Zo traag als het uitchecken verliep in Livingston, zo snel klaren we in bij Punta Gorda in Belize. Na een heerlijke zeiltocht varen we met de dinghy naar de lange pontoon van dit Caribische dorpje, met direct aan het einde van de steiger het gebouwtje waar alle instanties bij elkaar gevestigd zijn. We starten met een formuliertje bij Immigratie en lopen door het gangetje naar Costums. De volgende deur is van Health en om de hoek de plek van de Portautoritieiten. Deze laatste persoon is even afwezig, dus pinnen we eerst in het dorpje.
We hebben gelezen dat je een boete kan krijgen als je in dit gebied geen gastenvlag hijst? In het souvenirwinkeltje is echter alleen een gigantische vlag te koop. Een lange jongen van een jaar of vijftien fietst voorbij op een veel te kleine oude fiets waar de pedalen alleen nog ijzeren staafjes zijn. Hij wil wel een vlag van Belize bij zijn grote broer halen. Hij komt terug en toont triomfantelijk met een big smile een vierkant vrouwensjaaltje met koeienletters Belize er op. Vervolgens vraagt hij er een godsvermogen voor. Haha, zou ik ook doen. We lopen met hem naar een winkeltje op de hoek, waar we een koude cola voor hem kopen voor de moeite. Bij de Chinees vinden we twee hoesjes voor de zijspiegels van een brommer met de vlag van Belize er op. Als ik de elastieken er uit haal en ze aan elkaar naai hebben we een prima vlaggetje. Hoog in de mast is het nepvlaggetje genoeg verdekt en ziet niemand dat het geen echte vlag is.
We pinnen wat Belize Dollars en lopen terug naar de Havenautoriteit. Ahum, hij is er nog steeds niet…achter het zwarte glas horen we een geluid. Ik druk mijn neus tegen het glas en zie een schim achter het donkere raam en giechel wat ongemakkelijk: ‘Oh sorry, ik zag niet dat je er was?’ De havenmeester heeft in het zwarte ruit twee halve ronde ‘kassa-openingen’. De ene keer schuift hij een formulier door de ene opening en stelt hij vervolgens weer een vraag bij de andere opening. Zijn handelen is voor ons zo ad random dat we beiden in de lach schieten. Omdat we hem niet kunnen zien achter het zwarte glas en hij vervolgens in onverstaanbaar Engels steeds in het andere halve boog opening iets mompelt, ontstaat er een chaotische situatie dat Ronald doet denken aan het Caviaspel van de Wie-Kent-Kwis met Fred Oster. Ik kan mijn lachen bijna niet verbergen als ik mijn oor weer bij het verkeerde poortje te luister leg. Ik probeer bewust niet naar Ronalds ogen te kijken als wij het geld door het ene poortje schuiven en wij een donkere hand die het geld wil ontvangen in het andere poortje naar buiten zien komen. Het is gewoonweg hilarisch. En dan staat de vriendelijke man opeens naast ons, hij is uit zijn kantoortje gekomen en wijst aan waar wij de contributie voor onze dinghy kunnen betalen. Hoppa, in totaal zijn we een paar honderd euro armer, maar wel supersnel ingeklaard.
Belize here we come. Ik verheug mij erg op een bezoek aan de Great Blue Hole, een kleine verdekte cirkelvormige atol met een diepte van 124 meter. Uit de analyse van de stalactieten blijkt de vorming van deze atol 15.000 jaar geleden te zijn gevormd, hoe gaaf zou het zijn als we daar in de buurt voor anker zouden kunnen gaan. Wordt vervolgd.