Soms vraag ik mij af wat maakt dat ik er voor kies om elk jaar deze vorm van reizen aan te gaan. Niemand heeft mij deze opdracht of advies gegeven en toch kies ik er voor. Deze vorm van reizen is doorspekt met een aaneenschakeling van ‘het zoeken naar oplossingen, continu schakelen, omdenken, doorzetten en flexibiliteit’. Allemaal eigenschappen waarvan ik niet wist dat ik ze bezat. Maar hoe mooi, samen met mijn Kappie kan ik de wereld aan!
Ik moet denken aan ‘Odyssee’, een term die staat voor ‘een lange zware reis’. De avonturen van Odysseus gaan over vindingrijkheid, doorzettingsvermogen en de strijd om thuis te komen. Dat laatste is bij ons NIET van toepassing. Wel gaat het bij ons beiden over het verlangen om op zee te zijn, Oh Die Zee (Odyssee).
En vandaag is het zo ver, vanmiddag gaan we weer heerlijk zeilen op zee, op naar St Andres. Maar eerst moeten er nog een aantal hobbels genomen worden, gaat dat allemaal lukken vandaag?
Ik start de dag met het controleren van de autopilot, shit…hij start weer niet op. We hebben geen tijd om het te onderzoeken wat de mogelijke reden is, want de havenbus vertrekt. Ronald geeft aan dat de windvaan het vast wel houdt, pfff…ik weet niet wat ik hier van moet denken? Op naar Colon voor een ZARPIE, zodat we kunnen uitchecken bij immigration in de haven.
Hmmm…om een ZARPIE te ontvangen, hebben we eerst een Cruiser Permit nodig, deze kost 185 dollar. We moeten dit contant betalen en de dames geven aan hier nooit een kwitantie voor te geven? Vervolgens zal de Permit opgestuurd worden en gecontroleerd door de administratie en kunnen we na 15 dagen terugkomen naar Colon om de ZARPIE te ontvangen, welke dan weer 150 dollar kost. ‘Huh? Maar we willen vandaag vertrekken?’. ‘Dat gaat dus niet, want jullie zijn dan wel net met het vliegtuig aangekomen, de boot is de afgelopen 8 maanden wel in Panama geweest’. Duhhh…Ronald gaat hier niet mee akkoord: ‘Lies, dan vertrekken we illegaal’. ‘Zucht, nu maar hopen dat we niet op zee de douane achter ons aan krijgen?’ Ronald lacht: ‘Nee joh!’. Hopelijk is agent mister Bush van Providencia goed gezind en ziet hij het door de vingers. Fingers crossed.
Vervolgens kopen we alle soorten gif voor de kakkerlakken die we kunnen vinden en doen we boodschappen voor onderweg. Daarna loopt Ronald twee keer heen en weer met een kruiwagen met twee volle 25 liter dieseljerrycans en vul ik de watertanks.
Tien dagen lang zei de dame van de marinewinkel: ‘Morgen komt jullie toiletpomp echt binnen!. Vandaag doe ik nog één poging. Nu is het antwoord: ‘Hij is onderweg!’ Jaja…? Ronald fikst de autopilot en zegt erbij dat er een mogelijkheid is dat hij er zo weer mee uit kan scheiden. Vervolgens betaalt Ronald de haven en komt hij met een kartonnen doosje terug. Wauw, de toiletpomp is binnen. Nu nog even het roer van de windvaan er op. Ronald klimt het zwemtrapje af. Aan de overkant roept een man ons toe: ‘Er zwemt hier een krokodil in de haven rond hè!’. We roepen dat we op de hoogte zijn, en het roer zo vlug als mogelijk zullen plaatsen. Nu nog even heerlijk douchen en dan… kunnen we vertrekken.
Het waait best hard. In de baai hijs ik het grootzeil met 2 riffen. Een hoge golf met zeewater kletst over mij heen, ik proef het zout op mijn lippen. Als ik in de kuip terug kom geeft Ronald aan dat de autopilot er weer mee uitgescheden is. Ik geef aan dat we nu nog terug kunnen. Ronald stelt mij gerust, de windvaan zal echt zijn werk doen. ‘Als jij het eerste stuk stuurt, dan ga ik binnen proberen hem weer aan de praat te krijgen, dan zet ik ‘m niet meer uit. Ik denk namelijk dat ik weet wat het is. Als dat het niet is gaan we terug, goed?’
Ronald vraagt op VHFkanaal 12 of we de baai mogen verlaten. Op zee zijn de golven 2,5 meter hoog en waait het 22 knopen. De zee is een klotsbak, omdat de deining schuin op de golven staat. We moeten hoog aan de wind blijven varen om St Andres te kunnen halen en bij iedere golf moet ik bijsturen. Onze ia surft van de hoge opspattende golven af als een kind van de hoge glijbaan. De spierwitte schuimkoppen in het turquoisekleurig zeewater spatten op het voordek uiteen.
Ik sta in de overlevingsstand. Veel gedachten gaan door mij heen. ‘Waarom doe ik dit in vredesnaam?’ Maar ook: “Wauw stoer wijf, dit doe jij!’ Trots en onrust wisselen elkaar af en dan zie ik na een half uurtje de blije kop van Ronald uit de opening te voorschijn komen. Yesss…mijn Kappie heeft de autopilot weer aan de praat gekregen. We zetten de windvaan en die doet inderdaad perfect zijn werk. Ondanks dat we hierdoor de autopilot niet nodig hebben, besluiten we hem toch gedurende deze reis op standby te laten staan.
En ia…? Zij doet fantastisch haar werk. Op één oor trotseert zij iedere golf, die soms door de deining wel 3 meter hoog komt. De zee is te onrustig om binnen te koken of een vis te vangen. Om de 6 uur neem ik een primatourtje in met resultaat GEEN zeeziekte, zo blij mee. Wel voel ik mij soms net een luiaard, zowel op het dek als binnen beweeg mij voort in slowmotion. Bij iedere beweging denk ik eerst na waar ik mij vervolgens aan vast kan grijpen.
Binnen kan ik maar lastig de slaap vatten. Tijdens mijn wacht buiten zet ik de wekker om de 20 minuten. Alleen in de avond en de nacht draaien we shifts van 4 uur, dat is dus per persoon twee maal 12 keer het geluid van de wekker. Op mijn buitenbedje trakteert de natuur mij op een prachtige maansopgang en fonkelende sterren in de donkere hemel. Een half uur lang observeer ik een pikzwarte vogel die verwoede pogingen doet om mee te liften en te landen op het zijdek. Ik spreek hem zelfs toe met: ‘Toe maar jongen, rust hier maar even uit’. Helaas, het lukt hem niet te landen en het kleine vriendje vliegt weg in de duisternis.
Ochtends ontdekken we dat het experiment met de kotterfok minder geslaagd is dan verwacht. Ronald had een RVSring om de schoot gedaan om halverwege met een haallijn de punt van de fok iets naar binnen te trekken. Als we deze weer loshalen, blijken we zonder 1,5 knoop harder te zeilen. Nou ja, soms moet je iets uitproberen.
Onderweg mailen we onze papieren naar mister Bush, zou Ronalds optimisme ook deze keer weer uitkomen?
Als we na twee nachten, ‘s middags langs het lange rif met zijn vele tinten van cyaanblauw, de baai van St Andres binnen varen, zien we direct de kustwacht met blauw zwaailicht en hoge snelheid ons tegemoet varen. We vragen of we eerst even rustig voor anker mogen gaan. Uiteraard is dat akkoord.
De dofgrijze boot van de kustwacht komt langszij, waarna er twee jonge superknappe Colombianen in volledig uniform met helm aan boord stappen. De twee nemen plaats in de kuip en gaan zeer serieus aan de slag met het invullen van hun formulieren. Staan ze open voor een grapje en lusten ze iets te drinken? Het ijs is gebroken. Niet alleen de paspoorten, ook binnen worden kasten opengedaan en gefotografeerd. Best random als je werkelijk op zoek bent naar of er mogelijk drugs aan boord is. Klaar? Nee, de man die op hun schip is achtergebleven moet ons nog met z’n vieren op de foto zetten als bewijs van hun actie? Hihi, met vriendelijkheid kun je de wereld veroveren.
Als die middag agent René aan land om ‘de ZARPIE van Panama’ vraagt en Ronald aangeeft deze niet te hebben, kijkt René eerst heel erg moeilijk en zegt hij vervolgens ‘Oké, dan niet’. Zucht…
Wil je meer avonturen van ons lezen? Elke dag schrijf ik een stukje in mijn logboek/dagboek. Klik op https://www.iaorana.nl/logboek-december-2025/
