De reis van de ia orana

met een zeilboot de Atlantic rond

Er een draai aan geven…

‘Hé, moet je kijken, dit kussen lag op de grond en de punt is helemaal nat en zout. Dat is best gek, want het gat van de dorade en muur zijn gewoon droog’. Ronald klimt het trapje af en drukt het knopje van de bilgpomp aan. Ik hoor hem mompelen: ‘Dat dacht ik al, nu is bilgpomp twee er ook mee uitgescheden’. Ronald zucht en ik reageer met: ‘We gaan nu niet klussen hoor, dat kan wel wachten tot we aangekomen zijn’. ‘Ik dacht het niet, een bilgpomp moet het altijd doen. Bij nood moet je water weg kunnen pompen’.

We zijn onderweg naar de eilanden bij Honduras en genieten midden op de Caraïbische Zee van een heerlijke zeiltocht. Wel krijgen de ene squall na de andere over ons heen. Echt bizar hoe een blauwe hemel, met hier en daar een wolkje en een heerlijke stralende zon, binnen een paar minuten kan turnen naar een grijze lucht met een gigantische plensbui. En daar blijft het niet bij, want de wind loopt dan in vijf minuten tijd voor korte duur soms wel op van 9 naar 22 knopen. Vannacht zelfs één keer van van 11 naar 32 knopen. Daar komt dan nog bij dat de wind tijdens de korte bui. geregeld wel 30 graden kan draaien. Niet alleen de zeilvoering is dan een puzzel, ook de keuze tussen de windvaan of de autopilot.

Ook ik trapte er tijdens mijn wacht in. Ronald had in onze aan de windse koers de kotterfok gezet en we kwamen amper meer vooruit, dus rolde ik de genua uit. Gelukkig kun je zo een squall al van verre zien aankomen, namelijk een grote lange donkergrijze wolk met aan de onderzijde lichtgrijze regenstrepen die verbonden zijn met de horizon. Dus actie was geboden en de genua werd ingedraaid naar een klein flapje.

Als Ronald na zijn dutje weer de kuip in stapt, vraag ik hem hoe we dat moeten doen in de nacht als het pikkedonker is? ‘Dan zeilen we met zo min mogelijk oppervlak’.

Het lastige is dat we morgen zullen veranderen van koers en meer voor de wind gaan varen. De windvaan zorgt er nu voor dat we bij een squall, ondanks de winddraaiing, gewoon aan de wind blijven zeilen. Zo een heftige regenbui duurt vaak maar kort, waarna de wind in kracht en richting weer terug komt bij de ‘oude’. Op de digitale kaart ziet dit er uit als een danspasje om na een korte draai vervolgens weer de juiste koers te gaan. Vandaag hadden we al negen squalls te pakken, benieuwd hoeveel er nog volgen?

Onze windvaan is echter minder betrouwbaar bij een voor de windse koers met weinig knopen. En de autopilot blijft de kompaskoers volgen en kan bij een extreme winddraaiing een rare situatie opleveren…tja, het is even afwachten hoe dat loopt?

En wat een mazzel, de zeilvoering verloopt vervolgens meer dan prima. Wat minder soepeltjes draait is het instaleren van een bilgpomp midden op een zee met 2,5 meter hoge golven. Maar na 5 uurtje zit dankzij het geduld en vindingrijkheid van mijn Kappie en mijn organisatiekwaliteiten de pomp ook weer op zijn plek. Wat is dat toch met ons en waterpompen, ik ben de tel kwijt hoe vaak wij deze de afgelopen jaren hebben vervangen.

En ook deze keer haalt Ronald de bilgpomp eerst helemaal uit elkaar, waarna hij moet  concluderen dat hij niets kan vinden en dan toch maar een nieuwe installeert. En dan zul je altijd zien dat de maat van de slang niet overeenkomt met het tuutje op het apparaat. Maar ook daar weet Ronald weer een draai aan te geven. Daar komt bij dat die krengen op de meest onmogelijke plekken zitten gemonteerd, zoals in het motorruim of aan de onderkant van een laag hangend plankje in keukenkastje op de vloer.

Inmiddels ligt Ronald opgekruld op de vloer van de natte cel en wurmt hij zich in een korte bocht het motorruim in. De onmogelijke houding zorgt dat hij zich op meerdere plekken bezeerd. Tijd voor een verfrissende douche, een maaltje Pasta Putanesca en weer genieten van de fantastische zeiltocht naar Isla Guanaja.

Verder Bericht

Vorige Bericht