De reis van de ia orana

met een zeilboot de Atlantic rond

Tot het gaatje gaan…

Terwijl mijn kleindochters harten vol verwachting kloppen, rond alles wat met het Sinterklaasfeest te maken heeft, zijn wij vol verwachting hoe we ia aan gaan treffen. De spanning tijdens de 3,5 uur durende taxirit van Panama City naar de haven loopt op als we het tropisch woud binnen rijden. Dat er werk aan de winkel is weten we wel. In de koffers hebben we vele materialen om de klussen die verleden jaar niet lukten alsnog te fiksen. Terwijl ik zorg heb om eventuele schimmel, mieren en/of kakkerlakken, maakt Ronald zich druk of de boot niet volgelopen is met regenwater.

Eenmaal in het regenwoud begint het nog harder te plenzen, de dikke droppels zorgen voor een drumconcert op het dak van de auto. Het zicht wordt minder en het water zoekt zijn weg in de gleuven van het wegdek. De brulapen voorzien het geheel met luid commentaar. De auto slipt geregeld even opzij, het wegdek is veranderd in een glibberige modderpoel. De keurige gepoetste glimmende auto, die de vriendelijke jonge Panamees vol trots bij de start aan ons toonde, is in een mum van tijd omgetoverd in roestbruine modderige terreinwagen. Bij aankomst in Turtle Cay kijkt Leonardo droef naar zijn auto en geven we hem 20 dollar extra, waarna er weer een big smile op zijn mond verschijnt.

De afgelopen periode hebben we geregeld zorg gehad om hoe we ia zouden aantreffen.  En opeens is het zover en lopen we de steiger, gemaakt van beton met grind, op en zien we ia liggen. Haar witte romp en dek is groen met zwart. Binnen zit alles, maar dan ook alles onder de schimmel en er is op verschillende plekken lekkage, waaronder boven mijn matras. Als ik een kakkerlak bij mijn hoofdeind zie lopen begin ik te huilen, hoe gaan we dit in godsnaam fiksen?

Al snel ontdekken we dat de toilet niet doorgespoeld kan worden. Nou ja, dan doen we onze behoeften op een emmertje. Ronald haalt het motortje uit elkaar, het kan helaas niet gemaakt worden. We zullen een nieuwe moeten bestellen, maar waar?

Mijn plan is om eerst alles schoon te maken en dan alles in te ruimen. Dat wordt ‘m niet, we kunnen onze kont niet keren. De boodschappen liggen als een hoge berg los op de eettafel, omdat ik binnen geen kartonnen dozen wil vanwege mogelijke kakkerlakeitjes. Maar ook de gigantische airco en de 1,5 meter dikke buis en 2 grote koffers liggen gigantisch in de weg. Dus toch maar de boodschappen op zijn plek in de schimmelige kastjes. Ook de koffers haal ik leeg en stop alles in het plastic in de kasten. Ik haal het bed af en doe er schone lakens op. De twee witte moltons zijn zwart van het weer en bruin van de lekkage.

Ronald regelt dat de airco, de buis en de twee koffers in de opslag (een oudere roestige container) mogen staan, pfff…dat scheelt weer iets meer in ruimte in de boot. Terwijl Ronald zich een slag in de rondte klust, poets en boen ik van vroeg in de ochtend tot laat in de middag. De boiler doet het ook niet, dus de hele dag door zet ik een klein waterkokertje aan voor een nieuw sopje. Inmiddels is duidelijk dat aan bakboord de kleine smalle zwarte kakkerlakken zitten en aan stuurboord de grote ronde rode kakkerlakken. Er zit niets anders op, ik moet moed houden. Soms lukt dat, maar geregeld voel ik mij depri. Ondanks dat de temperatuur binnen in de boot soms oploopt naar 35°, zwoegen we door tot het gaatje.

En of het niet genoeg is krijgen we meerdere avonden een vleermuis op bezoek in de salon. Het is wonderbaarlijk hoe het beestje van hot naar her schiet zonder maar iets te raken. Ze heeft het gemunt op onze bananen in het fruitnetje en ‘s ochtends ontdek ik dat het onze nieuwe kussens heeft onder gescheten. Pfff…dat kan er ook nog wel bij. De bananen gaan dus in de koelkast en ‘s nachts gaat er een net voor de ingang.

Acht dagen lang zijn we bezig met het repareren van de 7 gaatjes in het dek.
Het regenwater loopt langs de wandputting naar binnen. De gaatjes zijn klein, 2 mm, maar groot genoeg om met de heftige tropische regenbuien de bakjes eronder te vullen met water. ‘S nachts slaap ik met bakjes tussen mijn benen en een handdoekje op lijf op de plek waar de druppels op mijn huid kletsen. Omdat de polyesterplamuur is uitgedroogd, proberen we de gaatjes te vullen met sikaflex, maar het zwarte goedje lijkt minder goed te hechten op het staal. Elke dag peuteren we het zwarte rubber er weer uit en doen we keer op keer een nieuwe poging. Gillend gek word ik er van en wat een engelengeduld heeft Ronald toch. Als ‘s avonds tijdens het tandenpoetsen er een grote kakkerlak op mijn pols komt zitten, brrr…komt Ronald met goed nieuws, de gaatjes zijn gedicht.

Wanneer ik er rond de 70 uur schoonmaken op heb zitten en ik weer een traantje laat omdat het nog niet klaar is, stopt Ronald mij en zegt: ‘Kom we gaan een strandwandeling maken. Ik morrel nog wat tegen, maar ga dan toch mee.

Samen lopen we op onze blote voeten langs de vloedlijn in het gele zand. De branding is hoog en woest, het geluid is adembenemend. Ik kijk om mij heen en realiseer mij opeens, dat mijn focus alleen maar lag op de binnenkant van de boot, terwijl we buiten omgeven worden door een waar paradijs. Ik voel mijn ogen nat worden en merk dat het sombere gevoel zo van mijn schouders glijdt. Wat is de natuur toch krachtig. Ik hoor de brulapen loeien en voel de zilte lucht door mijn haren. We lopen terug en ik hoor het getik van de roodkuifspecht en zie de bladmieren die ieder met een helgroen en taartvormig blaadje boven hun lijfje in colonne met honderden te gelijk sleuven in het grasveld voor het havenkantoor lopen. Ik hoor het gekif van de troepiaal en gekwetter van de zwaluwen en zie de droge opgekrulde  bladeren van de Bospapaya, waar ik jaren geleden nog van schrok, omdat ik dacht dat er een gigantische spin op mij af kwam. Zelfs de gedachte aan de vleermuis die het gemunt had op onze laatste banaan in ons fruitnet en vervolgens onze nieuwe kussens had onder gescheten bracht een glimlach op mijn gezicht. Naast de boot laat een Pelikaan zich in het water storten om een visje te verorberen. Ik voel mij rijk en besef dat de natuur onuitputtelijk cadeautjes aan de mensheid uitdeelt.

Verder Bericht

Vorige Bericht