De reis van de ia orana

met een zeilboot de Atlantic rond

Echt lekker…

‘Ennn…? Hoe was ie?’ Is een terugkerende prangende vraag, die ik stel als Ronald met zijn natte douchespullen weer aan boord klimt. Wat we thuis in Nederland geheel vanzelfsprekend vinden en dus zeker niet regelmatig besproken wordt, is voor veel vertrekkers keer op keer een verrassend moment. Namelijk wat voor soort douche je aantreft in het volgende havengebouw. Ik heb wel eens overwogen om van alle douches een foto te maken, want werkelijk geen enkele douche zag er de afgelopen 14 maanden hetzelfde uit. Van pisstraaltje of massagedouche tot regendouche. Van ronduit smerig tot kraakhelder. Heerlijk ruikend versus meurend. Van knoeiheet tot ijskoud. Maar ook van volledig marmer met gouden kranen of spierwit design tot midden in de stad een verrotte houten groene deur en een verroest haakje met daar achter een betonnen vloertje met scheuren van één bij één. Je ziet ook ‘vergane glorie douches’. Die waren eerst prachtig, maar zien er nu niet meer uit. Ook over de douchekoppen is van alles op te merken. Soms zitten ze vol kalk en spuiten ze uit een enkel gaatje precies de verkeerde richting op. Als je dan met je nagel over de gaatjes gaat, komt alles vaak nog goed. En wat dacht je van het doucheputje. Laat je fantasie de vrije loop en je weet genoeg. Soms werkt een douche met muntjes, dan ben je net lekker ingezeept en is het water op. De naarste douches vind ik, welke zo een koude straal hebben, dat je de komende uren niet meer warm kan worden. Maar het is ook wel voorgekomen dat de straal zo kokend heet was, dat je er onmogelijk onder kon staan. Eén keer was ik in een douche waar ik bibberend in mijn nakie alle opties heb uitgeprobeerd om de douche aan de praat te krijgen, waarna ik mij gefrustreerd maar weer heb aangekleed. Later bleek dat er ergens in het halletje van het havengebouw een wit touwtje aan het plafond hing, waar ik aan had moeten trekken? De schattigste douche was in een oud lichtschip, waar een grote rieten mand klaar stond met allerlei zeepjes, shampoos en crèmetjes met een handgeschreven briefje, dat je het vooral niet moest laten om van alles even uit te proberen. In Suriname was de douche ijskoud, maar dan is het weer lekker. Een andere keer was de douche zo klein dat ik letterlijk met het puntje van mijn neus tegen een tegeltje aan stond. Okee, ik heb een puntneus, maar toch. Maar wanneer spreek je van een lekkere douche? Dat zal voor een ieder anders zijn? Als je 18 dagen op zee bent, is een warme handdouche van slechts een halve minuut echt verrukkelijk. Thuis in Nederland zou ik het de moeite niet vinden om mij daar voor uit te kleden, maar midden op de oceaan, voel je je na zo warme straal werkelijk een ander mens. En vanochtend in Plymouth…? Was het antwoord: ‘ronduit goddelijk!’

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2019 De reis van de ia orana

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: