1 januari 2026
Gisterenmiddag kwamen we aan in St Andres en vierden we oudjaar op het voordek van ia. Vannacht hebben we heerlijk geslapen, geen swell in de baai, zo fijn. Het plan voor vandaag is zwemmen en bijkomen, maar dat loopt anders, het anker krabt en we moeten een ander ankerplekje zoeken (zie blog Kaduuk?) en besluiten we toch een paar klusjes op te pakken.

De hoge zoute golven zijn via de dorades toch naar binnen geslagen, het bed heb ik gisteravond al verschoond. Ik naai het horretje van de punt voor als Hilde en Luc bij ons aan boord komen slapen.

Ronald installeert de motor van het toilet. ‘Moet je ‘m niet eerst even testen, voordat je alles vast zet?’. Ik hoor Ronald iets mompelen. ‘Kan ik iets doen, ik heb kleinere handen en kan er misschien iets beter bij?’ Ik hoor Ronald weer iets mompelen: ‘Ik doe het wel’. Huh?…De slang past niet? ‘Oh kijk hier liggen nog 2 opvulstukjes’. Ronald drukt op het doorspoelknopje…Nee hè, de nieuwe motor doet het niet? Zit er wel spanning op het knopje? Ja. Is het wel een 12volt-pomp? Ja. Shit hé, dan moet de hele pomp er weer af. Het zweet stroomt van Ronalds rug. Ik geef hem een koud flesje water, ‘ neem even een nadenk-pauze. Ronald gaat opnieuw op onderzoek uit, de aarde draad had corrosie, yessss, hij doet het. Er is dus een kans dat het andere motortje helemaal niet stuk was, ahum.

Ik haal de punt leeg, want de twee dorades konden de hoge golven niet aan. Zowel boven de matrassen voor als boven de werkbank gutste het zoute water binnen. Ronald hangt het hoeslaken, de onderlegger en één matras in de zon. Ze zijn zo weer droog. Ik ruim spullen op in de middelste bakkist en snij twee stukken slang af voor de snobber. Nu kan alles weer terug geruimd, gelukt.

Ik maak het toilet schoon en Ronald duikt het water in om het anker te controleren. Het anker ligt er goed bij. Dat is fijn. Het ankerlier doet het weer en de toiletpomp is gemaakt. Zucht…het was weer een dagje wel!,

Veel dierbaren hebben zorg of wij niet in de buurt van de kust van Venezuela liggen in verband met de acties van Trump. Op deze kaart is te zien dat we 1659 km van dit gebied vandaan varen.

2/1
Het giet van de regen. Als ik nu de twee lakens met zout water in de regen hang, dan hoef ik ze niet te wassen. In mijn nakie hang ik de molton en het laken over de reling. En nu maar drogen in de zon.

Vandaag spoelen we het zoute water van alle spullen uit het vak boven de werkbank schoon. Ronald snijdt op het dek de flexateak bij één dorade weg, zodat hij deze ook waterdicht kan maken met sykaflex. Het plafond kan er weer in en het vak kan weer schoongemaakt en ingeruimd.

Ik repareer ons horretje in de hut. En maak het snoer naar het zonnepaneel bij sprayhood weer vast, alle Tire rips waren vergaan door de zon. Ondertussen help ik Ronald met de tafel, echt fijn om weer een tafel in de kuip te hebben, knap gedaan door mijn Kappie.

We gaan in het centrum op zoek naar een 100 ampère zekering voor de ankerlier. We worden van het kastje naar de muur gestuurd en besluiten terug naar ia te gaan. Op stoep zit een man te knutselen aan zijn motor, af en toe kijkt hij omhoog om de man naast hem antwoord te geven. Hij ziet ons overleggen en vraagt of hij ons met iets kan helpen. We houden de kapotte zekering omhoog. De man knikt en legt uit waar we er mogelijk één kunnen kopen. Voor de zekerheid vragen we hoe lang het lopen is? Hij wil Ronald wel met de motor brengen, dan kan ik wel even wachten op de stoep. Ronald geeft aan dat hij dit niet wil. De andere man begint te lachen. Hij brengt ons naar zijn bedrijf er naast en zet mij op een stoel bij zijn bureau achter een heel hoog stalen hek en geeft aan dat hij goed op mij zal letten. Haha, om de 5 minuten loopt hij uit zijn magazijn om te kijken of ik er nog zit. Na een krap half uurtje is Ronald er weer met een dure zekering, die mogelijk niet past, maar Ronald kon moeilijk zeggen, dat deze niet goed genoeg was. Wat een lieve mensen zijn er toch op deze aardbol.

‘S avonds komen Steve en Angele van Innuendo buurten. Die Britse humor is echt hilarisch, heerlijk zo een avondje lachen.

3/1
Vandaag staat het opnieuw aanleggen van 12 volt in het vooronder op het program. Twee minuscuul kort eindjes draad komen uit de muur. En keer op keer is de aansluiting weer losgelaten. De aansluiting gebruiken we om de dinghy op het voordek op te pompen, maar kan ook gebruikt worden door gasten om de fan aan te zetten of hun mobiel op te laden.

Het is een ingewikkelde klus, waarbij niet alleen het plafond, maar ook de werkbankkast gesloopt moet worden. Pfff…ik bewonder dan altijd mijn Kappie hoe hij in de hitte zo doorzet. Ondertussen kan ik hem een beetje ondersteunen met solderen en organiseren en zoeken naar de spullen die hij nodig heeft.

4/1
We starten met klusjes. We lakken het houtje en de scharnieren van de buitentafel. De magneten en een beugeltje in de natte cel, hebben roestvlekken achter gelaten, net poep, we verven de plekken weer wit. Ik plaats het logboek en een blog op de site.
Ik knoop een lus aan de snobber, het is goed gelukt, best trots op. Een snobber is een haak die je plaatst op de ankerketting, bij golfslag en harde wind trekt de boot niet aan de ketting zelf, maar vangen de landvasten aan stuurboord en bakboord de klap op.

Aan eind van de dag varen we met de dinghy naar een paar wrakken in de baai, Vaak kun je op dit soort plekken mooie vissen bewonderen. Er groeien al kleine plukjes koraal op de roestige stalen rompen, er zijn echter weinig vissen te spotten, jammer. De gezonken schepen hebben altijd iets lugubers, een beetje spookey.

5/1
Als je moet zoeken in een onbekende stad en niet weet waar de spullen te koop zijn, is een elektrisch stepje echt ideaal. Dus op naar de kant. De dinghy wordt vol gestouwd met 2 steppen, een grote vuilniszak, twee rugzakken en wij zelf.

We doen boodschappen en drinken in een barretje een koude Jugo Naturalis, genieten.
We kopen een ander merk Sikaflex, welke ze in de bouw gebruiken. Hopelijk werkt het net zo goed. En we kunnen een manchetlampje voor in de badkamer scoren en een snoer voor het verplaatsen van de charger.

Ronald koopt 40 liter schoon drinkwater. Het steigerwater van Shelterbay gieten we in de Atank, zodat we de gallons kunnen vullen met 27 liter schoon drinkwater. De overige deel gieten we ook in de Atank. Zou Ronald deze reis nog de watermaker kunnen maken? We doen heel zuinig met het water, dus tot nu toe gaat het prima zonder watermaker.

6/1
De balans lijkt weer terug, we klussen nog elke dag, maar kunnen ook weer voldoende genieten. We hebben sinds we op verschillende plekken bestrijdingsmiddelen hebben geplaatst al 8 dagen geen kakkerlak meer gezien. Zou het gif dan direct zijn werk hebben gedaan? Het is fijn om na iedere klus een duik te nemen in het heldere water. Het toilet doet het weer en de klussen die we doen lukken over het algemeen aardig.

We maken geregeld plannen voor volgend jaar. Vele mogelijkheden passeren de revue. Eén er van is om ia terug naar Nederland te varen en daar te koop te zetten en in Tahiti een nieuwe boot te kopen. Gebruik maken van het Panama kanaal wordt elk jaar duurder, het zit nu al €4000 en volgend jaar vermoed men dat het nog duurder wordt. En de eerste overtocht van Panama naar het eerste eiland van ruim 30 dagen met veel squals wordt niet altijd als de leukste ervaren. Tevens zijn de vertrekkersboten in Frans Polynesië aanzienlijk goedkoper, omdat de eigenaren er snel van af willen. Ondanks dat ik de laatste tijd geregeld mopper op ia, zal afscheid nemen van haar ook lastig zijn. Maar het niet kunnen plaatsen van een behoorlijke bimini, dus amper schaduw in de kuip, is aan deze kant van de wereld bijna niet te doen. De German Sheeting schootvoering is wel een enorme verbetering, dus mogelijk kunnen we in Guatamala nu een iets grotere bimini plaatsen?

Vandaag staat het in het teken van de voorbereiding naar Honduras. Gisteren was Ronald minder lekker, dus zette ik hem even op stop: ‘Nu maar even bijkomen in de schaduw, morgen is er weer een dag’.

Ik haal diesel aan de kant. Zo leuk hoe alle jongens die met hun boten staan te wachten bij de steiger mij te hulp schieten. Echt een koopje, 80 cent per liter.

Ik doe een handwasje en sta Ronald bij met zijn klus. Zo trots hoe hij de charger in het motorruim met de beperkte middelen opnieuw installeert en monteert in het badkamerkastje. Hopelijk is het een echte verbetering bij het opladen van de litiums, nu werd de charger in het ruim te snel heet door de hitte van de motor.

Ik draai alle vijf de dorades dicht en tape met ducktape de dorades af met een bakje eronder mochten ze de komende dagen toch weer zout water lekken. We weten namelijk niet of het door de dorade zelf of via het flexateak naar binnen komt. De golven van de laatste zeilreis waren dan ook wel erg bar en boos.

Ronald maakt het lampje in de badkamer. Het licht was nooit fel, maar nu hebben we een nieuw lampje kunnen scoren. Het iwas toch niet kapot, de vorige eigenaar had het lampje compleet verkeerd aangesloten. Ahum, dan zit het is dus zeker al tien jaar zo?

We gaan aan de kant om uit te checken. Agent René komt na een kwartiertje opdagen, de immigratie komt na 45 minuten. Steeds twijfelen we even om eerst boodschappen te doen. Toch blijven we wachten. Immigratie neemt onze paspoorten mee om te stempelen en beloofd snel terug te komen? We betalen René 80 dollar.

7/1
Vandaag willen we vertrekken. Op naar Honduras, aan vaste land is het niet veilig, maar de drie eilanden voor de kust zijn het wel. We willen inchecken op het zuidelijkste eiland, Isla Guanaja. We zullen providencia overslaan. Wel jammer, want ik had het leuk gevonden om het nogmaals te bezoeken. De komende tocht hebben we niet alleen te maken met de windrichting en kracht, maar ook met de stroom. Op onderstaande kaart is te zien dat de stroom rondom St Andres en Providencia best complex loopt in combinatie met wind tegen is een goed plan wel van belang.

We moeten om de kop van Nicaragua heen, dus eerst naar het noorden en dan naar het westen. Toch zullen we in verband met de stroom eerst naar het oosten varen, zodat we hopelijk in het gebied komen waar we stroom mee krijgen. Maar nu eerst de voorbereidingen.

Ik kook twee maaltijden, maak een slingerbed gereed, was af, bedek de plekken onder de 5 dorades, het lijkt dat de golfslag deze reis aanzienlijk lager zal zijn. Ik leg de zwemvesten klaar en klip de lifelijnen aan bakboord en aan stuurboord, maak de dinghy aan de onderkant schoon, dit keer is er geen aangroei. Ik leg primatourtjes, paracetamol en crackers klaar en vul de waterflessen.

Ronald ruimt de dinghy op en bevestigd hem op het voordek, zet de jerrycans en het blauwe trapje vast en start de autopilot op. Shit, de autopilot doet het weer niet. Ronald onderzoekt en onderzoekt, hij kan niet vinden wat de reden is. Echt lastig is dat zijn multimeter stuk is, waardoor het doormeten extra moeilijk verloopt.

Ronald draait 5 uur lang het ene draadje aan het andere draadje. Chatcpt wordt ook geregeld geraadpleegd, de antwoorden zetten Ronald vaak op het verkeerde been, soms helpt hij Ronald op weg. Af en toe vraagt Ronald mij te assisteren. En dan opeens hoor ik: ‘Hij doet het, we kunnen gaan. Wat een engelengeduld heeft die vent van mij toch.

Ronald loopt naar de punt om het anker op te halen. Shit, de 50 ampère zekering was toch te weinig,  de zekering is doorgebrand. Dan maar de 300 ampère er in, gelukt.

Van St Andres naar Guanaja, 431 NM. Windrichting NO, kracht 7/11 knopen. We motoren eerst oost om ten oosten van Providencia te komen en hopelijk dan in het gebied te komen dat we stroom mee hebben. Golfslag 50 cm.

Yes, rond drie uur varen we de baai uit. Ronald zet Starlink om naar ‘een abonnement op zee’ en ik neem mijn eerste primatourtje. Na een uurtje hijsen we het grootzeil erbij, zodat ia iets rustiger ligt tijdens het motoren op de golven. En ja hoor, daar zijn ze weer, dolfijnen. Dit keer tuimelaars met een lichte kleur buik en een spierwit neusje.

Laat in de middag rollen we de genua erbij en gaan we 5,8 knopen. Vlak voor het avondeten gaan we over stag en kunnen we noord varen, we hebben de stroom iets mee en kunnen de motor uitzetten. De autopilot staat op standby en de windvaan zetten we op een aan de windse koers. Het waait rond de 13 knopen en we halen soms 6 knopen snelheid.

Na het avondeten is het pikkedonker, hopelijk komt de maan nog op. In de kuip kan ik Ronald amper zien zitten, zo donker is het. Rond elf uur komt de maan op. Dit voelt voor mij zo midden op zee veel aangenamer, ik kan weer om mij heen kijken.

We varen recht op Providencia af, Ronald wil het eiland aan bakboord ronden, maar we kunnen niet hoger aan de wind. Het eiland is omgeven met riffen, brrr. Ik geef aan dat ik de wacht in deze omstandigheid niet alleen wil draaien. Hoe zullen we de wacht verdelen? We spreken af dat ik op blijf tot 1.00 uur, daarna pakt Ronald het van mij over.

8/1
Het is 7.00 uur, mijn alarm kan elk moment af gaan. Aan bakboord staat een halve maan nog hoog aan de hemel. Aan stuurboord wordt een zeer smalle lange wolk verlicht. Aan de horizon verschijnt achter de horizon een oranje zon. Welkom nieuwe dag.

De wind is afgenomen en de lucht is blauw met hier en daar een klein wolkje. Ik rol de kotterfok in en zet de genua. Ik krijg de boot met de windvaan even niet meer op koers en vraag Ronald mij te helpen. Ronald geeft aan dat hij de kotterfok had gezet omdat hij in de nacht drie squalls over zich heen kreeg en hierdoor wel erg dicht bij Providemcia kwam. Hier op open zee kunnen we even kijken wat hoe de genua het doet.

Ronald ziet weer een squall aankomen, ik zie ‘m nu ook. Vlug draaien we de genua in. En uit het niets is het compleet grijs om ons heen, begint het te stortregenen, draait de wind wel 30 graden en loopt hij op van 7 naar 21 knopen. Hoei…daarna krijgen we er nog twee sqalls overheen. Mooi om te zien dat de windvaan gewoon aan de wind blijft varen en na 15 minuten weer op koers terug draait.

9/1
Ronald is tot half drie in de nacht doorgegaan met zijn wacht. Ik zou het om 1.00 uur overnemen, maar de ene squall na de andere kwam voorbij. Echt bizar hoe in een paar minuten de wind oploopt, vannacht zelfs een keer naar 32 knopen. Vervolgens draai ik een wacht van half drie tot 8 uur, want Ronald lag zo heerlijk te slapen. Pfff…in totaal 11 squalls, het was een nachtje wel.

We gaan van aan wind naar halve wind. De golven blijven 2,5 meter hoog. Ronald vindt deze golfslag maar niets, bij aan de wind ligt ia meer op één oor. Ik vind die lange golven juist fijn, deze snappen mijn lichaam, het is een soort slowmotiondans in plaats van die staccato chaos.

We gaan als een tierelier, soms zelfs ruim 7 knopen. Ronald zet keihard Stevie Wonder aan en komt met koffie naar buiten. We doen een potje qwixx op een antislipmatje. Ohhh…dit is waar we voor gaan, zo heerlijk zeilweer, echt genieten.

Ik moet binnen iets pakken en zie een kussen op de grond liggen. Huh? Het kussen is volgelopen met zout water. De bilgpomp is stuk. Eerst haalt Ronald de pomp uit elkaar, vervolgens installeert hij een nieuwe pomp, die doet het 3 minuten en houdt er dan weer mee op? Dan installeert Ronald pomp nr 3. Wat een gedoe, 5 uur lang zijn we met deze klus bezig. En dat midden op zee met hoge golven ( zie blog Er een draai aan geven).

We gaan voor de wind varen, Ronald zet de boom. Ook dit verloopt niet echt soepel, het lukt wel, we zijn ook allebei moe. De boom staat en ik stuur Ronald onder de douche.

11/1
We zijn aan het vertragen. We vertragen omdat aankomen in de nacht niet veilig is. Dat klinkt meteen spannend als je weet dat het kustgebied en vaste land van Honduras onveilig is. Nu gaat het echter om iets anders. Doordat we bij vertrek vijf uur later zijn vertrokken omdat de autopilot weer niet opstartte, komen we nu in het duister aan bij Isla Guanaja. Dit eiland is omgeven met prachtige riffen, dus een plek waar je niet zo maar overal je anker kunt droppen.

12/1
Ik was af terwijl Ronald het motorruim opent, de batterijen laden steeds niet goed op. De koolborstels zijn versleten en moeten vervangen worden. We moeten naar Isla Roatán, daar is vast wel een garage die dit kan. ‘Oké nu of morgen?’ Morgen kan ook. Ronald gaat verder met klussen en kijkt na een uurtje blij de hoek om, het waren niet koolborstels.

Tussen de buien door varen we naar de kant. Je kunt inklaren op Bonacca/The Cay, een klein dichtbevolkt eiland voor het grote hoofdeiland. Het hoofdeiland is iets kleiner dan Terschelling. Bonacca is een baai-eiland van ongeveer 6 hectare groot groot ( zie blog Hutjemutje).

Als we aan land stappen krijgen we te horen dat de man van immigration even lunchen is. We lopen wat door het stadje en moeten steeds schuilen in een winkeltje. De winkelbediende vraagt waar we moeten zijn en belt de man van immigration. Hij komt er aan, maar wacht even de bui af. In de straten staat inmiddels 10 centimeter aan water. Het inklaren verloopt in vergelijking tot andere landen zeer soepeltjes. Ronald gaat het niet vlug genoeg.

Door naar de kustwacht. Het begint nog harder te plenzen. Als verzopen katjes komen we het kantoortje binnen. De kustwacht vraagt de deur te sluiten in verband met de airco. Deze staat zeer koud en met onze natte lijfen en doorweekte kleding sta ik na een korte tijd te klappertanden. Gelukkig is de verhandeling daar ook maar van korte duur. Vlug varen we terug om op de boot een warme douche te nemen. De dorades boven hut hebben zowel Ronalds matras als mijn matras nat geregend. In Guatamala willen kijken of de flexateak verwijderd en opnieuw gelegd kan worden, hopelijk zijn we dan van alle lekkages af.

Terwijl ik een lekker maaltje kook, gaat het motorruim weer open voor het batterijprobleem, zucht.

13/1
Vannacht werd ik om 4 uur wakker als ik merk dat Ronald niet naast mij ligt. Gisteravond was hij gestart met klussen aan het probleem rond het laden, hij dacht dat hij het gemaakt had, toch niet. Vannacht om vier uur doet hij weer een poging om het voor elkaar te krijgen, gelukt. We hoeven niet naar Roatán voor nieuwe koolborstels.

Zou het vandaag dan lukken zonder te klussen er een leuke dag van te maken? Ronald stelt voor om aan land een wandeling te maken. ‘Durf je dat wel aan, je hebt elke keer zorg of je niet lek geprikt wordt?’ Ronald ziet het wel zitten.

We stappen aan land en het is bij de eerste stap op de steiger raak. Ronald wordt over zijn hele lichaam gebeten. We varen terug en Ronald houdt het niet meer van de jeuk. Hij trekt al zijn kleding uit en springt naast de dinghy het water in. Ronald telt 36 muggenbeten ( Zie blog lepeltje lepeltje).

Oké, dan gaan we snorkelen. Oh nee hè, nu draait het handvat van de buitenboordmotor niet meer. Het gas geven ging de laatste week al steeds iets zwaarder, nu zit het handvat vast. Houdt het dan nooit eens op? Het lukt Ronald niet om het te maken, wel bedenkt hij een tussenoplossing zodat we na een uur  kunnen vertrekken.

Het rif is wonderschoon, prachtige koralen en vele vissen. Och, sinds tijden niet zo mooi gesnorkeld. We zien zelfs een verpleegsterhaai van 4 meter lang, zo cool en natuurlijk ook een beetje spannend.

We gaan aan de kant om een hapje te eten, het restaurant staat zeer goed aangeschreven bij zeilers. Als ik aan het hek morrel roept een Engelsman vanaf het balkon dat zij sinds gisteren gesloten zijn voor minstens één jaar, er lagen te weinig boten in de baai om nog langer open te blijven. Op dit moment liggen er inderdaad maar 2 schepen voor anker. De man geeft aan dat je 200 meter verderop mogelijk wel een pizza kan eten.

We leggen aan bij een lange pontoon gemaakt van grillige takken en boomstammen. Op het strandje staan picknicktafels en boomstronken om op te zitten. Tussen de takken hangen oude zeilen voor een schaduwplekje. We zien een man zitten en vragen of we iets kunnen eten. Hij kijkt ons wat verward aan. Hij heeft het terras sinds 3 maanden gekocht en moet nog zijn permit ontvangen. Maar een pizza wil hij wel bakken. We geven aan dat we in verband met de no-see-ums graag op de pontoon plaats nemen. Hij serveert ons zijn zelfgemaakte wijn van wijnbessen en komt bij ons aan tafel zitten. Bij start reageert hij verlegen, waarna hij bij oprechte belangstelling van ons zijn hele geschiedenis vanaf zijn jeugd verteld. We hebben een zeer bijzondere avond met Ted. En uiteraard kopen we zijn zelfgemaakte wijn, welke deze avond ijskoud geserveerd echt heel erg lekker is. Ted heeft 200 wijnbes-bomen (zijn dat niet frambozen?) en vertelt enthousiast het maakproces. De één jaar oude wijn heeft echter nog geen naam en hij glundert trots als wij aangeven dat ‘Chateau Ted’ een passende naam zou zijn. Wat een bijzondere ontmoeting weer.

14/1
Ik doe een handwasje en Ronald probeert de bilgpomp te maken. We dachten dat de pomp het deed, maar toch niet. Gevonden, de slang moet eerst vol met water zijn, dan heeft hij genoeg power om het bilgwater op te zuigen, de terugslagklep doet dan zijn werk. De slang van de andere bilgpomp heeft geen terugslagklep, dus deze moet dan besteld worden.

Mijn zwemvest heeft zichzelf opgeblazen waarschijnlijk omdat de zouttabletten over de datum waren. Tja, dat betekent ook een nieuwe ampul. Deze hebben we op voorraad, maar de zouttabletten niet.

Watertank A en B zijn nu leeg, we openen watertank C en hebben nog 22 Liter drinkwater in flessen. Als we vaat hebben spoel ik eerst alles af met zoutwater, dit scheelt weer schoon water. We hebben al 17 dagen geen kakkerlak gezien. We gooien nog wel steeds etensafval, zelfs broodkruimels over boord.

15/1
Ik ben vroeg op en zit heerlijk in de kuip. Het is hier zo mooi, de berg van 450 meter hoog is dicht begroeid met groene bomen met hier en daar een huisje. Het wateroppervlak is glad met lage glooiende deining. Af en toe scheert er in de verte een visser voorbij. Binnen hoor ik iets piepen. Het zijn de batterijen, ze zijn weer leeg. Ik zet de motor aan en hoor gestommel in de hut. Ronald is wakker geworden en zijn gezicht staat niet ‘amused’. Gisterenavond ging hij tevreden naar bed, het batterijprobleem leek opgelost. Niet dus. Vanochtend in de kuip dacht ik nog, we maken er mooie nietsdag van. Maar de dag start weer met onrust.

Ik ben al een paar dagen druk in mijn hoofd met de mogelijke aankoop van een ander schip. We hebben namelijk op internet een schip gezien passend bij onze reis en ons budget. In de twee jaar dat we op zoek waren naar ia, hebben we vele schepen bezocht die op internet heel wat leken, maar bij de bezichtiging compleet een ander beeld gaven. Ronald probeert mijn enthousiasme te temperen, maar hoe mooi zou het zijn, dat dit schip wel is waar we op zoek naar zijn? De 22e kunnen we het schip bekijken. Ik ben benieuwd.

Bij één regenbui kan soms zoveel vallen dat de puts buiten voor driekwart is gevuld. Mooi, met een bijna volle emmer regenwater kan ik prima een handwasje doen.

Het is half elf, na 3 uur gerommel met de batterijen stopt Ronald er weer mee. Ze doen het weer, maar niet optimaal, pfff…

Morgen gaan we naar Isla Roatán en we hebben inmiddels watertank C in gebruik. Op Bonacca kunnen we gratis water tanken. Ik vraag of ik eerst even mag proeven, voordat we de tank vullen. Natuurlijk, ze zijn allemaal zo vriendelijk hier. Dan tanken we diesel. Kunnen we  misschien ook gas vullen? We laten onze gasnippel zien. Nee, helaas.

Nu nog boodschappen doen. We belanden in kleine gereedschapswinkel ( Zie blog hutjemutje). In de supermarkt vinden we koffiebonen uit Guanaja. Ik benieuwd hoe deze koffie gaat smaken.

Terug bij de dinghy vraagt de man op de steiger of hij sigaret van ons mag, omdat hij op ons bootje heeft gelet. Ronald geeft hem een banaan, ‘far more healthy mann’, de man knikt blij.

‘S avonds gaan we opnieuw aan de kant om een hapje te eten bij het visrestaurant, ze ontvangen alleen contant geld en we hebben onvoldoende in de portemonnee. Dus op naar de ATM. De elektriciteit is uitgevallen, dus we kunnen niet pinnen. Een ander restaurantje geeft aan dat we ook morgen kunnen betalen, zo vol vertrouwen. Er staat niet veel op het menu, het is meer een lunchtentje, maar zo veel hartelijkheid kunnen we niet weigeren.

16/1
Het regent pijpenstelen, toch vertrekken we naar Roatán. Het is ongeveer 28 NM, er staat geen wind, dus we moeten motoren. Er staat wel een zeer hoge deining, eenmaal achter Roatán neemt de deining af. Gedurende de gehele reis blijft het gieten, eenmaal in de baai stopt de regen. Wauw, wat is Jonesville Bight mooi. Het voelt alsof we in een Scandinavische baai terecht zijn gekomen. Het wateroppervlak is glad, rondom zien we veel verschillende kleuren houten huisjes met witte randen rond de deuren en ramen. De stilte voelt gemoedelijk aan.

Een Canadees in een kano komt langszij en maakt een praatje. Vele zeilers zijn na aankomst voor altijd blijven hangen in deze baai, ook hij woont er al jaren. We gaan aan de kant. ‘On the Rock’ is een open bar aan het water. We eten er lobster. De eigenaar vertelt wat er in de omgeving allemaal te doen is. Een baaitje waar je kunt zwemmen bij de verpleegstershaaien en een strandje met wit zand met groene jadesteentjes. We vertellen dat we onderweg zijn en helaas niet 10 mijl terug kunnen varen. Om de hoek is een mangroventunnel en een snorkelstrandje, leuk dat kunnen we morgen wel doen.

Ik vraag de restauranteigenaar wat maakt dat de snorkelplek ‘Half Moon Bay’ heet, de vorm is niet bepaald een halve cirkel. Hij kijkt droef. Een hoteleigenaar van het vaste land heeft het strand volledig verknald. Toen de overheid het ontdekte was het al te laat. Velden vol met ananasstruiken zijn compleet verdwenen. Als kind zwommen we in de zee en kon je de vruchten van de laaghangende takken plukken. Het zand rond de palmbomen is verdwenen, de wortels staan hoog om de bast. De huisjes achter dit strand zullen spoedig in de zee verdwijnen. De man zucht en staart wat voor zich uit.

We voegen ons tussen een tafel vol vertrekkers. Een Amerikaan vertelt dat hij net een nieuwe boot heeft gekocht, precies dezelfde boot die we de 22e willen bekijken. Hij ligt een baai verder en nodigt ons voor morgenochtend uit.

17/1
De zon schijnt volop, wat een vredige baai. Ik zit in mijn lievelingshoekje met een kopje koffie in de kuip en geniet van mijn omgeving. De stilte voelt warm en zo fijn.

We varen met de dinghy door de magrovetunnel naar de volgende baai waar Rick ligt met Moon dance. Het mangrovebos is indrukwekkend mooi. Ik had er wel meer vogels verwacht. We zien alleen een Zilver- en een Blauwe Reiger.

Rick heeft een vergelijkbare boot gekocht die wij de 22e willen bezichtigen. De eerste indruk is positief, we vermoeden dat de boot die te koop ligt er nog iets beter uit ziet. Ik ben benieuwd.

We varen langs het rif en de kust naar een andere baai. Het is een mooie tocht, iedereen is zo vriendelijk hier.

18/1
Het komt met bakken uit de hemel, achter de bergen horen we gerommel van een onweersbui. De dikke druppels kletteren op dek. We zouden vandaag iets verder varen naar French Bay, tja.

Rond 11 uur lijkt het iets op te klaren. Het is maar anderhalf uur varen en we hebben wind tegen, dus dat wordt motoren.

De komende dagen wordt er harde wind tegen en onweer verwacht, voorlopig kunnen we niet doorvaren naar Guatemala. Wel jammer, want Luc en Hilde zijn al daar gearriveerd en ik ben nieuwsgierig naar de boot die we op de 22e zouden bezichtigen.

Vlak voor de baai van French Bay krijgen we een sqall over ons heen. We varen langzaam langs het rif naar het piepkleine haventje van Mike. Mike komt aan boord en vertelt zijn verhaal. We vragen of hij een goed restaurantje weet, hij is de 3e persoon die aangeeft dat je bij ‘the Gasstation’ lekker kunt eten. Op zondag serveren ze verse vissoep. En wat voor één, echt smullen. Een krachtige bouillon met stukken krab, garnalen, inktvis, cassave en peen. Op terugweg giet het nog steeds en steek ik mijn duim op voor lift.

‘S avonds lopen er toch weer 2 kakkerlakken in de natte cel. Zijn soms de eitjes van de vorige kakkerlakken uitgekomen? Of zijn ze in werkelijkheid nooit weggeweest?  Of komen deze uit de haven? Twintig dagen lang hebben we geen kakkerlak gezien.

19/1
Het komt nog steeds met bakken uit de hemel. Gisteren hebben we in de boot een lange waslijn op gehangen, alles is nog drijfnat. De achterkanten van de matrassen in de hut zijn nat, mogelijk loopt het onder het flexateak door. Als we geen nieuwe boot kopen, moeten we de flexateak laten verwijderen en opnieuw laten leggen.

Mike belt op, hij heeft twee lobsters voor ons. Uhhh? Heeft hij ze al klaar gemaakt, want wij hebben geen grote pan om ze in te koken? Mike heeft al opgehangen, dus we kunnen hem deze vraag niet meer stellen. Later blijkt dat we ze zelf moeten bereiden, tja dat wordt ‘m niet.

We lopen naar het centrum, al snel begint het te regenen en stopt er een grote zwarte auto. Het stel vraagt waar we heen moeten en vragen of we mee willen rijden. Wat vriendelijk. Het centrum stelt niet veel voor, een supermarkt en wat winkels. We eten verrukkelijk sushi, heel mooi opgemaakt en goedkoop. Terug nemen we een taxi, want het hoost weer. Terug proberen we de doorsteek voor de noodhelmstok waterdicht te maken. Als we de dorade er naast loshalen begint het weer te regenen.