Ik word wakker en kijk door mijn patrijspoortje bij mijn hoofdkussen. Waar zijn we? Oh ja, gisteravond zijn we aangekomen in de baai van St. Andres. Hmmm…zo heerlijk geslapen. Het water in de baai heeft compleet geen swell, een waar cadeau na twee nachten in een ‘wasmachine op zee’. Ik ga vandaag zwemmen en lekker bijkomen.
Ik doe de afwas en hoor buiten Ronald roepten ‘Lies, zet de motor aan, we krabben?’ Ik snel naar buiten en kruip achter het stuurwiel. Ronald schiet het vooronder in. De punt is afgeladen met spullen. Op zijn buik wurmt hij zich naar voren om in het eerste kastje de kapotte zekering te vervangen. Nee hè, de 100 ampères zijn op, dan maar een 300 ampère erin.
De snobber is aan stuurboord gebroken en het ankerlier is kaduuk. Ronald roept vanaf de punt dat het ankerlier waarschijnlijk volledig is doorgebrand. Het waait hard en ik probeer de boot bij de wrakken en de boten om ons heen weg te houden. De wind en de stroming drijft ons steeds richting één wrak. De losse bimini is opzij vastgeknoopt en neemt volledig mijn zicht weg.
Ik zie aan de houding van Ronald op de punt dat hij het even niet meer weet. Er is geen haven op dit eiland en er is hier natuurlijk geen ankerlier te koop. En ja…als Ronald het niet ziet zitten, slaat bij mij ook de stress toe. De wind loeit en we moeten schreeuwen om elkaar te kunnen verstaan. Ik roep dat vroeger de boten ook geen elektrische ankerlier hadden. ‘Good call!’. Ronald krikt met de hand de 30 meter ketting op en we droppen het anker op een andere plek. Shit…het anker pakt weer niet. Opnieuw krikt mijn SpierballenJopie de 30 meter stalen schakels omhoog. Ronald hangt half over de reling en tuurt de zeebodem af naar een stuk met enkel zand. Op het voordek geeft Ronald met zijn handen instructies aan mij door: naar stuurboord…naar bakboord…vooruit… stop in z’n vrij of in z’n achteruit. En nu is het raak, het anker pakt.
Vervolgens wil Ronald onderzoeken wat er aan hand is, maar ik wil er eerst een ankerwacht op. De box zet ik extra hard, zodat ik het alarm goed kan horen. Ik voel mijn hartslag iets tot rust komen.
Opnieuw kruipt Ronald in de punt op zijn buik over alle spullen en zeilzakken richting het zekeringenkastje. Huh?…Goed nieuws: in de haast heeft hij niet de 300 ampère zekering in het kastje geplaatst, maar de gebroken zekering weer teruggeplaatst. De ankerlier is helemaal niet kaduuk, wat een opluchting. Voor de zekerheid plaatst Ronald er nu een 50 ampère in en laat hij triomfantelijk met de afstandbediening de ketting ratelen.
Terug in de kuip geeft Ronald mij een dik compliment: ‘Echt goed gedaan Lies’. Mijn ogen worden nat en geef aan dat ia voor mij mag afzinken of dat ik een ticket koop voor een zeilvriend om de boot samen met Ronald naar een haven te varen, zodat ia te koop gezet kan worden! Ik geef aan dat ik het niet meer trek, omdat er werkelijk iedere dag wel wat is. Zo dat lucht op…Ronald troost mij en als ik bijgekomen ben van de schrik kan ik alles weer relativeren. Ik schiet in de lach en denk: Pfff…de spanning moest er even uit, wat een mazzel dat dit bij daglicht is gebeurd’.
Ronald duikt het water in om te kijken of het anker nu goed ligt. In het zand ziet hij de halve boog van de Rocna boven het zand uit piepen. ‘Lies, het anker ligt perfect!’ Ik ben gerust gesteld en de ankerwacht kan er weer af.
De wind is afgenomen, tijd om aan de slag te gaan met de snobber. Een snobber is een haak die je boven water op de ankerketting plaatst, zodat met harde wind of golfslag de boot niet trekt aan de ketting maar aan beide landvasten. Ik splits een mooie tweede lus aan de landvast. Het is goed gelukt, ik ben er trots op. De brede tuinslang gaat er aan beide kanten maar lastig over heen, Ronald moet de landvast in de werkbank plaatsen om het voor elkaar te krijgen, gelukt. En nu is het tijd om te ontspannen, we gaan snorkelen bij het wrak…
