1/2
Pfff…we zijn qua tijd al weer halverwege de reis. We logeren met Luc en Hilde net over de brug van het eiland Flores. Vandaag gaan we met een bootje naar San Miguel om te wandelen. We treffen daar onverwachts het archeologische centrum, Sitio Arqueologico Tayasal aan.
Een super coole plek waar vele archeologen een groter, en zelfs 1000 jaar ouder dan Tikal gebied onderzoeken. Helaas is het zondag en kunnen we ze niet bewonderen terwijl zij aan het werk zijn.
2/2
We ontbijten opnieuw bij Maracuya, dit keer op de steiger in een heerlijk zonnetje. Het voelt gek om afscheid van Luc en Hilde te nemen, we hebben het zo fijn met z’n 4tjes gehad.
Rond elf uur nemen we de tuktuk naar het busstation. We mogen voorin bij de chauffeur zitten. Achter ons is het busjes afgeladen met locals. Ook dit keer lijkt de bus overvol en kunnen er toch nog meer personen bij. We rijden tussen de vele marktkramen door. Bij het openstaande raam wordt ons van alles aangeboden van kokosmelk in een boterhammenzakje (gaatje bijten en drinken maar), voorgesneden mango, gebakken banaan, frisdrankflesjes op z’n kop in een emmer met ijs bijeengehouden met een elastiekje, enz. De bevolking is zeer kleurrijk gekleed, ik durf uit respect niet zo goed foto’s te nemen. Rond één uur komen we aan in Poptún en worden we in twintig minuten tijd naar onze boomhut bij Vinca Ixobel gebracht.
Tijd voor een wandeling naar het prachtige uitzicht van Wits. De Vinca is omgeven met zitjes in de schaduw. Het is hier in de bergen maar 14 graden, zo koud. Tijdens het eten neem ik een fleecedeken uit de hut mee.
3/2
Een complete grote verassing. Vandaag bezoeken we de grot van Ixobel. Zoals veel op de vinca is er weinig info, dus neem ik voor de zekerheid mijn stokken mee. Om 8.00 uur staan we klaar bij de receptie. De deur was in het slot gevallen, waardoor we niet op tijd voor een ontbijt waren, maar de gids vond het geen probleem als we iets later zouden vertrekken.
De wandeling van ruim een uur is best heftig, veel klim- en klauterwerk. De gids heeft flink de pas er in. Los van dat ik hem amper kan bijhouden, vind ik het jammer dat ik niet de tijd krijg om de omgeving te bewonderen, want bij iedere stap moet ik goed kijken waar ik mijn voeten plaats. We passeren vele hekken, wat maakt dat ik even kan kijken hoe het landschap er uit ziet. Het is een combi van loofbos en naaldbomen met af en toe een tropische plant, met veel vulkanisch gesteente- en modderpaden. We lopen in een soort begroeide kraters met twee keer in het midden een rond vennetje. Hier en daar lopen lichtbruine runderen met hangende oren.
En dan loodst de gids ons door een spleet in de wand en worden we verrast door een schitterende grot met enorme stalactieten en stalagmieten met binnenmeren en zwarte dwergvleermuisjes zo groot als mijn pink. De gids laat horen dat een gigantische pilaar hol is en als een prachtig orgel klinkt. We zijn er stil van. In Europa zou men tig mensen uren in de rij laten staan, zou je alleen op de paden mogen lopen en dik moeten betalen. Nu wanen we ons ontdekkingsreizigers die met dunne witte kaarsjes, een compleet nieuwe grot aantreffen. Wat een ervaring, echt supergaaf.
Het regent dus gaan we in plaats van een paardrijtocht naar het centrum om een warme broek te scoren. Ik loop al 1,5 dag in Ronalds lange broek, zo lief, maar hij heeft het nu ook wel best koud. Ik koop een spijkerbroek en Ronald gaat naar de kapper.
4/2
Het is nog steeds koud en bewolkt weer, zo blij met mijn nieuwe spijkerbroek. Met de tuktuk gaan we naar het busstation van Poptún. We boeken een bus en zijn verbaasd als we instappen. Het is een slaapbus met meest luxe stoelen die we ooit hebben meegemaakt.
Als we aankomen in Rio Dulce ervaren we meteen het andere landschap en temperatuur. Er staan weer grote subtropische planten en bomen aan de kant van de weg en het is er 24 graden, dat is 10 graden verschil met Poptún.
Als we aankomen bij Boatique is ia verlegd naar een plaats naar voren? Ik ga aan de slag met het schoonmaken van de met modder besmeurde schoenen en spijkerbroek. Bij vertrek had ik de koelkast dichtgedaan voor eventuele kakkerlakken. Stom, dat gaat natuurlijk enorm schimmelen. Ik maak de koelkast schoon en moet veel weg gooien.
Ondertussen heeft Ronald de punt leeggehaald om de 12Voltstroom in het vooronder aan te sluiten. Samen trekken we de stroomdraad door alle kastjes naar achter naar de meterkast. Gelukt. Tijd voor een douche.
5/2
Ronald is vannacht ziek geworden, hij heeft overgegeven en last van zijn darmen, de reden is onduidelijk. Ik maak de kuip schoon en aan einde van de dag durft Ronald het aan om op een ligbed bij het zwembad te liggen.
Augusto vraagt aan Ronald of hij last van zijn maag heeft en of hij een drankje voor hem mag maken. Het drankje bestaat uit limoen, citrusappel (komkommersoort), gember, zout en soda. Het is geen lekkere drankje, hopelijk helpt het wel iets.
6/2
Ronald voelt zich veel beter, dus de afspraak met Guus, Tyle en Maxime kan doorgaan. Gisteren boden we deze 3 vakantiegangers aan om met ons mee te gaan zeilen. In de eerste instantie was het zeilles inclusief lunch, maar omdat Ronald zich gisteravond nog ziek voelde had ik geen boodschappen gedaan. Echt leuk om te zien hoe ze alle drie op hun eigen wijze van 9 tot 14 uur hebben genoten van de zeiltocht op het meer Izabal. Op de terugweg ziet Ronald een Lamantijn. Pff…De zeekoe was snel weer onder water, waardoor ik ‘m helaas niet kon spotten.
7/2
Als ik op sta voel ik mij benauwd en duizelig en heb ik enorme krampaanvallen in mijn darmen. Ik hang vandaag wat op de bank en kom tot niets.
8/2
Ik voel mij nog slap. We bezoeken marina Happy Linguana. Het is een kleine maar mooie haven, even duur als marina Nanajuana. Nadeel is wel de herrie van de brug. In deze haven moeten we ia in het water laten liggen, hier zitten voor- en nadelen aan. Ronald wil naar het centrum lopen. Op het pad door de cacaoplantage worden we bedwelmd door de geur van chocolade. Ronald weet niet of we wel goed lopen. Ik geef aan dat ik met de dinghy naar het centrum wil, ik voel mij nog niet lekker genoeg voor een lange wandeling in de zon.
In het centrum wacht ik op het terras, als Ronald zijn boodschappen doet. Terug in de boot, val ik meteen in slaap en word ik pas na 2 uur wakker.
9/2
Ik voel mij weer oké en breng de was weg bij Marina Tijax. Ronald haalt nog 2 RVS-mannen op in het centrum om te bespreken of zij de klus van de arch, bimini en davits kunnen leveren (zie blog ‘Hey oudje’).
Als het begint te regenen en RVS-man Edwin, die net geopereerd is, om thee vraagt is het gas op. Ronald krijgt een tip waar de campinggas in Guatemala gevuld kan worden. In Nederland moet je de campinggas omruilen, wat regelmatig best prijzig is. Opeens horen een luid gegrom naast de boot. Huh wat is dat? Oh nee hè, het dashboard van onze elektrische motor geeft een E-nummer. Ronald vermoed dat hij kaduuk is? Uit het niets? Morgen moeten we op zoek naar een 2ehands buitenboordmotor, zucht.
10/2
We varen met de watertaxi naar Nanajuna. En van daaruit lopen we naar de kringloopwinkel voor marine materialen. Ronald koopt er een relingBBQ van RVS van het merk Force10. Josh heeft nog wel een Suzuki 2,5PK liggen, ze biedt aan ons er naar toe te varen. Het is een mooie tocht door een riviertje.
De Suzuki-buitenboordmotor is zeker niet het bedrag waard wat Josh er voor vraagt. Van binnen lijkt hij er redelijk uit te zien, van buiten is motor zwaar beschadigd. De pook hangt op half elf en alle knopen zijn weg of afgebroken. Josh weet wel een mannetje die ‘m zou kunnen maken. Ze vaart ons naar Oscar en nu is het afwachten. Hopelijk krijgt hij ‘m aan de praat. Josh brengt ons terug naar de boot. Bij het afrekenen merken we dat we niet genoeg in onze portemonnee hebben, Josh krijgt nog Q800.
Ronald gaat klussen aan de bilgpomp, ik maak de BBQ schoon.
11/2
Gadver, ik ben vannacht toch weer ziek geworden, moest overgeven. Ik geef aan dat ik vandaag een beetje in de boot blijf hangen. Carlos wil (misschien) morgen naar de buitenboordmotor kijken. Ronald roeit in zijn eentje naar de kant, om de winkel met zonnepanelen te bezoeken. Ik app hem een voorbeeldje met maten. We willen de 3 nieuwste zonnepanelen behouden en de 2 grote ouden en 2 kleine ouden mogelijk wegdoen.

Gisteravond zochten we naar een goedkope vliegticket naar huis, maar we waren te moe en staakte de zoektocht. Als duidelijk is wanneer we terugvliegen kunnen we vanuit die datum terugplannen. We willen namelijk nog heel graag naar Belize. We hebben gekozen voor de Inox-man Edwin, zijn reviews zijn positief. Hij gaf gisteren aan meteen te kunnen starten.
12/2
We gaan kort even voor anker bij Marina Nanajuana om te vragen of zij een plek hebben aan een steiger? We mogen twee uur voor 2 dagen bij trailerhelling liggen. Nu eerst maar de overloop er af zien te krijgen, want vanmiddag komt Edwin de arch op meten. We halen het plafond in de hut er af. Ons witte plafond is voorzien van vele sierlatten welke met tig schroeven zijn bevestigd. Shit, de overloop zit net aan de andere kant van het volgende plafond bevestigd. Dan ontdekken we dat de moeren van de overloop hoog op de draad zitten en een ring- en dopsleutel er niet tussen past. Het is even puzzelen, de ene keer kan ik de bout met een te grote pijpsleutel in het diepe gat tegen houden en dan weer met een platte schroevendraaier. Ronald probeert buiten aan de andere kant met de boormachine plus bit de vele ellenlange bouten zachtjes los te schroeven. Pfff… gelukt. Wat doen we met de gaten. Ik stel voor in elk gat van onderaf sikaflex te spuiten, Ronald wil ze aan de bovenkant met polyesterkit dicht smeren. We beslissen voor beiden. Eerst maar even de haven in.
Edwin komt met z’n maatje de arch opmeten. Ronald heeft er een goed gevoel bij. Ik spreek bij Edwin mijn zorg uit over zijn voet, hij geeft aan dat zijn voet voor 80% is genezen en samen met zijn maat de klus prima kan klaren. Als we terug zijn van Belize zal hij de arch monteren en bekijken we of hij ook de opdracht van de bimini en de davits mag oppakken.
Vervolgens komt de bimini-man Nery. Hij geeft aan het lastig te vinden om nu al een calculatie te maken, zeker omdat hij niet goed weet hoe Edwin het aan gaat pakken. Het gaat om een nieuwe sprayhood plus bimini die rondom dicht kan. Hij komt wel met een ongeveer bedrag, het is veel geld, maar in Nederland zou alleen een sprayhood al deze prijs zijn. Nery biedt aan opnieuw langs te komen als Edwin bijna klaar is, dus half maart.
13/2
We staan vroeg op om naar de ruilbeurs te gaan, oeps deze is toch op een andere dag. We lopen langs de flexateak-man, hij geeft aan vandaag langs te komen.
We gaan opnieuw op zoek naar een goedkope vliegticket met een redelijke reisduur. Op 29 maart zullen we 6 uur onderweg zijn met de bus van Rio Dulce naar Guatemala-stad. Daar zullen we overnachten en dan vertrekken we met het vliegtuig op 30 maart en komen we op 31 maart met een overstap in Orlando en in Londen na 24 uur reistijd aan in Amsterdam, waarna we in 3 uur met de trein in Sneek arriveren, pff…
De flexateak-mannen komen langs. Ahum, ze geven aan geen ervaring te hebben met flexateak, wel met het merk seadeck. Seadeck is zo zacht dat je er met een vork al gaatjes in kan prikken, dus ongeschikt voor ons. We vragen wat het gaat kosten om de huidige flexateak los trekken en opnieuw te plakken. Ze twijfelen of zij het dan stuk trekken en vragen of zij ook zwarte dwarsstrepen kunnen maken. Tevens zouden ze graag een stuk willen testen voordat zij de klus aannemen. Als we terug zijn van Belize hebben ze tijd voor een test, tja…ik wil hier even over nadenken.
14/2
We gaan voor anker, weg uit de haven, fijn. Er komt een bootje langszij. De man stelt zich voor en vertelt dat hij ervaring heeft met het leggen van een teakdek, hebben wij belangstelling? Huh, dat is wel heel erg toevallig. Ronald geeft aan dat hij wel een offerte mag maken. Humm, stel het is goedkoop en de reviews van deze man zijn in orde, doen we het dan? Ik voel mij dubbel, een soort van teak-schaamte, hihi. Al hoe wel ik een echt teakdek supergaaf zou vinden. De meeste boten hebben smalle stukjes dek en de zittingen in de kuip met teak, door het flush-dek is er bij ons sprake van ‘kamerbreed tapijt’, heeft hij zoveel teak op voorraad? ‘Ja hoor teak genoeg in Guatemala.
We roeien naar de kant en nemen een tuktuk naar Oscar. We betalen Oscar €61 en geven hem het geld voor Josh. We zijn dus €261 voor de Suzuki 2.5PK kwijt, hopelijk blijft hij het doen. Ronald plaats de buitenboordmotor tussen ons in de tuktuk. Al hobbelend rijden over de gaten in de weg, de hoge brug en de krappe bochten richting het centrum. Daar scoren we een klein tankje voor de benzine (€1). We lopen naar de Suzukidealer om een aantal onderdelen voor het motortje te scoren, het meisje achter de balie geeft aan dat maandag haar collega ons kan helpen.
Hoera, het motortje doet het. Ik ben wat sceptisch voor hoe lang, het is te vaak voorkomen dat die krengen weigerden te starten. Ik heb Ronald de afgelopen 10 jaar vele malen een buitenboordmotor in- en uit elkaar zien halen. Maar…nu doet hij het. Joepie, we kunnen maandag naar Belize.
Ik probeer de witte polyester rand van de kuip met cleaner iets schoner te krijgen, een stom klusje, ik kom halverwege, morgen maar weer verder. Ik maak de douchebilg schoon en poets de buitenboordmotor en de dinghy schoon.
Ronald zet het laatste stuk van het plafond van de hut erin, gelukt. Dan monteert hij het rood/groene navigatielampje op de punt, ook deze was gecorrodeerd, ook gelukt. Vervolgens vervangt hij de vlotter van de bilgpomp, ook gelukt. Ronald reageert enthousiast, wat een geluksdag, alles zit mee.
Ronald heeft een leuk restaurantje in St. Philipe gevonden. We leggen aan bij de kassa-pontoon van het kasteel en lopen in de schemer over de begraafplaats naar het dorp. Boven ons zweven vele gieren. Overdag vind ik gieren in de lucht supercoole. We zien ze geregeld met hun gigantische vleugels op de thermiek boven ia scheren. Het is echt boeiend om te zien dat zij zo snel vliegen zonder ogenschijnlijk hun vleugels op en neer te klappen. Nu tussen de graven in de schemering vind ik de zwarte vogelschimmen een beetje spooky. Er komen twee mannen onze richting op, het zijn de bewakers van het kasteel, ze geven aan dat wij nu niet op het terrein mogen lopen en dat het hek verderop dicht is. We lopen terug en gaan verderop aan land. We lopen door een donker gedeelte van het dorp zonder straatverlichting. Veel mensen zitten voor de ingang van hun huis en groeten ons. De weg bestaat uit verhard zand met stenen en kuilen.
Alle tafels in het houten restaurantje wat Ronald voor ogen had zijn leeg, vaak een slecht teken. Toch nemen we er plaats. Elke keer als wij iets noemen van de menukaart, geeft de ober aan dat hij het niet heeft. Het duurt even, maar de bestelling komt toch rond. Na een paar minuten komt de kokkin aan onze tafel staan om te vertellen dat Ronalds bestelling ook niet aanwezig is en dat zij nog wel een varkenslapje voor hem heeft. Ronald is er klaar mee en geeft aan dat we ergens anders gaan eten.
15/2
Ik twijfel of het water van Boatique wat nu in watertank A en B zit geschikt is. We drinken altijd (gekoeld) bronwater. Het water in de tanken gebruiken we voor de douche, afwas en voor het koken. In de haven van Nananuaja gaven ze aan dat wij het water van de steiger echt niet in onze tanken moesten doen. Wel konden we water tanken bij het benzinestation van Marina Ram, tja…wat zullen we doen? De tanken A en B leeg laten lopen en opnieuw vullen? Je kunt een tank nooit tot op de laatste druppel leeg laten lopen, dus als er een bacterie in zit zal het slechte water hoogstens zeer verdund worden.
Ronald verplaatst de BBQ op de reling naar bakboord en maakt weer een hijsconstructie voor de buitenboordmotor, gelukt.
Het plan is om aan het einde van de dag naar MonkeyMarina te gaan, daar kunnen aan de steiger water tanken. Morgenochtend doen we dan boodschappen in Rio Dulce en zullen we naar Livingston varen om uit te checken. Dinsdagochtend kunnen we om 8.45 uur bij hoog water over de drempel om naar Belize te varen en in te checken bij Punta Corda. Zinin.
Ronald geeft aan dat hij vannacht heeft zitten puzzelen hoe we een bimini-constructie kunnen maken, waarbij we, en de lierhendel kunnen ronddraaien en we de bimini kunnen weg klappen als we even zonder bimini willen varen. We proberen in gedachten alle opties uit. De ene keer zitten we met het luik van de hut, dan weer met dat de arch schuin naar binnen loopt, enz enz. En dan opeens…weten we het, we kunnen een vouwconstructie op de rugleuning van de kuip maken, die tegen de arch aan klapt. Ik word er altijd wel blij van als we elkaar zo mooi kunnen aan vullen.
We gaan een hapje eten bij ‘Casa Perico’. De eigenaar van deze idyllische hostel tussen de mangroven en gigantische plankwortel-bomen allen verlicht met kleine lampjes, is een Zwitser. Op de menukaart staat goulash met pretzels en wiener snitzel, een verademing na de eeuwige hamburgers of pizza’s. In de sprookjesachtige omgeving wordt er een kampvuurtje aangemaakt, een heerlijk plek om na te tafelen. Wat een topavond.
16/2
Burry van Monkey Marina gaat naar het centrum en vraagt of we mee willen varen? Dat is handig, want van de haven naar het centrum is best wel een eindje. Op naar de Suzukidealer. De onderdelen die we missen en stuk zijn aan onze buitenboordmotor zijn absurd duur. Een nieuwe tankdop is €71, niet in verhouding tot de €260 die we voor de aankoop van de motor zelf hebben besteed. Vervolgens doen we boodschappen voor Belize, want een ieder die je spreekt geeft aan dat Belize heel erg duur is?
We genieten intens van de zeiltocht naar Livingston, och wat is de rivier Rio Dulce toch prachtig. Vooral de 100 meter hoge kalkstenen wanden begroeid met de vele tinten groen zijn sprookjesachtig om tussendoor te zeilen. Helaas komen we een kwartier te laat bij Costums van Livongston.
‘S avonds eten we verukkelijk bij ‘Buga Mama’. De bediening en keukenpersoneel, bestaande uit jong adolescenten, zijn allen gekleed in zwart met spierwit en doen hun stinkende best om volgens de etiketten de Rotary Club, bestaande uit zeker 20 personen te bedienen met de meest verrukkelijke gerechten. Later horen we dat De Rotary Club deze groep jongeren voorzien heeft van een horecaopleiding.
17/2
We gaan vroeg op om voor vertrek eerst nog diesel te tanken en uit te checken, dit kost veel meer tijd dan verwacht (zie blog Tergend Traag). Pas rond half elf varen we bij de drempel. Pas om 18 uur keert het tij weer en lukt het de drempel over te gaan. Omdat het al gaat schemeren besluiten pas morgen te vertrekken en gaan we midden op zee voor de kust van Linvingston voor anker. De stilte op deze plek is werkelijk magisch.
18/2
Daar gaan we dan, op naar Belize. Het is maar 18 NM naar Punta Gorda, waar we zullen inchecken. Het is een heerlijke zeildag. We moeten kruisen en af en toe even de motor bijzetten als de stroom te veel tegen zit.
Rond twee uur komen we aan en varen we met de dinghy naar de lange pontoon. Het inchecken verloopt soepeltjes, alles is aanwezig in één gebouw (zie blog verdekt). Hoppa, we zijn in totaal €250 armer, maar wel supersnel ingeklaard. Belize here we come.
19/2
De swell vannacht was irri, ik heb amper kunnen slapen. Af en toe een paar uurtjes in de salon. Ronalds kant op het matras is in het midden van de boot, daar schommelt het iets minder dan op mijn kant van het matras aan bakboord.
Op de Noforeignland-app heb ik de eilandengroep Mangrove Cay ontdekt. Ik zet een route uit en laat ‘m Ronald zien. Leuk, 11 NM is precies goed. We hijsen de zeilen, wat een superdag, beter kan niet. Een heerlijk windje met zon, echt genieten. Onderweg zie ik een rog van ruim één meter breed met een boogje uit het water springen, echt cool.
De digitale kaart leidt ons bovenlangs de eilandengroep, Ronald wil tussen de eilanden door varen. We lopen één keer even kort vast. De eerste keer ankeren we te dicht bij het rif, ahum…even verder zoeken. De tweede keer ankeren we tussen twee riffen in, prima. We springen er in om te snorkelen. Het rif bestaat uit grasland met hier en daar een toefje koraal. We zien niet echt veel vissen. Ronald gaat ook naar het andere rif en ziet een grote koffervis.
In de namiddag gaat het harder waaien en neemt de golfslag toe. We liggen net als gisteravond flink te klotsen. Ronald geeft aan dat hij graag wil dat ik vannacht wel lekker slaap, dus gaan we op zoek naar een rustige ankerplek. Heel langzaam varen we om de hoek van een bossage, waar we het anker droppen in een ‘smal straatje’ tussen twee mangroven met aan de rechterkant een rond binnenmeertje met een smalle opening, best een beetje spannend, maar het lukt ( zie blog Klein vriendje).
Vanavond gaan we de nieuwe tweedehandse relingBBQ uitproberen. De kippenpoten zijn al voorgekookt en liggen in de marinade in de koelkast. Rondom ons maken pelikanen sloepduiken in het water om een visje te scoren.
Er staat een te harde wind om te BBQen met de nieuwe relingBBQ. We kiezen voor de veilige Cob. De zonsondergang is magisch.
20/2
Het is nog vroeg en Ronald vraagt me om mee te gaan snorkelen. Ik kijk naar het water naast ia en zie kwallen en schud nee (zie Klein vriendje).
Op naar Monkey Caye. Het is best een eindje varen tegen de wind in. Maandag wordt het slecht weer, dus willen we al een eindje op weg zijn voor een goede ‘schuilplek’ bij Placencia Caye. Door ons snorkelfeestje zijn we wat later vertrokken. We genieten van de tocht, wat is ia toch een fijn zeilschip. We konden minder hoog aan de wind dan gehoopt, mogelijk door de stroming, rond 18 uur komen we pas op plaats van bestemming.
21/2
We starten met een dinghy-tochtje door de mangrove. Het is een totaal andere beleving met onze lawaaierige 2,5PK Suzuki buitenboordmotor. We horen geen enkel vogelgeluid. Het gebied is groot, een waar doolhof aan smalle doorgangen, dat maakte het wel weer bijzonder.
Op naar Isle Placencia. We moeten opnieuw kruizen. Ik geef aan dat ik vandaag rond vier uur voor anker wil en niet tot zes uur wil door zeilen, gisteren kwamen we in het donker aan. Zondagmiddag is er slecht weer op komst en maandag is er zeer harde wind voorspelt. Ronald denkt dat we dan bij Placencia een beschermde baai kunnen vinden.
Het is een heerlijke zeildag in cyaanblauw water. Er komen zelfs twee dolfijnen langs met 2 babydolfijntjes. Door het heldere water kunnen we ze volledig zien. Ik wil ze filmen voor Jinte en Fenne, maar het videootje mislukt.
In de buurt van Placencia veranderd het zeelandschap in vele rode en groene betonning en witte standen met gele parasols en tig ligbedden. De overgang van alleen op de wereld naar dit is groot. In de baai met tig witte catamarans gaan we voor anker.
Als we aan land komen word ik verrast door het dorpje, ik had een zeer toeristische winkelstraat verwacht. Niets is minder waar, we lopen tussen de houten huizen door naar een heerlijk restaurantje waar we lobster, witte local vis en grote garnalen eten, jammie.
22/2
Ronald denkt dat de dieptemeter niet helemaal klopt. Onze kiel steekt 170 cm diep. Met een touwtje en een zware harp meet ik de diepte naast de boot, 6,50 meter. Oef, het scheelt met onze dieptemeter 80 cm. Ronald past de dieptemeter aan, vanaf nu moeten we bij 1,90 meter weer alert zijn, want we steken 1,70.
We maken een lange wandeling langs het strand. Als we moe zijn van het lopen in mulle zand, ploffen we neer op een ligbed op het smalle strand van de Beach Club en koelen we af in hun zwembadje.
23/2
Bij een houten huisjes met groente en fruit kopen we mandarijnen, uien, bananen en aardappelen. Producten van het land van Belize zelf zijn goedkoop. De groenteman en de fruit zien er wel veel minder goed uit dan in Guatamala.
We drinken wat in een barretje met mooi uitzicht op de zee en hebben een leuk gesprek met een Amerikaan en zijn dochter, die ons uitnodigd om bij hun in het resort een hapje te eten. We bedanken vriendelijk, morgenochtend willen we vroeg vertrekken.
24/2
We staan vroeg op, want vanmiddag zal de de wind naar een ongunstige richting draaien. Op naar Funk Cay. We starten met volledige tuigage, maar zetten halverwege 2 riffen. We gaan als een tierelier, soms wel 6,7 knopen. Wederom een heerlijke zeildag.
‘Oké, we zijn er, hier kunnen we voor anker’. Ik kijk Ronald aan, meen hij dit? Tegen het kleine bounty-eiland ligt een gigantische schip met een oranje happer die bruin zand aan de kant brengt. De idyllische omgeving is doordrenkt met het gebulder van de bouwvakkers en hun machines. Ronald geeft aan dat zij straks als de lading gelost is weg gaan. En dat klopt, rust in de tent.
25/2
Het is koud, 22 graden, hihi. Als we ons klaar maken om te snorkelen vallen er een paar druppels regen, wat vervolgens meteen weer stopt. We trekken beiden een duikshirt aan met lange mouwen. Wauwie, wat een schitterende koralen heeft Funk Cay.
We zeilen tussen de riffen door naar South Water Caye. Een eiland met een resort. Overal lopen er jongeren rond. Er staat een houten hutje met grote ramen op het terrein met vele zoutwater-aquariums. We stappen naar binnen en vragen de twee leuke meiden wat ze onderzoeken? Op het eiland is de faculteit Tropische Biologie en Rif Ecologie gestationeerd. Ze houden zich bezig met het kweken van koraal. En deze meiden onderzoeken in hoe verre heremietkreeftjes reageren op motorgeluiden.
We lopen door naar een klein terrasje waar we heerlijke snapper met gebakken aardappeltjes en groeten eten. Wat een topdag. Morgenochtend willen we het rif bij dit eiland bezoeken.

26/2
We zijn in een gebied aangekomen.waar we meer boten tegen komen. We liggen in een baai met 4 andere boten. In verhouding varen er hier meer catamarans. Soms ook huurboten.
Er staat een flinke stroming en een redelijk harde wind. ‘Is het wel handig om nu te gaan snorkelen?’ Ronald denkt van wel. ‘We bekijken de situatie ter plekke. Of we gaan ankeren of we maken ons zelf vast aan de dinghy. We varen naar het mini-eilandje bovenop het rif, misschien kunnen we daar onze dinghy wel aan vast leggen. Eenmaal dichterbij zien we een groot nest op een paal met twee grote vogels er op. We zien niet goed wat voor een vogels het zijn.
We gaan op zoek naar een stukje wit zand waar we onze anker van de dinghy in kunnen droppen. Ronald springt er in om te kijken of het ankertje goed ligt. Hij zwemt terug naar de dinghy en maakt het oké teken. Ik spring er ook in en terwijl ik mijn flippers aan mijn voeten doe, roept Ronald: ‘Kom Lies een haai.
Vlug doe ik mijn bril op en zie de haai best dicht bij. Ik zwem naar Ronald. De haai zwemt mijn richting op en zwemt onder mij door. Ik zwem vlug weg en opnieuw zwemt hij onder mij door. Ik ben blij als ik Ronald hand even vast kan pakken, pff…toch een beetje spannend. Ik kijk om en ben weer rustig en kijk bewonderend naar het prachtige beest. Ronald vertelt later dat de haai zo dicht bij kwam dat hij ‘m bijna kon aanraken. De haai is weg en we zien onder ons op de zeebodem een soort hut. Op het dak kweken ze koraal, echt cool. En nodig, deze snorkelplek is prachtig, wat veel soorten vissen. Het koraal is er bedroevend slecht aan toe, wat een verschil met gisteren, waar het koraal zo wonderschoon was.

Op naar Colson Cayes, ik roep deze dag uit tot de mooiste zeildag van de 4 maanden. Met volledig grootzeil en de mooi gekleurde gennaker vliegen we over het blauwe water. Wat een superdag.

Volgens Noforeighlandapp, is bij Colson Cayes een kleine blue hole? Op de satellietfoto van Google kan ik de blue hole niet direct vinden. We varen met de dinghy het binnenmeer op, maar kunnen niets ontdekken. De benzine is op, dus roeien met de wind mee terug naar ia. Misschien morgenochtend nog eens verder zoeken.
27/2
We gaan opnieuw op zoek naar de kleine blue hole van Colson Caye. We varen met de dinghy naar het eilandje ernaast. Ook daar is een rond binnenmeer met een grote opening naar het rif. Het water is koud, maar er is niets te zien bij de mangrove bossage. Als we terug varen houden vissers, op de kop van het eiland, een vis omhoog. Het is ondiep bij de steiger. De visser wijst aan hoe we bij hun steiger kunnen komen. Huh? Onze motor slaat af. Om de schroef zit een lange visdraad. De vissers helpen ons de draad te verwijderen. Ze halen de pin van de schroef er uit. Deze laten ze per ongeluk in het water vallen. Gelukkig hebben ze nog een pin op voorraad.
De vissers komen de Snapper langsbrengen omdat we geen geld bij ons hadden. Op naar Light Turneffe Atol. Rondom Colson Caye is het water ondiep met een zeer lang rif naar de open zee. Wauwie, het water heeft hier zoveel mooie tinten blauw. Na krap een uur motoren komen we bij de opening naar de open zee, gelukt. We varen van krap 2 meter diep naar 475 meter diep. We hijsen de zeilen en genieten van het fantastische zeilweer.
Eenmaal voor anker komen de rangers hun geld innen. Ze kunnen niet wisselen, morgenochtend vroeg kunnen we betalen op het eiland (€18), Bokel Caye.
We steken de cob aan en genieten van de heerlijke verse Snapper met een aardappelgroente-ovenschotel.
We kijken een Netflix serie en opeens is het beeld zwart. Starlink geeft aan dat we het abonnement niet hebben betaald. Dat is gek, het is nog net afgeschreven? We kunnen niets controleren of aanpassen want daar heb je internet voor nodig. En nu? We zijn ver van de bewoonde wereld. Ik opper dat de zeilboot verderop in de baai, misschien starlink heeft, morgenochtend kunnen we vragen of we even op hun hotspot mogen.
28/2
Ronald ontdekt dat er niet een origineel tankje in de buitenboordmotor zit, de aansluiting is een beetje knullig vast gemaakt, het is een heel klein tankje en het lekt. Vandaar dat we steeds zo kort doen met de benzine. Als we in Rio Dulce zijn moeten we maar even een nieuw tankje regelen.
We varen met de dinghy naar de andere kant van het eiland, Cay Bokel. We willen de Rangers betalen en vragen of we benzine kunnen kopen. En…of zij WiFi hebben, zodat we kunnen zien wat de reden is dat Starlink aangeeft dat wij niet hebben betaald. Ronald betaald nogmaals het Starlinkbedrag, nu met zijn creditkaart. Ahum…we krijgen te horen dat het 5 dagen kan duren, beter was geweest als we met ideal hadden betaald. Duhhh…het was mijn tip aan Ronald met zijn credit kaart te betalen, omdat je dat terug kan vorderen als we dubbel hebben betaald.
De Rangers zijn aardige lui, ze geven de tip echt even te gaan snorkelen voor het eiland. Het water is inderdaad kristalhelder. Het koraal is er zeer wisselend aan toe van gigantisch groot, tot hartstikke dood. Het is er inderdaad prachtig. We genieten van de gevlekte adelaarsroggen, zo gaaf die donkere rug met tig witte stippen…één schiet omhoog en maakt boven het water een bochtje om weer het water in te ‘vliegen’. Wat een schoonheid hoe hij en krachtig en relaxed tegelijk zich door het water begeeft. Bijzonder waren de grote Franse Keizersvissen en de Gekroonde Engelvis.
We twijfelen of ons doel Great Blue Hole of Half Moon Caye zal zijn? Er staat weinig wind, welke ook nog pal tegen is, dat wordt 20 NM motoren. Misschien toch naar Long Cay, daar is een restaurantje?
We ankeren in het kristalheldere water van Long Caye. We springen er direct in. Zoiets heb ik nog nooit mee gemaakt, we liggen op de Sahara onder water. Het water is zo helder dat we 30 meter ver kijken. De zandvlakte gaat over in grasland. Er is één toefje koraal, echt prachtig met honderden gele vissen en grootogen. We gaan op zoek naar meer koraal. Achter onze boot misschien? Er zwemt een school met zeer grote gele Snappers. Terwijl ik ze bewonder schrik ik op, naast mij op mijn volledige lengte, voor mijn gevoel op 20 cm afstand zwemt een 3,5 meter lange Nurse Shark. Ik schrik mij een hoedje en spartel weg en zwem als een gek naar het zwemtrappetje. Als Ronald ook aan boord is spreekt hij mij toe: ‘Ik snap dat je schrok, maar dat was echt niet handig. Bij een haai moet je rustig blijven en zeker niet spartelend wegzwemmen’. Ik geef aan dat als hij in de buurt zwemt dit beter lukt, maar omdat hij onverwachts van achteren langszij kwam zwemmen en ik enkel een zwembroekje aan had voelde ik mij bloot en enorm kwetsbaar.
‘S avonds eten we bij Resort Itza tussen de Sportvissers. Er wordt een daghap geserveerd, voor iedereen hetzelfde. Ik verkneukel mij op een lekker vers visje. Huh? We krijgen kip met aardappelcourgette-puree haha, gelukkig is het een heerlijke maaltijd.