Leven in het moment is een ware kunst, iets wat in het jachtige leven in Nederland best lastig is en voor mij aan de andere kant van de wereld iets beter lukt. Door te reizen met ia sta ik direct in contact met onze geliefde natuur en krijg je de hele dag door ‘cadeautjes’ in je schoot geworpen. En ja, Nederland is uiteraard ook een prachtig land waar ik intens kan genieten van de natuur.
We zeilen op het moment in de archipel van Belize met rond de 400 bewoonde en onbewoonde eilandjes met witte zandstrandjes gehuld in cyaanblauw water. Tot nu toe zijn wij nog geen enkele andere boot tegen gekomen, iets wat dit gebied nog unieker maakt. Ons doel voor vandaag is voor anker te gaan bij Mangrove Caye, een waar doolhof aan mangovebossages met hun vele verstrengelde wortelpartijen boven het wateroppervlak getopt met een kruin van gladde stevige donkergroene bladeren.
Beter zeilweer bestaat er niet, een heerlijk windje met een zonnetje. Met vol tuig kruisen we tussen de bossages door op zoek naar een plek om te ankeren. Opeens hoor ik aan bakboord iets in het water. Een gigantische Pijlstaartrog van ruim een meter breed slaat zijn ‘vleugels’ wijd en maakt boven het wateroppervlak een kort bochtje om weer in de diepte te springen, zo gaaf.
Het is even zoeken naar een geschikte ankerplek. De eerste keer komen we te dicht bij het rif uit. De tweede keer liggen we keurig tussen twee riffen in, maar gaat het in de namiddag zo hard waaien, dat we op zoek gaan naar een plek zonder swell. Om de hoek is een smal ‘straatje’ met een opening naar een klein rond ‘binnenmeertje’. De wind blaast ons overdwars in het straatje, qua lengte hebben echter net genoeg ruimte aan de voor- en achterzijde van de boot. Daar komt bij dat we nog geen enkele andere boot zijn tegengekomen, dus in de weg liggen we niet. Naast ons scheren de Pelikanen rond de boot. Eén voor één laten ze zich onbeholpen in het water plonzen om een visje te scoren. Een kampioenschap ‘bommetje in het zwembad’ is er niets bij.
Helaas staat er een te harde wind om te BBQen met onze nieuwe relingBBQ. We kiezen voor de veilige Cob. De zonsondergang is vervolgens magisch, er verschijnt een waar schilderij aan de horizon. De mangroven kleuren antraciet met aan de bovenrand zwart broderiekant van alle blaadjes, gedrukt op een drie tinten fel oranje laag waarop de silhouetten van vele Pelikanen vliegen. Even later verschijnt er een flinterdun zilver randje van de maan boven ia omgeven door fonkelende sterren en planeten in de pikzwarte hemel. Met mijn hoofd op Ronalds buik staren we naar de hemel, romantischer kan niet.
De volgende ochtend vraagt Ronald me om mee te gaan snorkelen. Ik kijk naar het water naast ia en zie kwallen en schud nee. Als Ronald even later enthousiast terugkomt, heb ik ondertussen op internet gelezen dat deze kwallen niet steken. Ronald heeft net een Zuidelijke Pijlstaartrog van 1,5 meter breed langs zien zwemmen, dat wil ik ook wel zien.
Snorkelen tussen de mangroven is een compleet andere beleving dan op een rif met harde koralen. Als we nog maar net onderweg zijn, wijst Ronald naar mijn kin. Een klein visje met bruin en mosgroen ter grootte van mijn duim zwemt tussen mijn borsten in de schaduw van mijn kin en wijkt niet meer van mijn zijde. Af en toe waagt hij het om voor mijn duikbril te zwemmen en kijken we elkaar verbaasd aan, waarna hij weer vlug de veiligheid tussen mijn moederkloek opzoekt.
In het ‘binnenmeertje’ is het maar 1 meter diep met grasland op de grond. Aan de wortels van de mangroven hangen enorme trossen met kokerkoraal in de kleuren roestbruinoranje, kerriegeel en eiwit. Tussen het grasland liggen grote omgekeerde mangrovekwallen als mooie witte rozetten op de grond. We zwemmen naar de overkant en ‘mijn kleine vriendje’ blijft bij mij. Tussen de wirwar van wortels zien we vele scholen met sober gekleurde vissen. De vissen zijn er in alle tinten grijs en beige met hier en daar een toefje zwart of zachtgeel. De gigantische zeesterren knallen er met hun feloranje tinten tussen uit. We zien een kleine Barracuda, ik zwem er met een grote boog om heen. Nu ik weet dat de kwallen niet steken, kan ik genieten van hun doorzichtige lichamen. Het is tijd om te vertrekken en we zwemmen terug naar de boot. Bij het zwemtrappetje van ia neem ik afscheid van mijn kleine grijsmosgroene vriendje. Soms kan iets kleins in de natuur je diep ontroeren. Het is tijd om zelf een veilige baai op te zoeken, de voorspelling verwacht overmorgen windstoten van rond de 30 knopen op zee. Op naar Placencia Caye.