomen, maar ook palmvarens en rivierbeddingen met woeste keien, de vele watervallen en kratermeren, laten we achter ons. Wat zijn de Azoren toch prachtig. Deze eilandengroep midden in de Atlantische Oceaan was een zeer aangename verassing na de Carieb. Ieder eiland is groener dan groen, alle wegen zijn voorzien van hagen met prachtige wit roze blauwe hortensia’s, witte lelies, rode gladiolen en paarse Agapanthus. De temperatuur is heerlijk, de wegen zijn goed en zonder afval, ieder huis is spierwit geschilderd met felgekleurde raam- en deurposten. Maar het fijnste van al is toch wel de vriendelijkheid van de mensen, het heerlijke eten, de overheerlijke wijntjes (met als favoriet de Freie Giante van het eiland Pico), de verrukkelijke koffie, de ruimgesorteerde supermarkten en niet te vergeten, de goedkope prijzen. Het is wel duidelijk, hier komen we zeker nog eens terug. Jammer dat het in de winter onguur kan zijn, anders hadden we zeker overwogen om hier onze ia te stallen.

Ons doel is weer 100 NM per dag, dus duurt de overtocht waarschijnlijk 11 dagen. We verzetten de tijd meteen een uur vooruit, waardoor we bij aankomst gelijk gewend zijn aan de Engelse tijd.

Het vertrek verliep vandaag een beetje onrustig. We zouden rond 13.00 uur wegvaren, maar vanochtend kreeg Ronald onverwachts een mailtje dat hij moest werken en de kans groot was dat door deze opdracht we pas over 2 dagen zouden vertrekken. Alle klusjes van deze ochtend werden stop gezet, dus ook het op de fiets boodschappen doen. Pas rond 13.00 uur was duidelijk dat we alsnog konden gaan.

Lola, De Saar en Eaumega zijn zaterdag 6 juli vertrokken. Zij liggen dus als het goed is 3 dagen zeilen voor ons. We hebben voor deze overtocht een beperkte bundel voor de satelliettelefoon genomen met 5 minuten data. Bellen kost iets van €1,20 per minuut en een smsjes 0.25 eurocent). We gaan dus niet elke dag meer gribfiles ophalen.

Het plan is de eerste 3 dagen iets ten noorden van de rhumbline te blijven. We varen met vol tuig, grootzeil en genua, en op de windvaan. Kennelijk zit er weer iets van een slakje tussen het logwieltje, hopelijk kunnen we over een paar dagen wel weer zien hoe hard we gaan. De golven zijn 50 cm hoog. Op de GPS gaan we 4,8 knopen. Het waait 10 knopen, dit is een schatting, want onze windmeter is nog niet gemaakt. Hopelijk kunnen we in Plymouth een nieuwe kopen.

We vertrekken met 1540 moteruren op de teller, we zijn benieuwd hoeveel diesel we dit keer gaan verbruiken.

Pieter Jan en Renske hebben 3 dagen geleden bij hun vertrek uit Praia walvissen gezien, dus ik tuur weer geregeld over het water. Maar helaas, op één of andere manier is het ons niet gegund.

In de avond neemt de wind iets af en zetten we de gennaker erop en de autopilot aan. De laatste keer dat we de gennaker gebruikten, was het hijskoord zo erg gekruld dat we hem amper konden inhalen. In de punt had Ronald het hijskoord weer ontkruld, maar kennelijk onvoldoende, want bovenin zit het weer raar gedraaid. Hopelijk krijgen we straks in het donker de slurf zonder al te veel moeite naar beneden.

De eerste Portugese oorlogschepen drijven weer langs. Gelukkig geen sargassumwier, morgenochtend moeten we maar weer eens een poging wagen om een hengeltje uit te gooien.

Het slapen ging zoals bij iedere eerste nacht op zee niet goed. Om 22.00 uur ging ik naar bed, omdat om 24.00 uur mijn eerste wacht inging, maar ik kon de slaap niet vatten. Toen mijn wacht inging, piepte de val van de gennaker zo erg dat ik niet tot een hazenslaapje kwam. Bij inspectie bleek de val langs het deklicht hoog in de mast te schuren, dus om doorschavielen te voorkomen moesten we er iets aan doen. Ronald probeerde de slurf van de gennaker naar beneden te halen, maar zoals voorspeld lukte dit niet met de gedraaide hijslijn. Dan maar de schoot zo los mogelijk gooien, zodat Ronald de val wat kan laten zakken en om de lamp kan zwiepen. Gelukt! Nu terug ons bedje in. Even later hebben we last van een tikgeluid. Het getik is afkomstig van een stootwil, vastgeknoopt aan de grannybar, welke tegen de zalingbeschermbuis aanstoot en de buis weer tegen de uitschuifbare boom tikt. Nou dat was snel opgelost. Vervolgens was er deze nacht tot twee keer toe een windshift, waarbij de eerste keer de nachtverlichting van de autopilot nog niet aanstond. Op de tast kan ik deze wel bedienen, maar voor de zekerheid maak ik toch Ronald even wakker of het klopt. Ronald zet de nachtverlichting aan en we kunnen weer slapen. Dat wordt dus morgen overdag even een slaapje inhalen.

Dag 2.

Wat een heerlijke start van de dag: De zon schijnt volop. Dolfijnen zwemmen met ons mee en maken vreugdesprongetjes in de lucht. Althans dat denk ik, want tussen de dolfijnen zwemt een heel klein babydolfijntje.

We genieten van overheerlijke bruine boterhammen met allerlei zaden, met kaas uit de Azoren en komkommer, mmm zo lekker.

Terwijl Ronald weer terug naar bed is gegaan en ik mijn logboek schrijf, geniet ik met mijn gezicht in de ochtendzon van een heerlijk kopje koffie. Merk Sical, Portugese koffie, jammie. Barentje, de pijlstormvogel vliegt weer rondjes om de boot. Dit is de zoveelste zeilreis dat deze vogel met ons meevliegt. Zou het mijn vader zijn?

Het logwieltje doet het weer, we varen op dit moment 4.8 knopen.

Aan het begin van de middag zwemt er aan stuurboord een enorme groep dolfijnen langs richting het zuiden. Eén dolfijn springt heel hoog uit het water, zo een hoge sprong hebben we nog nooit gezien. Ik hoor mijzelf een gilletje slaan van bewondering. Kennelijk hebben ze haast, want ze komen niet even bij ons buurten.

Het is inmiddels lichtgewolkt, de zon kan er amper doorheen prikken.

Na onze lunch, bruin brood met kaasommelet, moeten we stroom draaien. Er staat te weinig wind en zon om het verbruik van de autopilot op peil te houden..

Ronald zet opeens keihard klassieke muziek op, het geluid galmt over de zee. Volgens Ronald het perfecte moment voor een walvis om naast de de boot uit de golven omhoog te springen. De muziek is weemoedig en passioneel tegelijk. Ik voel een paar tranen over mijn wangen biggelen, wat een bijzonder moment is dit. De zon piept tussen de wolken door en ik voel de warmte op mijn huid.

Het is zover…op 500 meter afstand zien we een fontein van een walvis. Nog 5 keer zien we hem spuiten, helaas zien wij niets van de walvis zelf en komt hij net als op de golf van Biskaje niet dichterbij.

Met happy hour wint Ronald zoals gewoonlijk met Backgammon. Als ik het spel binnen opruim in de kast, roept Ronald mij dat er weer dolfijnen in aantocht zijn. De één springt nog hoger dan de ander wat een spektakel. Ze komen van stuurboord en zwemmen allemaal vlak langs de boeg van de ia om aan bakboord te verdwijnen. Wat een mazzel, 3 keer op één dag een dolfijnenshow.

Ronald roept een zeilschip zonder AIS op over de marifoon. Het is niet duidelijk of zij geen signaal uitzenden of dat dat wij geen AISsignaal ontvangen. We hebben gisteravond nog wel een sleepboot op de AIS gezien, maar daarna niets meer op het scherm van Open CPN. Als mijn wacht ingaat zijn we het zeilschip zonder AISsignaal voorbij. Daar ben ik wel blij mee, want midden in de nacht een navigatielichtje in een mast in de gaten houden vind ik minder.

Ik vraag aan Ronald hoe ik het ‘s nachts zeilen met de gennaker handig kan aanpakken. Als de gennaker gaat klapperen of de romp te schuin gaat moet ik er 5° bij doen. Als we onder de 5 knopen snelheid komen moet ik er 10° af doen.

17.00 uur:
N 40°30.00′ W 25°27.00′
Zeilvoering: Grootzeil en gennaker.
Dagafstand: 132 NM
SOG 5,5 knopen.
COG 38°
Wind N NW 8 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 3.

De ochtend start compleet bewolkt en de rustige zeeoppervlak van gisteren is veranderd in swell van 1,5 meter. Ronald heeft gisteravond en ook vanochtend weer even dolfijnen gezien. We varen nog steeds op de gennaker met een snelheid van rond de 6,5 – 7 knopen. Ronald is weer gaan slapen en rond 11.00 krijgt hij een ontbijtje op bed van mij.

Aan het begin van de middag begint de zon door de bewolking te prikken, lekker.

Om 17 uur bekijken we de nieuwe gribfiles. De situatie is een klein beetje veranderd. We overleggen of we ons houden aan het huidige plan of dat we richting het noorden varen, waar ook Lola nu zeilt. Aan beide plannen zitten haken en ogen. De voorkeur gaat toch uit naar doorvaren op de gennaker, het vaart snel en ia ligt lekker rustig op dit enorme voorzeil. De koers zal voorlopig nog noordelijk zijn en de komende dag mogelijk verplaatst worden naar het noordoosten. De bedoeling is dus dat we mee gaan draaien met de wind, tot het punt dat we niet meer halve wind kunnen varen en overstag zullen gaan en een stukje aan de wind naar het zaterdagwaypoint toe zullen varen. Daarna zullen we weer nieuwe gribfiles op halen en zullen zoals het er nu uit ziet een stukje voor de wind op de uitgeboomde gennaker gaan zeilen.

17.00 uur:
N 42°38.00′ W 23°53.00′
Zeilvoering: Grootzeil en gennaker.
Dagafstand: 151 NM
SOG 6,2 knopen.
COG 14°
Wind W 11 knopen.
Weer: zonnig.
Stroomdraaien: totaal 3 keer.

Dag 4.

Ik was gisteravond om 21.00 uur gaan lezen en viel rond 22.00 uur in slaap. Ik werd wakker en voelde dat ia behoorlijk schuin hing. Ik vroeg aan Ronald die buiten zat, of we de gennaker niet naar beneden moesten halen? Ronald gaf aan dat het een klein buitje was en hij het even aan wilde kijken. Middernacht ging mijn wacht in en besloten we toch maar de gennaker weg te halen. Omdat door het gedraaide hijskoord de kans groot was daar we de slurf niet naar beneden konden krijgen, lieten we de gennaker zonder slurf door het luik in de voorpunt zakken. Dat ging soepel. Ik wilde vervolgens de schoot van de genua aantrekken, maar het lukte niet. Ronald liep naar voren om te kijken wat er aan de hand was. De val van de gennaker zat om de bovenste wartel van de rolgenua. ‘Tja’, hoor ik Ronald mompelen: ‘dat gaat niet lukken in het donker. We varen vannacht met de kotterfok, dan kan ik morgenochtend bij licht de val eromheen zwiepen’.

De val van de gennaker zit weer op de goede plek en we hebben net de genua uitgetrokken, dat scheelt toch weer een knoopje. Het is somber bewolkt weer. Vannacht was het mistig. We ontbijten binnen. En vertellen tijdens de koffie elkaar iets over de boeken die we aan het lezen zijn. Ronald zit achter de kaartentafel en geeft aan dat we boven verwachting met een redelijke snelheid de goede richting op varen.

Een veel voorkomend probleem van het toilet op zout water is dat het soms opeens vreselijk kan gaan stinken naar H2S, rotte eieren. Vlak voor ons vertrek uit Terceira vroeg ik aan Ronald wat we hier aan konden doen? Hij koppelde de ontluchtingslang van de spoelslang los, maar dit was echter helaas geen oplossing. Op internet lazen we dat als deze onpasselijke lucht boven kwam, het vele malen doorspoelen van de wc de remedie was. En inderdaad, spoelen met azijn of andere WCeendachtige producten had tot nu toe geen enkel resultaat geleverd. Gewoon heel lang doorspoelen dus, hoe simpel kan het zijn. Omdat tijdens het zeilen het toilet aan de hoge kant zit, maar ook door de snelheid van de romp door het water, we regelmatig lastig kunnen doorspoelen, doe ik nu mijn behoefte op een emmertje. Zeer onhandig en nostalgisch tegelijk, lang leve de emmer met deksel, lekker ouderwets.

Aan het begin van de middag probeert de zon door te komen en miezert het een beetje. We varen met vol tuig, grootzeil en genua, aan de wind richting noordoost.

17.00 uur:
N 43°56.00′ W 21°53.37′
Zeilvoering: Grootzeil en gennaker.
Dagafstand: 120 NM
SOG 4,7 knopen.
COG 66°
Wind NW 10 knopen.
Weer: bewolkt met soms motregen.

Dag 5.

Het is 8 uur en ik hoor het geratel van de lier en even later gaat de motor uit. Heerlijk even niet meer het geronk van de motor.

Gisteravond om 20 uur moesten we de motor starten. Met pal tegen en 1800 toeren liepen we maar 3 knoopjes. Rond 24.00 uur ging het grootzeil erbij. Mijn wacht ging in, maar Ronald gaf aan totaal niet moe te zijn, en het buiten graag zelf in de gaten wilde houden en graag zijn boek uit te willen lezen. Dus ik dook mijn bedje weer in.

Ik kijk naar buiten, het is somber weer. Ronald is na een hele nacht wacht lopen naar bed gegaan en viel meteen als een blok in slaap.

We gaan lekker, 6,3 knopen, het zou mooi zijn als we ons waypoint van zaterdag kunnen halen. Onze ia walst op het ritme van de golven. We gaan best schuin, het water ruist langs raampjes aan bakboord. Af en toe beukt een hoge golf tegen haar buikje, waarna de deur in de punt even met harde bonk in de post terecht komt. Als we in Nederland zijn wil ik eindelijk die deur een keer schaven, zodat het behoorlijk dicht kan. Ik ga onder de douche om mijn haar te wassen. Terwijl een koude wind door het patrijspoortje naar binnen waait, geniet ik van de warme stralen op mijn huid, zo lekker. Ik kleed mij warm aan, maak een bordje pap en eet het op in mijn slingerzeil, want het is totaal niet aantrekkelijk om nu in de kuip te gaan zitten. Pfff…wel wennen deze temperatuur .

Ik zit de hele dag onder de kuip te lezen. Soms voel ik mij een klein beetje katterig, maar als ik dan iets eet gaat het meteen weer weg. Ronald zit binnen te lezen.

Aan het eind van middag begint vol op de zon te schijnen. Ronald haalt de gribfiles op, ze zien er zeer gunstig uit. Waar eerst zeer weinig wind werd verwacht, staat nu wel voldoende wind. Wel zijn er veel draaiwinden voorspelt. Dat wordt opletten, want onze windvaan draait uiteraard met alle winden mee, haha. Komt vast goed.

Na het eerste etmaal hebben we geen schip meer op de AIS gezien. Toch wel bijzonder.

17.00 uur:
N 43°56.00′ W 21°53.37′
Zeilvoering: Grootzeil en genua.
Dagafstand: 115 NM
SOG 6 knopen.
COG 50°
Wind NW 10 knopen.
Weer: bewolkt, laat in de middag heerlijk zonnig. 

Dag 6.

Het is licht bewolkt weer, de zon probeert er door heen te prikken, maar het lukt nog niet erg. We zijn net over de helft van de overtocht en varen met vol tuig, halve wind, gemiddeld 6 knopen. Ronald is net wakker, hij heeft 2 uur geslapen. Ik heb geprobeerd de windvaan aan te passen, omdat we richting het gebied gingen met minder wind. Dit lukte helaas niet genoeg naar mijn zin, dus heb ik maar de autopilot aangezet. Zo een windvaan besturen vind ik nog altijd lastig. Eigenlijk moet ik het meer oefenen, maar voordat ik weet heeft Ronald altijd de aanpassing weer gedaan.

We bekijken samen aflevering 5 van ‘The Crown’ op Netflix. De Ipad staat op een antislipmat tegen de snoeppot aan. Ronald zet de Ipad opeens op pauze en zegt: ‘Het lijkt dat het harder is gaan waaien, ik ga even buiten kijken’. Na een tijdje sta ik op om te vragen waar hij blijft. Ronald zit op het achterdek bij de windvaan. ‘Ik wilde de versnelling verzetten, maar toen pakte hij niet en zag ik dat het palletje verdwenen was. Jouw handen zijn kleiner, kan jij erbij?’ Ik ga naast hem zitten en frunnik wat onderin de behuizing. ‘Hebbes’. Ik bekijk het staafje met een plastic hoesje. Het is een beetje beschadigd. ‘Het boutje voel ik niet liggen, misschien ligt die in het water?’. Ronald zoekt naar een geschikt boutje in het schuurtje, het blijkt een bijzondere maat te zijn, M7. Dat zal je altijd zien van M6 en M8 hebben we plenty in de voorraad. Gelukkig hebben we nog de autopilot.

Opeens gaan we 7 knopen, dat is gek want het waait helemaal niet zo hard? Kennelijk hebben we stroom mee, best wonderlijk zo midden op zee.

Ronald is net klaar met koken, als het gasvlammetje uit gaat. Dat wordt een gasfles vervangen. Dat komt mooi uit, want dan kunnen we colorgasfles weer inleveren in Engeland voor statiegeld. Wel onhandig is dat we de gehele voorpunt, inclusief de gennaker zonder slurf, moeten leeghalen. Maar ook dat is misschien wel positief, want door het sombere motterweer zit ik al de hele dag binnen te lezen. Even lekker bewegen dus…

N 43°56.00′ W 21°53.37′
Zeilvoering: Grootzeil en genua.
Dagafstand: 115 NM
SOG 6 knopen.
COG 50°
Wind NW 10 knopen.
Weer: licht bewolkt, laat in de middag heerlijk zonnig.

Dag 7.

De ochtend start met een heerlijk zonnetje wat zich verstopt achter grootzeil, waardoor het nog lang koud is in de kuip. Om middernacht hebben we gegepen. Echt wonderbaarlijk dat midden op zee in een half uur tijd de wind zo kan draaien. Gelukkig had Ronald al op de gribfiles gezien dat de gijp er aan kwam, zodat het niet geheel onverwachts kwam. Om 7.00 uur hebben we de gennaker erop gezet. Daarna ben ik nog even mijn bedje ingegaan.

Ik lees veel en zoek ook een uurtje foto’s uit op de laptop. Als de laptop opgeladen moet worden zet ik de omvormer aan. Na ongeveer een kwartier schiet de laptop er mee uit. Wat is er aan de hand? We starten de motor, we controleren de zekeringen. Huh, wat is het nou? Weer duikt Ronald de meterkast in en dan blijkt de stekker eruit getrild te zijn. Gelukkig, geen ernstig probleem.

Ik zit in de kuip en geniet met mijn gezicht in de zon van een paar crackertjes met boerenkaas uit de Azoren, als ik een knal hoor. Nee hè, de gennakerval is weer bovenin de mast gebroken en ligt opnieuw langszij in het water. We trekken het zeil op het dek, rollen vlug de genua uit, ontwarren de slurf, schuiven de gennaker in de slurf en hijsen ‘m op aan een andere val aan stuurboord. ‘Huh? Waarom kan die nu wel aan deze val en bij de vorige overtocht niet?’ ‘Omdat we nu over stuurboord liggen’. ‘Oh, okee’. Ik snijd de val van de gennaker af en brand hem opnieuw netjes dicht. Zit er dan toch iets in de mast wat de val doorschavielt? Of is het polyester van het touw verouderd? Nou ja, dat moeten we maar in Zuid Engeland oplossen. Zolang we over stuurboord varen gaan we met de gennaker toch weer ruim 6 knopen. ‘Falmouth here we come’. De voorspelling is dat we donderdagnacht of vrijdagochtend aankomen. Zin in.

Terwijl Ronald een lekkere curry kookt, we koken om de dag, geniet ik buiten in de avondzon. Zie ik het nou goed? ‘Jaaaahh…Ronald, kom vlug, ik zie een walvis’. Op 400 meter afstand zien we een fontein. En dan nog één. ‘Ahhh, hij zwemt bij ons vandaan. Na nog 3 fonteinen is hij uit het zicht. Ronald gaat weer de kombuis in. En ik tuur over het water, in de hoop nog een glimp van ‘m op te vangen. Maar helaas…mijn grootste wens om een springende walvis te zien is nog niet vervuld…

N 47°20.00′ W 14°29.00′
Zeilvoering: Grootzeil en gennaker.
Dagafstand: 137 NM
SOG 6 knopen.
COG 64°
Wind NW 10 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 8.

Ronald heeft last van zijn schouder en heeft vannacht in de achterhut geslapen. Het matras is zachter, maar het schommelt daar wel meer.

Rond het middaguur zien we in de verte dolfijnen. Ze verplaatsen zich sloom, mogelijk zijn het pilotwhales. Ze blijven lang op één plek hangen en komen helaas niet onze richting op.

Vandaag zet ik de foto’s en filmpjes van onze mobieltjes op een USBstick. Het sorteren van de 1000den foto’s zal nog dagen werk zijn. Elke keer een uurtje is weer mooi mee genomen. Het is heerlijk zonnig weer, dus weg bij die computer.

N 47°41.85′ W 47°41.00′
Zeilvoering: Grootzeil en gennaker, kort gennaker op de boom.
Dagafstand: 127 NM
SOG 5,5 knopen.
COG 70°
Wind NW 9 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 9.

Als ik opsta heeft Ronald al zijn hengel uitgegooid, vele soorten aasjes passeren weer de revue, maar het mag niet baten. Misschien is het weer tijd voor het makrelenaasje?

Twee dolfijnen spelen even met de boeg en zwemmen weer door. We draaien de speellijst ‘the legends’ van spotify af, gezellie.

De deining is hoog, 2,5 meter. Omdat we voor de wind varen worden we sinds vannacht flink heen en weer gebonsd. Ik ga op het zonverwarmde voordek zitten en probeer met mijn lichaam mee te deinen met de golven. Maar opeens schiet het in mijn rug, echt balen.

Als Ronald wil gijpen en meteen de zeilvoering wil veranderen kan ik hem niet helpen, steeds voel ik een pijnscheut in mijn onderrug. Ik neem een paracetamolletje, misschien kan ik Ronald dan straks wel weer helpen. We besluiten even bij te liggen op de kotterfok, zodat Ronald het alleen kan doen. Ronald moet zich op het hobbelende voordek goed vast houden, maar het lukt. Toppertje.

Het is de bedoeling dat we vrijdagochtend aankomen, maar we varen te hard, waardoor we misschien donderdagnacht aankomen. Waarschijnlijk moeten we bijliggen om niet in het donker aan te komen. Lola heeft nog maar 88 NM te gaan, zij zijn 3 dagen voor ons vertrokken.

Tegen de middag begint het hard te waaien, 21 knopen en moeten we nogmaals gijpen. Het regent en de golven worden ruwer en hoger, tegen de 3 meter. Ik probeer alles vast te zetten. Het geluid van schuivende pannen en potjes is enorm. Het gaat steeds om 3 hele hoge golven, waarbij alles in de boot door elkaar geschud wordt en dan weer 2 minuten lage golven. Gelukkig helpt de paracemol goed, ik heb bijna geen rugpijn meer.

We kijken binnen een Bollywoodfilm, echt een vreselijke film, maar we vermaken ons er toch even mee.

Om 22 uur rolt Ronald alsnog de kotterfok uit in de hoop dat we wat rustiger liggen. Het lijkt iets te helpen. Sinds we niet gebruik kunnen maken van de windvaan, moeten we twee keer op één dag stroom draaien. Gelukkig hebben meer dan voldoende diesel bij ons.

Bij de wachtwissel om 4 uur ‘s nachts rolt Ronald de kotterfok in en de genua uit. ‘Huh, waarom doe je dat, ik dacht dat we wilden vertragen? Een paar minuten daarna komen we in een bui terecht en gaan we 8 knopen. Inmiddels waait het wel 25 knopen Haha, dat is het andere uiterste. Ronald rolt de genua weer in, even geen voorzeilen in deze bui. Na een uur gaat de kotterfok weer uit.

Ik kan niet slapen. Ik lig aan de hoge kant met mijn rug tegen de tafel aan te beuken, hopelijk wordt de zee straks iets rustiger.

N 48°28.00′ W 08°58.00′
Zeilvoering: Grootzeil en genua gereefd en uitgeboomd. In de middag grootzeil met twee riffen en geen voorzeil. Laat in de avond zetten we de kotterfok erbij.
Dagafstand: 108 NM
SOG 5.7 knopen.
COG 69°
Wind ZW 15-21 knopen.
Weer: zonnig, aan het van de middag is het bewolkt en gaat het in de avond regenen.

Dag 10.

Ik word wakker van het geluid van een lierhendel, Ronald heeft de kotterfok ingerold en de genua uit. Hij heeft zijn jollenbroek en trui aan, ondanks dat de zon schijnt is het koud buiten. We moeten nog 112 NM. Op naar Falmouth.

Het was een heerlijke zeildag. we hebben veel gelezen en niets gevangen, zelfs niet met de makrelenaas. Ik probeer een cake te bakken, maar het cakebeslag gutst door de golfslag tijdens het bakken in de oven over de vorm heen.

Verschillende keren komen dolfijnen ons begroeten. Ronald maak een geel balletje aan de pikhaak en probeert met ze te spelen. De dolfijnen lijken wel te kijken naar de gele bal, maar doen er verder niets mee.

De laatste uren willen we vertragen om niet in het donker aan te komen en zeilen we alleen op het grootzeil richting de kust. Het is mistig, het giet van de regen, het is koud. De golven zijn hoog, rond de 2,5 á 3 meter. Het voor de windste rak maakt dat onze ia rolt als een gek (achteraf hadden we niet moeten vertragen en wel het voorzeil moeten uitrollen). Binnen rolt door door de swell alles tegen de kastdeurtjes aan en is het een kabaal van jewelste, echt om gek van te worden. Ronald kan niet slapen en komt brak aan. In Falmouth gooien we het anker uit en gaat Ronald meteen naar bed. Het was een superrelaxte en mooie overtocht met een lastig laatste stukje. Na ons tukje gaan we Falmouth in, wat een heerlijke stad met al die Engelse pubjes, zo gezellig. Helaas giet het van de regen en moeten we erg wennen aan de temperatuur. ‘S avonds gaan we gezellig uit eten met Pieter Jan en Renske.

N 49°22.00′ W 06°35.00′
Zeilvoering: Grootzeil met 2 riffen en genua gereefd en uitgeboomd. In de middag volledig tuigage en genua uitgeboomde.
Dagafstand: 108 NM
SOG 5 knopen.
COG 60°
Wind ZW 15-10 knopen.
Weer: zonnig, af en toe bewolkt.

De Azoren:

Pas als we vlak bij het eiland zijn doemt Flores in de mist op. De zee is zeer onrustig vlak voor de haveningang. Langszij zien we opeens een enorme haaienvin. In de havenkom is tijdens de vorige winterstorm een enorm stuk beton in de havenopening in het water gestort. We varen door de smalle ingang het ‘kruipdoor sluipdoor haventje’ in. Na 18 dagen op zee is het heerlijk om weer aan land te stappen. Op de steiger worden we enthousiast verwelkomd door Guido en Suus. We gaan ‘s avond met z’n vieren uit eten in Casa del Rei. We smullen van alle verrukkelijke biologische verse groenten, een beter verjaardagscadeau had ik niet kunnen wensen. Deze avond  maken we voor het eerst kennis met de verrukkelijke witte wijn Freie Gigante van het eiland Pico. 

We huren voor een aantal dagen een scooter en genieten van het schitterende landschap met de vele watervallen, weggetjes met zwarte vulkaanstenen muurtjes, loslopende koeien, het heldere water, de spierwitte brandig op de zwarte rotsen, de vele meren in de vulkaankraters, de mosgroene rotswanden langs de weg, de vele hagen met hortensia’s, de kerkjes met wit stucwerk en een kleurig randje. En niet te vergeten, alle vriendelijke bewoners. We moeten een beetje wennen aan de koude temperatuur.

De haven in Lajes is niet alleen gezellig en prachtig door de gigantische rotswand met de vele pijlstormvogels, die ‘s nacht kwaken als Donald Duck: ‘Ouwe ouwe’…maar alle yachties spreken ook over de rust en de stilte die op dit eiland in een ieder neerdaalt. Op het muurtjes vlak achter de leuning van de schuine steigertrap maak ik mijn eerste muurschildering. Op de steiger maken we kennis met Gretha 4, een Belgisch gezin.

We zeilen een nachtje door en arriveren op Faial in de haven van Horta. Daar spreken we af met Pieter Jan en Renske in het beroemde café Peter Sport, een oud bruin café vol met vlaggetjes van zeilers uit heel de wereld. Wat een heerlijk stadje met zijn vele restaurantjes, omgeven door de groene heuvels. We genieten van het heerlijke Portugese eten en de lage prijzen. Met de ferry gaan we met de Saar en Karakter naar het eiland Pico. We maken daar een prachtige wandeling en bezoeken een wijnproeverij. We hebben een gezellig avond in een café Océanis met een Bluesbandje samen met Guido en Suus. Ook hier maak ik een muurschildering op de kade (de zeemuur aan de linkerkant van de haven, schuin tegenover het kasteel). 

Elke ochtend lopen we naar het centrum of naar het schattige baaitje van Porto Pim om te ontbijten bij een pannedria. Ongelooflijk dat je voor maar €4,00 per persoon een groot glas versgeperste jus, de lekkerste koffie ooit, een knapperig broodje met roomboter en kaas en een gebakje kunt kopen.

In de haven van Horta staat een groot kasteel. Ik vraag aan Ronald of er een museum in aanwezig is. ‘Nee, een hotel en een restaurant en vanavond gaan we er een hapje eten. Maar eerst ga ik nog even wat Spotifylijsten downloaden nu we goed bereik hebben in de haven’. ‘S avonds lopen we naar de ingang van het kasteel. Aan de receptionist van het hotel vragen we of wij als niet-hotelgasten hier mogen eten? De ober gaat ons voor en wil ons naar een tafel brengen. Als we de eetzaal binnen komen, zijn de tafels gedekt met wit damast en kristallen wijnglazen en kijkt iedereen naar ons op. Het is een chique bedoeling. We zijn duidelijk underdressed. Ik kijk Ronald aan en zeg dat ik geen zin heb in dit chique gedoe. Eén ding vind ik wel opvallend leuk aan deze tent en dat is de swingende muziek. Ik kijk de eetzaal rond en denk: wat wonderlijk dat al die mensen inclusief de obers ons zo aan blijven gapen? We vertellen de ober dat we toch op zoek willen naar een ander restaurant en lopen het kasteel weer uit. In de voortuin van het kasteel schieten we beiden in de lach als we merken dat de funky muziek van de eetzaal uit het mobieltje in de broekzak van Ronald komt…

We zeilen naar Terceira en huren een auto om boodschappen te doen en Erik op te halen. We eten voor het eerst limpets, een zeeslakje klaargemaakt in olijfolie met veel knoflook. De volgende dag zeilen we naar het eiland Sao Jorge. Wat een fantastische haven, we blijven er maar één nachtje en zeilen de volgende dag door naar Horta. Erik geniet intens van de zeiltochtjes op de gennaker. Hij gooit een hengeltje uit, maar ook hij vangt helaas geen lekker vers visje. Op Faial huren we een auto en maken we kennis met de stuurman van de Tres Hombres. René wil graag mee naar de oude vulkaan en als tegenprestatie vragen wij een rondleiding op het oude dwarsgetuigde vrachtschip zonder motor. Helaas ligt de oude vulkaan in de dikke mist. We bezoeken de nieuwe vulkaan, die vijftig jaar geleden voor het laatst is uitgebarsten. Het is net een sience fiction landschap. De gezellige dagen met Erik vliegen voorbij, echt leuk om te zien hoe intens hij van de dagen bij ons aan boord geniet. 

We varen terug naar Soa Jorge, wat een groene natuurpracht en een fijne haven. Ook hier is weer een rotswand met pijlstormvogels die ‘s nacht ons verassen met hun bijzondere geluiden. Sinds tijden hebben we niet zo een lekkere douche gehad. We huren een paar dagen een scooter en maken prachtige wandelingen bij de brakwater lagoon en bezoeken een kaasfabriek en kopen 7 maanden oude kaas en eten voor het eerst gegrilde mero, (tandbaars van 18 kilo).

We maken een scuba duik, met een dik neopreenpak (5mm) aan. Het water is zeer helder, er is geen koraal, wel veel vis, maar met minder mooie kleurenpracht zoals in de Carieb. We zwemmen door een rotstunnel en komen even later in een prachtige grot met een prachtig kubistisch plafond met gifgroene aanslag en cyaankleurig water, echt supergaaf. 

We varen terug naar Terceira om samen met Fons en Nel (zij slapen in een hotel) het festival van Angra do Herorismo bij te wonen. We genieten van deze prachtige oude stad met vele Unesco-gebouwen en heerlijke popup restaurantjes, de folkloristische dansparades, de vele filharmonische orkesten, de fado concerten, de mooie parken, de rennende stieren in de straat en op de havenkade. Nel heeft 4 kaartjes voor het stierengevechten in de arena gekocht. Ik geniet van de paarden, de prachtige kostuums, de oplaaiende orkestmuziek, de rituelen, de Portugese families in de tribune, maar het pijnigen en uitputten van stieren keur ik af en dit is ook de reden dat ik nooit meer naar zo een voorstelling wil gaan. Samen met Fons en Nel genieten van de overheerlijke diners en uiteraard de spelletjes Backgammon. We zeilen met z’n vieren naar Praia da Vitoria en wachten daar een mooi weerwindow af.

Op Terceira huren we een scooter. Ook op dit eiland zijn aan de zijden van de wegen kilometers lange bloeiende hortensiahagen. We maken een prachtige klimwandeling in het bos van Agualva langs een rivierbedding met gigantische keien en worden weer vergezeld door prachtige fluitconcerten van de merels. We bezoeken een indrukwekkende grot. Welke samen met een grot in IJsland de enige is in Europa, waarvan het vulkaangesteente geen uitgang kon vinden en als een gasbel tegen de wand ontplofte en terugstootte, waardoor er een gigantische grot met hoge ‘kathedraal-achtige’ hoge gewelven en een binnenmeer ontstond, die zich nog altijd vult met regen- en grondwater. De vele spots gericht op de witte zoutkristallen, de natte druppels aan de wanden, het blauwe binnenmeer, de helgroene mosaanslag en de varens geven een sprookjesachtig geheel. In het midden van het eiland bezoeken we de zwavelgeisers. We zijn snel uitgekeken op het cirkelvormige wandelingetje met de vele toeristen. Vervolgens bezoeken we een kerkje uit 1530, Matrix da vila de S.Sebastiãno, waar fresco’s worden gerestaureerd. De 1e laag van de kerk bestaat uit grove keienmuur, de 2e laag is gestucd, de 3e laag bestaat uit de fresco, bijbelse voorstellingen direct geschilderd op het natte stucwerk met daaroverheen weer een stuclaag. In de loop der jaren zijn de gaten in fresco’s opgevuld met cement. De restaurateurs/ archeologen proberen nu de opgevulde gaten leeg te peuteren en de bovenste stuclaag te verwijderen. Wat een monnikenwerk, op stellages met bouwlampen bewerken ze met een pincet, millimeter voor millimeter de eeuwenoude muren.

Het afwachten op een geschikt weerwindow in Praia is na een aantal dagen best lastig. Pfff…rustig afwachten is niet mijn sterkste punt. Elke dag bestuderen we de gribfiles. Andere boten vertrekken, maar wij nog niet. Voordat Lola vertrekt gaan we met z’n allen naar een havenBBQ met Fransen, Italianen, Belgen, Engelsen, Australiërs en Nederlanders. Ik maak een wandeling naar de top van de heuvel waar een groot Mariabeeld staat. En we gaan een keer uit eten met Willie. De fietsjes komen goed van pas bij het boodschappen doen. Op het terrasje bij het strand genieten we iedere ochtend van een heerlijk ontbijtje met verse jus. En dan is het opeens zover, we gaan…

Oversteek van BVI’s naar de Azoren 2278 NM (4218,8 KM).

Dag 1, zaterdag 11 mei 2019.

We vertrekken om 10.30 uur bij het eiland Jost van Dyk en zijn benieuwd welke avonturen we nu weer gaan beleven. Ik droom er nog altijd van om een walvis van dichtbij te zien, zou ik er deze keer één te zien krijgen? Andere Hollandse boten hebben in de omgeving van Guadeloupe een bultrug hoog uit het water zien springen. Okee, ik stikjaloers natuurlijk.

Ronald heeft voor 7 dagen de gribfiles gedownload en in open CPN geplaatst. Alle vier de luchthappers zijn dichtgedraaid. Ik heb mijn haar nog even gewassen in het zoute water en afgespoeld met zoet water. De ringetjes bij de reling heb ik opnieuw afgetaped, want mogelijk gaan we ook regelmatig de gennaker gebruiken. De dinghy zit weer in de tas. De huik van de kotterfok ligt in de punt. De davids zijn ingeklapt. De vloer en de raampjes van de sprayhood zijn schoon en de vaat is gedaan. Het slingerzeil zit aan stuurboord en de bedjes in de salon zijn opgemaakt.

Gisteren heeft Ronald de schroef en het roerblad schoongemaakt en de het roerblad van de windvaan opgehangen. Ik heb voor de 37 brandgaatjes in de oude genua (schade van de aanvaring met de hoogspanningskabel) van zeiltape ronde plakkers geknipt. Hopelijk blijven de plakkers zitten. Je weet nooit of je een reserve zeil nodig hebt en dan ligt het maar klaar.

Bij het wegvaren zien we een andere Nederlandse boot in de baai, genaamd Archonaut. Zij vertrekken ook net uit de baai en we maken al varend een praatje. Zij zijn vanaf 2011 al onderweg, zijn de wereld rond geweest en willen nu nog een seizoen hier blijven hangen. Wat een schitterend stoer aluminium schip, het lijkt een one off.

We moterzeilen het eiland om. Great harbour was een rustige baai om in te liggen. Op de gillende Amerikanen na, waarbij het lijkt dat zij te pas en te onpas bij alles: ‘Ohhhh myyyyy goddddd?’ moeten schreeuwen? Gisteravond hebben we bij Foxy een overheerlijke BBQavond gehad tussen de CatCharterAmerikanen. We bunkerden ons helemaal vol, want dat is ook Amerikaans, dus onbeperkt opscheppen maar. Ik neem Mahi Mahi, een grote kippepoot en spare ribs, pasta, rijst, stokbrood met roomboter, groente en heel veel vers fruit. Ronald kijkt verbaasd naar mijn volgeschepte bord: ‘Dat krijg jij nooit op?’ Wel dus, haha. De avond wordt afgesloten met lallende yankees die liedjes als ‘Sweet Caroline” en ‘Living next to Alice’ meegalmen. Zeer vermakelijk, maar het is tijd om onze hut op te zoeken.

We zijn om het eiland en kiezen voor de meest comfortabele koers. De windmeter is inmiddels echt stuk gegaan, hij doet het dus ook niet meer af en toe. We moeten het deze overtocht dus helaas zonder doen. De omschreven windsterktes deze overtocht zijn dus schattingen. Het is vooral ‘s nachts jammer, als we plat voor het lapje gaan en als we met de gennaker varen, dat we niet op de windmeter kunnen kijken. Nou ja…dat wordt dus een stijve nek, van het naar boven turen naar de vaan in de top van de mast.

De zon schijnt, de wind is oost 13 knopen. We varen noord met vol tuig, halve wind, op de windvaan en we gaan 6.1 knopen. Ook deze keer gaan we weer voor een gemiddelde van 100 nautical mijl per dag. Het is 888 NM van de BVI’s naar Bermuda. En 1600 NM van Bermuda naar Flores. Maar zoals de gribfiles er nu uit zien, gaan we niet naar Bermuda, maar rechtstreeks naar Flores, dus
2278 NM (1 NM is 1.852km, dus 4218. KM).

De achterflap van de bimini gaat erop, nu kunnen we beiden lekker in de schaduw zitten. Dit is de eerste keer dat we de achterflap gebruiken tijdens het zeilen. Voorlopig doet hij het goed.

Lunch: sandwich zalmpate met rucula sla. ‘S avonds maak ik pasta met verse groente en kaaskorst in de oven.

Het is nieuwe maan en die komt dus gelijk met de zon op. Vanavond rond 2 uur zal die wel weer weg zijn. Wel fijn als het ‘s nacht niet pikkedonker is.

Ik kan de wc niet doorspoelen, omdat de wc aan de hoge kant zit. In een lege 5 liter fles tap ik zout water, zodat we alsnog een beetje kunnen doorspoelen. Het spoelt niet echt lekker weg, misschien moet ik bij deze koers dan toch maar op een emmertje mijn behoefte doen?

Via de satelliettelefoon hebben we SMScontact met Lola en Morgaine. Lola is donderdag en Morgaine is vrijdag vanuit St. Maarten vertrokken. De Saar is vrijdag vanuit de BVI’s vertrokken, maar heeft SSB. Elke dag rond 17.00 geven we elkaars posities en gegevens door.

Onze snelheid vandaag is gemiddeld 6 knopen. We zijn hier dik tevreden mee. Voor leken: 6 knopen is krap 11 KM per uur.

De hele dag voelde ik mij toppie, tot ik rond 18.00 uur ging koken. Het was 37 graden in de kombuis. De luiken kunnen niet open, omdat er anders golven met zout water naar binnen kunnen slaan. En de vier windhappers hebben we ook dichtgedraaid, omdat die met hoge golfslag ook zout water lekken. Kortom lekker benauwd binnen, zeker als je ook nog de oven aan zet. Ik werd behoorlijk katterig (licht zeeziek zonder overgeven). Toen ik meteen na het avondeten in verband met mijn nachtwacht naar bed ging, voelde ik mij beroerd, dus wilde ik een paracetamol pakken in de natte cel. (De WCdeur sloeg de afgelopen periode bij hoge golven steeds met een rotsmak dicht, omdat het magneetje was gaan roesten. In St. Maarten hadden we een nieuwe magneetsluiting bevestigd, omdat ik als de dood was dat een keer onze vingers of voet er tussen zou komen). In mijn dufheid lette ik niet op en bengggggg de deur knalde dicht en mijn middelvinger zat er tussen. Ronald, die lieverd, stond meteen naast mij. Pfff…gelukkig niets gebroken, maar het voelde wel aan als gekneusd. Ook de nieuwe magneet is dus niet sterk genoeg voor deze deur.

Ronald heeft mij, ondanks mijn nachtwacht om 12.00 uur, laten slapen. Om 1.30 uur werd ik zelf wakker, ik voelde mij redelijk, dus heb ik alsnog 4 uur wacht gelopen.

17.00 uur:
N 19.01″41 W 64.43″52
Zeilvoering: Vol tuig: grootzeil en genua, backstag aan stuurboord.
Koers: 12° (COG, course on ground).
Wind: Oost 13 knopen.
Snelheid: 6 knopen (SOG, speed on ground).
Weer: zonnig.

Dag 2.

De zon schijnt weer heerlijk, zowel de achter- als de zijflap gaan op de bimini. We spotten twee keerkringvogels, maar ze blijven pal onder de zon boven ons vliegen, zodat wij ze niet echt kunnen bewonderen. We lopen nog steeds 6, soms 6,5 knoop, heerlijk. Midden op de dag wordt de swell wat hoger. De zee is wat onrustig. Soms met golven van ruim 2,5 meter. In de middag worden de korte golven afgewisseld met glooiende deining. Het is fascinerend hoe de dalen en heuvels ter grote van een half voetbalveld en bijna 3 meter hoog in elkaar overvloeien. Tja, daar kan ik zo een half uur onafgebroken naar zitten staren, zo rustgevend.

Mijn vinger doet gelukkig amper meer pijn. Wel voel ik mij gedurende de hele dag op en neer, goed en dan weer katterig. Regelmatig doe ik een dutje in de kuip.

Bijna een uur lang vliegt er een jonge stormvogel rondjes om onze ia.

Om 10.30 uur was de dagafstand: 144 mijl. Vanaf nu doen wij een berekening vanaf 17.00 uur, zodat wij onze gegevens naast die van Lola en Morgaine kunnen registreren. Behalve op de AIS hebben wij nog geen boot gezien. Het is misschien gek, want beide boten zijn te ver weg om ze te kunnen zien, maar toch voelt het goed dat Lola en Morgaine ook onderweg zijn.

17.00 uur
N 21.19″83 W63.53″60
Zeilvoering: Vol tuig, grootzeil en genua.
Dagafstand:147 NM.
SOG 6 knopen.
COG 35°
Wind: ZO 11 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 3.

Vannacht heb ik voor het eerst van mijn leven een maansondergang gezien, zooo mooi. De nieuwe halve maan was zeer groot en goudgeel, en ging om 2 uur ‘s nachts aan bakboord aan de horizon onder. Ik was er een beetje stil van.

Het gaat vandaag al veel beter met mij, maar ik ben nog niet volledig ingeslingerd. Ik kan nog niet alles binnen doen.

De hele dag schijnt de zon vol op. Achter ons gaat een squal voorbij.
Twee keer vliegt er een stern met ons mee. Op de bimini ligt een vliegende vis, ongelooflijk hoe ver en hoe hoog die beestjes kunnen zweven.

Halverwege de dag gaan we meer oostelijk varen en zetten we de gennaker erop. Ik weet nog hoe lang wij aan de start van onze reis er over deden, nu is de gennaker zo gezet. Heerlijk, ia ligt nu veel rustiger en we gaan wel 2 knopen harder.

We warmen een kippensoepje op en doen de afwas. Omdat er geen heet water meer is, zet ik een keteltje water op. De temperatuur in de salon loopt op naar 37 graden. Dan toch maar even het luik wijd open…hopelijk komt er geen plens zout water naar binnen.

Gisteren en vandaag hebben we tijdens happy hour een raadspelletje gedaan. Ronald heeft gisteren er een paar uur over gedaan om het woord ‘hooiberg’ te raden. Ongelooflijk, ik had het persoonlijk na ruim een kwartier al opgegeven. Wel grappig dat je met zo een eenvoudig spelletje zoveel lol kan hebben.

Aan het einde van de dag kakt de wind een beetje in. De gennaker staat er onrustig bij. We proberen om ‘het oog met windstilte’ te varen. Vandaag is het oog ten opzichte van gisteren meer oostelijk geschoven, waardoor het gat nu ruimer is om door heen te varen. Lola en Morgaine varen veel westelijker dan ons, hopelijk maken wij een goede keus. Het goed analyseren van de gribfiles is best lastig. Kies je voor de korte termijn of kijk je toch een aantal dagen verder? Het blijft een gokje…

Ik kijk echt uit naar de sms’jes van Lola en Morgaine, die paar woordjes van contact doen mij goed.

Vanwege de nieuwe maan, kiezen we om de gennaker ook in de avond nog te laten staan. De maan is zo fel, dat je de schaduw van de lijnen van de lazybag in het grootzeil ziet.

Rond 20.00 uur ziet Ronald een lichtflits. Huh?…Onweer? Voor de zekerheid zet hij even de radar aan. Hij ziet niets op de radar. Even later zien we weer een flits. Kennelijk is het heel ver weg.

17.00 uur
N 23.01″22 W 62.36″53
Zeilvoering: Grootzeil met genua en gennaker in de middag.
Dagafstand:117 NM
SOG 5 knopen.
COG 40 °
Wind ZO 8 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 4.

Helaas lukt het de windvaan niet om de gennaker op koers te houden. Dan de autopilot maar aan. Maar ja, de pilot trekt ook stroom. Overdag als de zon schijnt is dat geen probleem. ‘S nachts moeten we de energiestroom echter goed in de gaten houden. Vannacht tijdens mijn wacht was het zover, de accu stond op 11,5 volt. Dat wordt stroom draaien dus. Ik zet de gashendel in zijn vrij en laat de motor op 1200 toeren draaien. Als op het schermpje 14 volt verschijnt, zet ik de motor uit en springt hij terug op 13,5. Gelukt, ik kan weer een dutje doen.

Joepie!!! Ik voelde het vannacht al, ik ben volledig ingeslingerd. Och wat een verademing als je lichaam niet meer tegenstribbelt en je buik weer normaal voelt. Nu kan ik pas echt genieten van deze fantastische overtocht. Velen zullen gruwelen van het idee om 22 dagen op zee te zijn, ik vind het heerlijk.

Hè jammer, mijn elektrische tandenborstel is op. Hij heeft het toch 19 dagen gedaan. Doordat wij geen sinusomvormer hebben kunnen we hem helaas niet aan boord opladen.

We drinken koffie met bananenbrood, eigenlijk gewoon cake. In de BVI’s was alles schreeuwend duur, de cake kostte 9 doller (bijna €9). Ik wilde de cake terug leggen, maar Ronald zei: ‘We nemen ‘m’. Ach ja, ook in dit dorp had Irma flink huisgehouden en de bakker zal het geld goed kunnen gebruiken.

Opeens herinner ik mij dat je de autopilot ook op een lagere corectiesnelheid kan zetten en dit minder stroom kost. Ik vraag aan Ronald welke stand de pilot staat en hij glimlacht: ‘Ik heb ‘m net aangepast, van correctie 7 naar 3, 1 trok hij niet’. ‘Blijft ie in deze stand nog lekker op koers?’ ‘Ja, prima.’.

Het eerste vuilniszakje is vol. Organisch afval gooien we overboord. Omdat we geen bakskisten hebben, stoppen we de vuilniszakken in een zeilzak op het achterdek. De vorige lange overtocht ging dat ook prima.

Het stinkt in de kombuis. Ik ga op zoek waar die geur vandaan komt en zie dat de rode krieltjes veranderd zijn in roze snotterige papjes. Als ik het zakje opentrek, om de een paar harde exemplaren eruit te pikken, komt de onpasselijk walm mij tegemoet. Gelukkig heb ik ook nog een mud gewone aardappels gekocht. Ik haal daar ook snel de slechteriken tussen uit. Het is de hoogste tijd om de aardappeltjes op te maken. We eten vanavond aardappeltjes met olijfolie, knoflook en rozemarijn uit de oven. En een homemade viskoekjes van een blikje sardientjes, jammie. Ook de verse peterselie in de koelkast is al snot. Ik ben gewaarschuwd, groente en fruit uit de koeling is niet lang houdbaar. Maar ja, op de BVI’s was er geen keus, de volgende keer het maar in een bakje bewaren, misschien blijft het dan langer goed.

Het plan is nog tot morgenochtend deze koers op de gennaker te varen. En vervolgens 1,5 dag, redelijk aan de wind, oostelijk te gaan varen. We komen dan wel even boven in het oog van minder wind terecht. Maar na vrijdag, gaan we daar weer een gebied met hardere wind in. Ik ben benieuwd. Die gribfiles vind ik fascinerend. Echt een superleuk puzzeltje. En mijn kappie is een toppertje. Ik ben zo trots hoe hij deze kaartje analyseert en met mij wil delen, zodat ik ook ik weet waar we mee bezig zijn. Echt fijn.

Opeens is het 24 meter diep onder ons? Huh? Wat kan dat zijn? Een storing in de dieptemeter? We starten de meter opnieuw op. Nee, weer 21 meter? Is het een walvis? Een zwevende container? De fishvinder geeft blauwe golfjes aan, iets wat we niet eerder op het scherm hebben gezien. Het blijft een raadsel, mogelijk toch een storing in de dieptemeter?

Vandaag voor het eerst een ander schip gezien, een zeetanker.

De plannen zijn gewijzigd, we halen niet morgenochtend, maar al om 17.00 uur de gennaker eraf, om halve wind (net te hoog voor de gennaker) richting het oosten te gaan. Lekker relaxed weer op de windvaan.

Het is 2.00 uur. Ik draai wacht en hop mijn bedje uit richting de kaartentafel. Huh? Wat is dat? Waarom heb ik dit 20 minuten geleden niet gezien? Op het scherm ligt achter ons een zeetanker van meer dan 100 meter lang, op ramkoers. Oeps, natuurlijk moet hij om ons heen varen, maar ik ga toch maar even iets opzij. Ik schiet naar buiten en ben verbaasd. Hè? Ik zie niets achter ons? Ik geef het stuurwiel een zwiep opzij en ga weer naar binnen. Nou zeg, hij ligt weer op ramkoers? Wat een malloot, ligt hij te slapen of zo? Ik zie een rapportagetijd van een paar uur geleden. Ondanks dat ik buiten niets zie, ga ik toch nog maar iets naar bakboord. Onze ia begint te sputteren, wat wil je nou van mij? De giek geeft een klap. Hier wordt Ronald wakker van. ‘Wat is er aan de hand?’ Ik leg de situatie van het spookschip uit. ‘Oh, dan ben ik bij een update vergeten aan te vinken, dat een AISsignaal na 10 minuten van het scherm verwijderd kan worden’. Ronald vinkt het aan en het schip op het scherm is verdwenen. Nou lekker dan, heb ik mij voor niets sappel zitten maken, haha. ‘Truste schatje, je hebt nog twee uurtjes’.

17.00 uur:
N 25.13″15 W 61.20″00
Zeilvoering: Grootzeil en gennaker en laat in de middag grootzeil en genua.
Dagafstand: 154 NM
SOG 6,5 knopen.
COG 50 °
Wind ZO 12 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 5.

Ik heb gisteravond in bed het boek ‘April is de wreedste maand’ van Rindert Kromhout uitgelezen. Het boek riep veel herinneringen op aan mijn eigen jeugd. Het was vervolgens lastig om in slaap te komen, maar gelukkig schommelde mijn lieve ia mij snel heerlijk in dromenland.

Heel vroeg in de ochtend horen we een hard gesis. Wat is dat? Het komt van buiten. Is het een gasfles? Nee, dat klinkt anders. Het lijkt wel een soort regendouche? Buiten ziet Ronald dat we door een gigantisch Sargassumwierveld varen. Het geluid is na minuut weer weg.

Het is vandaag bewolkt, de zee is onrustig. Zoute spetters schieten de kuip in. Ik zoek een plekje onder sprayhood. Ronald gaat naar binnen. Hij download de gribfiles, de situatie is iets veranderd, maar de aanpak blijft hetzelfde. Zo snel mogelijk westelijk varen, zodat we zaterdagochtend op tijd weg zijn bij het windstilte oog. Dat wordt spannend, want we hebben dan nog heel wat mijltjes te gaan. Op zich is een dagje dieselen niet erg. We hebben in totaal 270 liter diesel bij ons, goed voor 100 uur varen. Maar toch…

‘S middags kook ik vast ons maaltje voor de avond. Chorizoworst risotto met ui, tomaat en doperwtjes. Voor de happy hour maak ik zalmwraprolletjes met kappertjes, room en verse bleekselderij. We hebben weer de grootste lol met ons raadspelletje. De lekkere harde muziek blijft een beetje uit, kennelijk heeft het zoutgehalte in de lucht effect op onze boxen? Maar dat mag de pret niet drukken, want we hebben het oprecht fijn samen.

17.00 uur:
N 26.17″50 W 58.54″50
Zeilvoering: Grootzeil (later op de dag steken we er één rif) en de genua.
Dagafstand: 147 NM
SOG 6,5 knopen.
COG 60°
Wind ZO 16 knopen.
Weer: bewolkt met af en toe motregen. Geen zon, temperatuur heerlijk.

Dag 6.

Joepie, de zon schijnt weer. Gek, met de zon zien de golven er veel minder woest uit. Op dit moment is er veel sargassumwier, waardoor we niet een visje kunnen vangen. Misschien vanmiddag weer?

De gribfiles zien er niet gunstig uit. We hebben nog twee dagen wind en dan moeten we waarschijnlijk motoren.

Ronald speelt mondharmonica en ik zing af en toe met hem mee. Het is een moeilijk instrument, maar een heerlijk weemoedig geluid om naar te luisteren. Hihi, ik heb weer vlinders in mijn buik, wat houd ik toch van die vent.

Ronald heeft beet. Het is een flinke knoeperd. Ik schiet naar binnen voor het bakblik, de fles rum en het vismes. ‘Kun je niet wat op sturen, we gaan zo hard’ Ik stuur iets op en hoor Ronald achter mij zuchten: ‘ Ahhh, hij is eraf’. Helaas happen de vissen daarna niet meer, morgen weer een dag.

Ronald maakt een heerlijke maaltje met curry rijst en verse groente. Onze voorspelling is uitgekomen: alle groente uit de koeling van de supermarkt op de BVI’s is rot en snotterig geworden. Eén voor één gooi ik ze overboord. Pfff…zo zonde. Gelukkig is de groente van St. Martin nog goed.

17.00 uur:
N 27.17″11 W 65.48″00
Zeilvoering: Grootzeil met 1 rif en genua.
Dagafstand: 132 NM
SOG 6 knopen.
COG 60°
Wind ZO 13 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 7.

De zee is rommelig als ik mijn neus in de ochtend naar buiten steek. Binnen moet je je niet alleen vast houden, maar ook steeds schrap zetten. Het is licht bewolkt weer, de zon doet zijn best erdoor heen te prikken.

Vroeg in de middag heeft het flink geplensd. Gadsie, het lijkt Nederland wel, zo druilerig. Na al die buien nam de wind flink af. De giek stond te rammen van ellende. Ohh ohh, van weinig wind gecombineerd met al dat geklapper van de zeilen, wordt Ronald vaak een beetje chaggie. Ik hoor hem al brommen: ‘Mijn zeilen…mijn mast…mijn verstaging…grrrr…geef mij maar een harde puist wind’. We besluiten rond 15 uur de gennaker er op te zetten. Het helpt iets. Het voorzeil trekt de ia iets op één oor en de giek reageert iets minder op iedere golf onder de boot.

Het blijft maar regenen, dus maken we het binnen gezellig en doen samen dubbel patience met een snackje.

Zie ook blog: ‘Natte kledderzooi’: Ik doe nog even een dutje voordat ik ga koken. Ronald zit buiten. Opeens horen we een harde knal. Ik hoor Ronald schreeuwen: ‘Lies Komen!!!’ Dat is duidelijk, stront aan de knikker, want anders zou hij mij anders aanspreken. Ik schiet onder de salontafel om een zwemvest en mijn slippers te pakken. En loop zo vlug als ik kan naar de boeg, waar Ronald op de dek zit. De val van de gennaker is gebroken en de lap van 100 vierkante meter zeil ligt langs de boot in het water. Omdat we nog steeds flink snelheid maken en de gennaker is volgelopen met vele liters zout water is het best een klusje. Ik ga naast Ronald zitten en zet mijn voeten schrap tegen de reling. Samen trekken we stukje voor stukje aan het witte hijskoord van de slurf. Van belang is dat de dunne stof niet gaat scheuren. Het regent en zoute golven plenzen over ons heen. Gelukt. Ik schiet naar binnen en doe in de punt het luik open. Ronald duwt de gigantische natte zoute kledder naar binnen en ik kwak het op het vloertje, zodat niet alles in de punt onder het zoute water komt. Ondertussen heeft Ronald alweer de genua uit. Wat zijn we toch een topteam samen. Later vertelt Ronald dat hij even dacht dat we een orka hadden geraakt. Ik kijk hem verbaasd aan? ‘Hoezo?’ ‘Nou, het wit en zwart van de gennaker bolde langszij omhoog en het leek net even op een walvis? Samen beginnen we te grinniken.

Na dit avontuur, heb ik geen zin meer om te koken. Dan maar een blik ravioli. En gek, het smaakt ons heerlijk.

‘S nachts om 4 uur gaat de marifoon, ‘Lady island 2’ zoekt contact? Het is net de wisseling van de wacht. Ronald probeert contact te maken, maar dat lukt niet. Ik tuur buiten de horizon een rondje rond of er een schip te zien is. Op de AIS is namelijk niets te zien. Weer roepen zij ons op. Maar het lukt niet om contact te krijgen. Voor de boeg komt er een vette bui aan. Keer op keer turen we de horizon af. Nee, echt niets te zien?

17.00 uur:
N 28.14″4 W 54.27″6
Zeilvoering: Grootzeil met 1 rif en genua. ‘S middags grootzeil met 1 rif en gennaker.
Dagafstand: 137 NM
SOG 5.5 knopen.
COG 62°
Wind Z 7 knopen.
Weer: bewolkt met buien.

Dag 8.

Half zeven starten we de motor, we moeten stroom draaien. Er staat weinig wind, dus maken we er maar meteen gebruik van en zetten we de hendel niet in z’n vrij, maar in z’n vooruit.

Na een half uur is de accu gevuld en proberen we weer verder te zeilen. ‘Kan de gennaker misschien op de rode val, die is nog vrij’. ‘Goed idee’. Het begint te regenen, dus wachten we even. Ronald kijkt mij bedenkelijk aan. ‘Nee, het kan toch niet, deze val zit lager dan de genua en dan draait de gennaker er om heen. De enige mogelijkheid is dat ik de mast in ga, maar er staat nu nog teveel swell’.

Het miezerd, net genoeg om drijfnat te worden. De wind is bijna weg en de genua en de giek slaan woest op de golfslag heen en weer. ‘Hier vergallen we al onze spullen mee’, moppert Ronald. We gaan strijken en verder op de motor. Ik gooi er een peptalk tegen aan, ook om mijzelf moed in te praten. Het begint te plenzen. Ik ga koffie zetten met bananenbrood en een flink stuk chocolade. Het is zoals het is. De komende dagen moeten we motoren.

We zetten de watermaker aan en zijn allebei verbaasd, hij doet het?!. Nu we niet meer schuin liggen kunnen we ook weer de wc doortrekken, dat is fijn.

In Suriname hebben we bij de Chinees, gekopieerde DVD’s voor 50 eurocent per stuk gekocht. Vandaag zetten we Peaky Blinders, afleveting 1-6 op. Haha, ik ben benieuwd wat we nu weer te zien krijgen?

We eten zuurkool, aardappelpuree, spekjes en knakworst met mosterd, jammie. Is het sombere weer toch nog ergens goed voor.

17.00 uur:
N 27.17″11 W 65.48″00
Zeilvoering: We motoren en proberen soms te motorsailen.
Dagafstand: 105 NM
SOG 3 knopen.
COG 58°
Wind Z 5 knopen.
Weer: regen en plensbuien.

Dag 9.

Het is eindelijk droog, lekker. Het dek is weer helemaal zoutloos. Het is licht bewolkt, hopelijk breekt het zonnetje nog door. We varen 1200 toeren, 2,5 knoop( 4,5 KM per uur). Het is niet anders. Het windstiltegebied was te groot om even om heen te varen. We hebben gekozen om net onder de rhumbline te blijven. Hopelijk hebben we maandag een beetje wind en kunnen we woensdag weer lekker zeilen. Morgaine heeft gekozen om Noord te gaan, zij zullen snel weer wind hebben. Maar meer noordelijk komt er ook een depressie aan met harde windstoten, iets waar we liever niet voor kiezen. Pffff…We moeten dit gekachel dus nog even verdragen.

De zon is door, mmmmm. De zee is kobaltblauw, het gehele oppervlak is gerimpeld. De swell rijkt tot in de verste verte. De zee is door de swell als een grote ronde glooiende pannenkoek. Onze ia is rondje rond omgeven met een strakke horizon. Ik kan mij zo goed voorstellen dat de mensen vroeger dachten dat de wereld zo plat was als een dubbeltje.

Zie ook blog: ‘Natte kledderzooi: ‘Wat geeft de inclinometer aan?’ ‘De wattt?’ Ronald wijst naar het houten randje boven de ingang. Ohhh die. Het gaat om een wit plaatje waar je de helling kan aflezen. Twee plastic buisjes met een zwart kraaltje erin. De bovenste geeft het aantal graden helling aan tot 5. De onderste de helling tot 30 graden aan iedere zijde van de boot. ‘Uhhhh…1 seconde 5 graden naar de ene en dan weer een seconde 5 naar de andere. Soms ook even 10 naar beide kanten. Je kan dus echt niet de mast in hoor’. ‘Maar als we de ia nou in de lengte van swell sturen? Dan kan het denk ik wel?’

We gaan het er op wagen. We snijden de val van gennaker mooi recht af. En besluiten ook meteen het lelijke stuk van de val van het grootzeil aan de bovenkant af te snijden en dicht te branden.

Ronald gaat de mast in. Het bootsmanstoeltje en de lifeline zitten gekoppeld aan een val. Het eerste stepje klapt hij uit. Pfff…nog 22 te gaan. De boot ligt redelijk rustig, maar even later zwiept ie weer als een gek. En boven in, op 17 meter hoogte zwiept de mast wel zo een 3 meter. Brrrr…! Elke keer als de boot weer rustig ligt, hijs ik Ronald een stukje verder. Okee, hij is boven. Eerst maak ik de kotterfokval los, want nu hij toch boven is, wil Ronald die ook meteen goed doen. Gelukt. Nu de gennakerval losknopen. Op eens hoor ik Ronald van boven schreeuwen ‘hijsen! Kom op hijsen’. Ik schrik mij kapot, mijn hartslag slaat op hol, want…ik zie de val een paar cm door de valstopper glijden… weer hoor ik hem schreeuwen ‘Hijsen, hijs nou Lies!’. Ik schiet de val om de lier in de selftailing. Poehhhh…net op tijd. Het flits door mij heen: ‘Zal ik Ronald vertellen wat er aan de hand is? Is de valstopper stuk, of was het alleen stukje glad touw?’ Ik besluit niets te zeggen, teveel onrust, en lier Ronald nog een stukje omhoog. Nu hij in de selftailing zit voelt het weer veilig. Ik voel mij weer kalm worden en roep met een rustige stem alsnog naar boven wat er aan de hand was. Steeds opnieuw wachten we de swell af, dus 10 keer zwiepen, en door naar de volgende handeling. Ik pluk de val van de gennaker uit de lucht. Gelukt, wat een topper is Ronald toch. Ik roep naar boven dat het lijkt dat de val door de zaling zit. Ronald antwoord: ‘Nee hoor, hij zit goed’. Langzaam komt hij, steeds wachtend op een zee met minder swell, naar beneden. Ronald staat weer op het voordek. Opgelucht geef ik hem een klapzoen.

Ronald kijkt omhoog. ‘Nee hé, de val van de gennaker en de kotterfok zit inderdaad door de zaling, ik moet weer naar boven. Grrrr…Het hele ritueel kan weer opnieuw beginnen, zucht.

En nu de volgende puzzel. Hoe krijgen we de kleddernatte gennaker van 100 vierkante meter terug in de slurf? Tja, wat is handig? We besluiten de slurf vanuit het voorluik te hijsen en de hoepel stukje voor stukje er over te schuiven. Jammer, dit lukt niet. Het zeil is te veel gedraaid en het hijskoord zit er als een knoedel om heen gedraaid. Dan toch maar de volledige gennaker op het voordek leggen en het geheel rustig ontkrullen. Yes, de slurf kan omhoog gehaald worden. De zeiknatte gekleurde kledder ontvouwt zich stukje voor stukje, … bolt … en is in een mum van tijd droog. Voldaan ploffen we neer in de kuip. Hèhè, tijd voor koffie.

Dingdong, een bericht van de Lola. Ze hebben net walvissen gezien. Gaaf!!! Dat wordt turen over het water. Gaat het dan toch nog een keer gebeuren?

‘S avonds smullen we van aardappeltjes met knoflook uit de oven met chorizo, port, groenteprut. En kijken we de laatste 2 delen van onze serie af.

17.00 uur:
N 29.21″00 W 51.33″00
Zeilvoering: alleen de gennaker.
Dagafstand: 64 NM
SOG 2-6 knopen.
COG 70°
Wind Z 7 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 10.

Vannacht konden we om 12.30 uur weer de zeilen hijsen. We varen nu weer op de windvaan, dat scheelt toch energie.

Het hier en daar een klein plukje sarragassum, is veranderd in grote velden okergeel. Hoe mooi zou het zijn als het wier verzameld werd om het vervolgens te verwerken voor een één of ander doel. Biogas bijvoorbeeld?

We ontbijten met een bruin stokbroodje uit de oven met roomboter en een lekkere dikke klodder jam en een spierwit eitje uit de US. Echt smullen.

We zijn bijna op de helft. Nog 1160 mijl te gaan. Ik zit samen met mijn kappie in het zonnetje op het voordek en speel met mijn tenen met de witrode schoot van de genua. Huh, wat is dat? Een schoen. Een zwarte zool met een goede grip drijft voorbij. Ik droom weg…van wie zou die zijn? En hoe is die in het water terecht gekomen? We zijn namelijk al dagen geen boot tegen gekomen, zelfs op de AIS verschijnt er zelden een groen driehoekje.

De hele dag door scan ik het water af. Niet omdat ik bang ben…nee, ik wil zo graag een keer een walvis van redelijk dichtbij zien. Grienden heb ik al gespot, nu wil ik een echte. Zo één die ongeveer net zo groot is als onze ia. Ik heb namelijk gelezen in de pilot dat in het gebied tussen de Carieb en de Azoren regelmatig bultruggen en potvissen te zien zijn. Ik hoor de hengel ratelen, het zal wel weer een pluk sargassumwier zijn. Wat een heerlijk zeildag. We varen met vol tuig op de windvaan met een redelijke snelheid van 5,5 knopen. De wind draait iets en we zeilen verder op de gennaker en snacken met homemade eiersalade.

Het tijdsverschil van de Carieb met de Azoren is 4 uur. We zetten de klok 2 uur terug. De vorige overtocht deden we om de zoveel dagen een half uur, maar we zijn het nu helemaal vergeten.

We besluiten de dag met lasagne, niemand in de wereld kan dit lekkerder klaarmaken dan Ronald, echt jammie.

17.00 uur:
N 30.06″5 W 50.14″1
Zeilvoering: Grootzeil en genua in de ochtend en grootzeil en gennaker tot de schemering.
Dagafstand: 84 NM
SOG 4 knopen.
COG 70°
Wind ZO 8 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 11.

We zijn met de nautical miles over de helft, maar dat zegt niets over hoeveel dagen we nog op zee zullen zijn.

We varen aan de wind over stuurboord. Grrr…onze ia lijkt meer gebouwd om over bakboord te hangen. Het slingerzeil aan bakboord hangt onder de salontafel, dat ligt niet echt lekker; alles valt uit de keukenkastjes; naar voren lopen gaat minder lekker en in de natte cel kan je je niet goed staande houden. Daar komt bij dat we ‘compleet’ uit koers varen, maar overstag gaan is ook geen optie, want dan varen we zowat terug. Kennelijk brengt de stroom ons de andere richting op? Dan toch maar overstag? Okee, even proberen wat het ons brengt. De bearing is 57°, maar we varen nu 354°…pfff. Nou ja, we gaan 4 knopen vooruit en de gribfiles geven aan dat wind straks gaat draaien.

Gisteren heb ik uren lekker in mijn eentje in het zonnetje op het voordek gezeten, nu zit Ronald daar. Hij heeft het boek ‘Tonio’ even aan de kant gelegd, ik zie hem soms worstelen met de waterlanders, en tuurt nu over de zee. Hij vraagt of ik zijn zonnebril wil aangeven en ik vraag of het gaat? Antwoord: ‘Ik ben walvissen voor jou aan het spotten’. Ik zoek een plekkie in de zon op het achterdek om een blogje te schrijven. Ik hoor de ketting van het hekanker klingelen en de windvaan kreunen. Er zit geen kap over de windvaan, dit is origineel. Ik vind het nog altijd fascinerend om er naar te kijken hoe het roestvrijstalen mechaniek zich beweegt binnen stalen huis.

Het half zes, de zon is nog warm. We hebben een rare knik in de route gemaakt, maar konden wel zeilen. De wind is weggevallen en we starten de motor. Hopelijk draait de wind nog iets, zodat we nog even op de gennaker kunnen zetten.

Ik heb een cake gebakken. Op het pak stond ‘bread’, dus was het broodmeel volgens Ronald. Haha, nu moet ie nog afkoelen en kunnen we hem aansnijden en weten wie er gelijk heeft. Tja, ontbijten met cake, het is weer eens wat anders.

17.00 uur:
N 30.19″0. W 48.52″7
Zeilvoering: Grootzeil en genua en rond 17.30 uur starten we de motor.
Dagafstand: 75 NM
SOG 3 knopen.
COG 60°
Wind ZO 2-7 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 12.

In de ochtend is het gemodder met minimale wind. Om gek van te worden. Elke keer denk je: ‘Ja, nu kan het wel. Maar op het moment dat de boel gehesen is, zakt de wind compleet weer in en staat de giek te rammen op iedere golf en hangt de gennaker als een slingeraap om de opgerolde genua heen. Boom erin, boom eruit. Op de boegspriet, nee toch maar weer een boom. Even kijken wat de gennaker doet als we gijpen, nee dat is helemaal naadje, toch maar weer terug.

‘S middags is het andere koek, de wind draait naar de goede hoek en neemt heerlijk toe naar 16 knopen. Joehoe…gaan met die banaan, we varen nu met een snelheid van 7,5 knoop met uitschieters naar ruim 8 knopen. En de TTG ( time to go)? Die geeft opeens nog maar 5 dagen aan, haha. Je neemt jezelf dan natuurlijk compleet in de maling, omdat je weet dat vrijdag de zee weer blak staat, maar toch…het voelt even heel goed…ahum.

We liggen op ramkoers met een zeetanker uit de Kaaimaneilanden. We houden het schip op het scherm scherp in de gaten. Hij doet niet veel moeite zijn koers iets te verplaatsen. Ronald roept hem op. ‘Sea Eagle, Sea Eagle, Sea Eagle…Here sailing yacht ia Orana, can you copy?’ De stem op de zeer krakerige lijn is amper te verstaan, maar vindt het geen probleem al zijn zinnen te herhalen. Ronald vervolgt met: ‘Can I maintain my speed and course, over?’ Kennelijk is het geen probleem, want hij reageert met: ‘I will pass astern’ en we zien niet veel later het groene driehoekje een paar graden zuidelijk staan. Zo, ook weer geregeld.

We zijn een beetje uit het ritme, mogelijk doordat we de klok 2 uur verplaatst hebben. We ontbijten laat en hebben ‘s middags zo een honger, dat we een noodle soepje nemen, waardoor we weer te vol zijn voor het avondeten. ‘Weet je wat, ik bak een brood. Dan eten we vanavond vers brood met Franse kaas en hebben we meteen voor morgen ook vers brood. Tja, om 20 uur krijg ik echter zo een slaap, dat ik toch maar naar bed ga en Ronald het broodje uit de oven moet halen.

17.00 uur:
N 30.57″6. W 47.10″0
Zeilvoering: Grootzeil en gennaker op boegspriet of boom.
Dagafstand: 97 NM
SOG 0- 8 knopen.
COG 60°
Wind ZO 1-16 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 13.

De zon staat weer hoog aan de hemel en de golven komen van achter en zijn aanzienlijk hoger als gisteren. Onze ia vindt dit prima. We varen oost om het windstiltegebied te omzeilen. De wind is perfect, ruime bijna halve wind.

Vannacht bij de wisseling van de wacht hebben we de gennaker eraf gehaald, de genua erop gezet en één rif in het grootzeil gestoken. De windvaan liep steeds uit zijn roer, het lukte mij niet ia in de goede koers te houden. Ook Ronald lukte het niet. Het was donker en koud en we waren moe. ‘Laten de autopilot erop zetten schat, er staat genoeg wind en anders draaien we morgen gewoon even stroom’.

De volgende ochtend doet de windvaan weer zijn werk. Ronald zit met zijn gezicht in de zon, hij is net onder de douche geweest en heeft zijn baard er af geschoren. Hij gaapt: ‘Na de koffie ga ik even een dutje doen, ik ben zo moe’.

Terwijl Ronald slaapt, doe ik de afwas, maak het toilet schoon, doe de vuilnis in de zeilzak op het achterdek, zet sap en bronwater in de koelkast. Ik giet een 5 liter fles bronwater over in een lege 5 liter fles. Echt stom dat al die doppen verschillende maten hebben, waardoor de Spaanse waterpomp niet altijd past. Door de hoge golven gaat er ook veel naast, nou ja het is niet anders.

Ik zet voor happy hour, Cola voor Ronald en Fanta voor mij in de koelkast. We hebben afgesproken tijdens de overtocht geen alcohol te drinken en ben trots dat we ons daar aan houden. Wat zal dat koude biertje op Flores goddelijk smaken.

Lola vaart rechtstreeks naar Horta, zij gaan op familiebezoek. Ik had graag samen met ze op Flores aangekomen. Het elke dag om 17.00 uur met elkaar gegevens uitwisselen doet mij meer dan ik dacht. Gek, elke dag kijk ik naar de sms’jes van Lola en Morgaine uit. En hoe heerlijk is een bericht van Fleur en Marre en de lange mail van mijn dinnetje Anja. De emoties slaan even toe. Het gaat om het dubbele gevoel van het verlangen om even bij mijn dierbare te zijn en het je echt super senang voelen zo midden op zee.

De blauwe lucht staat vol witte windveren. Geen goed teken, er is een depressie op komst. Elke dag haalt Ronald, de laatste twee dagen zelfs 2 keer, de gribfiles op. Hij analyseert ze en stippelt vervolgens de meest snelle en comfortabele koers uit. Lola heeft twee keer de mail van hun walkapitein Gijs naar ons doorgestuurd. Het is echt fijn om dan bevestigd te krijgen dat Ronald een goede analyse heeft gemaakt. En ik ben supertrots dat mijn toppertje zo goed de weerkaartjes kan lezen.

We varen 71 NM bij Lola vandaan. We hebben ze parallel ten noorden ingehaald. Ik had het romantische idee, dat als we ze zouden kruisen, we dan konden zwaaien of op de marifoon een praatje konden maken. Helaas loopt het anders.

Wat een fijne zeildag was het weer. Onze ia doet het goed. Ze vangt stoer de brekers opzij van de romp op, die knallen dan met een harde klap tegen haar buikie en slaan soms vervolgens met een klap stuk op het boeisel, waarna de zoute spetters de kuip inschieten. Wij weten inmiddels wel de plekjes waar we beslist niet moeten gaan zitten.

Uhhh…niet dus. Ik krijg net terwijl ik de gele maan bewonder, een enorme plens zout water over mij heen, haha.

17.00 uur:
N 31.09″6 W 44.03″8
Zeilvoering: Grootzeil met 1 en later 2 riffen en genua.
Dagafstand: 161 NM
SOG 6-8 knopen.
COG 90°
Wind ZO 18 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 14.

Ik knipper met mijn ogen en kijk in blauwe ogen van Ronald. ‘Goedemorgen schone slaapster, het is al bijna 10 uur’. Huh? Heb ik van 4.30 uur tot 10 geslapen? We ontbijten samen en Ronald duikt na de koffie zijn bedje in.

Pfff…we zijn al weer 13 volle dagen onderweg. Bij de overtocht vanuit Kaap Verdië kwamen we nu aan in de hoofdstad Cayenne in Frans Genua. Uiteraard zou het heerlijk zijn vandaag op Flores te arriveren, maar misschien gek, deze reis voelt okee. De dagen vloeien in elkaar over. Sterker nog, de dagen vliegen om. Het is zeker niet saai, ik heb mij nog geen moment verveeld.

We moeten nog 24 mijl 80 graden en dan zetten we, mogelijk met nog één kleine knik, een directe koers uit naar Flores? Hopelijk halen we de bewuste waypoints vandaag, zodat we voldoende wind houden en niet weer in en windstilte gebied komen. Voorlopig varen met een snelheid van 7 knopen, lekkerrrr.

We hebben via Lola een mail van De Saar en Eaumega ontvangen, zij liggen 300 NM van ons verwijderd. Ik mail ze terug. Het is net als bij De Saar een winlinkmail. Ik ben benieuwd of zij ons bericht wel ontvangen?

Stress in de tent. Ronald zat achter de kaartentafel iets te rommelen met een blue tooth verbinding en opeens, volgens Ronald had dit geen koppeling met het gebeuren, vloog het AISsignaal eruit. We kunnen nu niet meer zien welke positie we hebben; welke boten er in de buurt zijn; en andere boten kunnen ons ook niet meer zien. Gelukkig hebben we de radar nog, maar toch. Ronald is al meer dan een uur van alles aan het proberen, maar het lukt niet. Echt balen dat ik niet met hem mee kan denken. Opeens hoor ik Ronald mompelen: ‘Ik heb wel 49 keer hetzelfde gedaan en nu, de 50ste keer doet hij het opeens weer wel? Ik heb geen flauw idee, wat ik verkeerd heb gedaan?’ ‘Pfff.. boeien, hij doet weer, zooo blij mee’.

Tegen de avond komt achter ons het koude front aan. Aan de voorkant is de hemel blauw, achter is de lucht zwart. Fascinerend om te zien. We proberen er van weg te varen, het voor te blijven, maar de wind valt weg. We moeten motoren. De swell is om gek van te worden. Koken is eigenlijk onmogelijk, maar ik doe het wel. Je kan er op wachten. Ik probeer twee eitjes te redden, dat lukt. Maar op datzelfde moment dondert de gehele inhoud van het bovenkastje op de grond. Grrrr…dat wordt puin ruimen, soppen en koken tegelijk. Dat de nasi met satésaus en een spiegeleitje iets minder lekker uitvalt is een zure beloning van meer dan een uur lang je best doen om er iets van te maken. Na de koffie duik ik chaggie mijn bedje in.

Om 12.30 uur kunnen we weer zeilen. Een uur lang modderen met klapperende zeilen en te weinig wind, maar daarna trekt de wind aan en zeilen we op 80 graden met een snelheid van 5 knopen. Onze ia ligt weer op één oor, heerlijk, eindelijk zijn we verlost van die irritante swell. Laat mijn wacht maar ingaan. Na een kwartier word ik wakker, de wind is weer weg en 1,5 uur luister ik naar een klappende giek, grrr…om gek van te worden. Daarna komt het echter helemaal goed en doe ik hazenslaapjes waar iedere wachtloper van droomt.

17.00 uur:
N 31.09″6 W 44.03″8
Zeilvoering: Grootzeil en genua, ook even met gennaker en laat in de middag motoren tot 24.00 uur.
Dagafstand: 154 NM
SOG 5-6 knopen.
COG 70°
Wind ZO 4 knopen.
Weer: zonnig, laat in de middag een buitje.

Dag 15.

Dit beloofd een heerlijke dag te worden. De zon schijnt en de temperatuur is goed. We hijsen de gennaker en lopen vervolgens 6 knoopjes. Onze ia ligt heerlijk rustig, we worden gewiegd in plaats van alle kanten opgeslingerd. We zitten met een bakkie koffie en een Chocoprince in de kuip en horen op eens een harde plons naast ons. Ja hoor, onze vrienden zijn er weer, dat is lang geleden. Helaas zijn de dolfijnen snel weer weg.

Joehoe, we varen 43°, een rechtstreekse koers naar Flores. We zijn nu 14 volle dagen op zee, nog 610 NM te gaan. Dus nog 6 volle dagen of als het mee zit iets minder.

Kijk, kijk, daar heb je weer zo een ding, wat zou het zijn? Boven het wateroppervlak zie ik een half doorzichtig boogje met een blauworanje randje. Een vissenvin? Een stuk plastic?

We zijn er achter, het zijn Portugese oorlogsschepen (een buiskwal) een kolonie poliepen met een gasblaas. De gasblaas is doorzichtig en dient als een soort ‘zeiltje’ zodat hij zich door de wind  kan laten voort drijven. Zo grappig, al die kleine bootjes die met doorzichtige half ronde zeiltjes langs komen varen.

17.00 uur:
N 32.21″0 W 39.26″0
Zeilvoering: Grootzeil en gennaker op boegspriet en op boom.
Dagafstand: 103 NM
SOG 5 knopen.
COG 43°
Wind Z ZW 8 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 16.

Vandaag verzetten we de klok weer 2 uur. Dat is even wennen, omdat ik tijdens mijn wacht lastig in slaap viel bij de hazenslaapjes. Onze ia lag behoorlijk op één oor en ik hing meer in het slingerzeil, dan dat ik met mijn lijf op het matras lag. Omdat Ronald wel heerlijk lag te slapen, liet ik hem een uurtje langer liggen. Bij de wachtwissel vond Ronald dat we wel erg schuin lagen, dus haalde we midden in de nacht de gennaker weg en de genua te voorschijn. Omdat de wind in plaats van halve wind meer voorlijk erin kwam, moest de autopilot wel erg hard werken om de gennaker op koers te houden, waardoor we ook midden in de nacht stroom moesten draaien. Door dit alles ging ik bijna twee uur later slapen en werd ik vanochtend pas om 10 uur, plus 2, dus pas 12 uur wakker. Tja, dan is de dag zo voorbij.

Vandaag heb ik veel gelezen en een filmpje voor mijn blogje gemaakt.

Ronald heeft de lekkerste ‘uiensoep met broodje met gesmolten kaas’ ooit gemaakt.

We komen mogelijk woensdagmiddag of donderdagochtend op Flores aan. Yes, nog 450 NM voor de boeg.

17.00 uur:
N 32.44″0 W 38.31″0
Zeilvoering: Grootzeil en gennaker op boegspriet en op boom.
Dagafstand: 136 NM
SOG 5-6 knopen.
COG 43°
Wind ZO 12-15 knopen.
Weer: zonnig.

Dag 17.

De hele dag is het bewolkt. Regelmatig kletsen de hoge golven de kuip in. We zitten veel binnen te lezen. Ik schrijf nog een blogje en werk het tabblad ‘route’ voor op site uit we en bekijken een film.

17.00 uur:
N 35.57″0 W 35.25″0
Zeilvoering: Grootzeil en genua.
Dagafstand: 158 NM
SOG 5-6 knopen.
COG 43°
Wind ZO 17 knopen.
Weer: Hele dag bewolkt.

Dag 18.

Ik heb vannacht onder en fleece dekentje gelegen. Het is 26 graden binnen en ik had het koud. Haha, in Nederland zal ik dat eerdaags wel anders ervaren, maar vergeleken met de Carieb, het was toen nog 33-35 graden, vond ik het vannacht echt frisjes.

Joehoe, we zijn er bijna. We moeten nog maar 200 NM. Ronald en ik moesten beiden lachen, dat we het woord ‘maar’ gebruikten. Verleden jaar zouden we ‘op en neer naar Engeland varen’ nog een hele onderneming vinden.

Wat een heerlijke zonnige dag, dit hadden de gribfiles helemaal niet voorspeld. Vandaag is geen sargassumwier te zien, toch vangen helaas weer geen vis.

Misschien komen we morgen nog voor het avondeten aan? Dan kunnen we op mijn verjaardag gezellig uit eten?

17.00 uur:
N 37.57″0 W 33.0″0
Zeilvoering: Grootzeil en genua.
Dagafstand: 167 NM
SOG 5-6 knopen.
COG 45°
Wind ZO 18 knopen.
Weer: Hele dag heerlijk zonnig.

Dag 19.

We zijn vandaag 18 volle dagen (24 uur) op zee. Het is licht bewolkt, soms prikt het zonnetje erdoor. Toen ik wakker werd hingen er vlaggen onder de bimini. Ik ben vandaag 54 jaar geworden. Ennn…vanmiddag komen we aan op Flores. Zo gezellig, want dan kunnen we lekker uit eten op mijn verjaardag. Vanochtend hebben we ontbeten met bruin stokbrood uit de oven met dik roomboter en jam. Vannacht hebben we stroom gedraaid, dus heb ik mijzelf getrakteerd op een extra lange warme douche van 3 minuten. Van Ronald heb ik ‘een nachtje in een hotel met lekker ontbijtje’ gekregen. Van een wit kladblaadje met lichtblauwe lijntjes had hij een envelop gevouwen met een briefje erin volgeschreven met Ronaldse humor, ik had geen fijner cadeau kunnen krijgen.

Dit is de tweede dag dat er twee pijlstormvogels met ons meevliegen. Kuhls Pijlstormvogel, van onderen wit met donkere rand, van boven bruine kleuren, gele snavel, roze gele poten, vleugelwijdte 112 cm.

Om 14.30 uur komen we aan op Flores. Tot het laatste moment blijft het eiland in de mist hangen. Opeens zien we het opdoemen. Vlak voor de haven is de deining zeer hoog, 3 meter. Naast ons zien we een enorme bruine? haaienvin langs zwemmen. De haveningang is smal en voor de helft bevaarbaar in verband met een enorm betonblok wat net boven water uitpiept. In de haven worden we verwelkomd door de Morgaine. Ik kijk naar de steile begroeide rotswand in de haven. ‘Ohhhh…wat is het hier mooiiiii…joehoeeiiii, we zijn errr!!!’. Wat een supermooie reis hebben we gehad en wat is het heerlijk om weer aan land te stappen.

17.00 uur:
N 35.57″0 W 35.25″0
Zeilvoering: Grootzeil en genua.
Dagafstand: 158 NM
SOG 5-6 knopen.
COG 43°
Wind ZO 17 knopen.
Weer: Hele dag bewolkt.

De Caraïben:

Martinique: 

In de haven van de werf Carib Marine in Marin te Martinique klussen we ons drie keer in de rondte. De samenwerking met de werf verloopt prettig. De nieuwe voorstag wordt geplaatst en het oude rolfoksysteem wordt omgebouwd voor de kotterfok. We vervangen de waterpomp, de accuoplader, de navigatieverlichting voor, achter en in de mast. De AIS wordt verbonden met de radar en open CPN. De boiler doet het niet meer op de walstroom, maar functioneert verder prima. De radio doet het ook niet meer. We besluiten beiden nog even niet te repareren. We laten door de zeilmaker een bies maken op de kotterfok, zodat het gebruikt kan worden voor het rolfoksysteem. Na vele pogingen kunnen we de afstandbediening van het anker toch weer maken. De rail op de mast voor het uitbomen van het zeil wordt opnieuw op de mast gepopt. We gaan op zoek naar zouttabletten en gasampullen voor onze zwemvesten.

Tussendoor worden er wassen gedraaid, zodat de gasten en wijzelf weer in een schoon bedje kunnen slapen. De alarmpost in Nederland heeft zorg om de vleermuisbeet van Ronald, zij vermoeden een Rabiësinfectie. Wij maken ons geen zorgen, maar gaan voor de zekerheid toch naar de huisarts. Zowel de gidsen in Suriname, als de huisarts in Martinique denken niet aan Rabiës. Toch adviseert de alarmdienst dat Ronald naar Nederland komt voor het tegengif, omdat het volgens hen niet verkrijgbaar is in geheel Zuid Amerika? We gaan naar het ziekenhuis in Fort de France, waar Ronald gewoon het tegengif en de vaccinaties krijgt toegediend. Ronald moet vervolgens nog 4 keer terugkomen.

We huren een auto voor het zoveelste ziekenhuisbezoek en halen Geert Jan en Suus van het vliegveld. Het klinkt gek, maar na al dat geklus, voelt deze week als een soort vakantie.

Om af te tasten hoe Suus een zeiltocht op zee ervaart, kiezen we de eerste dag voor een baaitje verderop, Anse D’Arlet. Pelikanen en zwartwitte Jan van Genten vliegen met ons mee. Voor het eerst van mijn leven zie ik een roodsnavelkeerkringvogel van dichtbij langsvliegen. Zo indrukwekkend, dat spierwitte rompje met zwarte band om het oog, en dan die staart die als twee flinterdunne touwtjes van rond 35 cm achter de sierlijke vogel aanzweeft. Eenmaal in de baai is het snorkeltijd. Zo leuk om weer samen met GJ de onderwaterwereld te bewonderen. ‘S avonds steken we de BBQen aan op het achterdek en genieten van het avondlicht.

De volgende dag vertrekken we naar St. Piere. We gaan op zoek naar een VVVkantoor, welke niet te vinden is. Wel ontdekken we een vervallen amfitheater. ‘S avonds eten we heerlijk lobster op een terras aan de waterkant.

Dominica:

In de baai van Roseau worden we meteen te gemoed gevaren door een bootboy. Als we hem inhuren als gids hoeven we geen mooringgeld te betalen. We maken een wandeling naar de top van de botanische tuin en snorkelen in een prachtige baai. De grote vulkanische zwavelbellen die onder het zeeoppervlak uit de grond omhoog borrelen geven een sprookjesachtig effect. Suus snorkelt heel stoer mee. Op weg naar de volgende baai moeten we ons goed vasthouden, de twee locals scheuren met wel 250 PK langs de grillige rotspartijen. Opeens remt de boot af. Wat is er aan de hand? We horen de twee jongens hard lachen, als blijkt dat de ankerketting op de voorpunt is los gegaan en onder de boot terecht is gekomen. Het uitje wordt warm afgesloten met een drankje in een hottub, vulkanische bubbels in een zandzakken omzoomd badje in de zee.

Martinique:

Ondanks dat we in het donker van de baai van st. Piere aankomen, verloopt het ankeren goed. De volgende dag beklimmen we mountain Pelée, een mistregenwoud.

GJ en Suus besluiten over land naar de volgende haven te reizen en wij genieten van een heerlijke zeiltocht om de Diamond Rock. De volgende dag bezoekt Ronald weer het ziekenhuis en maken we tot slot met z’n viertjes een prachtige tocht door de bergen. De week met GJ en Suus is om gevlogen, het was supergezellig.

De komende dagen staan weer in het teken van de klusjes en halen we Birte en Marre van het vliegveld. Het wordt een ontroerend wederzien. We vertrekken de volgende ochtend meteen naar…

St. Lucia:

Op naar Marigot bay, een prachtige zeildag met twee zonneminnende schoonheden op het voordek. Het witte strandje met de vele palmen maken het Cariebgevoel compleet. ‘S avonds eten we aan het strand met live music en besluiten de avond met een potje poolen. De oudjes tegen de jonkies.

Voordat we vertrekken naar Soufriere bay, wandelen we de heuvel op om inkopen te doen. We genieten van heerlijke verse fruitsmoothies, samengesteld door Marre, laat dat maar aan haar over.

Soufriere is een klein vissersdorpje. Iedere vrijdagavond loopt het dorp uit om op straat te BBQen onder het genot van keiharde rastamuziek. De casino vindt gewoon plaats op straat. Verschillende mannen spreken Ronald aan om hem te complimenteren met zijn prachtige dochters. Birte komt met haar blote voet in de modder van een vies gootje naast de stoep. Een jongen biedt haar aan om haar voeten te wassen. En geeft vervolgens advies waar we lekker kunnen eten. Wij eten in een sportcafé en darten in de deuropening waar een ieder langs moet. De volgende ochtend maken we een vermoeiende, maar mooie wandeling naar de Supermanwaterval, een indrukwekkende plek voor een fotoreportage.

The Pitons bay, vernoemd naar de twee puntige bergen aan weerszijden laat een diepe indruk op mij achter. Hoe nietig is onze ia naast deze woeste steile hellingen. We snorkelen en spotten een schildpad. Bij de zonsondergang worden we getrakteerd op de mooiste oranje luchten ever. De hemel lijkt wel in brand te staan, ik ben er stil van. ‘S avonds eten we in een chique restaurant met live music. Marre en ik dansen met onze blote voeten in het zand.

De volgende dag probeerde we eerst in Castries in het centrum, vervolgens aan een grote mooring en daarna aan een kleine mooring aan te leggen en werden bij alle drie weggestuurd. We besluiten om door te varen naar Pigion island naar Rodney bay. We snorkelen naast de boot en zwemmen richting de rotsen. Birte kan er geen genoeg van krijgen, helaas hebben we geen tijd om met haar te gaan scubaduiken. ‘S avonds eten we in schattig café aan het strand, waar de meubels gemaakt zijn van afvalhout.

Martinique:

De reis terug naar Martinique verloopt voorspoedig, fijn dat de meiden ook van het zeilen kunnen genieten. Birte wil graag onder een echte douche en we gaan op zoek naar een haven. We belanden in de saaie haven van Fort de France, niet echt een plek met Cariebgevoel. De volgende dag vertrekken we vroeg naar Trois ilets en maken we een kanotocht door de mangroven en zien we grote vuurrode mangrovenkrabben. Helaas spotten we geen zeepaardjes. Op de terugtocht door de hoge golven met tegenwind zijn de meisjes als eerste weer bij de steiger. Wat wil je met zo een leuke gids.

In Fort de France bezoekt Ronald weer het ziekenhuis voor een injectie. ‘S avonds brengen we de meisjes naar het vliegveld. Wat hebben we genoten van de meiden, het is lastig om weer afscheid van ze te nemen.

Eén van de leukste baaitjes van Martinique is Anse Noir, een rustige plek ( 3 andere boten) zonder herrie en swell. Het blijkt ook nog een prachtige snorkelplek. ‘s avonds worden we uitgenodigd door Hans en Katrin van Esmaralda (Duitsland) voor een borrel.

St. Lucia:

In Bay Canaries willen we een mooring pakken. Een bootboy blijft aandringen dat hij wil helpen. Hij geeft aan dat hij honger heeft. We geven hem onze chips. Hij vraagt geld voor de mooring, hij kan zich niet identificeren. Toch geven we hem de fee. Een andere boot komt en zegt dat hij het geld komt innen voor de mooring. Wij geven aan dat we al betaald hebben. De andere jongen geeft aan dat dat geld was voor het helpen. We koppelen meteen los en varen naar de volgende baai, Anse Cochon. Een geluk bij een ongeluk, want we ankeren daar als enige boot. Aan land horen we de zangvogeltje vrolijk fluiten, zo genieten. 

St. Vincent:

Na een keigave zeildag van 6,5 uur kwamen we aan in de baai van Chateaubelair, bekend om haar prachtige duik- en snorkelgebied bij het kleine eilandje ten oosten van de baai. We zochten een prachtig ankerplekje uit. Een Engelsman in een dinghy voer langs en gaf aan dat de douane nu aanwezig was. Omdat het zaterdag was en we best dicht bij het strand lagen, bleef ik nog even aan boord om het anker te controleren en ging Ronald meteen naar de kant om in te klaren. In het dorpje was echter geen pinautomaat. In het plaatselijke supermarktje kon Ronald wat East Cariben dollers pinnen als hij ook wat inkopen deed.

Terug aan boord vraagt Ronald  voor de grap, om de rollen eens om te draaien, aan een boatboy of hij niet iets van ons wil kopen. De man neemt het echter zeer serieus en heeft zeker belangstelling voor het duikmes en het navigatielampje. Hij komt graag morgen terug met echte euro’s.

‘S avonds gaan we terug voor een simkaartje en een hapje te eten. De winkel was net gesloten, maar moeder en zoon waren zo vriendelijk ons toch een simkaartje te verkopen. Op weg naar het restaurant lopen we geregeld door een walm van wietgeuren. Ik had gehoopt op lekkere verse vis, maar het leek meer op diepvriesvis. De maaltijd was eenvoudig en voedzaam, maar niet echt lekker.

Terug aan boord worden we verrast door een groep dolfijnen in de baai. Van redelijk dichtbij kunnen we aanschouwen hoe ze door een perfecte samenwerking de vissen opdrijven. Wat een schouwspel. Samen vormen ze een hoefijzer om een school vissen en drijven de prooi vervolgens op. Zowel de enorme vissen, mogelijk tonijn, als de dolfijnen zelf vliegen letterlijk uit het water. Terwijl wij ons op het voordek staan te vergapen, drinken de drie Engelsen in het zeilschip naast ons kennelijk een kopje thee en hebben zij niets in de gaten. Pas als ze niet meer te zien zijn en in het ruime sop van de Atlantische oceaan verdwijnen, keren we diep onder indruk terug in de kuip.

De volgende ochtend word ik wakker van een zachte fluisterstem die ‘hello, hello’ roept. Ik klim naar buiten en zie net boven het boeisel, twee grote bruine kijkers. Het is een jongen van een jaar of 8. Hij vraagt of ik nog vuilnis heb en of ik nog fruit wil kopen. Ik zeg dat ik niets nodig heb en maak een praatje met hem. Hij geeft aan dat alle zeilers uit zuiden komen en verwonderd is dat wij uit het noorden waren gekomen. Ik kijk hem verbaasd aan, hoe wist deze jongen dit? De ogen van de jongen beginnen te stralen, terwijl hij naar de gastenvlag van St. Lucia wijst. Oeps, die waren inderdaad vergeten om er uit te halen.

Voordat we zouden vertrekken naar de baai van Blue Lagoon, wilde we eerst nog snorkelen. Vanaf het strand zwemmen we het blauwe water in. Och, wat is de onderwaterwereld toch mooi. We zijn blij verrast met het feit dat hier nog redelijk veel koraal over is in tegenstelling tot Martinique. Tijdens de terugweg hoorden we de Boatboy roepen vanaf het strand. Ronald haalde hem op aan, hij had euro’s gescoord en wilde graag het duikmes en de navigatieverlichting kopen. Gisteren had hij ons groene appelbanaantjes en sinaasappels verkocht. Twee keer vraagt hij om een biscuitje, omdat hij zo hard moest rennen op het strand om op tijd te komen. Zijn kleding en petje zijn oud en vies, zijn waterschoentjes zijn tot op de draad versleten. Maar zijn ogen stralen, omdat hij zo een goede deal heeft gedaan. Zijn handelingen bij het openen van het duikmes en het navigatielichtje worden vele malen herhaald en verbaal ondersteund. Aandoenlijk gewoon hoe hij daar met zijn pretogen steeds opnieuw van zijn mes opkijkt en bij zowel Ronald als mij een soort bevestiging zoekt of hij het goed doet.

Bequia:

Het plan was om Blue Lagoon aan te varen, maar de wind en de stroming waren echt te ongunstig, dus zeilen we door naar St. Admiralty bay, downtown Port Elisabeth. Wat een heerlijke zeiltocht. Met de bus bezoeken we Friendship Bay  waar we een filmpje voor Anja hebben gemaakt.

Tobago Cays:

Nog nooit hebben we zo blauw water gezien. Bij het eiland Baradel zwemmen grote zeeschildpadden rond de boot. Het spierwitte strandje met zwerfhout is als in een droom. Het snorkelen viel tegen, waarschijnlijk zwommen we op de verkeerde plek.  Van ‘s morgens tot de schemering werden we getrakteerd op een prachtige kitesurfshow. ‘s Avonds worden we opgehaald voor een echte beachparty met Lobster, wat een feest.. 

Carriacou:

Middels de whats app spreken we af met Pieter Jan en Renske in Tyrrelbay. Het is een overvolle baai met een harde wind en veel swell. Aan land is er echter weinig te doen. Toch  hebben we drie knoertgezellige dagen met de Lola. De koffie in Gallery Cafe is heerlijk.

Na 3 nachten vertrekken we naar Sandy island. Voor mij was dit het toppunt van een sprookjesachtig bounty-eiland. De beachparty bleek een romantisch diner voor twee bij een kampvuur van droge palmbladeren. We hebben zowel aan de noord- als aan zuidzijde gesnorkeld. Het koraal was minder mooi, maar we hebben wel heel veel grote kleurrijke vissen gezien, Regenboogpapagaaivis, Koningintrekkersvis en Ballonegelvissen. Het is een kraamkamer voor vele vissoorten. We worden dan ook omgeven door gigantische scholen jonge vissoorten. We komen terecht in een harde regenbui. Om ons warm te houden gaan we weer het water in. Vlak boven ons hoofd duiken twee Jan van Genten als een pijl uit een boog langs ons heen om vissen te vangen. Wat een belevenis, om deze jagers van zo dicht te werk te zien. Het waait zo hard, dat de haak van de snobber doorschavielt en op de zeebodem terecht komt. Ik duik hem op 6 meter diepte weer op. Ronald splits er twee nieuwe lussen aan. Tijdens het snorkelen had Ronald voor de zekerheid zowel de watermaker als de windgenerator uitgezet. Helaas een onhandige zet, door de harde windvlagen, 37 knopen, is de generator waarschijnlijk weer doorgebrand.

Union island:

Ronald moet werken en wil zijn digicelkaartje opwaarderen. Vanuit Ashton Bay gaan we met het schoolbusje naar Clifton. Ach, wat zijn die kleutertjes met de meest prachtige creaties van ingevlochten vlechtjes toch schattig. Ronalds zonnebril vliegt overboord en Ik flipper naar 4 meter diepte en zie ‘m warempel liggen.

Petit Martinique:

We drinken een biertje met een Frans echtpaar op hun balkon. Overal loopt er vee op straat. Bij Palmbeach ontmoeten we Engelse vakantiegangers en eet Ronald Conch en ik Barracuda.

St. Vincent:

Het water van Blue Lagoon is helemaal niet blauw, echt een tegenvaller. Er staat een vreemde swell. We bezoeken per bus Montreal Garden, een 24 jaar oude bloementuin van een Engelsman. Een zee van rust en bloemen hoog in de bergen. We spotten vele kolibrietjes en snoepen stiekem grapefruits in de boomgaard. We vervolgen onze reis naar Kingstown. Het  is  vrijdagmiddag en compleet het tegenovergestelde van de Engelse tuin. Het wemelt er van de mensen op straat en er wordt veel gedronken. Tegen de middag wordt de stemming een beetje grimmig. 

In Wallilabou Bay gaan we voor anker met een touw aan een boom. Onderweg vangen we onze eerste Grootoog Tonijn. Dat wordt smullen. De baai is heerlijk rustig, er liggen maar drie boten. Doordat we zo dicht aan de kant liggen horen we enkel het geluid van de branding. Wat is dat  toch een rustgevend geluid, heerlijk. Het is de baai waar de opnames van de Pirates of de Caraiben plaats vonden. Ik maak al zwemmend de gele waterlijn op de romp schoon met Ship Clean. Het zuur brandt in de achterkant van mijn gehele bovenarmen en loop hiermee een 2e graad verbranding op, best pijnlijk.

In de baai Chateaubelair peddelt de bootboy nogmaals langs en vertelt hij opnieuw hoe blij hij is met het duikmes. Ronald kijkt in het dorpscafé Ajax – Real Madrid, uitslag 4-1. De locals moeten erg lachen als Ronald bij ieder doelpunt uit zijn dak gaat.

St. Lucia:

In het vissersdorpje Vieux Fort waarderen we ons simkaartje op in het plaatselijke café. Een lastige activiteit, omdat het meisje zo binnensmonds praat, dat zij niet is te verstaan. Twee vriendelijke vrouwen wijzen ons de weg naar een fijne supermarkt, Massy. Het is zo goedkoop dat ons karretje snel overvol zit. Twee meisjes van de Massy lopen de hele weg met ons mee terug, zodat zij de kar mee terug kunnen nemen. Ronald leest de volgende ochtend op Noonsite dat het sterk wordt af geraden om op deze plek te ankeren, vanwege de ernstige criminaliteit. Haha, dat was dus de reden waarom er geen andere boten lagen. Gelukkig hebben wij alleen maar zeer vriendelijke mensen ontmoet.

Op de heenreis naar ‘bay between two Pitons’ vangen we een barracuda. Het is best spannend om een haakje dicht bij zulke scherpe tanden uit een vissebek te verwijderen. We hebben met Pieter Jan en Renske afgesproken en fileren met z’n vieren onder begeleiding van een you tube filmpje de vis. Sinds tijden heb ik niet zo lekker in roomboter gebakken vis gegeten.

In Rodney bay bezoeken we voor één nachtje een haven. Echt gek om weer eens echt stil te liggen tijdens je slaap. We klaren in en de volgende ochtend weer uit. De watersportwinkel in de haven verkoopt niet echt wat we zoeken. Zowel de windmeter als de windgenerator zijn stuk. De windmeter halen we uit elkaar en doet het vervolgens weer. Ik naai een nieuw ankerkettingzakje voor het hekanker.

‘S morgens vroeg knoop ik al onze landvlaggetjes aan elkaar tot een slinger en vieren we Ronalds 59ste verjaardag.  We gaan voor anker bij Pigion island en eten aan de waterkant bij Jambe de Bois. Wat een heerlijk tentje is dit toch. De volgende dag eten we er weer, maar nu met Pieter Jan en Renske. En met deze keer geen countrymuziek, maar een jazzbandje.

Petit Anse D’Arlet is een schattig dorpje. We eten heerlijk met onze voetjes in het zand en maken een heftige hiketocht in de volle zon over de berg naar Grande Anse D’Arlet. Wat smaakt een koud drankje dan verrukkelijk. Twee knoeperts van zeeschildpadden zwemmen constant rond de boot. 

Martinique:

Op de heenreis moeten we uren lang opkruisen tegen de stroom in. De ankerplaats bij Marin is een soort botenkerkhof met clochards. Gezonken boten, uitgebrande boten en schepen volgestouwd met afval en oude onderdelen. We hadden het adres van de haven van Marin doorgeven aan Eclectic Energie, maar de stator zou nog 5 dagen op het vliegveld in Fort de France blijven liggen. Dus op naar de hoofdstad. De bus kwam weer niet opdagen, mogelijk weer een staking, dus gingen we liften. Dit is elke keer weer een belevenis. Het is verbazingwekkend dat je elke keer na vijf minuten al beet hebt en vervolgens zulke aardige mensen treft die je dan letterlijk voor de deur afzetten. Van het postbedrijf naar de douane en daarna naar het magazijn kostte weer meer tijd dan verwacht. Tussendoor hebben we heerlijke stoofpot van geit gegeten in de kantine van het industrieterrein. Lang leve de doggybag.

Voor de reparatie van de windgenerator hadden we een ladder nodig. We vonden er één op het dek van een oude boot. De eigenaar was echter niet thuis, dus vroegen we aan de clochards in de naastliggende boten of het akkoord was dat we de ladder even leenden. Dat was in orde. De stator had 3 witte draden waardoor Ronald niet wist hoe hij het aan moest sluiten. Er werd veel heen en weer gemaild en gebeld met Eclectric Energie. Bij het open maken van de generator kwam de brandlucht ons al te gemoed. Tot onze schrik was niet de stator, maar de printplaat doorgebrand. De stator met de drie witte draden bleek niet de goede, met duizend maal excuses aan de overkant. Met instructie van Ronald soleerde ik de twee punten op de printplaat weer aan elkaar. Ronald zette de gietijzeren bak, echt loodzwaar zo boven je hoofd, weer in elkaar. Ennnnnn…de windgenerator deed het weer. Echt super.

Bij de ankerplek is ook een steiger van de Leaderprice. We stouwen het Rubbertje vol met Europese boodschappen, lekker en goedkoop. In de 2e hands watersportwinkel scoren we een duikbril met snorkel, ‘zwarte vegen verwijderbaar’ (onze puts maakt zwarte vegen op de romp), een terugslagklepje en slotbouten (de ogen van ons Rubbertje zijn afgebroken en nu kunnen we de dinghy niet meer in de Davids ophangen). Helaas hadden ze geen magneetjes voor de deur van de natte cel.

Op naar het Noorden, voor de achtste keer zeilen we langs de Diamant Rock. we ankeren in Anse Noir. Wat heerlijke baai, we liggen er met 5 boten. Helaas was er ‘s nacht veel swell en overdag geen bereik, dus op naar…

Anse Mitan is een fijne baai zonder swell, met wel af en toe even geschommel van de ferry. Het strand zit vol locals en toeristen. Zo mooi, al die mensen jong en oud op het strand. Aan het strand landen we op een gezellig terras met live music, Ka du Sud. De negen mannen draaien geregeld een plekje door, kennelijk kunnen ze vele instrumenten bespelen. Voor dat we het weten staan wij ook heerlijk te dansen, wat een beat. We sluiten de avond af met een lekker stukje Kangeroe, jammie.

In de salon van de ia is het geregeld 32 graden. Tijdens het koken is het meestal 35 graden in de kombuis. Bij onze voorbereidingen in Nederland had ik vaak zorg om of ik wel tegen de hitte kon tijdens de reis. Ik zat tijdens vakanties altijd in de schaduw, omdat ik snel verbrandde, maar ook omdat ik mij minder prettig voelde bij heet weer. Inmiddels ben ik voor mijn doen poepiebruin, ik wist niet dat ik zo bruin kon worden, en kan ik prima tegen de hitte. Gelukkig maar.

Samen met de Lola zeilen we naar St Piere. Helaas bijt een barracuda ons wonderhaakje van Damaris, een roze glitter inktvis met dubbele grote haak, door. In St. Piere gaan we uit eten bij een Frans restaurantje. Echt heerlijk weer eens wat anders dan Creools.

Dominica:

De zeiltocht naar Dominica verloopt onrustig, van amper wind naar veel windshifts, waardoor we veel moeten prikken en hakken. ‘S morgens lopen we naar het dock om ons in te klaren. We mogen ons niet, zoals in Chris Doyle beschreven staat, ook meteen weer uitklaren. In het centrum kopen we een nieuw simkaartje en diclofinac. Op straat kopen we een local drankje van melk en zeewier. Het is mierzoet en we geven het aan een zwerver die er wel blij mee is.

Aangekomen bij de Rupert bay lukt het ankeren niet, de afstandbediening werkt even, maar houdt er na 10 meter mee op. Vlug pakken we een mooring. Er is een 100 ampère zekering door, we vervangen deze, maar daarmee is het probleem nog niet opgelost. Gelukkig doet de reserve afstandbediening het wel. Wat een pech…onze windmeter heeft het even gedaan, maar is er toch weer mee uitgescheden.

Yara, Glen en Tjaart zijn op drie één volgende dagen jarig. In Rupert bay vieren wij ( Saar, Zouterik, Plantius, Morgaine, Lola, Eumega en de ia. Totaal 17 mensen) feest. Glen geeft een Rumpunchparty aan boord met een wedstrijdje ‘wie kan het langste op een sup (soort surfplank waar je staand op peddelt) door de bochten, getrokken door een dinghy, blijven staan’. Ik win de wedstrijd, omdat ik niet alleen blijf staan, maar ook een dansje maak. ‘S avonds is er een beachBBQ met dirty dancings wedstrijd met gemengde koppels. Ronald wint met Renske. Wat een fantastische avond.

De volgende dag gaan we met Lola, Morgaine en Plantius met een gids de Indian River op. Ondanks dat Colombus beweerd de eerste te zijn die Dominica heeft ontdekt, kwamen de indianen uit Zuid Amerika al 3000 voor Christus naar dit prachtige eiland. Zij leefde van de jacht. Een aantal jaar na Christus kwamen de Noord Amerikanen naar het eiland, zij leefde meer van de landbouw. Orkaan Maria verwoestte in 2017 de vele fruitbomen, natuur en huizen. De mangroven van Indian River werden grotendeels ook verwoest, waardoor het van een bijna ondoordringbaar gebied een brede rivier werd. We spotten er veel grote witte landkrabben en een Geelkruin Kwak. Er werd ook veel gelachen, daar de gids een soort spraakgebrek had, waardoor de meest vreemde versprekingen tot  zeer grappige verwarring leidden.

Vrijdag maakte we in een busje, met 14 mensen en één gids een tourtje door Noord Dominica. We bezochten een chocolade fabriekje Point Baptiste, het indianenreservaat hoog in de bergen en de waterval van Emerald Pool, waar we heerlijk met z’n allen hebben gezwommen.

Op weg naar Iles des Saintes blijkt bij vertrek ook de andere afstandbediening niet te werken. Hopelijk is niet de ankerlier zelf kapot. Maar ook als de ontvanger stuk is waar vindt dan de kortsluiting plaats? Houdt het dan nooit eens op, zucht. Hopelijk kunnen we het bij aankomst zelf maken? De zeiltocht is echt genieten, we turen constant de horizon af, maar zien helaas geen bultrug.

Guadeloupe:

Rudolf  en Damaris van de Carrousel komen vanaf Grenada, 250 mijl, naar ons in Pointe á Pitre varen. We hebben drie hele gezellige dagen met ze. Damaris heeft een Mahi Mahi gevangen en ‘s avonds peuzelen we deze op. De tweede avond koken we eendenborst voor ze en de derde avond eten we bij de Libanees. We bezoeken een prachtig museumpje in het centrum, zowel het Koloniale gebouw zelf als de kunst binnen is prachtig. We monteren een nieuw relais van de ankerlier, kopen twee nieuwe comfortseats en een pikhaak.

De baai Anse à la Barque is klein en heerlijk rustig. Pelikanen maken duikvluchten naast de boot. Het water is aquariumhelder, maar de koralen zijn wit. Ik kan daar zo droef van worden. De opwarming van het zeewater heeft hier behoorlijk huis gehouden. De tweede dag ankeren Carrousel en Lola naast ons en trakteert Renske ons op een supermaaltijd, tjonge wat kan zij toch lekker koken. In de kuip van de Carrousel smikkelen van een tajine van kip, pruimen en wortelen. Een salade van sperziebonen en artisjokken en een overheerlijke couscous.

Met z’n drieën varen we naar de baai van Pigeon Island. Eaumega heeft vannacht op deze ankerplek ernstige schade opgelopen op de boeg, doordat een andere boot ging krabben. Terwijl wij ons anker uitgooien zien we naast ons nog twee boten tegen elkaar op botsen. We brengen vlug Carrousel en Lola op de hoogte en varen vervolgens gezamenlijk door naar Deshaies.

Deshaies is een heerlijke rustige baai. We instaleren een nieuwe choke (gekregen van Lola) en vervangen de olie van de buitenboordmoter. We hangen de pikhaak op. En gooien de diesel uit de jerrycans over in de dieseltank. We vervangen een filter van de watermaker, maar daarmee is het probleem van het afslaan nog niet opgelost, mogelijk is de pomp stuk?

Joepie voor het eerst is mijn zelfgebakken brood gelukt. Voordat je de meel en het water toevoegt aan de gist, moet je eerst de gist met suiker en handwarm water aanlengen. Als de gist gaat borrelen kan het meel en het water worden toegevoegd. Wist ik veel. Ik gooi er per ongeluk teveel water bij, dus bak ik van een gedeelte 3 dikke pancakes met rozijnen, heerlijk. ‘S avonds maak ik tajine van kip, met kruiden uit Marokko, gekocht in de medina. Ohhh, zo lekker, echt goed gelukt.

Op de Saar hebben we een Rumpunch party. Ongelooflijk we zitten met 16 volwassenen in de kuip.

Ik ben mij aan het inlezen want we gaan sinds jaren weer eens scubaduiken. (De laatste duik in Madeira was een negatieve ervaring. Mijn fles was niet volledig open, de bovenkant van de fles stootte bij iedere beweging tegen de achterkant van mijn hoofd, mijn bril besloeg constant, ik had te weinig lood, er stond een gigantische stroming en er was geen vis te zien). Ik heb zin in de duik van morgen, maar vind het ook spannend. Vlak voor de afdaling word ik opeens onzeker. Terwijl alle kruintje van de anderen net onder het wateroppervlak verdwijnen, geef ik bij de instructeur aan dat ik mij opeens bang voel. Vol enthousiasme zegt hij: ‘come on, we go together’. Opeens vloeit alle angst uit mij weg en ga ik zonder problemen naar beneden. Wat is het mooi. Ik kan mij vrij bewegen, het zicht is gigantisch en mijn ademhaling zeer rustig. Ook het trimmen op mijn ademhaling lukt zo goed, dat ik aan het einde nog genoeg over heb, zodat Ronald nog op mijn octopus een kwartiertje verder kon. Zowel van de eerste duik, als van de duik de volgende dag met z’n 5en ( Pieter Jan, Rudolf en Damaris) heb ik intens genoten. Wat een prachtige koralen. Dikkop- en een karretschildpadden, gevlekt riddervisje en lionfish gezien. Wat een schoonheid met zijn wapperende witte veren.

De bodem in de baai van Deshaies is lastig, velen hebben last van een krabbend anker en zoeken dan weer een ander plekje op.

We huren een auto, slaan groot in bij de leader price en beklimmen de Grande Soufriere. Een wandeling van 1 uur en drie kwartier steil omhoog de vulkaan op, 1479 meter. De start 950 meter is makkelijk, een aangelegde weg met ronde keien, maar gaat snel over in losse keien in modderwater. De jungle is prachtig. Boven is het koud, mistig, dus geen uitzicht. Op de top waait het zo hard dat we amper kunnen blijven staan. Op de terugtocht die veel lastiger is dan de heenreis krijgen we een plensbui over ons heen. De volgende dag hebben we allebei spierpijn.

Antigua:

We hebben een flesje champagne gekocht voor de winnaar van de viswedstrijd en de zeilwedstrijd. Wat een heerlijke zeiltocht, de golven vlak voor Antigua zijn best hoog, 2,5 à 3 meter. Carrousel wint. Pieter Jan had als enige beet, maar helaas viel de vis van zijn haakje.

De baai bij English harbour is idyllisch en poepchique. Damaris scheurt haar enkelband, wat een pech. Gelukkig heeft zij de volgende dag al minder pijn.

Ik geniet van het uitzicht op de mangroven, de prachtige Engelse huizen en de megamega jachten. Ronald en ik snorkelen om het hoekje bij Hercules Pillars, een zeer indrukwekkend rotspartij. We zien een school krokodillengepen, lichtblauw en 1,5 meter lang, zooo mooi. Ook zien we een gratenvis van ruim een meter, een barracuda, een koninginpapagaaivis en een school gigantisch paarsblauwe doktersvissen.

Tien miles opkruisen naar Green island lijkt niets, maar een squal en vervolgens een windstilte in combinatie met hoge golven geven mij een katterig gevoel. Met het naar de horizon turen en 3 crackertjes met pindakaas is het gevoel na een kwartier gelukkig zo weer weg.

We komen in een paradijsje terecht. Green island ligt achter een groot rif, en we moeten tussen twee ondieptes door de lagune in. We pakken een mooring en zijn alleen. Wat een rijkdom. Rondom zien we smalle witte strandjes en in het blauwe water zien we regelmatig een kopje van een schildpad boven komen. Het snorkelen valt een beetje tegen. We gaan aan de kant om met z’n tweetjes te BBQen. Ronald maakt van droge takken een kampvuurtje. Met kleine steentjes bouwt hij een muurtje voor het rooster. Wat een bijzondere avond, zo romantisch. Ik zal deze avond niet snel vergeten.

De volgende ochtend skinny dippen we in het helderblauwe water, we hebben de lagoon ten slotte voor ons alleen.

We ontdoen de kajuit, de vloer binnen, ons bed en de dinghy van al het zand. Vervolgens doen we nog een handwasje en vertrekken we naar Hughes bay. In de pilot staat dat er in het resorts brood te koop is, helaas klopt dit niet. Wel laten we ons ‘s avonds verassen met een verrukkelijk diner tussen de rijke Amerikaanse jetset van het resort.

Barbuda:

We 2 nachten voor anker in Low bay. Zie blog: ‘Twee riffen’. We maken prachtige foto’s  op het strand. Ik neem een conch mee van een stapel schelpen waarvan de inhoud al is opgepeuzeld.

Antigua:

Vlak voordat we de baai van st John willen in varen, krijgen we een appje van de Carrousel. Damaris heeft een kingfish gevangen en biedt aan om te komen eten. Daar hoeven we niet lang over na te denken, we keren om en varen één baai verder naar Deepbay. Het was weer supergezellig en echt smullen. De volgende ochtend gaan we alsnog naar St. John. Op een leuk terras lunchen we met een heerlijke witte wijn. Op de overdekte markt kopen we mooi fruit en verse groenten. Tegen de avond wordt het een beetje grimmig aan de steiger in het centrum en besluiten alsnog terug te varen naar Deep bay.

Guido Schotman heeft ons uitgenodigd om mee te doen met de Antigua Classic Yacht Regatta en wij nemen graag dit aanbod aan. Zie blog ‘racen met vertrekkers’. Op  de eerste avond in Falmouth bay hebben we een beach BBQ op Pigeon beach ter gelegenheid van het afscheid van Carrousel en teambuiling voor de race (Aanwezig: Carrousel, Lola, Morgaine, Plantius, Zouterik, Saar, Elizabeth en ia Orana). Er volgen 3 trainingsdagen. Met een surfboard en 40 meter lijn aan een ankertje maken we een boei. Helaas raken we bij het binnenhalen van het boardje, de lijn en het anker kwijt. Niemand heeft wedstrijdervaring, elke dag gaat het weer beter, de leercurve is hoog. De solorace is voor Guido een enorme uitdaging. Ronald ziet hoe zwaar het is voor Guido, maar hij mag niet helpen, wel kan hij mondeling Guido enorm bijstaan. Hilarisch is dat Guido in een 100dollarkostuum zeilt, er gaat dan ook een fotograaf mee aan boord. Guido wint de eerste prijs van het meest zeewaardige schip en de 3e prijs met de solorace in zijn klasse, iets wat hij vol trots in ontvangst neemt. Daarna volgen er nog 4 races, met elke dag een nieuwe baan. We worden 4e binnen onze klasse. (vaste crew: Guido, Ronald, Liesbeth, Tjaart, Jurgen en Maurijn) ( wisselcrew: Mariska, Pieter Jan, Anders, Anouschka). Ronald is stuurman en tacticus, ik ben voordekker en doe in de kuip de spinakertrim en af en toe de fok. Wat een keigave dagen, Ronald en ik hebben genoten. Al die prachtige klassieke zeilschepen die vlak langs zeilden maakte het extra speciaal. Renske zorgde elke dag voor overheerlijke broodjes, zelfgebakken broodjes met homemade eier-, tonijn- of geroosterde groentesalade, echt smullen. We vullen twee gasflessen en monteren de Bilgpomp weer aan het schot vast.

We varen langs een prachtig langgerekt rif en zien een rog naast de boot zwemmen. In Jolly’s harbour checken we uit. En halen voor de zoveelste keer de windmeter uit de top van de mast. We lenen een soldeerbout, maar het lukt niet de plaatjes op de celbatterijen te solderen. We kopen een krimpkousje en smelten die om de 2 celbatterijen en de windmeter lijkt het weer te doen. De volgende dag lier ik Ronald weer in de mast en mijn Kappie monteert de windmeter weer in de top.

Ronald neemt vaak de leiding aan boord. Aan de ene kant vind ik het wel relaxed niet de eindverantwoordelijkheid te hebben. Ik kan al veel zelf, maar laat ook nog veel aan Ronald over. Tijd voor verandering. Morgen wil ik van Antigua naar Nevis varen. Ik heb een route naar een ankerplek bij Charlestown ingevoerd. Op de Windyapp lees ik dat de wind plat voor het lapje is, 10 knopen met windstoten van 15 knopen. Prima wind om met de gennaker als spi te varen. Oefff…toch een beetje spannend, morgen ben ik kappie.

Ik vraag Ronald de boom te zetten voor de spi. Even later kermt hij het uit op het voordek. Het is in zijn rug geschoten, later denkt hij aan een gekneusde rib. Ik masseer zijn schouderblad en geef hem 2 paracetamollen, het lijkt iets beter te gaan. Ronald doet een dutje van een uur en ik spi verder. Trots en voldaan over deze zeildag gooi ik het anker erin. Dit ga ik vaker doen, ik heb veel geleerd vandaag. 

Nevis:

Als we vlak bij de pier van Charlestown voor anker gaan, zien we verderop veel boten aan een mooring liggen. Ondanks dat er op open CPN een ankertje op de kaart staat, blijkt dat we hier niet mogen ankeren. Eenmaal op de pier wordt meteen gevraagd of we al ingeklaard zijn. Het is 17.30 uur en customs is gesloten. We mogen dus niet aan land. Ronald zegt met zijn liefste gezicht dat wij alleen maar even iets willen eten. De havenmeesteres zegt: ‘okee, maar je mag niet met de taxi, ik loop mee naar de bank, dan breng ik jullie naar de Chinees en jullie moeten beloven morgen om 8.00 uur in te klaren’. Pfff…dat wordt vroeg op staan om op tijd er tussen uit te sneaken, hihi.

St. Eustatius:

We varen naar St. Eustatius. Henriëtte heeft ons uitgenodigd om te komen logeren. Als we langs de kust varen, zien we haar zwaaien onder het prieeltje. We ankeren voor Oranjestad, fijn om op land te slapen, want er is veel swell in de baai. Wat een heerlijk huis en wat een warm welkom. De volgende dag brengt Cees ons naar hetginpunt van de wandeling naar de krater van de vulkaan. Het is een heftige wandeling, maar meer dan de moeite waard. De jungle in de krater is prachtig. We zien er oude bomen met plankwortels en de (inmiddels bedreigde) kwartelduiven koeren er op los. We zien heremietkrabben en veel salamanders. Opeens stinkt het gigantisch naar geitenkeutels, even later zien we een dode geit op het pad liggen. ‘S middags duiken we ten noorden van Oranjestad, wat is het daar prachtig. Er liggen twee wrakken op 22 meter diepte. Op een wrak groeien weer totaal andere koralen dan op een rif. We zien vele pijlstaartroggen, barracuda’s, lobsters, reuzenheremietkreeften, lionfish, een Franse keizersvis en vele kokerwormen in een ‘sahara landschap’. ‘S avonds zijn we na deze twee activiteiten bekaf en gaan we vroeg naar bed, want Henriëtte wil morgen met ons meevaren naar St. Maarten. De volgende ochtend giet het echter van de regen en besluit zij niet mee te gaan.

St. Maarten:

Simpson bay is geen mooie plek met veel swell, maar we hebben de afspraak met een monteur van Titan, om de watermaker te maken. We demonteren de membranen (5 kg) en de watermaker (5 kg) en varen met nog 2 grote zakken wasgoed een kwartier naar de kant. De was is binnen anderhalf uur weer schoon en droog. Maar we zijn 200 dollar armer en niets opgeschoten met de watermaker. Terug aan boord monteren we de watermaker weer. Tussendoor gaat ook een bilgpomp stuk, welke we niet kunnen repareren, maar een andere bilg kan het oppompen eventueel overnemen, dus we laten het even zo. We voelen ons even moedeloos, houdt het dan nooit op? Gelukkig kunnen we ons snel weer herpakken, regelmatig klussen hoort nou eenmaal bij deze manier van reizen. De volgende ochtend bellen we de monteur die ook bij ons aan boord zou komen af. Hij gaf aan dat hij snel zeeziek was en dan niet meer kan nadenken. Duhhh…en wel 100 dollar per uur rekenen? We bellen de dealer in Nederland. Hij heeft weer een aantal tips en we gaan weer aan de slag. Vandaag is het carnaval in Philipsburg en Ajaxwedstrijd op tv in de middag. Mogelijk gaan beide niet door, want het klussen neemt veel tijd in beslag.

We hebben de druk van de watermaker verhoogd naar 8,5 bar, helaas niet met het gewenste resultaat. Vervolgens hebben we de membranen doorgespoeld met een zuur, vloeistof nr 1. De volgende stap is kijken naar het resultaat en anders twee nieuwe membranen kopen. In Nederland kosten deze per stuk 240 euro. Hier is er maar één op voorraad voor 290 dollar. Dat wordt ‘m dus niet.

We besluiten eerst een scooter te huren en naar het carnaval in Philipsburg te gaan kijken. Een zeer goede keus, want we crossen langs een gigantische stilstaande file richting het feestgedruis. Bij een verhoogd overdekt terrasje van een aantal locals nemen we plaats. In de schaduw eten we gevulde krab, echt smullen en een kipsaté. Met een koud biertje in de hand wachten we met z’n allen de parade af. We maken een praatje met een man, waarvan zijn vrouw en dochter meeloopt in de parade. Een kostuum kost gemiddeld 1500 dollar, het wordt helemaal op maat gemaakt en kan het jaar erop niet meer gedragen worden, omdat er dan weer een ander thema is. Tijdens het gesprek komt ook het thema orkaan Irma aan bod. Deze man met grijze kroeshaar is er laconiek onder. ‘Het hoort erbij, alles wat niet vast zit waait nou eenmaal weg…dan moet je niet op een eiland gaan wonen’.

Het is bijna 15 uur en we gaan op zoek naar een plek waar we Ajax Tottenham kunnen zien. Wat een feest, we komen in een Mokumcafé terecht met keiharde Hazesmuziek. Zo heerlijk om even mee te galmen. Ajax wint met 1-0, iedereen gaat uit z’n dak. Naast mij staat een Engelsman, hij kijkt een beetje verbaasd naar de de dansende menigte, rare Nederlanders.

De volgende ochtend zetten we de watermaker aan, in afwachting van het resultaat van het doorspoelen van de membranen. Hij pompt nu al 1 uur en 45 minuten zonder af te slaan. Zou we hem dan toch gemaakt hebben????

St Martin.

Ik wilde groot inslaan met houdbare producten bij Super U, maar het is 1 mei en alles is gesloten. Als alles alles meezit is het 18 dagen van st. Maarten naar de Azoren. En 7 dagen van de BVI’s naar Bermuda en 14 dagen van Bermuda naar de Azoren. Ongeacht welke optie wij dus kiezen wil ik hier voor 25 dagen aan houdbare producten inkopen. Want verse groente en fruit kunnen we dan wel kopen op de BVI’s en/of Bermuda.

De volgende dag gaan we aan land. We lopen de stad in en ik herken vele gebouwen en het terras waar we 13 jaar geleden onze eerste vakantie samen startte. We kopen een ophijsband voor de buitenboordmoter en een nieuw magneetsysteem voor de toiletdeur. We lopen in de hitte naar Zodiac, die helaas geen dinghy’s meer verkoopt. De verwoestende gevolgen van orkaan Irma zijn in vergelijking met de Nederlandse kant van st. Maarten nog amper aangepakt. We doen groots inkopen bij de super U en lopen met een volgeladen winkelwagen een kwartier lang over kapotte stoepen en wegen. De dinghy ligt afgeladen en eigenlijk passen we er zelf niet meer bij. De golven in de baai zijn onrustig. Een aantal keer klots het zoute zeewater over de rand.

Als eindelijk alle boodschappen aan boord zijn, moeten we op zoek waar alles opgeborgen kan worden. Plek genoeg, maar ik moet het natuurlijk ook nog terug kunnen vinden. De eieren zijn gesneuveld een vele boodschappen zitten onder het struis. Na ruim een uur ligt alles op zijn plek.

Britisch Virgan Islands.

Op naar de BVI’s, maar eerst nog even afscheid nemen van de buurtjes. Want het is de vraag of we iedereen weer zien op de BVI’s of de Azoren? We gaan eerst langs Guido. De Hera is helaas niet aan boord. De Zouterik gaan na de BVI’s naar Curaçao. Dus hopelijk zien we ze nog een keer. En tot slot gaan we op de borrel bij Renske en Pieter Jan. Hopelijk zien wij hen weer in de Azoren. We halen anker op en worden uitbundig uitgezwaaid en Renske blaast zelfs op een toeter, wat een warm afscheid. Beide spreken we uit hoe speciaal dit voelt.

Voor de derde keer deze week besluit ik dat ik volledig zelfstandig van A naar B wil zeilen. ‘S avonds voel ik mij trots, het is mij weer gelukt iedere handeling of beslissing zelf te nemen. Een paar keer moet ik Ronald zeggen, ‘Hé, ik vaar vandaag’. Het is zo een automatisme voor Ronald dat hij de zeilen trimt.

Het eerste eiland wat wij aandoen is Virgan Gorda. We hebben van dit gebied geen pilot, dus het is een beetje zoeken, welke baai geschikt is. We ankeren in Leverick bay. De baai is niet echt mooi, de heuvels zijn dor, de huizen zijn door Irma verwoest. Niet echt het romantische beeld wat ik van de BVI’s heb. De volgende dag zeilen we naar Saint Thomas bay bij Spanish town om in te klaren en een simkaartje te scoren. Ook hier heeft Irma flink huisgehouden. Iedereen groet ons vriendelijk. Als we aan een man vragen waar we een simkaartje kunnen kopen brengt hij ons met zijn auto meteen naar een winkel en vervolgens naar zijn zus waar we de simkaart kunnen opwaarderen. Voor zijn huis staat een oud rotan bankje. Vol trots geeft hij ons zijn wachtwoord, zodat wij gebruik kunnen maken van zijn internet. Het bereik is echter zo traag, dat we maar op zoek gaan naar een restaurantje. Het water in de baai is superhelder, maar al het koraal is dood. De tweede dag is er veel swell en staat er een harde wind, dus na het inklaren vertrekken we meteen naar The Bath. We maken een schitterende wandeling in een Jurrasic parkachtige omgeving. De kust ligt vol met reusachtige keien en veel cactussen die in bloei staan. De gigantische keien liggen ook in zee, waardoor er een soort grotachtige omgeving ontstaat, echt heel bijzonder.

Die middag nog zeilen we door naar Peter Island, Little Harbour bay. De baai ligt volledig in de luwte en er is maar plaats voor een aantal boten. We ankeren in een superhelder water en leggen een dubbele landvast vast aan land. Ronald kan geen geschikte kei of boom vinden, dus knopen we de ia vast aan een klein stekkertje. Helaas worden de idyllische oerwoudgeluiden de hele avond overstemd door de aggregaat van een grote moterboot naast ons. Gelukkig verlaat hij de volgende ochtend de baai. Eindelijk rust.

Het is nog vroeg, een uurtje of zes. Ik nestel mij lekker in een schaduwrijk hoekje van de kuip. Nog maar 3 maanden, het gaat nu opeens zo snel. Over een paar dagen nemen we afscheid van de Carieb. We liggen nu bij Peter Island, één van de Britse Maagden eilanden in de onbewoonde baai Little Harbour. Het is een vredig plekje. Er is maar ruimte voor een paar boten. We liggen voor anker met achter een dubbele landvast aan een steigertje. Het water om onze ia is spiegelglad en zo helder dat je de bodem gewoon kan zien. Er wonen twee schildpadden die regelmatig hun kopje boven water steken om even adem te happen.

Rondom is een hoog landschap. Op de heuvel aan stuurboord staat een leeg huisje, waarschijnlijk getroffen door Irma. Toen we aan een local vroegen of het landschap op de BVI’s deze periode altijd zo dor was, gaf hij aan dat het door Irma kwam. De vele bomen, getroffen door de orkaan, kunnen nu niet meer het water vasthouden, waardoor de struiken er nu bruin bij staan.

Het strandje bestaat uit duizenden afgebroken stukjes koraal. Verderop loopt een bruin geitje wat huilt als een klein kindje. Later zie ik ook de moedergeit verschijnen. Het zachte geluid van de branding maakt mij zoals gewoonlijk rustig. Als je geen haast hebt lijken de minuten echt langer. Ik hoor het gekoer van een duif en verschillende zangvogeltjes. Naast de boot zwemt een pijlstaartrog voorbij.

Ik spring in het water en snorkel naar het kleine steigertje achter onze ia. Op de zeebodem ligt een hoge berg met honderden minuscuul kleine bordeauxrode schelpjes. De volledige berg beweegt. De openingen in de schelpjes zijn zo klein dat ik niet kan zien of er krabjes of kreeftjes in zitten. Ik wil op de grond gaan staan, zodat ik het beter kan bekijken en trek net op tijd mijn voet omhoog. Op de grond ligt een platte pauwbot van een halve meter. Zijn doorzichtige vin rondom zijn vissenlijf glinstert zilver op en wappert als een zomers wikkelrokje. Zijn volledige romp lijkt beschilderd met dieppaarsblauwe rondjes, allemaal van verschillende groottes. Wat een beauty!

Ik loop het strandje op, het voelt lekker onder mijn voeten. Al die verschillende hompjes wit koraal fascineren mij. Ik besluit 3 stukjes mee te nemen voor in mijn ‘kleine dingen doosje’. Verderop zie ik de resten van ons kampvuurtje. Gisteren hebben we daar met het jonge Frans Bulgaarse gezin van Alize (Het Franse woord voor passaatwind) (met vader Nicolau en Bulgaarse moeder Berber en de dochtertjes Anya van 5 en Eliza van 2,5 jaar), genoten van een sundowner.
Ik zie het gekeutel van de twee kleine meisjes, sjouwend met droge stokjes zo weer voor mij, wat een droppies.

Een local meert zijn bootje af aan de kant. Ik begin een praatje met hem. Hij haalt een blauw net op en gaat op het randje van de steiger zitten. Met een keitje bikt hij met één harde slag de grote zeeslakken stuk. Vervolgens breekt hij met de hand de Wilks verder open en haalt er een weekdier uit en een gifgroen of zalmroze wormvormig aanhangsel. Het weekdier verkoopt hij aan een restaurantje. De onsmakelijke groene wormen geeft hij aan zijn vrienden, die zijn er dol op. Ik kijk vies naar het plastic zakje. Verlegen kijkt hij mij aan: ‘Alleen de locals eten ze’.

Ik zwem terug en kruip opnieuw op mijn plekkie in de kuip. Ronald slaapt nog. Ik maak een bordje havermout in een RVSsteelpannetje. Sinds het niet meer vanzelfsprekend is dat er vers brood is aan boord, begin ik mijn ochtend vaak met pap. Wonderlijk dat het mij iedere ochtend weer zo goed smaakt? Mogelijk komt het omdat mijn vader ook altijd een bordje havermout at in de ochtend. Opeens voelt hij heel dichtbij. Ik merk dat mijn ogen nat worden. Wat zal het gek zijn als ik over drie maanden in Nederland aankom en niet even bij hem langs kan gaan voor een kletspraatje.

Inmiddels is Ronald opgestaan. Het is tijd om naar overkant te zeilen. Geen straf, want wat een heerlijk zeilgebied zijn de BVI’s. We willen nog de laatste verse producten kopen, want het is bijna zover. Zaterdag vertrekken we naar de Azoren en zijn we mogelijk 22 dagen op zee.

We gaan voor anker in havenkom van Road harbour van het eiland Tortula. Lekker dicht bij de supermarkt. Het is er zo duur, dat we veel dingen maar laten liggen. De groente en het fruit ligt in de koeling, waardoor de kans groot is dat we alles na een paar dagen al moeten weggooien.

Op het parkeerterrein voor de supermarkt staat een oude vrachtwagen. Op de wagen is met verf het woord kapper geklodderd. Ronald klopt op de ijzeren deur en een lange donkere jongen met ingevlochten haar en tattoos doet open. Natuurlijk wil hij Ronald knippen. ‘S middags komen we er terug. Wat een belevenis. In de kleine ruimte staan twee gigantische knalrode leren kapperstoelen en twee bankjes om op te wachten. Aan de muur hangen posters met alle soorten afrokapsels die er maar bestaan. Een jongen van een jaar of 12 wordt geknipt door een grote gespierde donkere kapper. De kapperstoel is zo groot, dat hij er een beetje in verdwijnt. Met hangende schouders kijkt hij onder een hoek omhoog naar zijn vader, die aangesproken wordt als Rastaman. De vader met een enorme bos dreadlocks op zijn rug kijkt kritisch toe. Haast onderdanig vraagt de grote gespierde kapper steeds opnieuw aan vaders of het goed is. Verbaasd kijk ik toe, het gaat hier om millimeters. Steeds opnieuw wijst rastaman waar er nog iets aan schort? Eindelijk krijgt de kapper goedkeuring en de jongen moet zijn ogen sluiten. Wat gaat er nu gebeuren? De jongen zucht, bijna klaar. De kapper pakt een spuitbus met cocosgeur en spuit niet alleen het haar, maar de volledige jongen onder. Even is de gehele ruimte mistig. De jongen wacht en kijkt zijn vader onzeker aan. Nee hè, vader heeft toch weer iets ontdekt, weer worden er millimeters vanaf geknipt. Ronald en ik kijken elkaar bedenkelijk aan. Als een geslagen hondje kijkt de jongen naar de vloer. Rastaman lacht naar de kapper, ja nu is het goed. De jongen zucht een zeer zacht zuchtje, eindelijk mag hij op staan. Bij de uitgang inspecteert de rastavader opnieuw het hoofd van zijn zoon. Nee hè, ziet hij nu opnieuw een miniscule oneffenheid? Nee, gelukkig het is in orde. De jongen kijkt opgelucht en vader betaalt. De stalen deur wordt theatraal opengezwaaid, er komt een grofgebouwde bejaarde vrouw in grijs mantalpak binnen. Met een grote smile op haar gezicht gaat ze zitten en bekijkt zij Ronald in de andere stoel van top tot teen. Na deze grondige inspectie begint zij een praatje met Ronald. Tjonge, wat kan die vrouw ondeugend kijken. Haar perfecte mantelpakje zit veel te strak om haar grote mollige lijf en de tuttige zalmkleurige leren schoentjes klemmen om haar grove brede voeten. ‘Hmmm…u bent bij de juiste kapper binnen gestapt, dit is de beste in heel Road Harbour’. Ronald knikt vriendelijk terug. Opeens begint de dame te schaterlachen en voor dat Ronald het weet zit hij in een diepte interview. Ook ik krijg de ene na de andere vraag, met steeds tussendoor die aanstekelijk schaterlach, voor mijn kiezen. Tussendoor inspecteerd zij net als de rastavader, ieder knipje van de dunne tattookapper. De kleine grijze kroeskrulletje worden werkelijk per stuk behandeld. Het is opvallend hoe de stoere kappers, de dame als onderdanige schooljongetjes benaderen. Waar de dame in kwestie vervolgens weer hartelijk om moet lachen en ze met een ondeugende blik toeknikt. Zag ik goed, gaf ze mij nu een knipoog? Op het bankje tegenover mij hebben twee pubers plaats genomen. Oh oh, nu zijn zij de pineut. Haar ogen twinkelen alweer. Zij daagt alle mensen in de ruimte uit om haar leeftijd te schatten. En zoals verwacht spreekt een ieder hardop uit, dat ze er veeeel jonger uitziet. En weer volgt er die harde schaterlach, waarna ieder hartelijk met haar mee lacht. En Ronald…? Hij wordt ondertussen geknipt met de precisie van de millimeter. Met enig verschil dat hij meteen akkoord gaat en het geneuzel van nog even hier en nog even daar overslaat. Ronald staat naast de stoel en kijkt omhoog naar de reuzenkapper en geeft hem een compliment. Twee bruine stralende ogen wensen ons een goede reis.

De volgende dag willen we diesel en water tanken. Ronald haalt het anker op, maar het lukt niet. Nee hè, het anker zit muurvast. Het anker is onder een betonblok van een oude mooring geschoven. Ronald komt op het lumineuze idee om een neuringlijn aan de boog van ons anker te bevestigen. Dus haal ik de dinghy uit de davids en trek mij aan het boeisel naar voren. Vanaf de punt wijst Ronald wat ik moet doen. ‘Ja hallo, zulke lange armen heb ik niet hoor’. Ik trek mijn Tshirt uit en probeer de lijn te bevestigen. Hmmm…dat wordt ‘m niet. Dan maar met mijn hoofd onder water. Met mijn benen nog in de dinghy, hang ik met mijn romp en hoofd onder water. Hebbes, op de tast maak ik de neuringlijn vast. Ronald trekt van af de boeg aan de lijn en het betonblok met knoedels touw glijdt van onze Rocna af. Pfff…We zijn vrij.

Op naar de dieselsteiger. Als een totaal verzopen katje geef ik de landvasten aan de pompbediende. Ik leg uit wat er gebeurd is. Hij knikt, hij had het ritueel vanaf zijn plekje naast de dieselpomp gade geslagen.

De A- en de B-tank zitten weer vol, 192 liter water. De C-tank bewaren we voor de watermaker, omdat de Schencker niet tegen chloorwater kan. Nu de watermaker het niet echt goed meer doet, wil ik extra zuinig zijn met het water. Ik gebruik dus de hele dag de zoutwaterkraan, echt ideaal. Zo stom dat ik die gewoonte mij niet eerder heb aangewend.

De dieseltank en de jerrycans (totaal 270 liter = 100 uur dieselen) zitten weer proppie vol. Hopelijk hebben we onderweg weinig last van windstiltes.

Ronald is een beetje chaggie. Onze satteliettelefoon, de Iridium Go doet het niet. De nieuwe simkaart zit er in, maar we krijgen de boel niet geinstaleerd. We kunnen wel bellen. maar niet mailen en sms’en. En die mails zijn van belang om de gribfiles (weerberichten) op te halen. Zeker om dat de overtocht naar de Azoren geen vanzelfsprekende route kent. Het is een sport om zowel de windstiltes, als de zeer harde windzones te vermijden. De hulplijn in New Zeeland en Chicago nemen niet op. Straks nog maar eens proberen. Nu eerst naar Norman Island, zodat we morgen bij de Indians (3 rotspunten) bij Pelican Island kunnen snorkelen. In de baai zijn wij de enige die voor anker gaan. Op het strand staat een chique restaurant. We delen een voor- en een hoofdgerecht, wow zooo lekker.

The Indians zijn prachtig, een rifgebied met ondiep aquariumhelder water, waardoor alle kleuren extra mooi uitkomen. We pakken de mooring dicht bij de rots. Na een uur snorkelen, zeilen we heerlijk verder naar het eiland Jost van Dyk. De plek waar vandaan we morgen zullen vertrekken naar de Azoren. En…dus afscheid moeten nemen van het prachtige Caraïbische gebied. Bye bye Carieb, dank voor de geweldige tijd. Je hebt een warm plekje in mijn hart.

Suriname.

Na 14 uur bijliggen komen we aan bij de LSboei, save water bouy van Suriname. Gek, dat voelt opeens dan toch weer speciaal. Suriname…zucht, hoe vaak heb ik niet over jou gedroomd. Of zoals Fleur schreef in haar flessenpost: Zeeën zonder land, er wacht altijd, altijd iemand aan de overkant. Ach…Ik verheug mij zo op haar komst. Echt zin in…De 1e komt Fleur. De 25e komen Geert Jan en Suus op Martinique. En op 4 februari komen Birte en Marre, zo gezellig allemaal. Maar eerst kerst en oud jaar met de Dutchies.

Terwijl ik mij gisteravond klaar maak om naar bed te gaan, roept Ronald: ‘Lies kom nog even, ik heb beet’. Ik pak het aluminium dienblad, de gin en het vismes en schiet weer naar buiten. Ronald heeft de lijn al ingehaald. Ik wil het schepnet pakken, maar Ronald is te nieuwsgierig, hij trekt de vis boven water en roept verbouwereerd: ‘Nou ja zeg, een haai??? Lies, we hebben een haai gevangen’. Ik kijk, er zwemt inderdaad een haai van 80 cm. Wauwie, gaaf… En gelijkertijd dat ik denk, hoe krijgen we die weer los, want een haai eten we niet op, is hij weer weg.

Opeens zien we de Zouterik vlak achter ons. Samen varen we de Surinamerivier op. De rivier is lichtbruin van de modder. Bijzonder om langs Paramaribo te varen. We zien Fort Zeelandia en het paleis van Desi Bouterse. Alles is zo groennnn, ik wist niet dat er zoveel schakeringen groen bestonden. Bij Domburg zijn nog genoeg moorings over.

Domburg is fantastisch. De stamkroeg bij River Breeze is precies hoe ieder clubhuis eruit zou moeten zien. We maken kennis met de plaatselijke vissersfamilie van der Veen, van Damaris. We worden uitgenodigd voor een dagje uit naar plantage Peperpot, knoertgezellig.

De volgende dag moeten we inklaren.Het is een uur rijden van Domburg naar het centrum van Paramaribo. Wat een toestand. Taxi Jimmy rijdt ons langs iedere instantie, maar helaas lukt het niet in één dag, want de bank gaat om 10 uur dicht. Dan donderdag maar weer terug. De wachtruimte bij de MAS is een evenement op zich. Aan de deur van een loket hangt een A4tje met de tekst: geen hangbezoek tijdens werkuren????. Er komt een man met een vrolijk gezicht binnen en een grote aluminium folie bak in zijn handen. Hij bekijkt de overvolle wachtruimte en zegt met een heerlijk Surinaams accentje: ‘Ik ga prrrocesss een beetje versnelle mannnnn’. Hij klopt aan bij het loket aan de andere kant van de wachtruimte, en wordt meteen geholpen met het antwoord: u moet aan overkant zijn. Tja dat weet hij ook wel. ‘Komt u voor een stempel in uw paspoort?’ ‘Nee…’ ‘Bent u hier dan wel op het goede adres?’ ‘Jaaaa mannn’. Hij heeft de lunch van meneer…Alles wordt vervolgens stilgelegd en iedereen in de wachtruimte krijgt het verzoek morgen terug te komen? We lopen via de palmtuin naar Fort Zeelandia, maar helaas is het museum gesloten. We lunchen bij een creools tentje, echt lekker. Ik bestel een kippepasteitje en herken de overheerlijke smaak van de pasteitjes die Mavis, de vrouw van mijn oud collega Leslie, altijd maakte. Smullennnn…

River Breeze heeft de mogelijkheid om een wasje te draaien. Het is echter een een koudwatermachine. Mijn was komt er vuil en stinkend weer uit. We besluiten samen met de Carrousel een wasmachine te kopen en het als kerstcadeau aan de stamkroeg te overhandigden. Het cadeau wordt echter niet geaccepteerd. Vervolgens mochten we de wasmachine bij Gerben op zijn bedrijfsterrein zetten, 10 minuten lopen van River Breeze.

We vieren kerst met alle Hollandse zeilers (Carrousel, Zouterik, Desaar, Hera, Antropos, Eaumega en Moondanser) en een aantal locals in de stamkroeg van Domburg, echt gezellig. Iedereen neemt iets mee. We bestellen 100 satés bij Rita, zooo lekker.

We willen de Commewijne rivier en eventueel de Cotticarivier op. ‘S morgens doen we eerst boodschappen bij de Chinees en halen we een tankje benzine. Van Gerben krijgen we mango’s uit zijn tuin. In Nederland kun je alleen de grote platte mango kopen, die zijn vaak draderig. Deze mango’s zijn klein en meer rond en heerlijk zoet en sappig. Damaris laat zien hoe je ze superhandig kunt schoonmaken.

Iedere avond horen we de brulapen schreeuwen in het oerwoud. Elke ochtend start met het gekwetter van zwaluwen rond de boot. Er komt een klein zwart vogeltje aanvliegen, het blijkt een prachtige vlinder te zijn. Wauwie, wat zijn de vlinders hier groot???

We wilden om 13.00 uur vertrekken in verband met de stroom tegen, maar er kwam een Amerikaan die graag aan onze mooring wilde liggen, dus gingen we al om 12.00 uur weg. Hierdoor waren we te snel bij de splitsing en gingen we voor anker bij Fort Nieuw Amsterdam. Onderweg vliegen zwarte gieren en een Fregatvogel boven ons mee. In Artis vind ik de gieren maar duffe beesten met hun ongure kale koppen, maar hier kan ik met mijn ogen niet van ze afhouden. Met hun gigantische spanwijdte zweven ze majestueus vlak over ons heen.

Bij plantage Johanna en Margaretha gaan we voor anker. Bij de steiger ligt een betonnen paal vlak onder het wateroppervlak. We schuren er met de bodem van het Rubbertje over heen en horen het geluid van een enorme scheur. Binnen de kortste tijd loopt de beam leeg en zinken we. Nog net op tijd kan ik een houten korjaal grijpen. Samen hijsen we de buitenboordmoter op het droge. Met de landvast houden we het slappe bootje bij de kant. De man van de korjaal wil ons terug naar de boot brengen. We varen door naar Alliance. Ronald plakt ondertussen het Rubbertje op het voordek. Bij de Warappakreek naar Alliance twijfelen we: is het diep genoeg? Stapvoets houden we de dieptemeter in de gaten. Dat gaat prima, het is diep genoeg. Zullen we dan ook maar door naar plantage Bakkie? Knachhhhsssssshhhh, een luid geknetter in de lucht. Ohhhh neeeh, we zijn met de mast tegen een hoogspanningskabel aangevaren. Meteen slaat Ronald achteruit en legt bij de steiger van Alliance aan. Drie mannen komen aanlopen. We hebben met de aanvaring het gehele dorp platgelegd. De man kreunt een beetje: nu kunnen we vanavond misschien geen TVkijken. Voor een fles Wisky uit het winkeltje willen ze wel de stroomvoorziening herstellen. We varen terug naar Frederiksdorp om een hapje te eten. Bij de terugweg krijgen we wierookstokjes mee, zodat we in de bosschage op de terugweg niet door muggen worden gestoken.

We vieren oud jaar met alle Hollanders in Paramaribo. In twee korjalen varen we rond 10.00 uur richting de hoofdstad. De drukte en de herrie van Chinees vuurwerk en muziek is overweldigend. De hele dag loop ik met oordoppen in. Als haringen in een tonnetje schuifelen we door de stad. ‘S avonds sluiten we met z’n allen het jaar af bij de Chinees op het dorpspleintje. Inmiddels zijn ook Pieter Jan, Renske en Guido van de partij.

Op 1 januari begint mijn feestje. ‘S avonds halen we Fleur op van vliegveld de Zanderij. Och, wat een fijn en emotioneel weerzien. Tien dagen lang heb ik van iedere minuut genoten. Samen maken we een wandeling bij plantage Laarwijk, waar we een kleuterschooltje bezoeken. Langs het pad, begeleid door dorpshond Witje, ontmoeten we verschillende bewoners, waaronder ‘de burgemeester’ die alleen bij de aardige mensen de meterstanden opneemt en uitleg geeft hoe hij de administratie van de gasstanden bijhoudt. In het winkeltje kopen we drie gigantisch pompelmoezen, heerlijk.

Met Damaris, Rudolf en Louis slapen we drie nachten in de jungle ( in het midden van Suriname) op het eiland Apiapaati in de Surinamerivier. Met een wonderschone korjaaltocht van 4,5 uur varen we langs stroomversnellingen met gigantische keien en meest mooie bomen. Gids Mooiboy en kok Jeffrey begeleiden ons met heerlijke hapjes, prachtige verhalen grapjes over vleermuizen. Apiapaati is een zeer klein eiland met een aantal houten huisjes. Over twee huisjes verdeeld woont de familie van Jeffrey. Papado heeft verschillende vrouwen en 24 kinderen. Neety is de moeder van Jeffrey en Vanessa, een schattig klein meisje wat meteen gezellig bij Fleur op schoot kruipt. We maken een prachtige wandeling door de jungle en beklimmen de Ananasberg, waar we smullen van een stuk ananas. Mooiboy vertelt de medicinale werking van vele bomen( kinine, paracetamol, jodium, amandel, anijs enz) en akkertjes met onder andere pinda’s en bananen. Ook laat hij horen op welke boom je kunt slaan als je wilt laten weten dat je weg bent kwijtgeraakt. Hij toont ons verschillende dieren, boom- en bladkikker enz. Op een open plek laat hij zien hoe je een dek kan vlechten van een zeer groot palmblad. We bezoeken de stroomversnellingen en watervallen. Allen laten we ons onder begeleiding van Mooiboy meesleuren in een stroomversnelling, best spannend. We scheuren achter een korjaal op een tube door de rivier. Fleur biedt zich als eerste aan om op de tube van de stroomversnelling af te gaan. Die valt echter om en zij komt als een Amazone op een paard terecht op een kei. Terwijl de jongens Fleur proberen te redden, haal ik allerlei rampscenario’s in mijn hoofd. Ik was sinds tijden niet zo bang geweest. Maar na 15 minuten staat Fleur weer op het droge. Pfff…wat was ik opgelucht. De volgende ochtend zie ik tijdens het ontbijt dat Ronalds voet helemaal onder het bloed zit. Hij blijkt gebeten te zijn door een vleermuis. Ook het bed zat onder het bloed. Mooiboy stelt ons gerust, er is hier geen rabiës. iedereen wordt hier regelmatig wel een keertje gebeten. De rondleiding door de dorpen en de verhalen over de rituelen van hun natuurgeloof laat een diepe indruk ons achter.

De dagen vliegen voorbij. We bezoeken Paramaribo, maar alles wat we willen bekijken, Fort Zeelandia, de houten Kathedraal en andere gebouwen zijn dicht. We varen, nu met Fleur, nogmaals de Commewijne rivier op. Helaas spotten we weer niet de roze dolfijnen. Wel maken we een prachtige korjaaltocht door waterlelievelden, moerassen en mangroven richting de oceaan. De gids wees ons tientallen vogels en zelfs aapjes. Om van het ene gebied naar het andere komen werd een soort boogbrug voorzien van klei en moesten we met zijn vieren de korjaal over de kleimodder slepen. Een evenement op zich.

Het afscheid nemen van Fleur vond ik lastig. Het vooruitzicht dat het weer 7 a 8 maanden zou duren, voordat ik haar weer zag maakte mij droef. Maar wat heb ik genoten en wat ben ik trots op mijn meisje.

De volgende dag onderzochten Ronald en Rudolf de voorstag en het rolfoksysteem in verband met de schade  door aanvaring met de hoogspanningskabel. Zelfs de bankschroef ging aan een val mee de mast in. De uitslag was zorgelijk, de aanvaring met de hoogspanningsmast had meer verwoest dan verwacht. Helaas zijn er in Suriname geen mogelijkheden om de schade te repareren. We besluiten direct door te varen naar Martinique, waar we gebruik kunnen maken van een goede werf en genoeg watersportwinkels. Willie wil vanuit Nederland een nieuw AIStransceiver voor ons meenemen, die Ronald meteen met succes installeert. Wat is hij toch handig. Met een extra val naast de voorstag vertrekken we na een paar dagen naar Martinique.

Frans Guyana.

Na de champagne, het is inmiddels donker geworden, pompt Ronald het Rubbertje op en ruim ik binnen een beetje op. Bij de waterkering gaan we op zoek naar een trap. De eerste trap is gebroken, de tweede trap is verrot. De afstanden van de treden van de derde trap, gemaakt van boomstronkjes, zijn zeer groot, maar we komen boven. Uit een auto op de waterkering komt keiharde muziek. Mannen van rond de 30 jaar drinken een biertje en hebben een hengeltje uitgegooid. Aan de andere kant van de brug verlichten Chinezen met hoofdlampen het wateroppervlak en gooien ronde schepnetten in het water. Bij het einde van de brug is links een soort sloppenwijk en rechts een industrieterreintje waar vis wordt verwerkt. We vragen de weg naar het centrum, het is 5 minuten lopen. We zijn getipt door iemand van de appgroep om bij La Marina te gaan eten. Iemand wijst ons de weg, maar blijft ons ook in de auto volgen, bij iedere hoek roept hij door het raampje dat we goed gaan, zo behulpzaam.

Rond één uur in de nacht tot een uur of vijf staat op de kant oorverdovende housemuziek aan. Beiden doen we oordoppen in en slapen weer verder.

De volgende ochtend gaan we ontbijten in het centrum. Aan de oever rommelen kleine zilverreigers en Zwarte Ibissen in het slijk. Anablepsen, vieroogvissen schieten voor ons bootje uit, wat een bijzondere beesten. Er vaart een oude man in een lange houten boomstamkano voorbij, in het midden ligt op z’n kant een lange witte koelkast met de deur aan de bovenzijde.

Het onbijt valt tegen en is duur. De markt is fantastisch. Wat een smeltkroes aan culturen, echt genieten. De mensen zien er kleurig en verzorgt uit. Opvallend is dat zowel de jonge meisjes als de vrouwen in veel te strakke laag uitgesneden jurkjes lopen. Volle borsten en ronden billen worden hier zonder schroom getoond. Ze hechten duidelijk veel waarde aan kleurige verzorgde kleding. Een wonderlijk contrast met de huizen en de stoepen, die verpauperd en vervuild zijn. Er staan prachtige kolonie-achtige gebouwen, stuk voor stuk verwaarloosd. Overal klinkt muziek uit de radio. Op de markt staat een bandje te spelen. Het klinkt lekker, voor dat ik het weet sta ik te swingen. Een man speelt op een steeldrum, erg muzikaal klinkt het niet. We kopen een tros van die hele kleine banaantjes, jammie. De mensen praten met veel volume tegen elkaar. Er wordt veel gelachen en veel mensen knikken mij vrolijk toe.

We lopen de sloppenwijk in. Het verbaasd ons dat achter de armoedige openingen zulke dure apparatuur te zien is. Grote TV’s, spierwitte wasmachines en een knoepert van een kerstboom. Onder een prachtige tropische boom zitten mannen tussen het afval een biertje te drinken. Het ziet er gezellig uit, de muziek staat wederom zeer hard. Ik maak een foto, hier zijn ze niet van gediend. Ik leg uit dat ik een foto maakte, omdat het er zo gezellig uitzag en ze nodigen ons uit om erbij te komen zitten. Ze bieden ons rum aan en na wat kletsen en foto’s lopen we weer verder.

We kopen kerstverlichting op zonne-energie, een plastic kerstboom en popnagels om de rail op mast mee vast te klinken. Ik hijs Ronald een stukje in de mast om de rail te monteren.

Na nog een nacht herrie varen we naar Iles de Salut. Wat een prachtige zeiltocht. Bij aankomst willen we meteen het eiland bezichtigen. Maar De Carousel (Rudolf, Damaris en Jan Willem) komen zichzelf voorstellen. Ook Eaumega komt even langs en zo zitten We met 7 man in de kuip te borrelen, reuze gezellig. De volgende dag staan we op tijd op om Ile Royale te bezoeken, want ‘s middags moeten we weg vanwege een raketlancering op Kourou. Het eiland is ontroerend mooi, woest en lieflijk tegelijk. Overal staan palmbomen en tropische planten. Verspreid op de grond liggen kokosnoten. Agoeti’s, goudhazen scharrelen tussen de palmbladeren. Veel struiken staan in bloei. Vooral aan de oostzijde klinkt het lawaai van de branding die zich stort op het zwarte gesteente door in het oerwoud. We zien prachtige vogels (grote kiskadee met helgeel buikjes, steenlopertjes met knalrode pootjes en zelfs een Ara in een gigantische mangoboom). Overal liggen zoete mango’s voor het oprapen. Bij de bloeiende struiken fladderen schitterende grote gekleurde vlinders. Aan de andere kant van het eiland klimmen vele Capucijnaapjes, zo schattig. Ze zijn totaal niet schuw en komen nieuwsgierig even kijken. Honderden grote vuurmieren lopen in colonne kleine blaadjes en gele korreltjes te vervoeren, zo indrukwekkend. In het midden op de top van het eiland staan de overblijfselen van de gebouwen van de gevangenissen. Er is een klein museumpje ingericht over de hefige geschiedenis van deze voornamelijk politieke gevangenen op Duivelseiland. Ook het verhaal van Dreyfes, Pappilon is beschreven.

Ik ben zo onder de indruk dat ik niet kan stoppen met fotograferen en filmen. Helaas zijn snel de batterijen op. Als ik ‘s middags in mijn eentje nogmaals de wandeling op het eiland maak, komt de douane bij Ronald langszij en vragen ze om onze paspoorten. We moeten binnen het uur weg uit de baai. Samen met Zouterik, Desaar, Euamega en Carrousel gaan we aan de overkant bij Kourou in de rivier voor anker. ‘S avonds eten we Creools, gestoofde Pakira, zoooo lekker.

Bij het ontbijt vliegen er gigantische zwarte gieren van de ene kant van de rivier naar de overkant. Wat een vleugels en wat een rijkdom om daaronder te ontbijten. Aan de kant zwemmen weer Anableps, vieroogvissen. Ik probeer ze te filmen, maar dat lukt niet. Elke keer stuiteren ze meters over het water met zo een snelheid, dat mijn camera het niet bij kan houden.

De gehele middag zijn we bezig om het urinegruis uit de slangen van het toilet te verwijderen. Urine en zoutwater gaan een chemische reactie aan, het resultaat is een soort kattengrit met urinegeur. Uren schrapen we de kleine steentjes uit het toiletslangen. We voelen ons zo vies dat we samen over boord plonzen. De stroom in de rivier is zo gigantisch dat we ons stevig aan de landvast van het Rubbertje moeten vastklampen.

De volgende dag gaan we met z’n allen de lancering van de raket bewonderen. Wat een afknapper, we turen naar een dun wit streepje in een straalblauwe lucht.

Vervolgens wachten we binnen tot het tij zich keert. Opeens horen we buiten een knal tegen onze boot. Eumega ligt tegen ons aan en Anita schreeuwt: ‘Jullie zijn losgeslagen’. Ronald en ik kijken elkaar verbaasd aan, het lijkt toch echt dat we nog op dezelfde positie liggen. Al gauw blijkt dat Eaumega zelf was gaan krabben. We halen ons anker op en varen richting de oceaan. Suriname ‘here we come’. Domburg is nog 200 mijl.

Voor het eerst komen we twee keer in een squall terecht. De regen klettert op het dek en de wind trekt aan van 16 naar 26 knopen. Bij de tweede squall raakt de windvaan van slag, gaat de fok bak staan en rukt de boom opnieuw de rail met het oog uit de mast. Vermoedelijk waren de popnagels van blik in plaats van aluminium. In Suriname maar weer nieuwe popnagels kopen. We hebben de stroom mee en gaan soms wel 9 knopen over de grond. Rond half twee gaan bijliggen tot de volgende ochtend, zodat we met de stroom mee en bij daglicht de Surinamerivier kunnen opvaren.

 

De grote oversteek.

Overtocht van Kaap Verdië (vanuit de baai van het eiland Saõ Vincente en de hoofdstad Mindelo) naar Frans Guyana (naar de hoofdstad Cayenne en vervolgens naar Archipel Iles de Salut).

Totaal: 1774 NM (3285 kilometer). Doel is 100 NM (185,2 km) per dag.

Dag 1.
Zaterdag 1 december 2018.
Vandaag is de grote dag, we gaan vertrekken. Ronald bekeek dagelijks de weerkaarten en gaf dan aan: ‘We gaan vrijdag, zaterdag of zondag weg’. Daar werd ik best wel onrustig van. Maar vanochtend wist hij het zeker, ‘vandaag gaan we schat. Nog even naar de markt, boot gereed maken en anker ophalen’. Maar dat ‘even’ liep zoals altijd toch weer anders.

Het startte al met dat de Dina Helana tijdens het ontbijt zich kwamen voorstellen. Onder het mom: wij drinken toch ook koffie, drinken Henk en Marja een kopje mee. Zij gaan eerst naar Gambia en dan door richting Patagonië.

Het Rubbertje werd extra hard opgepompt, want gisteravond na het laatste avondmaal met alle Hollanders, was bij terugkomst in de haven één beam lek.

We liepen verschillende overdekte markten af op zoek naar hard of onrijp fruit en stevige groente. En de biervoorraad moest aangevuld voor de aankomst. Met Herman vol, die van ellende bijna door zijn wieltjes zakte, liep ik nog even het atelier binnen van een kunstschilder in de hoofdstraat van Mindelo. Echt gave schilderijen, als we niet onderweg waren geweest, had ik misschien wel iets gekocht. Zo jammer dat ik geen tijd meer had voor de tentoonstelling van de Afrikaanse maskers. Maar ja, zo een oversteek voorbereiden vergt toch meer dan je verwacht. Het zijn allemaal kleine klusjes, die samen toch veel tijd kosten. Opvallend vind ik dat na de tocht van 7 dagen naar Kaap Verdië, de grote oversteek niet echt spannend meer voelt. Het is meer de mogelijke verveling. Nou ja, we zullen wel zien.

Ronald ging nog op zoek naar een krantje om de groente in te verpakken, maar deze was nergens te koop. Vervolgens liepen we langs alle Hollandse boten om afscheid te nemen. Bijzonder hoe een ieder ons met zoveel hartelijkheid een goede reis wenst. Eenmaal weer in de boot, pak ik alles uit en verspreid ik de antislipmatjes over het aanrechtblad. Ronald plakt het Rubbertje en maakt alles klaar aan dek. En toen opeens was het zo ver… Wonderlijk, het voelde heel vertrouwd, alsof we iets gingen doen wat wij altijd al doen. Ronald pakte de afstandbediening en wilde het anker ophalen. Gadver, de ketting wilde niet oprollen en stopte ermee. Ronald pakte de hendel om het anker los te krijgen. Opeens hoorde ik Ronald keihard vloeken. Ik schrok, wat gebeurd er nu weer? Ronald keek achterom, dat had ik even nodig om met kracht de ketting los te wrikken, gelukt. We vertrekken om 17.00 uur met 15 knopen wind uit de baai van Mindelo(dus elke dag om 17.00 uur is er een volledige dag voorbij). Met het melkmeisje met uitgeboomde genua en kotterfok halen we een snelheid van gemiddeld 6,5 á 7 knopen. Opeens rinkelt de marifoon, een beetje onwennig geef ik de microfoon aan Ronald door, dit is de eerste keer dat wij gebeld worden. Wat zeg je dan? Het is Blue Pearl, zij liggen voor de kust voor anker en hebben ons gesignaleerd op de AIS. René wenst ons via kanaal 16 een goede overtocht.

Dag 2.
Zoals elke keer kan ik de eerste avond niet in slaap komen. Omdat mijn wacht om 1.00 ‘s nachts start, ga ik rond 21.00 naar bed. De hazenslaapjes tijdens de wacht verlopen prima. We vervangen het melkmeisje voor een gereefd grootzeil met gennaker. De golven waren hoog en ik kreeg omdat ik mij amper staande kon houden op het voordek, het grootzeil niet snel genoeg omhoog. Panggghh…de harp van de grootschoot vliegt eraf. En dat zal je altijd zien…We hebben genoeg harpen op voorraad, maar net niet deze maat. We nemen de harp van de reling waar de boom inhangt, dan zoeken we daar wel weer een andere oplossing voor. Ook vandaag zijn er weer vele vliegende vissen te zien. In de zon hebben ze een babyblue metallic huidje, hun vleugeltjes lijken van doorzichtig glimmend plastic gemaakt. We sturen sms’jes en proberen de andere boten via de satelliettelefoon te bereiken. Alleen de Zouterik en de Hera reageren. We komen tot de conclusie dat mailen maar onhandig is, sms’en is veel directer.

De afspraak is: ‘buiten het kajuithekje, doe je een zwemvest aan’. Mijn zwemvest zit niet lekker, te zwaar in mijn nek. Vandaag naai ik klitteband in de achterband, zodat het vest wat meer op mijn schouders rust. Het zit nu echt veel beter.

Wat een heerlijke zeildag. Ons doel is 100 NM per dag, maar we halen vandaag 122 NM, dat gaat lekker…

Iedere avond voelt alles klammig aan. De rode stoeltjes worden zelfs te nat om op te zitten.

17.00 uur:
15.43.10 N 26.37.73 W
Dagafstand: 122 NM, melkmeisje genua/kotterfok.
Windkracht: 10 knopen.
Snelheid: 4.5-5 knopen.

Dag 3
De harde groene bananen zijn nu al geel. Wat moet je met zoveel bananen? Ik bak pannenkoeken met kaas en banaan. En ‘s avonds kook ik nasi met gebakken banaan. De bananen zijn heerlijk zoet, veel zoeter als in Nederland. De boot ligt veel rustiger met de gennaker, maar ik durf er ‘s nachts niet mee te varen. Het is zo pikkedonker op zee, stel er gebeurd iets en je moet het ‘s nachts op een klotsend voordek repareren. Ronald is de hele dag bezig om een goed systeem te ontdekken voor de neerhouders. Opeens horen we een knal, weer is een neerhouderlijn gebroken. De katrol aan het boeisel heeft flink huis gehouden in het hout. Maar ook het oog aan de mast blijkt niet stevig genoeg en hangt op half elf. Toch maar het dikke oog op de rail aan de voorkant van de mast gebruiken. Ik repareer de Nederlandse vlag. Dit is niet de eerste keer, hij is nu bijna vierkant, haha.

Beiden spreken we uit dat het verhaal: je zet het melkmeisje en dan ben je klaar, bij ons niet van toepassing is. Geregeld passen we ons zeilen aan. Bij ruime of halve wind kan dat gewoon niet anders. Ronald heeft op de openCPN een rechtstreekse koers naar Iles de Salut gezet. Hij geeft aan dat we proberen zuidelijk van deze lijn te blijven in verband met een lagedrukgebied op dag 7, met windstilte en squalls. Opvallend is dat de Zouterik en de Hera juist noordelijk van deze lijn varen.

17:00 uur:
14.23.30 N 28.23.53 W
Dagafstand: 120 NM, overdag gennaker, ‘s nachts melkmeisje genua/kotterfok.
Windkracht:12 knopen.
Snelheid: 5 knopen.

Dag 4.
We lezen veel en zijn druk met zeilen. Wonderbaarlijk hoe Ronald met zoveel geduld, keer op keer, de bomen verwisseld. Terwijl hij druk is op het voordek, roept hij naar achter welke lijn ik los moet gooien of aan moet lieren. Echt fijn dat we zo goed kunnen samenwerken. Positief is ook dat de windvaan goed zijn werk doet. Vanavond draaien we voor de 2e keer stroom. Voordeel is dat ik dan weer warm afwaswater heb en lekker kan douchen. Heerlijk mijn haar gewassen, goh, je voelt je meteen een ander mens. Als we stroom draaien gaan de mobieltjes. de satelliettelefoon, de iPad en de laptop ook meteen op de oplader. De koelkast gaat dan even op extra koud. Tevens zetten we de watermaker even aan. De watermaker hapt steeds lucht door de hoge golven, waardoor hij regelmatig afslaat. We hebben nog niet zo goed door hoe we dit handig kunnen oplossen. Het blijft voor mij een wonder dat je van zout water zo neutraal zoet water kunt maken. De tank zit weer redelijk vol.

Ik naai de de twee veiligheidsgordels voor bij de kaartentafel en in de kombuis. Zowel Ronald als ik zijn tijdens onze vorige zeiltochten op de oceaan als eens door de salon gevlogen. Gelukkig bleef het bij een paar blauwe plekken, maar dit had ook anders af kunnen lopen.

17.00 uur:
13.39.30 N 30.26.64 W
Dagafstand:130 NM, grootzeil met 2 riffen/genua.
Windkracht:14 knopen.
Snelheid 5 knopen.

Dag 5.
We schrijven twee sinterklaasgedichten via de satelliettelefoon naar de Zouterik en de Hera. Van de Zouterik ontvangen een leuk gedicht terug. De zee is vandaag blauwer dan ooit. Elke ochtend liggen er dode inktvissen en vliegende vissen op het dek. Ronald prikt een dood vliegend visje aan de vishaak en heeft binnen vijf minuten beet. Helaas ontsnapt de vis voordat we hem binnen kunnen halen. Ronald probeert het opnieuw, weer beet. We halen samen( ik met het schepnet en de gin) de vis, een prachtige dorade, binnen. Ronald snijdt er twee filetjes uit en kiept de rest over boord. We besluiten de volgende keer alleen de kop af te snijden, zodat we de vis volledig kunnen bakken. Opvallend is dat verse vis niet naar vis ruikt. ‘S avonds smullen van ons eerste echt gevangen vis.

17.00 uur:
12.57.85 N 32.34.54 W
Dagafstand:132 NM, overdag grootzeil met 2 riffen/ gennaker of genua. ‘S nachts grootzeil/ genua.
Windkracht:14 knopen.
Snelheid 5.7 knopen.

Dag 6.
Het brood is op, dus vandaag wordt het brood bakken. Als alles afgewogen klaar staat om te gaan kneden, wil Ronald de zeilvoering verwisselen. Als Ronald op het voordek met bomen aan de slag gaat, vind ik het prettig altijd even te kijken. Ik laat mijn bakspullen even alleen. Ik ben nog niet de trap op of alles vliegt van het aanrecht. Gadver, het opnieuw afwegen is niet erg, maar het schoonmaken maakt mij chagrijnig. Werkelijk alles zit onder en het warme water is op.

Ronald gaat even slapen en ik ga verder met het brood. Het is prachtig gerezen, maar ik krijg het met geen mogelijkheid meer uit de bak. Het meel is net kauwgum en ik word door de golfslag in de kombuis alle kanten op geslingerd. Brood bakken is niet zo mijn ding, geloof ik.

Om de beurt koken we. Elke avond hebben we heerlijk gegeten. Maar de couscous (de structuur en geur van hondenvoer) van vanavond is niet te eten. Ronald heeft honger en eet zijn bordje leeg. Ik eet een appel. Het koken is voor Ronald lastig, hij vergeet steeds de kastjes dicht te schuiven en de potten en pannen vast te zetten. Dit is de derde keer vandaag dat ik de keuken van onder tot boven moet schoonmaken. Het is niet helemaal mijn dag, grrrr…

In de avondschemering probeert een stormvogel een landing te maken op onze zaling. Elke keer start hij opnieuw aan stuurboord, vliegt een rondje om de boot, maakt een snoekduik en keert op het laatste moment toch weer om. Na een kwartier geeft hij het op.

We hadden Guido van de Morgaine onze tandenborstels laten opladen. Dit is kennelijk niet gelukt, want ze zijn nu al leeg. Jammer.

Elke dag moeten we de klok een kwartier verplaatsen, anders ontbijten we eerdaags bij avondschemering, haha. Ook de sterren staan hier anders aan de hemel. We schelen nu al 3 uur met Nederland.

17.00 uur:
Dagafstand:136 NM, overdag gennaker/spi, ‘S nachts melkmeisje genua/kotterfok
Windkracht:14-17 knopen.
Snelheid 5-7 knopen.

Dag 7.
Midden in de nacht horen we een knal, gelukkig is er niets stuk. De boom is ingeschoven. We voeren toch al te hoog, dus zetten we midden in de nacht het melkmeisje op. Ik zet vlug de dekverlichting aan en schiet mijn zwemvest aan en hobbel naar Ronald naar het voordek. Beiden gniffelen we even. Ronald zegt met pretogen: dat staat je goed! Ik heb enkel een slipje aan en een zwemvest over mijn blote borsten.

Mijn wacht gaat in. De batterijen van windmeter doen het soms ‘s nachts niet (overdag op zonnenenergie), dus moet ik elke 20 minuten de windmeter opnieuw opstarten. Echt onhandig. Een paar keer stel ik de positie bij, zodat we plat voor het lapje blijven varen.

De volgende ochtend word ik wakker met een straal blauwe hemel. Vandaag ga ik het anders doen, lekker veel muziek draaien. Elke dag houden we happy hour met frisdrank, iets lekkers en keiharde muziek. Even lekker swingen en lekker hard en vals meezingen. Vandaag begint de ochtend al met muziek, het doet mij goed.

We spreken uit dat het zo fijn is dat ik alleen op 1 juni zeeziek ben geweest. Dat we ons nog geen één keer hebben verveeld. Dat de oversteek zo mee valt, dat we beiden er een totaal andere verwachting van hadden. Dat we het fijn samen hebben. Dat het niet klopt dat je alleen maar het melkmeisje zet en dan niets meer aan de zeilvoering hoeft te doen. Ik heb spijt dat ik niet meer inkopen heb gedaan op de Canarische eilanden. De levensmiddelen gekocht in Afrika hebben iets nuffigs, niet echt lekker. Ook de dingen die knapperig horen te zijn (datum houdbaar tot 2020?) zijn zacht. Gewoonlijk zou ik daar niet zo zwaar aan tillen. Maar met zo een lange oversteek leef je toch een beetje van eetmoment naar eetmoment.

Om 12 uur roept Ronald: ik zie een boot, een vissersschip, de eerste boot sinds ons vertrek. We zetten de marifoon aan en roepen hem op. Lang xing, Lang xing, Lang xing over…here sailingyacht ia Orana over. De visser legt boeien uit en mogelijk een groot net. Ronald wil weten of we deze koers kunnen blijven varen. We krijgen wel contact, maar hij beantwoord onze vraag niet.

Elke keer is het weer feest. Dit keer worden we verrast door een school Risso’s dolphins, rondkopdolfijnen van 4 meter lang. Echt grote jongens dus.

Heerlijk gegeten vandaag: zelfgebakken brood met paté, avocado/tonijnsalade op toast uit Europa, dus knapperig. Brochettes uit de oven met pesto en tomaat. Tortilla’s uit de oven met sla, verse peterselie, paprika, tomaat, mais, ham en kruiden uit Marokko en gesmolten Hollandse jonge kaas.

Tijdens happy hour hebben we gevierd dat we nog 1000 NM op de Atlantische Oceaan mogen varen. We hebben allebei totaal nog niet gevoel gehad, dat we er klaar mee zijn. Het was echt een superdag.

17.00 uur:
Dagafstand:127 NM, overdag op de gennaker/spi, ‘s nachts melkmeisje grootzeil met 2 riffen/genua.
Windkracht:13-14 knopen.
Snelheid 5,5 knopen.

Dag 8.
Pfffffkragssshhhh…Het is nog vroeg in de ochtend en donker buiten. Beiden zitten we geschrokken rechtop in ons bed. Wat was dat voor een geluid? Het scheurende geluid gaat gewoon door. Shit, is het grootzeil soms door midden aan het scheuren? Gelukkig, het was enkel het zwemvest van Ronald wat zichzelf spontaan opblies. Klittenbandnaden die rondom openscheuren combi het supersnel opblazen van een relatief kleine plastic zak. Dit is nu al de derde zoutampul deze reis die uit zichzelf afgaat? Gelukkig hebben nog een reservezwemvest.

Ronald haalt gribfiles op en vertelt dat het maandag of dinsdag toch echt slecht weer wordt. Onze eerste squalls staan ons te wachten. Squalls zijn heftige kortdurende (15 minuten)regenbuien met zeer harde windstoten en soms onweer.

Vannacht heeft het hard geregend en de matrassen zijn nat geworden. Met die krachtige zon zullen ze wel snel weer droog zijn.

Ik moest net even huilen. Niet van verdriet, maar dankbaarheid. Omdat het zo bijzonder is midden op de oceaan samen met Ronald. De zon schittert een zilveren weg op het water, in de golven zien we een regenboog.

Bijna dagelijks is Ronald bezig met het schavielen van de neerhouderslijnen van de bomen. Al vele systemen zijn de revue gepasseerd, zelfs dyneema slijt door. Kun je nagaan hoeveel kracht er op zo een boom komt te staan.

Rond 14.00 uur zijn we precies op de helft tussen Afrika en Amerika. Om het vieren bak ik een cake in de wonderpan. Het is een hele kunst om het beslag in de kom te houden. Met mijn voeten tegen het randje, sta ik voorovergebogen al heupwiegend te klutsen, gedoeoeoe…

Opeens zijn er overvals midden op de oceaan, welke zeeën elkaar kruizen is niet duidelijk.

Vanavond Rottie gegeten, om vast een beetje in de stemming te komen. De zoete aardappels waren heerlijk.

17.00 uur:
Dagafstand:127 NM, melkmeisje met grootzeil met 2 riffen en uitgeboomde genua, zeer onrustige zeegang. Ik moet mij de hele dag vast houden. Zelfs als ik een boek zit te lezen, moet ik mij constant vastgrijpen om niet om te vallen. Het is vermoeiend, ik heb over mijn hele lichaam spierpijn.
Windkracht:15>12 knopen.
Snelheid: 5,5 knopen.

Dag 9.
Het is bewolkt vanochtend. Ik verschoon de prullenbakken. We hebben geen bakskisten, dus hebben we op het achterdek een zeilzak met een containervuilniszak erin, waar we steeds de pendaalemmerzakjes en toiletpapier in doen. Organisch afval gooien we over boord. Alle overbodige wikkels hebben we al in Kaap Verdië van de levensmiddelen afgehaald.

Ik doe een handwasje en hang het in de voorpunt op. Vooral buiten, maar zeker ook binnen voelt alles een beetje zout aan. Het zout zit in de lucht, daarom hang ik de was maar binnen op.

We varen met een dubbel rif in het grootzeil en een uitgeboomde genua over bakboord. Gisteravond konden we de genua niet meer inrollen. We hebben het klusje bewaard voor in het daglicht. Samen, Ronald zit in de ankerbak en ik erachter op het voordek, hebben we de schoot van de rolgenua er opnieuw ingeschoren. Gelukt. Na twee uur varen, blijkt het rolsysteem toch weer te blokkeren. Het opnieuw doorhalen is een hele klus, maar als het goed is zit het nu wel goed.

Voor happy hour maak ik een toetje met zelfgebakken cakekruimels met Amaretto, een peer met gesmolten pure chocolade met rietsuiker en een klodder abrikozenjam, jammie.

We hebben nog een mud Canarische aardappeltjes. Ik wil ze voorkoken, maar krijg het gas niet aan. Ja hoor, het is weer zo ver, de gasfles moet vervangen worden. Midden op de oceaan is dat best een dingetje, maar Ronald heeft het zo weer gepiept. Hoge golven rollen van achter onder ia door. Ondertussen vliegen er vier stormvogels rondjes om de ia. Wat zijn stormvogels toch prachtige beesten, ze zweven zo sierlijk. Heel soms scheren ze met één tipje van hun vleugel door het wateroppervlak. Ik kan daar zo van genieten. Het lijkt dan net of zij de vliegshow speciaal voor ons opvoeren.

Alle kussens gaan naar binnen. Ronald verwacht twee regenbuien. Maar we hebben mazzel, de buien waaien aan bakboord ons voorbij. We eten dus alsnog in de kuip. Asperges, Canarische aardappeltjes met knoflook en rozemarijn uit de oven. Zelfgemaakte romige kaassaus en een gekookt eitje.

17.00 uur:
Dagafstand:135 NM
Windkracht: 20 knopen.
Snelheid: 6 knopen.

Dag 10.
Vandaag zetten we de koers 2 graden zuidelijker. We hebben besloten eerst naar Cayenne, de hoofdstad van Frans Guyana, te gaan. Ronald geeft aan dat, als alles meezit, we zaterdag in Cayenne kunnen zijn. Tja, tot nu toe lees ik steeds over windstilte en stroom tegen vlak voor de kust van Frans Guyana en Suriname. Ach, we zullen wel zien. Voorlopig vliegen de dagen voorbij.

Ik krijg een mailtje van Steef via de satelliettelefoon. Wat een gezellige verrassing zo midden op de oceaan.

Vandaag blijft het de hele dag bewolkt. Eigenlijk best wel lekker, want je voelt nu al dat het elke dag iets warmer wordt. Regelmatig hebben we flinke windvlagen van 26 knopen wind, een dikke windkracht 6. We lopen als een tierelier, soms tikken we de 7,5 knopen aan. We varen met het melkmeisje, kotterfok en genua gereefd op de windvaan, dat gaat prima. Het is fijn dat we nu weten dat de windvaan minder snel uit zijn roer loopt als we de genua even groot trimmen als de kotterfok. Eigenlijk is dat heel logisch, maar je moet het maar net weten.

Ik bak pannenkoeken met peer en blauwe aderkaas, jammie. Daarna doet Ronald een dutje in de kajuit.

Dagelijks tuur ik over de zee en hoop ik een bult- of potvis te spotten, helaas…

17.00 uur:
Dagafstand:150 NM
Windkracht: 20 met uitschieters naar 26 knopen.
Snelheid 6.5-7.5 knopen.

Dag 11.
Vannacht heeft het twee keer hard geregend. Vanochtend schijnt weer de zon en is het al aardig warm. We eten brinta met rietsuiker als ontbijt. Brood bakken doe ik niet meer, de komende dagen eten we brinta, pannenkoeken en allerlei soorten toast. De golfslag is onrustig, we moeten ons nu constant bij alles vasthouden. Als het zo doorgaat, kan ik vanavond echt niet koken, dan wordt het een noodlesoepje. We varen nog steeds met hetzelfde melkmeisje. Ik geniet van de woeste grillige golven met witte schuimkoppen. Volgens windfinder zijn ze 2,5 meter hoog, ikzelf had ze hoger ingeschat.

Och, wat is het prachtige zeildag, we scheren met hoge snelheid als een hobbelpaard over de golven. We genieten van de hoge rollende golven. De zon creëert onder de witte schuimkoppen regelmatig een stukje doorzichtig azuurblauw glas. Wat een voorrecht. We hebben echt mazzel met het weer. Grotendeels van de dag is het bewolkt, ik vind dat wel fijn.

We drinken koffie met zelfgemaakte cake en gesmolten pure chocolade. Tussen middag crackers met Hollandse kaas. Bij happy hour, Nachochips met zelfgemaakte guacamole en Philadelphia.

17.00 uur:
Dagafstand:152 NM
Windkracht:18 knopen.
Snelheid 6,5 knopen.

Dag 12.
Als ik wakker word, blijf ik nog even liggen om de pilot van Cayenne en iles de Salut te lezen. De vraag is wat te doen als we in het donker aankomen? Kunnen we de riviermonding wel opvaren? Hebben we dan niet de stroom tegen? Gaan we bijliggen? Of kiezen we een paar mijl van te voren om te vertragen? Klatsssss…en grote golf zoutwater plenst door het middenluik boven op mij. En als of dat niet genoeg is kont er nog een tweede plens erachteraan. Ach, ik kan mij wel afdouchen. Maar wat doen we met al dat beddengoed en de salonkussens? Ohhh…Ik kan hier zo van balen. Zout water droogt immers niet. De salonkussens spoel ik onder de douche af met zoet water en leggen we te drogen in de kuip. Nu maar hopen dat er niet een derde golf overheen gaat. Het beddengoed moet ik maar wassen in Cayenne.

Halverwege mijn nachtwacht hoor ik gepiep, een metertje op schakelkast geeft aan dat de accu bijna leeg is. Ik geef het door aan Ronald. ‘Dat kan niet hoor, als je op de derde van rechts drukt gaat het gepiep wel weg’. Even later is er weer gepiep en ik druk zonder te overleggen het gepiep weg, want we hebben immers vanmiddag nog stroom gedraaid. Eén uur later varen we een verdacht rare koers. De koers loopt steeds verder omhoog naar 290? Huh, even afwachten, misschien corrigeert de autopilot zich wel weer. En ja, het gaat de goede kant op, we zijn bijna weer op koers…Ik ga terug mijn bed in en zet de timer op 20 minuten. Na 10 minuten hoor ik een knal, de boom, dat is duidelijk, de genua begint te klapperen. Ik kijk op open CPN, de koers loopt nu juist weer naar omlaag? We varen al 150. Honderdvijftigggg????? Dit klopt echt van geen kant. Ik roep Ronald en hij ziet meteen wat er aan de hand is. De accu is leeg en de autopilot is ermee uitgescheden. Nou, dat wordt mogelijk nieuwe accu’s kopen. Nu eerst maar weer stroom draaien.

17.00 uur:
Dagafstand:140 NM
Windkracht: 20 knopen.
Snelheid 5,7 knopen.

Dag 13
We hebben ontbeten en ik zet nog even koffie. Terwijl ik de ketel op het vuur zet hoor ik buiten een harde knal en een daverend vloek van Ronald. Ik schiet het trapje op en kijk Ronald vragend aan. De schoot van de genua is gebroken. Op zich geen probleem, dat is afbranden, doorhalen en weer vastknopen. De genua rolt echter niet op en klappert als een gek. Ik stel voor de genua langs de kotterfok aan de andere kant uit te trekken. Wat we ook proberen, binnenhalen, doortrekken, lieren het lukt niet. De spanning op de schoot is gigantisch. Wat doet dit met de voorstag? Ja, dat is het ‘m juist, Ronald zucht. ‘Okee…’probeer ik: laten we dan in ieder geval de kotterfok inhalen, want met die snoeistrakke schoot van de genua gaat het kotterzeil ook stuk. We proberen de kotterfok op te rollen. Nee hè, die weigert ook. Laten we de kotterfok dan gijpen, dan kan de genuaschoot de fok niet stuk trekken. Nou ja zeg, er zit geen beweging meer in. Er klapperen nu twee voorzeilen in 18 knopen wind. ‘Tja…nu weet ik het niet meer hoor’ zegt Ronald. Nu ervaar ik paniek, want als Ronald dit zegt, wat dan? Opeens schreeuwt Ronald: ‘Brand, brand, ik ruik brand! Maak het moterluik open’. Ik schiet naar beneden, in de salon hangt rook. Ik trek het luik open, maar zie niets. Ronald is nu ook beneden. Gelukkig, het is enkel de waterketel die droogkookt. Oh ja, ik was koffie aan het zetten. Ik geef aan dat ik schrik als hij zegt dat hij het niet meer weet. Nee joh, ik bedoelde: ‘laat mij even nadenken’. Ronald loopt naar voren. Ik weet dat het geluid van het geklapper hem gigantisch kan frustreren. Opeens hoor ik weer een kreet: ‘Nououou, er is nog veel meer stuk!’. De rail met het oog voor de boom is losgewrikt van de mast. Dit is nu het tweede oog wat op half elf hangt. ‘Ja en nog erger…in Frans Guyana en Suriname kun je dat niet repareren, alleen in Trinidad’. ‘Okee stop, eerst het probleem van de voorzeilen oplossen’. ‘Geef eens het scherpe vismes aan, ik ga de schoten gewoon doorsnijden’. Eureka, de spanning is er af en zowel de genua als de kotterfok kunnen weer opgerold worden. Nu eerst het grootzeil omhoog en dan weer de boel repareren. Even later staat mijn topper gevaarlijk te balanceren op de preekstoel. Af en toe schreeuwt hij boven wind uit wat ik in de kajuit kan doen. Ach wat houd ik toch van die vent. Tijd voor een bakkie…even bijkomen. Bij de eerste slok weet hij ook een oplossing voor de rail met het oog. Ik boor het uit, ik zaag het af, ik zet het goede stuk van boven meer naar beneden en popnagel het weer vast. Kijk, zo ken ik mijn Kappie weer!

17.00 uur:
Dagafstand:132 NM
Windkracht:15 knopen.
Snelheid 5, 2 knopen.

Dag 14.
Vannacht, tijdens Ronalds wacht, wilde een vogel steeds landen op de ia. Na veel pogingen was het hem eindelijk gelukt…op de radarbak. Vrij plotseling gingen we echter zo erg schommelen dat de vogel van de bak afgleed, zo de propeller van windgenerator in, zo zielig. We weten niet of hij het overleefd heeft.

Mijn wacht gaat in op het moment dat de diepte van 1400 naar 60 meter diep gaat. Wat zou dat doen me de zeegang? Worden de golven dan hoger of juist lager? Het wordt snel duidelijk. De zee lijkt rustiger, maar om de zoveel minuten schommelen we enorm naar bakboord en stuurboord dat de flappen zeil van het gereefde grootzeil onder aan de giek het zeeoppervlak bijna raken. Elke keer is het drie minuten een herrie van jewelste binnen en vervolgens weer heel rustig. Je hoort het zeewater snel langs de romp spuiten. We gaan ook zo hard, we hebben de stroom mee. Eén keer tikt het log zelfs over de grond 9 knopen, hihi. En wij maar puzzelen hoe we het zouden doen als we in het donker zouden aankomen. We varen met een dubbelgereefd grootzeil en een uitgeboomde kotterfok. Want het melkmeisje lukt niet meer. Omdat we nu nog maar één oog hebben om te bomen. Het is ook niet nodig, we gaan hard genoeg. ‘Cayenne, here we come’.

Langzaam veranderd de heldere blauwe zee in lichtgroen troebel rivierwater. In baai bij Cayenne is het zeer ondiep. Ondanks dat wij de groene boeien volgen komen we steeds in zeer ondiep water terecht. We durven het niet aan om de rivier op te gaan. Voor de waterkering gooien wij ons anker uit. Een beetje onwennig kijken we elkaar. Opeens dringt het tot mij door. We zijn er. Jeetje we zijn er. Het is een wonderlijk gevoel, een combi van ontroering, trots en joepie de poepie in één. Terwijl Ronald de kurk campagne richting de giek in het water knalt kijk ik om mij heen. Aan de kant lopen kleine zilverreigers en zwarte Ibissen pootjebadend te wroeten aan de waterkant. Uit het stad verscholen achter een oerwoudachtig bos klinkt vrolijke Caraïben House. ‘Proost schat, Welkom in Zuid Amerika’. Dat hebben toch maar samen mooi gefixed.

16.00 uur:
Dagafstand:156 NM
Windkracht:20 knopen.
Snelheid 6,2 knopen.

 

Kaapverdië

‘S morgens kijk ik door mijn patrijspoortje om te zien waar we vannacht nu zijn aangekomen. We nemen een lekkere douche. Het is een beetje bewolkt en 23 graden. Hera komt aanvaren met verse broodjes.

DJ brengt ons aan de kant. Lars uit Amerika van Sweat Dream, de boot die wij onderweg ‘s nachts op de AIS hebben gezien vaart ook mee. Aan de kade is het een kleurrijke drukte, er staan 3 tafels waar de vissers hun vangst fileren en vrouwen met kinderen die met volle tasjes huiswaarts lopen. Er loopt een vrouw met een grote teil met bananen op haar hoofd. De huisjes hebben leuke kleurtjes, overal liggen languit prachtige zwerfhonden te slapen. In het tweede straatje staat een blauw gebouwtje van de politie en immigratie. Pfff…Wat een mooie mannen lopen hier rond, gespierd, verzorgt, licht getint met prachtige licht bruine of blauwe ogen. Het inkleuren verloopt soepeltjes. Het dorp is klein met minimercado’s, een souvenierswinkeltje, een bakker en vele barretjes met terras. Op straat vragen we aan een Frans gezin welke supermarkt zij aanbevelen. We gaan voor 50 cent met de bus. De bus vertrekt als hij vol is, 13 volwassenen en 2 kinderen. Een vrouw met 2 enorme teilen waar vis in heeft gezeten komt er nog bij, even inschikken graag. Ik zit lekker bij het raampje en geniet van de mensen in de bus en het Sahara-achtige landschap met twee zwarte heuvels. Espargos is iets groter dan Palmeira, we kopen er een telefoonkaart, pinnen escudo’s en eten een hapje op een terras. Op de foto staat dat er ijs te koop is in een oublihoorn, ik krijg echter een bolletje in een plastic bekertje. Voor één euro kunnen we naar Santa Maria, een dorpje gericht op toerisme, prachtig strand met vele resorts. Heerlijk terras met uitzicht op zee. We borrelen bij Hera aan boord. En eten een hapje met Atropos en Romoco uit Zwiterland.

De volgende ochtend is DJ, de watertaxi, druk, alle boten gaan opnieuw voor anker verder de baai in. Er is swel op komst van wel 7 meter hoog. Iedereen ligt hutje muntje. Ronald besluit om te blijven liggen waar we lagen. DJ komt aan boord om koffie te drinken, maar de volgende boot komt er al weer aan, dus heeft hij geen tijd om zijn koffie op te drinken. DJ vertelt over zijn familie. Hij kan geen foto laten zien, want zijn mobiel is in het water gevallen. Ronald verkoopt zijn oude mobieltje aan DJ.

Op zondagavond kwam het hele dorp bij elkaar bij de haven. Overal werd geBBQed, heerlijk gegrild visje en kippepootje gegeten. Daarna de Marenque gedanst in de disco met kippegaasmuren. Entree één euro. Wat een belevenis. We komen veel Kaap Verdianen tegen die ook in Nederland wonen of hebben gewoond.

We maken een dagtochtje met de Hera. Pootjebaaien tussen de Citroenhaaien bij Porto de Petra de Lume. Zwemmen in de zoutwatermijn bij Punto Norte. De blue eye bij Monte Grande was niet te zien door de hoge swel van soms wel 7 meter met spectaculaire golfbrekers aan de kust. Een fata morgana gezien in het middenland. Het leek echt dat de bomen in een groot meer stonden. Met z’n allen geluncht. Super gezellige dag gehad.

De volgende dag komt DJ diesel brengen en betaalt hij het mobieltje. We doen boodschappen en lunchen bij Antropos aan boord. Wit brood met oude kaas uit Nederland, echt smullen. We vertrekken rond 16.00 uur met z’n drieën vanuit Palmeira, op naar São Nicolau. Heerlijk een paar uurtjes op de gennaker. We hebben contact met elkaar op kanaal 72.

Om acht uur in de ochtend komen we na een heerlijke nacht zeilen aan in de baai van Saõ Nicolau. We douchen, ontbijten, slapen even bij en ruimen daarna op. We varen met het Rubbertje naar land. Op het strand staan vijf jongens te roepen dat zij wel op onze boot willen passen. De grootste jongen, August past op. Hij loopt mee naar de politie om in te klaren. Waar wij uitklaringpspapieren krijgen in plaats van inklaringspapieren. Nou ja, wel zo makkelijk, want dan kunnen we wegvaren wanneer het ons uitkomt. Het dorpje stelt niet veel voor. Twee Chinese winkeltjes, een paar minimercado’s en twee restaurantjes. En veel jongens en mannen die hangen. De jongens vertellen dat er geen werk is, veel verhuizen als ze oud genoeg zijn naar een ander eiland.

We rijden met een aluguer, een pick-up, in de achterbak naar Monte Gordo, Parque Natural. De tocht er naar toe is schitterend, wat een prachtige vergezichten. We maken een wandeling van twee uur naar de krater. Ik vond het de mooiste wandeling tot nu toe. De weg met keitjes was steil. Onderweg kwamen we schoolkinderen tegen met rugzakjes. Een oude vrouw zocht naar sprokkelhout en begon een praatje. De weg naar boven had aan beide kanten een lage muur van keien. Achter de muur, was de landbouwgrond ook verdeeld met muurtjes. Er groeide veel mais, bonen, peultjes, trostomaten en kleine groene vruchten. Het was er prachtig groen. Tortolo zijn bomen met grillige dunne stammen, gebruikt als sprokkelhout met vetplantachtige kruin. Langs de kanten groeien veel kleurige, opvallend kleine bloemen. De krater is sprookjesachtig. Een oase aan vele soorten groene bomen gehuld in de mist. We zien raven, rotsduiven, Kaapverdische mussen, een Arendbuizerd en prachtig gekleurde vlinders. Op de terugweg vragen drie jongens of zij mee terug mogen rijden. We spreken Abraham, hij wil graag Engels oefenen, hij heeft zijn school afgemaakt maar geen werk. Hij vertelt trots dat hij geiten en kippen heeft.

Ronald probeert de hangmat op het voordek uit. Met een koude Cola leest hij zachtjes zwiepend zijn boek uit. De volgende dag zijn er harde valwinden en mistregen in de baai. Ik bak pannenkoeken als ontbijt.

Prachtige overtocht naar Saõ Vincente, Mindelo. Gemiddeld 22/25 knopen wind met uitschieters van max 32. Halve windse koers, 2 riffen in het grootzeil en de kotterfok. Golfen, soms rond 3 meter hoog. We genieten. We gaan gemiddeld 7.5, soms 8 knopen. Eén keer klokken we 10.4, we surfen dan van een golf af. Regelmatig buiswater in de kuip. Matrasje zijn wit van het zoute water. Volgende keer moeten we ze eerder binnen leggen.

Bij aankomst zit er een beetje zout water in de bilg, op de matrassen voor en achter en in twee bakskisten. De rubber rand van de Dorades en bij de verstaging stuurboord zijn niet waterdicht. De dorade achter gaat stuk bij demontage. Het repareren van lek bij de verstaging en dorade voor lukt wel.

Alle Nederlandse boten van de appgroep liggen in de haven. Door de swell rukken de landvasten met heftige schokken aan de steigers. Ronald en ik zijn blij dat we voor anker zijn gegaan, want wij liggen lekker rustig, vlakbij de haven. Ons Rubbertje is echter zo klein dat we niet zonder buiswater aan land kunnen komen. Met de grote Hallo Jumbo Plu als sprayhood trekken we wel de aandacht van de mensen op het terras in de haven.

Vandaag de was gevouwen, het bed verschoond en een start gemaakt met de kajuitklamboe. Vijf stroken van zes meter aan elkaar genaaid en achter een strook met drukknopen en twee ophanglijnen. Ronald heeft de dorade van het gasbunluik op de achterhut gemonteerd. Nu nog een andere oplossing vinden voor de gasbunluik zelf.

Een nieuwe luchthapper was hier niet te koop. Ronald heeft een aluminium pizzablik gekocht en er een stukje uitgezaagd om het luikje van de gasbun mee te repareren.

We maken kennis met Henk van de Dina Helana. Zijn vrouw Marja is op dit moment in Nederland. We gaan een aantal keer uit eten, heerlijk. Anita van Eumega heeft een dagje Sal georganiseerd. Een lange wandeling op het strand. Het is schrikbarend hoeveel plastic afval er op het strand ligt. We zien meerdere nesten met lege schildpadeieren, gaaf. Ook lopen er hele snelwegen met krabbenweggetje, indrukwekkend. Aan de vloedlijn lopen kleine vogeltjes. De rotsen zijn zandkleurig, glad en indrukwekkend mooi. Het strand zelf heeft wit en zwart zand, hierdoor ontstaan soms de prachtigste patronen. Bij strand staan drie jongens voorovergebogen keitjes te hakken. Voor 3 dagen werk krijgen met z’n drieën 150 euro. Boven op de berg staat een mooi agregatiesysteem om water te verzamelen voor de maisvelden. Tussen twee palen is een soort vijverfoliedoek gespannen. De vochtige mist waait door het doek en druppelt lang de buizen in een reservoir. We wandelen langs de weg naar beneden, het waait er hard.

We eten heerlijk bij Com Gusto, het restaurant is van een Duitser. Er speelt een bandje, de zanger zingt prachtig, bijna een privéconcertje. In Mindelo zijn veel overdekte marktjes. De groente en het fruit ziet er regelmatig goed uit. Vis proberen we onderweg te vangen. Vlees durven we niet te kopen. Ik heb een beetje spijt dat ik niet meer heb ingekocht op de Canarische eilanden. De keuze hier is klein. Alles heeft een nuffig luchtje. Zelf bekende merkproducten hebben een duffe nasmaak. Tijdens de overtochten drinken we geen alcohol. Helaas zijn suikervrije frisdranken hier niet te koop.

Ronald speelt een potje Oril met een jongen in een kapsalon, voor 4 euro willen ze hem wel even knippen en scheren.

We kopen drie gebruikte gele jerrycans van 25 liter en vullen die met diesel. Samen met de witte 15 liter jerrycan snoeren we ze vast aan de reling op het voordek. Vlak voor Suriname is vaak een windstilte gebied. Hoe zal dat zijn? Je denkt dan: we zijn er bijna en dan ben je opeens nog dagen onderweg?

Aan de hoofdweg is een atelier van een schilder. Als ik niet onderweg was, had ik een schilderij gekocht. De doeken zijn zeer groot en kleurrijk. In het centrum is een prachtige tentoonstelling met Afrikaanse maskers, helaas kom ik door alle klusjes er niet aan toe het te bezoeken.

Regelmatig maken we met de eilandbewoners een praatje, de mensen zijn vriendelijk. Ze zien er naar omstandigheden verzorgt uit. Als ze horen dat je een yachtie bent, willen ze met je mee. Regelmatig bieden ze aan op je spullen te passen, wat vaak resulteert in het vragen om geld. Veel jonge mannen klagen over het gebrek aan werkgelegenheid.

Wij zijn de eerste vertrekkers naar Suriname, veel gaan één dag of één week later weg. We gaan als afscheid met de groep Nederlanders uit eten. Hera, Zouterik, Eumega, Antopos, Morgaine en ia Orana, totaal 17 mensen. Terug in de haven is ons Rubbertje weer lek.

De mensen van Kaap Verdië hebben een diepe indruk op mij achtergelaten. Voor velen heb ik respect hoe zij met weinig er toch nog iets van maken. Ik zal niet ontkennen dat de werkeloze hangjongeren ook iets van irritatie bij mij opwekken. Steeds vraag ik mij af of er werkelijk niets te doen is? Ik zelf zie namelijk genoeg mogelijkheden om aan te pakken. Maar mogelijk is ook hier te weinig geld voor?

 

Overtocht la Gomera naar Kaapverdië.

Dag 1
We vertrekken op zaterdag 10 november om 10.30 uur. Pieter Jan en Renske zwaaien ons uit. Ook Jurgen en Anouschka komen uit hun salon omhoog om ons uit te zwaaien. Toch wel leuk om zo hartelijk begroet te worden. In de haven voelt het toch even spannend, 7 dagen op zee. Dit gevoel valt meteen weg als het melkmeisje uitstaat. Wat een heerlijkheid, de zon schijnt, 16 knopen wind, we deinen minimaal heen en weer. Ik videobel Erik en Fleur nog even en app de satellietgegevens aan ze door. Het Engelse schip Pogoon is ook onderweg, een racer. In de haven gaven zij aan graag met ons te varen. Ronald probeerde duidelijk te maken dat wij in de verste verte hun bij konden houden. Nu op zee lezen op de AIS dat zij langzamer gaan als wij? We zien hun witte zeiltje stuurboord aan de horizon, zij moeten afkruizen, wij varen rechtstreeks.
Een stormvogel hapt een paar keer naar de vishaak, dus we halen de hengel voor de zekerheid maar in.
Tegen 17 uur valt helaas de wind weg. Pogoon vaart nog steeds redelijk in de buurt. Om half zes kan Ronald het niet meer aanzien, we besluiten toch maar de moter aan te zetten.
We eten sla, peer en blauwe aderkaas, Canarische aardappeltjes met groene en rode mojo, en hamburgers.

Dag 2.
Acht uur, ik neem de wacht over van Ronald. De zon is net op. De blauwe hemel is versierd met bloemkool en lange streepwolken. Aan de Kim schitterde een zilveren streep op de horizon. De schackle maakt een hoog tikkend geluid op de boom. Ik geniet, het voelt zo vredig, ik, ia en de zee. Er staat weinig wind, 14 knoopjes. Ik kijk naar de stiksels van de oude radiaal gesneden genua van de Blue Booby, eigenlijk ziet het er best nog wel goed uit. De winddaan staat nog fier rechtop. Op open CPN zie ik twee boten. Eén is al gepasseerd. De ander een Nederlander zonder verdere gegevens, ze gaan vast achter ons langs. Tijd voor een grapefruit, ik pel de dikke taaie vellen er van af, het vrucht is heerlijk sappig. De schillen geef ik aan de zee. Omdat we geen bakelieten hebben willen we zo min mogelijk afval verzamelen. De zon piept tussen de wolken door en verwarmt mijn gezicht, mmm…Vannacht heeft tijdens mijn wacht zachtjes geregend. Twee meter hoge golven rollen aan de achterkant onder ia door. Aan het van de dag biedt Ronald lasagne met gerookte zalm te maken. Af en toe loop ik langs en kijk ik twijfelend naar de werkwijze van De kok. Even later klinkt er een kreet uit de kombuis. Eén van de ovenschaaltje met inhoud is richting de maatregel gevlogen. De keuken, het plafond, de salon en de kaartentafel zitten onder de rode saus met stukjes groente. Ronald gaat onder de douche en mopperend maak ik schoon. Vervolgens genieten we alsnog van een overheerlijk lasagne.

Dag 3.
Ik heb heerlijk geslapen. Ook tijdens wacht ben ik iedere 20 minuten meteen in slaap gevallen. In de ochtend regent het 3 x 2 minuten. Ik maak de WC schoon en vraag Ronald even niet door te trekken, zodat de azijn kan intrekken. Even later staat Ronald zonder zwemvest op het zijdek over de reling te plassen. Ik mopper: ‘ We zijn niet op het IJsselmeer!’.
Ik verzorg mijn zeeegelsplinters in mijn voet met olijfolie. Het zijn er 22 in totaal.
We hebben bijna ons daggemiddelde te pakken: 195 NM. Ronald verlengd de schoten, zodat we ‘S nacht in de kuip de genua kunnen reden en de neerhouder kunnen stellen. We eten noodles met gehaktballetjes in satésaus.

Dag 4.
Het regent, we zitten buiten met onze jollenbroek aan te ontbijten. De buien zorgen voor windshiften. We besluiten een andere zeilvoering te doen. Het melkmeisje wordt weggehaald. Ik ben niet bang midden op de oceaan, in tegendeel, ik vind het gaaf en heb het naar mijn zin. Maar ervaar wel altijd veel onrust als Ronald op het voordek met hoge golven met de bomen aan de slag is. De uitschuifbare boom is niet alleen zwaar, maar kan je ook in een onbewaakt ogenblik zo van het dek zwiepen. Elk stapje moet wel overwogen genomen worden. Eén groot compliment voor Ronald. Ook het in de wind draaien op de hoge golven vind ik spannend. Boven mijn hoofd zwiept dan de giek met loshangende reeflijnen als een gek heen en weer. Eén jaar geleden gleed er een reeflijn langs mijn nek. Elke keer ben ik blij als alle handelingen weer gedaan zijn. Stom die onrust, want eigenlijk gaat het altijd prima.

Dag 5.
Na een regenachtige dag nu weer volop zonneschijn. Voor het eerst zien we een ander zeilschip, de 20 meter lange Nikka. Ronald ziet tot drie keer toe een school vliegende vissen. Ik maak een gele quarantainevlag. Met deze vlag gehesen, mag je niet eerder van boord, voordat je boot officieel is vrijgegeven dat er geen besmettelijke ziektes aan boord zijn. Ronald ziet ver weg een fontein van een walvis, helaas komt hij niet dichterbij. De remknop van het stuurwiel vloog af en toe los. Ronald maakt met twee lijntjes en shackles het stuurwiel vast. Er komen weer dolfijntjes langs, dit keer een kort bezoek. We zitten samen naast elkaar in het zonnetje op het voordek gezellig een sinaasappeltje te eten. Ronald vangt een dorade, maar hij vliegt al van de haak voordat ik het schepnet ksn pakken. Overdag varen we in tegenstelling tot gisteren met met het melkmeisje. ‘S avonds eten we zuurkool met rookworst, spekjes en ananas, jammie. In de schemer gaan op een uitgeboomde genua varen.

Dag 6.
Het was een onrustige nacht, ia schommelde flink heen en weer waardoor ik lastig in slaap kon vallen. ‘S ochtend schijnt door het luik de zon in mijn gezicht. Tijd om op te staan. Op het dek ligt een dood vliegend visje. Heerlijk zeilweer. De hele dag worden we verrast met grote scholen vliegende vissen. Ook vliegt Barendtje, een stormvogel regelmatig een rondje om ia. Ik probeer ze te filmen, maar om krijg het niet voor elkaar. Het grootste gedeelte van de dag varen we op de genua op de kleine boom. ‘S middags zetten we het melkmeisje weer op. Ik maak een start met foto’s en filmpjes sorteren. We draaien voor de tweede keer anderhalf uur de moter om energie te draaien. We laden dan meteen alles even op en zetten de koelkast even extra laag. Ronald is gestart met diclofinac, helemaal blij, hij kan weer zonder pijn een kopje optillen en de bomen verwisselen. Ronalds moeder is vandaag met succes geopereerd.
Mogelijk komen we morgenavond laat aan? Wat een heerlijke dag was het.

Dag 7.
Het melkmeisje van de nacht wordt vervangen door grootzeil met genua. En vervolgens wordt de genua vervangen door de kotterfok. Daarna wordt de kotterfok weer vervangen door de gennaker. Pfff…lekker bezig. Ronald zijn zwemvest ontploft voor de 2e keer. We hebben alleen geen zoutampul meer voorradig. Hopelijk is het te koop in Mindelo. Er liggen weer twee dode vliegende vissen aan boord. Ik prik ‘m aan een satéprikker om er een mooie foto van te maken. Rond half elf ‘S avonds komen we aan bij Ilha do Sal in de baai van Palmeira aan. Er komt een bootje op ons af met een man die aangeeft waar we kunnen ankeren. Ik stuur in het halve maanlicht. Opeens horen we een vrolijke stem, hé de Hera ligt naast ons. Hij komt nog even een biertje drinken. 

Canarische eilanden.

We komen ‘s middags op Lanzerote aan. Het havengeld van Arrecife is maar 18€. Ronald zijn fantasie slaat meteen op hol. ‘Zullen we dan hier de boot neerleggen na de reis. Dan hoeven de meiden alleen een ticket te kopen’.

Ronald had in Nederland na het verwijderen van de finsulate last van zijn elleboog. Nu is het eindelijk zover, na 5 maanden besluit hij naar de fysio te gaan. Het is zaterdag, maar ‘s middags mag hij meteen komen. Laura maakt gebruik van de Inbidamethode.

Twee USB ventilatortjes gekocht, één voor in de hut en één voor in de keuken.

Laura, de fysiotherapeut, haar man Ricardo en dochtertje Lucia zeilen een dagje mee. We gaan voor anker en BBQen.

Klusjesdag: Nieuwe bevestigingspunten voor de neerhouder van de bomen in het boeisel gemonteerd. Reddingsvest, nieuwe ampul en zouttablet vervangen. 12 volt. contactdoos in de hut voor ventilator gemonteerd. Takeltouw om neerhouderlijn, val boom en lusje sprayhood hersteld. Handwasje. Aanrechtblad vast gelijmd. Kettingkast gelijmd. Opgeruimd.

Volgende dag heerlijk biefstuk gegeten bij de Uruguay. Onderlijk van de genua laten doorstikken. Dertig meter klamboestof gekocht bij de Chinese winkel.

Ronald gaat met de fiets op zoek waar hij de gasfles kan vullen. Zijn band raakt lek, dus houdt hij een taxi aan. De zoon van taxichauffeur wil de lekke band wel plakken.

We varen weg en worden uitgezwaaid door onze Franse buurman. De hele dag door startte hij een praatje en gaf ons ongevraagde allerhande tips. Hij voer nooit uit, zijn boot had een caravanfunctie. Hij poetste samen met zijn 5e vrouw de boot, bang voor kakkerlakken want die waren er veel op Lanzerote.

De zee bij Isla Lobos is wonderbaarlijk mooi blauw. Ronald staat op het dek en ziet zo een pijlstaartrog langszwemmen.

Eenmaal op zee ervaar ik rust, zo lekker. Helaas is er niet al te veel wind. We komen aan in Porto Rozario, Fuertafentera. We liggen voor anker naast een gigantische cruiseschip. Als Mein Schiff vertrekt worden alle schepen die voor anker liggen in de baai weggezogen. Aan land tuigen stoere mannen hun traditionele vissersboten met spriettuig op voor een regatta op zee. Cas, de zoon van een Nederlandse man doet ook mee.
Het is opvallend hoe veel sculpturen er langs de boulevard staan.

In de haven van Gran Tarajal ontmoeten de vertrekkers van de Zouterik.

Tussen de eilanden liggen accerelatiezones. Bij ons liep de wind vandaag op van 15 naar 28 knopen. Vlug rollen we de genua in. Ontrollen lukt mij, maar om de schoot vervolgens om het kikkertje aan de scepter vastmaken niet. Ronald pakt het van mij over en zet de rolfoktalie om de kleine lier. De volgende keer moet ik dus meteen de lier gebruiken in plaats van het met het handje te doen.

Het landschap van de Canarische Eilanden heeft een wonderlijke samenstelling van zwart verkoolde rotsen tot saharabergen of dorre mosgroene heuvels. De pikzwarte bergen met het azuurblauwe water doen mij denken aan één van de zeven schoonheden: pikzwart haar en helblauwe ogen. De vele resorts aan de kust hebben palmbomen geplant.

We zijn onderweg naar Tenerife. Er staan drie meter hoge golven en de wind loopt soms op tot 25 knopen. Eerst denk ik dat ik voor het eerst zeeziek ben, maar later blijkt dat ik iets verkeerds gegeten heb. Twee en halve dag heb ik last van mijn darmen, moet ik overgeven en heb ik hoofdpijn.

Tenerife, en vooral Santa Cruz is supergaaf. Ik bezoekt drie musea. Op iedere hoek van de straat staat een sculpture. We bezoeken de Mercado, een vaste gemeentelijke markt en drinken daar een cortadootje. Het Palmetum is een indrukwekkend mooi park met vele palmen op een afvalberg. Ik raak niet uitgekeken op het Auditorium, wat een wonderschoon gebouw. Architect: Santiago Calatrava. We huren een auto en maken een prachtige wandeling in Naturel Integrale Pijapel. Tenerife heeft mijn hart gestolen.

Onderweg naar Bahia de Abona zwemmen 12 Pilot Whales langszij. Zooo indrukwekkend!

Onderweg naar Cran Canaria zwemt er een Zeeschildpad langszij. In de haven van Mogan komen Luc en Hilde vijf dagen bij ons aan boord, echt gezellig. We huren een auto om ze op te halen en de gasfles te vullen, dit kan echter alleen tussen 9 en 11 uur.

Snorkeld tussen vele vissen ontdekken we bij het verwijderen van een visserstouw uit de schroef dat de anode verdwenen is.

We huren voor een 2e keer een auto, maar de calorgasfles kan weer niet gevuld worden. Anode voor de schroef is nergens op het eiland te koop. Cocodrilopark bezocht, tocht door de bergen was wonderschoon.

In de baai van Mogan komen Joline en Robin van de Blue Pearl langs voor Halloween.

We besluiten om in Puerto Rico de ia voor één dag uit het water te halen. Fabian Wher, Nederlandse teakhoutbewerker helpt ons fantastisch. Helaas kan ook hij niet aan een anode komen. Wel de anodes van de boegschroef en de wasbak vervangen en finsulate van roerblad getrokken en in de antifouling gezet. ‘S nachts raakt de dinghy los en vinden we hem terug met hulp van René op branding bij de rotsen. Volgende dag ontdekken we dat het roerblad van de windvaan weg is. Met hulp van Maurijn vinden we het terug op de zeebodem.

Eén nacht op zee, op weg naar La Gomera.

Tja, San Sebastiaan op La Gomera…ik had er graag wat langer willen blijven, wat een heerlijke plek. Ik bezoek de tentoonstelling van Pedro Zamorano, een beeldhouwer die machinaal het keiharde vulkaangesteente bewerkt tot prachtige sculpturen.

Ik onderteken een document van de erfenis onder toeziend oog van de notaris, veel gedoe. Anouschka van Desaar wil mijn tolk zijn. De havenmeester helpt mee met het document te versturen voor een stempel op Tenerife.

Ik plaats een anode op de schroef onder de boot. Ronald doet vele klusjes: een nieuwe pin in het roerblad van de windvaan, een ketting aan roerblad, slot op kledingkast, enz. We geven een steigerborrel, er komen 18 yachties. Bij de start zitten we met 10 man in de kuip, zo gezellie. ‘S avonds eten we hapje met Pieter Jan en Renske, veel gelachen. De volgende ochtend vertrekken we naar Kaapverdië.

Overtocht van Marokko naar de Canarische eilanden.

Dag 1
Het is één oktober. We zijn er klaar voor. Alleen de Drone nog ophalen bij de douane, uitchecken bij de politie en de havenmeester. De douana en de politie kwamen weer even aan boord. Kritisch keken ze de boot rond. De politieman overhandigde de paspoorten en toonde de stempels op blz 30. Wat is het toch wonderlijk dat die stempels altijd ergens in midden van het paspoort worden geplaatst?

De gribfiles geven een goed vooruitzicht. Het staat rond de 10 knopen wind als we achter de pilot aan om 15.00 uur de golf van Gadiz opvaren. We hijsen meteen de zeilen en varen 5,5 knopen over de grond. Ronald geeft instructie over de windvaan. Joehoe, ik snap het zowaar en draai bij een windshift de vaan precies in de goede richting. Ronald kijkt tevreden: ‘We gaan lekker’. We zitten in een korte broek en shirtje onder bimini en genieten van de prachtige kustlijn van Marokko. Beiden genieten we van de rust van de zee, want de vele en onophoudelijke indrukken op het vaste land van Noord Afrika waren best ook vermoeiend. Elke avond vielen we als een blok in slaap.

De bearing is 250, precies de richting waar de zon aan de hemel staat. Grappig, we varen hierdoor recht over een zilver pad over de zee.

De ampères in de accu houden niet over. Er staat te weinig wind voor de windgenerator en de zonnepanelen staan in de schaduw van het grootzeil. Vlug de radar en het gasknopje uitgezet, dat scheelt toch weer iets.

Het slingerzeilbedje heb ik dit keer niet opgemaakt. We willen in onze hut slapen, want de zee is rustig en we zullen voornamelijk over bakboord liggen.

Het is half vijf, tijd voor een soepje. Heet water inschenken is altijd weer een dingetje met rommelige golven. Lang leven het antislipmatje.

Om 17.30 uur sukkelt de wind in. Ronald vaart terug naar de kust in de hoop daar nog wat wind te vinden. Ook daar geen wind. Enigszins gefrustreerd zet Ronald de moter aan: ‘Weer geen wind, we kunnen net zo goed een moterboot kopen’. En even later met hoopvolle stem terwijl hij de gribfiles bekijkt: ‘Morgenochtend kunnen we misschien weer de gennaker erop zetten’. We hebben samen afgesproken alleen bij licht de gennaker te gebruiken. Het uitchecken in de haven heeft toch meer tijd gekost dan we hadden verwacht, waardoor we later vertrokken zijn. We moeten nu de wind als het ware weer in zien te halen.

Ik maak spaghetti bolongnaise met Marokkaans gekruid vlees. Het witte schommelnet boven het aanrecht zit weer vol met heerlijke verse groente en fruit. Met mijn voeten klem tegen de zijwanden van het kombuis, schommel ik met mijn heupen met de golven mee. Ik word steeds handiger in het koken op zee. Lastig vind ik wel dat het altijd zo heet wordt in de kombuis. Het middenluik, het kleine raampje naar de kajuit en de opening van de ingang lijken de warmte van het fornuis onvoldoende af te kunnen voeren.

Nu we op de moter varen, varen we zonder toplicht. Ronald schijnt geregeld met de zaklamp op het vaantje. Helaas blijft die rond tollen, voorlopig geen wind dus.

Ik puzzel op de wachtlooptijden. Ronald is een avondmens, ik houd meer van het daglicht. Tot nu toe liep ik wacht in de nacht van één tot vijf uur en ging ik meteen na het avondeten naar bed. Maar ik zou liever de zon op zien komen. Ronald wil wel tot vier uur opblijven. Dat vind ik geen goed idee, hij heeft ook zijn rust nodig. Morgenmiddag ga ik slapen, zodat ik om één uur de wacht over kan dragen.

Ik probeer wat te slapen in de achterhut. Opeens hoor ik buiten de lieren ratelen. Ik steek mijn hoofd door het luik en vraag: ‘Hé, toch een beetje wind?’. Ik zie de verlichte genua er als een dweil bijhangen. Ronald antwoordt: ”Pfff…nee, maar ik wilde het toch even proberen?’.

Het is één uur, mijn nachtwacht gaat in. De genua staat uit, het scheelt een halve knoop. Ronald boomt hem uit, ik help vanuit de kajuit. Ik rol de genua in en uit, laat de schoot vieren en trek het weer aan en zet de neerhouder van de boom strak. Het is fijn dat het middenraam van de sprayhood nu open kan. Ik zit in trapgat en kan door de opening Ronald op het voordek goed in de gaten houden. Ook kan ik door deze opening gewoon met Ronald praten, wat voorheen lastig was.

Achter de ia trekt de halve maan een zilver spoor op de zee. In Nederland staat de halve maan rechtop, hier in Marokko staat hij als een soepkommetje op de hemel geprojecteerd. Aan bakboord schijnen de lichtjes op de kust van Marokko. Alles druipt van de condens. Ik heb mijn slaapdekentje opgevouwen op mijn kussentje gelegd, zodat mijn lange thermo-onderbroek niet te nat wordt. Heel in de verte zie ik een lichtje van een vissersboot. De waterkoeling maakt zachte pruttelgeluidjes in het afvoergaatje. Hopelijk zakt de wind niet weg, want dan moet ik Ronald wakker maken. De genua kan ik wel zelf inrollen, maar om de boom weg te halen moet ik naar het voordek. En we hebben afgesproken dat we in de nacht elkaar dan wakker maken.

Een andere afspraak is geen alcohol tijdens een overtocht op zee. We hebben nu de keus uit koffie, thee, water, jus Orange, Cola zero en Fanta zero. Ik drink nu koud water uit de koelkast. We hebben 10 liter bronwater mee. Een 5 literfles met de Spaanse waterpomp past precies in het vak naast het aanrecht. Tot nu toe drink ik altijd bronwater en nooit uit onze watertank.

Het navigatielicht in de mast verlicht het gastenvlaggetje van Marokko. Er was geen watersportwinkel te vinden, dus kochten we het vlaggetje op een stokje bij een kleermakertje in de medina van Marrekech.

Voor de kust van Cassablanca vaart een vissersboot recht op mij af. Ik ontwijk, maar de vissersboot draait zich om en vaart weer een andere koers.

De meeuwen worden door de navigatielantaarn in de mast, helwit verlicht tegen de zwarte hemel. Na vier uurtje slaat de moeheid toe, gelukkig is het bijna vijf uur.

Dag 2.
Het is half acht uur en ik ben wakker. Eigenlijk heb ik nog anderhalf uur, maar ik ga er toch uit, zodat we de gennaker als spi kunnen zetten. Ronald ligt te slapen op de bank. Zachtjes tikt de kookwekker in de salon.

De wind houdt niet over en staat ook niet helemaal in de goede richting. Toch hijsen we het grootzeil en zetten we de gennaker met de boom als een spi. De snelheid is gelijk aan de motor. Ronald kijkt tevreden. ‘Hèhè, de motor kan uit. Ronald zet de gashendel in zijn achteruit tegen gezoem van de schroef.

De bimini kan niet uit, want we willen de gennaker in de gaten houden. Dus pak ik mijn gele hello-jumbo-plu voor een beetje schaduw.

Ik bak een ommeletje met een verse rode peper en smeer het droge Marokkaanse brood in olijfolie met verse dieprode Kaftakruiden en bak ze in de pan. Best een lekker tussendoortje.

We moeten twee keer gijpen. Met een spi van 100 vierkante meter en een loodzware uitschuifbare boom is dat best een dingetje. Met de spanker gijpde we na veel oefenen in 15 seconden. Met de ia doen we de 2e keer er 16 minuten over. De chronologische volgorde van handeling wordt gaandeweg ook steeds duidelijker voor mij. Ik haal de slurf naar beneden. Dan schuif ik de boom in. Ronald laat de boom zakken, zodat ik de boom naar de andere zijde kan halen. Terwijl Ronald in de kajuit het grootzeil gijpt, knoop ik de schoten om, doe de schoot in de boom, schuif de boom uit. En haal de neerhouder los en haal hem aan de andere kant door het oog. Ronald is dan achter klaar, hijst de boom en ik zet de neerhouder vast en hijs de slurf van spi, terwijl Ronald achter de beide schoten trimt.

De eerste 24 uur hebben we 116 NM gehaald. Waarvan 12 uur gemotord. Inmiddels varen we al een tijdje 8 knopen, Ronald is niet ontevreden.

De sterrenhemel is wonderschoon. Het is vijf uur, blij toe, ik kan mijn ogen nog lastig open houden. Vannacht is de dop van de buis van een verstaging door het schuren van de genuaschoot eraf gevlogen. Eén helft ligt op het dek, de ander is mogelijk in de zee terecht gekomen. En de neerhouder van de boom is weer gebroken, Ronald had de eerste keer goedkoop nylon lijntje gebruikt. Vervolgens schavielt ook de mantel van de dyneemalijn door. Ronald heeft het opgelost met een katrol aan het boeisel. Vannacht is de schoot van de gennaker die we gebruikte als neerhouder van de boom doorgebroken. Gelukkig is er maar een kort uiteindje afgebroken. Ronald plaats een tweede katrol aan het boeisel, nu moet het goed gaan. Uiteindelijk lig ik pas om 6 uur in bed. De zee is zo onrustig, ik word in bed alle kanten opgeslingerd en kan hierdoor niet de slaap vatten.

Dag 3.
Om acht uur wordt ik wakker van een alarm op de marifoon. Ik vraag Ronald of hij al de gennaker wil zetten. Het kan nog even wachten. Om half tien hebben we de gennaker weer als een spi gezet en loopt ia weer gestaag vooruit.

Ik merk dat ik echt slaap tekort ben gekomen, hopelijk slaap ik vannacht wel lekker.

Ronald heeft zijn hengel uitgegooid. Ik ben benieuwd of we vanavond vis of vlees eten.

De wind is weg, we moeten weer motoren.
We zijn op de helft, nog 235 NM te gaan, we zijn nu ongeveer 43 uur onderweg.

Rond twee uur ligt er een roestbruine waas over het zeewater. Ronald vraagt of ik de coördinaten wil opschrijven, zodat we het eventueel de autoriteiten door kunnen geven en zij kunnen controleren welk schip zijn rotzooi heeft gedumpt in het water. Het is ons niet duidelijk wat het precies is. Later denkt Ronald dat het mogelijk gewoon kril geweest kan zijn.

We hebben opeens twee motjes op het dek. De ene heeft lichtgele vleugeltjes, de ander vleugeltjes van kurk.

We eten weer heerlijk. Kleine Spaanse aardappeltjes met gekruide Marokkaanse worstjes en pittig gekruid prutje van allemaal verschillende verse Marokkaanse groenten.

Mijn nachtwacht gaat in. We varen op de windvaan en Ronald heeft de watchdog ingesteld. De maan is nu van soepkommetje in prachtig sierlijk schaaltje veranderd. De sterrenhemel is hierdoor weer helderder dan gisteren.

De watchdog gaat tot vier keer af door een windshift. Het bijstellen lukt, tot dat we wel heel erg op gijpkoers liggen. De bulletalie doet goed zijn werk. Vlug verander ik van koers en haal Ronald uit zijn bed. We moeten gijpen, wil je even kijken als ik de bulletalie naar de andere kant verplaats. Ronald laat mij gijpen, ik vind dat best spannend. De gecontroleerde gijp gaat goed. De bulletalie verplaatsen is lastiger, want de katrol zit achter de loopplank. Ronald zet even het deklicht voor mij aan. Het is gelukt. Hij kan zijn bedje weer in.

Mijn wacht is voorbij. Ik lig in bed en zeg tegen mijzelf: niet in slaap vallen Lies, want Ronald wil vast de boom zetten. Ik val wel in slaap en hoor opeens Ronalds stem door het luik: “Lies, ik wil toch eigenlijk even de boom zetten. Als ik vervolgens weer in bed lig, kan ik niet meer in slaap komen. Onze ia, laat mij door de onrustige golfslag alle kanten van het bed zien, pfff.

Dag 4.
Vandaag laat Ronald alle variaties van mogelijke zeilopstellingen zien, tot dat ik zeg, als je nog één keer veranderd dan…..
We starten met grootzeil en genua. Dan wordt de genua toch maar uitgeboomd.
Dan gaat de genua met boom weer weg en hijsen we de gennaker als een spi met boom. Tussendoor maak ik een heerlijke tonijnsalade. Ronald heeft de hengel met pretpakket aan glimmertjes uitgegooid, maar de vissen willen niet bijten. Vervolgens varen we alleen op grootzeil. En dan kiest Ronald toch maar voor de melkmeisjecombie genua en kotterfok zonder grootzeil, beiden uitgeboomd. Het is drie uur, ik ben gevloerd. Vervolgens zegt Ronald: ‘Zo, ik geloof dat ik maar even dutje ga doen’. ‘Duhhh, lekker ding.

Ik zit alleen in de kuip en geniet van deze prachtige zeildag. Het is hier 2850 meter diep, kun je nagaan hoeveel liters zeewater er wel niet bestaat. In de pilot staat er een waarschuwing bij Lanzerote, het is daar ergens 200 meter diep, nu maar hopen dat die mogelijke vulkaan niet op uitbarsten staat.

De scheepsbel gaat. Bakboord ligt een vrachtschip van 210 meter op ramkoers, toch maar even een andere koers varen, haha. Lang leve de CPA van Open CPN, zo handig. Terwijl het vrachtschip voorbij vaart, doe ik een afwasje en zet ik een kopje thee. Ik glimlach, een paar maanden geleden had ik onzeker naar het scherm blijven staren. Nu is het peanuts.

Ronald wordt na een half uur wakker, hij staat op het trapje en geeft aan dat de gennaker erop moet, omdat we nog maar 3 knopen varen. Ik geef aan dat het nu wel welletjes is. Ronald legt uit dat alle wisselingen waren om de boot op 5 knopen te houden, omdat er vrijdag geen wind meer staat. We starten met de kotterfok weg te halen en de uitgeboomde Genua te laten staan en het grootzeil te hijsen. We gaan weer 5 knopen.

Ronald komt met een vrolijk gezicht naar boven en zegt: ‘Nog maar 100 NM. Ik weet nog dat we de eerste keer van Ijmuiden naar Lowestoft een overwinning vonden’.

Als ‘s nachts het grootzeil laat zakken, vanwege te weinig wind ligt er op het dek een inktvisje naast mijn voeten. Ik bewaar ‘m als aas voor als Ronald gaat vissen.

Land in zicht. Altijd weer een bijzonder moment, zelfs als het landschap in mist gehuld is. Nog een paar uurtjes varen en we komen op Lanzerote aan. Ronald bakt wentelteefjes voor het ontbijt, jammie. Ik neem de pilot door. Ronald heeft voor de eerste stop de haven van Naos in gedachten.

Marokko

Op 23 september vertrekken we vanuit Spanje naar Marokko richting Rabat. Nog voor achten gooien we de trossen los vanwege de stroom in de riviermonding bij Isla Christina. Eenmaal op zee was het windstil. Ronald had gribfiles gedownload, dus we waren hier op voorbereid. Al snel kwam er een klein windje en kon de gennaker er op. Vervolgens modderen we uren met te weinig wind. Het grootzeil op en vervolgens weer laten zakken maakte Ronald een beetje schaggie. De zee, de golf van Gadiz is opvallend blauw. Zo een blauwe zee hadden we nog nooit gezien. S ‘avonds ging de zon aan stuurboord onder en scheen aan bakboord de witte volle maan, welke duizenden diamantjes op de zee liet schitteren. De wind nam toe tot 26 knopen wind, de zee was zwart van kleur met spierwitte koppen. We haalde soms wel 7,5 á 8 knopen. Vervolgens hebben we op de tweede nacht uren op zee stilgelegen, omdat we niet in het donker konden arriveren. Oeps, foutje, we waren vergeten het VHFnr te noteren om de pilot op te roepen. Via kanaal 16 vroegen we of iemand ons kon helpen en het bleek kanaal 11 te zijn. De horrorverhalen over vissersnetten bleken niet te kloppen, in totaal hebben we 2 vissersstaakjes gezien? In Portugal en Spanje was dat wel anders. Het pilotbootje met 3 man sterk voer ons de riviermonding op. Helaas was de vesting van Rabbat in de mist gehuld. Jongens op de kade bejubelde ons in Frans en maakte salto’s in het water. De pilot ging ons voor en bij een pontoon moesten we aanleggen. Het havenpersoneel, de politie en de douane kwamen aan boord, allen zeer beleefd en vriendelijk. Ook ik kreeg een handdruk zonder oogcontact. Onze drone had Ronald al klaargelegd om in te leveren. De mannen waren zeer geïnteresseerd in ons beroep. Ze vonden dat ik maar geluk had dat ik mede-eigenaar was van de boot. Ik zei grappend dat Ronald juist geluk had, daar moesten ze kostelijk om lachen. Vervolgens was het wachten op de drugshond, badkamerkastjes werden opengeschoven, het motorruim moest ook open. Ik was een beetje teleurgesteld toen de drugshond op de kade gearriveerd was en bij de trap niet onze richting op kwam, maar een andere hond volgde richting het restaurant. De mensen van de hond werden van het terrein afgestuurd en de politie met hond droop af en kwam niet meer bij ons aan boord. Vervolgens kregen we plek in de haven van Salé, aangrenzend aan de hoofdstad Rabat. Aan steigerpontoon naast ons ligt een tonijnenvisserboot en 3 speedboten van de koning van Rabat. Bij iedere steiger staat een hokje met politie in vol ornaat om de boel in de gaten te houden. Ook de ingang, de douches enz. worden bewaakt door havenpersoneel. De haven is prachtig aangelegd met palmbomen.

Eenmaal uit de haven krijg je het gevoel in de Fata Morgana van de Efteling te zijn beland. In de medina kochten we een simkaartje met 10GB voor 120 dirham(ongeveer 12 euro). De medina was overweldigend, van alles was vooral veel. Een ieder heeft zijn eigen specialiteit met één soms twee producten. Je verkoopt dus geen fruit, maar alleen maar druiven. Het volgende stalletje verkoopt dan bv weer groot glas jus Orange voor 50 eurocent. S’ avonds zijn we met de tram naar het centrum van Rabat geweest. De ticketautomaat was stuk. Twee meisjes boden direct hulp aan. Het jongste meisje gaf Ronald een dubbeltje uit haar eigen portemonneetje, toen hij een muntje tekort kwam.

Een jonge vrouw met een lief gezichtje komt onze was ophalen, voor 11 kg wasgoed betalen we 270 diram. Joepie, we kunnen weer slapen in een schoon bedje. 

Ik koop 2 kaftans omdat de knieën en schouders van een vrouw bedekt moeten zijn. Een hoofddoek vind ik teveel gedoe, deze draag ik alleen als het echt nodig is. Mijn blonde lange haar is wel een bezienswaardigheid, zeker s’ avonds lopen er voornamelijk mannen op straat. Naast Ronald reageert een ieder vriendelijk en behulpzaam.

Eindelijk heb ik een plastic tafelkleed kunnen scoren voor het opspattende zoute water in het Rubbertje. Ik kwam elke keer drijfnat aan en liep dan de hele avond met een natte broek op de kade. Zout water droogt lastig op.

Op de medina worden de broodjes met gekruide kalkoen, verwarmd op een houtskoolvuurtje. Met wat uitjes en snufje har smaken ze echt goddelijk lekker. Terwijl de jongens met een kartonnetje de vuurtjes aanwapperen, bieden zij 2 plastic krukjes aan. Ronald zegt lachend: ‘ahhh, une restaurant’ en de jongens stralen van trots. Ronald wil aan de overkant van het donkere steegje twee jus de Orange halen, maar dat regelen zij. 

Gisteren zijn we naar Le Porte Oudayas in Rabat geweest, een vestingmuur met een botanische tuin en een Kasma, een wijk met heel veel smalle straatjes waar alle muren blauw geschilderd zijn. Toen wij een paar dagen geleden in Rabat aankwamen was het geheel in de mist gehuld. Nu was het helder weer en snikheet, maar zeer de moeite waard. We hebben muntthee gedronken met kokosmakronen op een terras. Ik vind Marrokaanse thee niet lekker, het is mierzoet suikerwater, de smaak van munt is ver te zoeken. Vervolgens zijn we naar een gigansch Indisch partyschip,een Dhow, gegaan om wat te snacken. Het was een prachtige entourage, maar de snackjes waren Frans en niet lekker. We gingen opnieuw naar de media om een broodje kalkoen te scoren, jammie.

We kopen een tramkaartje voor de terugreis, maar de tram komt niet opdagen. Wat doen dan al die mensen op de bankjes van de tramhalte? Gewoon gezellig kletsen. We pakken dan maar een taxi terug. De chauffeur zet ons verkeerd af en begint met harde dreigende stem op ons te mopperen: ‘ik mag daar helemaal niet komen, ik heb een blauwe taxi, jullie hadden de witte moeten hebben’. Alsof wij dat wisten? Dit is de enige onaardige Marokkaan die we tegen zijn gekomen.

Ronald is verslaafd aan cocktail Hawai op het terras aan de haven. 

We hebben een auto gehuurd, een Duster met airco. Op naar Marrekech en het Atlasgebergte. Googlemaps werkt niet in Marokko, dus maar iets anders gedownload. Duitse Heidi wijst ons nu weg. Ik ben blij dat Ronald rijdt. Voetgangers worden in Marokko niet gerespecteerd. Strepen op de weg worden niet gebruikt. Richtingaanwijzers worden niet aangezet. Je neemt voorrang, of je van rechts of links komt maakt niet uit. Rechts inhalen en vervolgens invoegen lijkt normaal. Brommers crossen ktiskras overal tussendoor. Langs de autowegen staan grote rode Marokkaanse vlaggen te wapperen. Doordat Heidi niet helemaal de Marokkaanse verkeer met veel eenrichtingsverkeer doorheeft, rijden we regelmatig een rondje en doen we er zeer lang over om Rabat uit te komen. Ik bewonder hoe Ronald zich tussen chaotisch krioelende verkeer stand houdt. 

Na uren op de snelweg belde we de riad, welke een Ier in de haven van Salé ons had geadviseerd. Helaas hadden ze geen plek meer en boekte we online een andere riad. Nu was het verkeer in Marrekech nog een grotere heksenketel als Rabat, naast auto’s en brommertjes, krioelde het nu ook van de ezelwagens en tuktuks. We bleven maar rondjes rijden. Omdat het veel éénrichtingsverkeer was, zijn we een aantal keer weer helemaal terug gereden, om het vervolgens opnieuw te proberen. Uiteindelijk parkeerde we bij een Shellstation, belde voor de zoveelste keer het hotel dat we niet konden vinden. Een jongen op een brommertje bood ons vervolgens aan de weg te wijzen. We bleken al een paar keer langs de riad gereden te zijn.

Marrakech is toeristisch en veel minder traditioneel dan Salé en Rabat. Bij alles bedelen ze om geld. Het was dat Ronald halsstarrig kon weigeren om niet voor de aangeboden diensten, waar wij helemaal niet om gevraagd hadden, te betalen. Mij was dat niet gelukt. Het maakte voor mij de stad ook minder aantrekkelijk. Niet alleen het verkeer ook de hoeveelheid mensen vond ik te druk. Het was heerlijk bijkomen in de riad. S ‘avonds zijn we duur uit eten geweest. Het eten op straat in de medina in Rabat was eerlijk gezegd net zo lekker.

De volgende dag lopen wij via het plein met slangenbezweerders, muzikanten, apen op stokjes en een man die gebitten verkoopt, langs de vele ezelwagentjes naar de leerlooier. Met een dot munt onder ons neus voor de stank kregen we een rondleiding. De eerste 14 dagen werden de huiden in een goedje gelegd, zodat de haren loslieten. Daarna werden de huiden 14 dagen in de kippenstront ondergedompeld om het leer zacht te maken. Vervolgens worden de huiden 14 dagen in een bloemenextract gelegd. Papaver voor rood en oranje, saffraan voor geel en indigo voor blauw enz.

Opvallend in de medina waren de groepjes kwebbelende en giechelende meisjes in een soort witte slagersjasjes. Ook de jongens dragen dit schooluniform.

Na de wandeling stapte we weer in de Duster op weg naar het Atlasgebergte.
Eenmaal op de snelweg geeft Ronald aan wel een tukje te willen doen. Ik neem het stuur over en rijd uren op een bijna lege zeer verzorgde asfaltweg richting de bergen. Het landschap aan weerszijde is zo indrukwekkend mooi dat ik steeds overweeg Ronald even wakker te maken. Het start met rode heuvels met kleine nederzettingen met tientallen muurtje gepositioneerd in vierkante kamertjes. Opvallend is de de bovenlaag van de muren nergens recht gestapeld is, waardoor het ruïne-achtig overkomt. Soms zit er een plat dak op, maar meestal zijn de ruimtes open. Op veel plekken zie je gekleurde was hangen. Daarna veranderd het landschap in glooiende gele gedorste graanvelden. De huizen zijn nu gestuct en gesausd met een rode terracotta kleur. Het landschap gaat over in beige gesteente, het land is vlak met hier en daar een toefje groen. Soms zie je iets van landbouw. Wat er precies
verbouwd wordt is vanaf de snelweg niet te zien. Als het indrukwekkende Atlasgebergte opdoemt wordt Ronald wakker en neemt hij het weer van mij over. Blij toe, want de autotocht door de bergen is niet zonder risico. Overal ligt los gesteente en zijn er modderplassen in de haarspeldbochten. Maar Ronald rijdt rustig en ik voel mij volledig veilig naast hem.

Bij een vele vergezichten is het contrast van de hoge bergen met aangrenzend het uitgestrekte vlakke land groot.

Aan de kant, in middle of nowhere, staan twee meisjes van rond de acht jaar bij tientallen gasflessen. Ronald start door het autoraampje een praatje, ze spreken een beetje Frans. Het ene meisje draagt een hoofddoek, de ander heeft geen hoofddoek om. Beiden staan te giechelen. De kleinste is aan het wisselen en heeft één grote voortand en een leeg gat. Bij een stilte vraagt ze Ronald om een dirham, welke ze niet krijgt. Giechelend lopen ze terug naar hun plekje in de berm.

In het dal loopt een klein stroompje door een droge rivierbedding met vele grote ronde rode keien.

Een jongen van rond de 15 jaar vraagt een lift. We zijn benieuwd waar hij uit wil stappen. Het is indrukwekkend hoe ver hij had moeten lopen.

In een vergezicht liggen 3 verschillende bergen naast elkaar. De eerste heeft terra rood gesteente. De 2e is begroeid met helgroen gras. De derde staat vol donkergroene bomen.

Aan de kant loopt een vrouw fier rechtop met een grote couscouspot op haar hoofd. Even later zien we een vrouw lopen met op haar rug een gigantisch pakket gewikkeld in een oud blauw zeil. In een haarspeldbocht zijn een aantal takken in de berm aan weerszijde met een boogje in de grond geprikt. Opeens zien we dat een man eronder een tukje aan het doen is.

We rijden door twee dorpen met honderden terracottapotten. We vragen ons af hoe deze mensen ooit deze oneindige hoeveelheid aan potten zou kunnen verkopen.

De rivier aan de kant van de weg stroomt woest langs de oevers met rood modderwater. De dorpen in de bergen zijn door muren met natuurlijke schutkleuren soms amper te zien. Wat een verschil met Portugal en Spanje, waar de muren spierwit zijn met rode daken. Soms kijk je in het dal op een vierkant dakterras waar gekleurd wasgoed hangt te wapperen.

Eenmaal uit een dorpje staan bij de eerste rotonde drie politiemannen in vol ornaat ons op te wachten. Zij verzoeken Ronald aan de kant te gaan. De politieagent vraagt om de papieren van de auto en zijn rijbewijs. Hij beweerd dat hij Ronald over de lijn zag rijden. Ronald geeft aan dat hij de rotonde 3/4 wilde nemen en aan het voorsorteren was. De man begrijpt hem niet en haalt de 2e politieman erbij. Ronald blijft rustig en ik blijf vriendelijk lachen. Ik had uiteraard snel even mijn jurk tot mijn enkels getrokken. Na veel moeilijk kijken en geharrewar over en weer over het wel of niet passeren van de lijn vraagt de man opeens waar wij vandaan komen? Het gesprek slaat opeens om in begrip. De man geeft eerst de papieren terug, maar houdt beide passen vast. Dan geeft hij de autopas terug, maar niet het rijbewijs. Ik word er een beetje onrustig van. De man zegt met een serieuze blik dat we voortaan niet meer over de lijn mogen rijden. Shit, krijgen we nu alsnog een boete? En geeft vervolgens met een glimlach het rijbewijs terug met de woorden: “Veel wandelplezier in Imlil, het is mooi daar”.

Aan de kant is met gedroogd riet en stro en stokken een hek gemaakt met twee deuren van aan elkaar gestanste platgeslagen blikjes.

We komen aan in Imlil, we parkeren de auto en gaan op zoek naar een slaapplaats. Het is een waar Hikingoord, overal zijn bergschoenen, Nordic walking stokken, maar ook ezeltjes te huur. Op een terras langs een zeer snel naar beneden stromende bergrivier, drinken we een glas jus de Orange. Het water klettert zo hard tussen gigantisch grote keien door naar beneden dat we elkaar bijna niet kunnen verstaan. We kiezen voor een kamer bij de rivierstroom. Het begint te onweren. Het is inmiddels zeer koud geworden en Ronald heeft alleen een korte broek bij zich. We kruipen even onder de dekens om warm te worden. Het plan is om iets te gaan eten als het weer droog is. Rond 19.30 uur is het echter overal pikdonker in het bergdorp. In een hotel verderop willen ze nog wel iets koken. We hebben alleen ontbeten, dus we eten met smaak onze bordjes leeg. 

Ronald wil een warme douche nemen, maar warm water is op deze plek een lastig verhaal.

We werden wakker en hoorde nog altijd het geraas van het neerstortende water in de rivier. De temperatuur is nog altijd koud en een echte warme douche zit er niet in. Het ontbijt (vierkante pannenkoeken, broodjes, een ommeletje, Marokkaanse thee, brokken suiker, jam, honing, wat boter en verse jus) is buiten op het terras, met onze kledij is het echt te koud. Tijdens het ontbijt zien we een vrouw walnoten van de grond rapen. Ook ons autodak lag vol met walnoten. Toen ik er met mijn schoenzool één open probeerde trappen, leek de noot nog rauw? Niet echt lekker.

Door regenval en onweer in de nacht is de zwarte asfaltweg veranderd in een rode modderweg. Ook door de rivier stroomde met hoge snelheid de rode modderwater.

Op een open vlakte staan een aantal grote berbertenten. Er een een paardenwedstrijd met traditionele ruiters in berberkledij. De zadels zijn kleurrijk en prachtig versierd. De paarden, zeker 150 stuks, staan in rijen van 15 opgesteld. Na een startschot, lopen ze eerst in draf en vervolgens in galop, parallel naar de jury. Tijdens de galop gaan de ruiters staan en zwaaien ze woest met hun geweren. Vlak voor de jurytent remmen de ruiters hun paarden af en knallen ze zo gelijk mogelijk een geweerschot af. In stad kreeg ik geregeld kwade blikken als ik mannen fotografeerde, maar deze witte prinsen op hun paard lieten zich graag fotograferen.

Een jongen van een jaar of 12 vraagt een lift, hij had anders 2 uur moeten lopen naar school. We komen door dorpjes 
met appelboomgaarden met gele en rode appels. Overal staan houten kisten met appels aan de kant van de weg opgestapeld.

Geregeld lopen er herders met grote groepen schapen of geiten. Een enkele keer loopt er een man met drie koeien aan elkaar vastgebonden langs de weg. Ook nu weer is het opvallend hoe weinig vrouwen er buiten lopen.

Bij Afourar hebben we schitterend uitzicht over het dal met veel vlak landbouwgrond van het middelhoge Atlaslasgebergte. Het geheel is verdeeld in keurige vierkante velden. Opvallend is dat niet alleen het landschap, maar ook de marktkramen, in vergelijking met de grote steden, er geordend en verzorgt uitzien. Er ligt prachtig fruit en groente in grote bergen op de markttafels. De school loopt uit. Met nieuwsgierige blikken kijken de tientallen kinderen naar ons op. Ze begroeten ons giechelend in het Frans. De meisjes hebben roze en de jongens donkerblauwe slagersjasjes aan. Een aantal kinderen geven ons een hand vragen hoe het met ons gaat. Twee meisjes willen ons een kusje op de wang geven. Het inmiddels lege schoolplein is groot met veel veel gekleurde muren en paaltjes, veldjes en kippen en kalkoenen.

Het hotel in Afiurar heeft een prachtige ommuurde tuin met een zwembad. Pauwen, merels en Marokkaanse en witte  kwikstaartjes kwetteren er op los. Een paradijsje in het klein. Vanaf het balkon keken we op de tuin met in de verte het Atlasgebergte.

Onderweg zien we een plek waar we onze auto aan de wegkant kunnen parkeren. Even lekker wandelen in de bergen. Er lag echter niets dan afval op de grond. Mogelijk was het een picknickplek voor de berbers of de herders? Overal lagen oude houtskoolvuurtjes. Met stenen was er een voetbalveld afgezet, met twee grote keien als doelpalen.

De volgende dag zwemmen we nogmaals in het prachtige zwembad en rijden we terug naar Rabat om te bunkeren voor onze reis naar de Canarische eilanden. Beiden spreken we uit dat we blij zijn met de keuze voor Marokko in plaats van Madeira.