Om de veertien dagen schrijven Ronald en ik een blogje op de site, welke vervolgens ook op de site van WatersportTV wordt geplaatst. Het format is een column. 

Geïnspireerd door het boek ‘land in zicht’ van Thomas Siffer, besloot ik in Zuid Spanje, alsnog een logboek te starten. In de afgelopen maanden hadden we zoveel bijzondere momenten beleefd en hoe zonde zou het zijn als we die zouden vergeten.

Inhoud: *Marokko. *Overtocht Marokko naar Canarische eilanden. *Canarische eilanden. *Overtocht Canarische eilanden Kaap Verdië. *Kaap Verdië. *De grote oversteek. *Frans  Guyana. *Suriname. *De Caraïben.

 

De Caraïben:

Martinique: 

In de haven van de werf Carib Marine in Marin te Martinique klussen we ons drie keer in de rondte. De samenwerking met de werf verloopt prettig. De nieuwe voorstag wordt geplaatst en het oude rolfoksysteem wordt omgebouwd voor de kotterfok. We vervangen de waterpomp, de accuoplader, de navigatieverlichting voor, achter en in de mast. De AIS wordt verbonden met de radar en open CPN. De boiler doet het niet meer op de walstroom, maar functioneert verder prima. De radio doet het ook niet meer. We besluiten beiden nog even niet te repareren. We laten door de zeilmaker een bies maken op de kotterfok, zodat het gebruikt kan worden voor het rolfoksysteem. Na vele pogingen kunnen we de afstandbediening van het anker toch weer maken. De rail op de mast voor het uitbomen van het zeil wordt opnieuw op de mast gepopt. We gaan op zoek naar zouttabletten en gasampullen voor onze zwemvesten.

Tussendoor worden er wassen gedraaid, zodat de gasten en wijzelf weer in een schoon bedje kunnen slapen. De alarmpost in Nederland heeft zorg om de vleermuisbeet van Ronald, zij vermoeden een Rabiësinfectie. Wij maken ons geen zorgen, maar gaan voor de zekerheid toch naar de huisarts. Zowel de gidsen in Suriname, als de huisarts in Martinique denken niet aan Rabiës. Toch adviseert de alarmdienst dat Ronald naar Nederland komt voor het tegengif, omdat het volgens hen niet verkrijgbaar is in geheel Zuid Amerika? We gaan naar het ziekenhuis in Fort de France, waar Ronald gewoon het tegengif en de vaccinaties krijgt toegediend. Ronald moet vervolgens nog 4 keer terugkomen.

We huren een auto voor het zoveelste ziekenhuisbezoek en halen Geert Jan en Suus van het vliegveld. Het klinkt gek, maar na al dat geklus, voelt deze week als een soort vakantie.

Om af te tasten hoe Suus een zeiltocht op zee ervaart, kiezen we de eerste dag voor een baaitje verderop, Anse D’Arlet. Pelikanen en zwartwitte Jan van Genten vliegen met ons mee. Voor het eerst van mijn leven zie ik een roodsnavelkeerkringvogel van dichtbij langsvliegen. Zo indrukwekkend, dat spierwitte rompje met zwarte band om het oog, en dan die staart die als twee flinterdunne touwtjes van rond 35 cm achter de sierlijke vogel aanzweeft. Eenmaal in de baai is het snorkeltijd. Zo leuk om weer samen met GJ de onderwaterwereld te bewonderen. ‘S avonds steken we de BBQen aan op het achterdek en genieten van het avondlicht.

De volgende dag vertrekken we naar St. Piere. We gaan op zoek naar een VVVkantoor, welke niet te vinden is. Wel ontdekken we een vervallen amfitheater. ‘S avonds eten we heerlijk lobster op een terras aan de waterkant.

Dominica:

In de baai van Roseau worden we meteen te gemoed gevaren door een bootboy. Als we hem inhuren als gids hoeven we geen mooringgeld te betalen. We maken een wandeling naar de top van de botanische tuin en snorkelen in een prachtige baai. De grote vulkanische zwavelbellen die onder het zeeoppervlak uit de grond omhoog borrelen geven een sprookjesachtig effect. Suus snorkelt heel stoer mee. Op weg naar de volgende baai moeten we ons goed vasthouden, de twee locals scheuren met wel 250 PK langs de grillige rotspartijen. Opeens remt de boot af. Wat is er aan de hand? We horen de twee jongens hard lachen, als blijkt dat de ankerketting op de voorpunt is los gegaan en onder de boot terecht is gekomen. Het uitje wordt warm afgesloten met een drankje in een hottub, vulkanische bubbels in een zandzakken omzoomd badje in de zee.

Martinique:

Ondanks dat we in het donker van de baai van st. Piere aankomen, verloopt het ankeren goed. De volgende dag beklimmen we mountain Pelée, een mistregenwoud.

GJ en Suus besluiten over land naar de volgende haven te reizen en wij genieten van een heerlijke zeiltocht om de Diamond Rock. De volgende dag bezoekt Ronald weer het ziekenhuis en maken we tot slot met z’n viertjes een prachtige tocht door de bergen. De week met GJ en Suus is om gevlogen, het was supergezellig.

De komende dagen staan weer in het teken van de klusjes en halen we Birte en Marre van het vliegveld. Het wordt een ontroerend wederzien. We vertrekken de volgende ochtend meteen naar…

St. Lucia:

Op naar Marigot bay, een prachtige zeildag met twee zonneminnende schoonheden op het voordek. Het witte strandje met de vele palmen maken het Cariebgevoel compleet. ‘S avonds eten we aan het strand met live music en besluiten de avond met een potje poolen. De oudjes tegen de jonkies.

Voordat we vertrekken naar Soufriere bay, wandelen we de heuvel op om inkopen te doen. We genieten van heerlijke verse fruitsmoothies, samengesteld door Marre, laat dat maar aan haar over.

Soufriere is een klein vissersdorpje. Iedere vrijdagavond loopt het dorp uit om op straat te BBQen onder het genot van keiharde rastamuziek. De casino vindt gewoon plaats op straat. Verschillende mannen spreken Ronald aan om hem te complimenteren met zijn prachtige dochters. Birte komt met haar blote voet in de modder van een vies gootje naast de stoep. Een jongen biedt haar aan om haar voeten te wassen. En geeft vervolgens advies waar we lekker kunnen eten. Wij eten in een sportcafé en darten in de deuropening waar een ieder langs moet. De volgende ochtend maken we een vermoeiende, maar mooie wandeling naar de Supermanwaterval, een indrukwekkende plek voor een fotoreportage.

The Pitons bay, vernoemd naar de twee puntige bergen aan weerszijden laat een diepe indruk op mij achter. Hoe nietig is onze ia naast deze woeste steile hellingen. We snorkelen en spotten een schildpad. Bij de zonsondergang worden we getrakteerd op de mooiste oranje luchten ever. De hemel lijkt wel in brand te staan, ik ben er stil van. ‘S avonds eten we in een chique restaurant met live music. Marre en ik dansen met onze blote voeten in het zand.

De volgende dag probeerde we eerst in Castries in het centrum, vervolgens aan een grote mooring en daarna aan een kleine mooring aan te leggen en werden bij alle drie weggestuurd. We besluiten om door te varen naar Pigion island naar Rodney bay. We snorkelen naast de boot en zwemmen richting de rotsen. Birte kan er geen genoeg van krijgen, helaas hebben we geen tijd om met haar te gaan scubaduiken. ‘S avonds eten we in schattig café aan het strand, waar de meubels gemaakt zijn van afvalhout.

Martinique:

De reis terug naar Martinique verloopt voorspoedig, fijn dat de meiden ook van het zeilen kunnen genieten. Birte wil graag onder een echte douche en we gaan op zoek naar een haven. We belanden in de saaie haven van Fort de France, niet echt een plek met Cariebgevoel. De volgende dag vertrekken we vroeg naar Trois ilets en maken we een kanotocht door de mangroven en zien we grote vuurrode mangrovenkrabben. Helaas spotten we geen zeepaardjes. Op de terugtocht door de hoge golven met tegenwind zijn de meisjes als eerste weer bij de steiger. Wat wil je met zo een leuke gids.

In Fort de France bezoekt Ronald weer het ziekenhuis voor een injectie. ‘S avonds brengen we de meisjes naar het vliegveld. Wat hebben we genoten van de meiden, het is lastig om weer afscheid van ze te nemen.

Eén van de leukste baaitjes van Martinique is Anse Noir, een rustige plek ( 3 andere boten) zonder herrie en swell. Het blijkt ook nog een prachtige snorkelplek. ‘s avonds worden we uitgenodigd door Hans en Katrin van Esmaralda (Duitsland) voor een borrel.

St. Lucia:

In Bay Canaries willen we een mooring pakken. Een bootboy blijft aandringen dat hij wil helpen. Hij geeft aan dat hij honger heeft. We geven hem onze chips. Hij vraagt geld voor de mooring, hij kan zich niet identificeren. Toch geven we hem de fee. Een andere boot komt en zegt dat hij het geld komt innen voor de mooring. Wij geven aan dat we al betaald hebben. De andere jongen geeft aan dat dat geld was voor het helpen. We koppelen meteen los en varen naar de volgende baai, Anse Cochon. Een geluk bij een ongeluk, want we ankeren daar als enige boot. Aan land horen we de zangvogeltje vrolijk fluiten, zo genieten. 

St. Vincent:

Na een keigave zeildag van 6,5 uur kwamen we aan in de baai van Chateaubelair, bekend om haar prachtige duik- en snorkelgebied bij het kleine eilandje ten oosten van de baai. We zochten een prachtig ankerplekje uit. Een Engelsman in een dinghy voer langs en gaf aan dat de douane nu aanwezig was. Omdat het zaterdag was en we best dicht bij het strand lagen, bleef ik nog even aan boord om het anker te controleren en ging Ronald meteen naar de kant om in te klaren. In het dorpje was echter geen pinautomaat. In het plaatselijke supermarktje kon Ronald wat East Cariben dollers pinnen als hij ook wat inkopen deed.

Terug aan boord vraagt Ronald  voor de grap, om de rollen eens om te draaien, aan een boatboy of hij niet iets van ons wil kopen. De man neemt het echter zeer serieus en heeft zeker belangstelling voor het duikmes en het navigatielampje. Hij komt graag morgen terug met echte euro’s.

‘S avonds gaan we terug voor een simkaartje en een hapje te eten. De winkel was net gesloten, maar moeder en zoon waren zo vriendelijk ons toch een simkaartje te verkopen. Op weg naar het restaurant lopen we geregeld door een walm van wietgeuren. Ik had gehoopt op lekkere verse vis, maar het leek meer op diepvriesvis. De maaltijd was eenvoudig en voedzaam, maar niet echt lekker.

Terug aan boord worden we verrast door een groep dolfijnen in de baai. Van redelijk dichtbij kunnen we aanschouwen hoe ze door een perfecte samenwerking de vissen opdrijven. Wat een schouwspel. Samen vormen ze een hoefijzer om een school vissen en drijven de prooi vervolgens op. Zowel de enorme vissen, mogelijk tonijn, als de dolfijnen zelf vliegen letterlijk uit het water. Terwijl wij ons op het voordek staan te vergapen, drinken de drie Engelsen in het zeilschip naast ons kennelijk een kopje thee en hebben zij niets in de gaten. Pas als ze niet meer te zien zijn en in het ruime sop van de Atlantische oceaan verdwijnen, keren we diep onder indruk terug in de kuip.

De volgende ochtend word ik wakker van een zachte fluisterstem die ‘hello, hello’ roept. Ik klim naar buiten en zie net boven het boeisel, twee grote bruine kijkers. Het is een jongen van een jaar of 8. Hij vraagt of ik nog vuilnis heb en of ik nog fruit wil kopen. Ik zeg dat ik niets nodig heb en maak een praatje met hem. Hij geeft aan dat alle zeilers uit zuiden komen en verwonderd is dat wij uit het noorden waren gekomen. Ik kijk hem verbaasd aan, hoe wist deze jongen dit? De ogen van de jongen beginnen te stralen, terwijl hij naar de gastenvlag van St. Lucia wijst. Oeps, die waren inderdaad vergeten om er uit te halen.

Voordat we zouden vertrekken naar de baai van Blue Lagoon, wilde we eerst nog snorkelen. Vanaf het strand zwemmen we het blauwe water in. Och, wat is de onderwaterwereld toch mooi. We zijn blij verrast met het feit dat hier nog redelijk veel koraal over is in tegenstelling tot Martinique. Tijdens de terugweg hoorden we de Boatboy roepen vanaf het strand. Ronald haalde hem op aan, hij had euro’s gescoord en wilde graag het duikmes en de navigatieverlichting kopen. Gisteren had hij ons groene appelbanaantjes en sinaasappels verkocht. Twee keer vraagt hij om een biscuitje, omdat hij zo hard moest rennen op het strand om op tijd te komen. Zijn kleding en petje zijn oud en vies, zijn waterschoentjes zijn tot op de draad versleten. Maar zijn ogen stralen, omdat hij zo een goede deal heeft gedaan. Zijn handelingen bij het openen van het duikmes en het navigatielichtje worden vele malen herhaald en verbaal ondersteund. Aandoenlijk gewoon hoe hij daar met zijn pretogen steeds opnieuw van zijn mes opkijkt en bij zowel Ronald als mij een soort bevestiging zoekt of hij het goed doet.

Bequia:

Het plan was om Blue Lagoon aan te varen, maar de wind en de stroming waren echt te ongunstig, dus zeilen we door naar St. Admiralty bay, downtown Port Elisabeth. Wat een heerlijke zeiltocht. Met de bus bezoeken we Friendship Bay  waar we een filmpje voor Anja hebben gemaakt.

Tobago Cays:

Nog nooit hebben we zo blauw water gezien. Bij het eiland Baradel zwemmen grote zeeschildpadden rond de boot. Het spierwitte strandje met zwerfhout is als in een droom. Het snorkelen viel tegen, waarschijnlijk zwommen we op de verkeerde plek.  Van ‘s morgens tot de schemering werden we getrakteerd op een prachtige kitesurfshow. ‘s Avonds worden we opgehaald voor een echte beachparty met Lobster, wat een feest.. 

Carriacou:

Middels de whats app spreken we af met Pieter Jan en Renske in Tyrrelbay. Het is een overvolle baai met een harde wind en veel swell. Aan land is er echter weinig te doen. Toch  hebben we drie knoertgezellige dagen met de Lola. De koffie in Gallery Cafe is heerlijk.

Na 3 nachten vertrekken we naar Sandy island. Voor mij was dit het toppunt van een sprookjesachtig bounty-eiland. De beachparty bleek een romantisch diner voor twee bij een kampvuur van droge palmbladeren. We hebben zowel aan de noord- als aan zuidzijde gesnorkeld. Het koraal was minder mooi, maar we hebben wel heel veel grote kleurrijke vissen gezien, Regenboogpapagaaivis, Koningintrekkersvis en Ballonegelvissen. Het is een kraamkamer voor vele vissoorten. We worden dan ook omgeven door gigantische scholen jonge vissoorten. We komen terecht in een harde regenbui. Om ons warm te houden gaan we weer het water in. Vlak boven ons hoofd duiken twee Jan van Genten als een pijl uit een boog langs ons heen om vissen te vangen. Wat een belevenis, om deze jagers van zo dicht te werk te zien. Het waait zo hard, dat de haak van de snobber doorschavielt en op de zeebodem terecht komt. Ik duik hem op 6 meter diepte weer op. Ronald splits er twee nieuwe lussen aan. Tijdens het snorkelen had Ronald voor de zekerheid zowel de watermaker als de windgenerator uitgezet. Helaas een onhandige zet, door de harde windvlagen, 37 knopen, is de generator waarschijnlijk weer doorgebrand.

Union island:

Ronald moet werken en wil zijn digicelkaartje opwaarderen. Vanuit Ashton Bay gaan we met het schoolbusje naar Clifton. Ach, wat zijn die kleutertjes met de meest prachtige creaties van ingevlochten vlechtjes toch schattig. Ronalds zonnebril vliegt overboord en Ik flipper naar 4 meter diepte en zie ‘m warempel liggen.

Petit Martinique:

We drinken een biertje met een Frans echtpaar op hun balkon. Overal loopt er vee op straat. Bij Palmbeach ontmoeten we Engelse vakantiegangers en eet Ronald Conch en ik Barracuda.

St. Vincent:

Het water van Blue Lagoon is helemaal niet blauw, echt een tegenvaller. Er staat een vreemde swell. We bezoeken per bus Montreal Garden, een 24 jaar oude bloementuin van een Engelsman. Een zee van rust en bloemen hoog in de bergen. We spotten vele kolibrietjes en snoepen stiekem grapefruits in de boomgaard. We vervolgen onze reis naar Kingstown. Het  is  vrijdagmiddag en compleet het tegenovergestelde van de Engelse tuin. Het wemelt er van de mensen op straat en er wordt veel gedronken. Tegen de middag wordt de stemming een beetje grimmig. 

In Wallilabou Bay gaan we voor anker met een touw aan een boom. Onderweg vangen we onze eerste Grootoog Tonijn. Dat wordt smullen. De baai is heerlijk rustig, er liggen maar drie boten. Doordat we zo dicht aan de kant liggen horen we enkel het geluid van de branding. Wat is dat  toch een rustgevend geluid, heerlijk. Het is de baai waar de opnames van de Pirates of de Caraiben plaats vonden. Ik maak al zwemmend de gele waterlijn op de romp schoon met Ship Clean. Het zuur brandt in de achterkant van mijn gehele bovenarmen en loop hiermee een 2e graad verbranding op, best pijnlijk.

In de baai Chateaubelair peddelt de bootboy nogmaals langs en vertelt hij opnieuw hoe blij hij is met het duikmes. Ronald kijkt in het dorpscafé Ajax – Real Madrid, uitslag 4-1. De locals moeten erg lachen als Ronald bij ieder doelpunt uit zijn dak gaat.

St. Lucia:

In het vissersdorpje Vieux Fort waarderen we ons simkaartje op in het plaatselijke café. Een lastige activiteit, omdat het meisje zo binnensmonds praat, dat zij niet is te verstaan. Twee vriendelijke vrouwen wijzen ons de weg naar een fijne supermarkt, Massy. Het is zo goedkoop dat ons karretje snel overvol zit. Twee meisjes van de Massy lopen de hele weg met ons mee terug, zodat zij de kar mee terug kunnen nemen. Ronald leest de volgende ochtend op Noonsite dat het sterk wordt af geraden om op deze plek te ankeren, vanwege de ernstige criminaliteit. Haha, dat was dus de reden waarom er geen andere boten lagen. Gelukkig hebben wij alleen maar zeer vriendelijke mensen ontmoet.

Op de heenreis naar ‘bay between two Pitons’ vangen we een barracuda. Het is best spannend om een haakje dicht bij zulke scherpe tanden uit een vissebek te verwijderen. We hebben met Pieter Jan en Renske afgesproken en fileren met z’n vieren onder begeleiding van een you tube filmpje de vis. Sinds tijden heb ik niet zo lekker in roomboter gebakken vis gegeten.

In Rodney bay bezoeken we voor één nachtje een haven. Echt gek om weer eens echt stil te liggen tijdens je slaap. We klaren in en de volgende ochtend weer uit. De watersportwinkel in de haven verkoopt niet echt wat we zoeken. Zowel de windmeter als de windgenerator zijn stuk. De windmeter halen we uit elkaar en doet het vervolgens weer. Ik naai een nieuw ankerkettingzakje voor het hekanker.

‘S morgens vroeg knoop ik al onze landvlaggetjes aan elkaar tot een slinger en vieren we Ronalds 59ste verjaardag.  We gaan voor anker bij Pigion island en eten aan de waterkant bij Jambe de Bois. Wat een heerlijk tentje is dit toch. De volgende dag eten we er weer, maar nu met Pieter Jan en Renske. En met deze keer geen countrymuziek, maar een jazzbandje.

Petit Anse D’Arlet is een schattig dorpje. We eten heerlijk met onze voetjes in het zand en maken een heftige hiketocht in de volle zon over de berg naar Grande Anse D’Arlet. Wat smaakt een koud drankje dan verrukkelijk. Twee knoeperts van zeeschildpadden zwemmen constant rond de boot. 

Martinique:

Op de heenreis moeten we uren lang opkruisen tegen de stroom in. De ankerplaats bij Marin is een soort botenkerkhof met clochards. Gezonken boten, uitgebrande boten en schepen volgestouwd met afval en oude onderdelen. We hadden het adres van de haven van Marin doorgeven aan Eclectic Energie, maar de stator zou nog 5 dagen op het vliegveld in Fort de France blijven liggen. Dus op naar de hoofdstad. De bus kwam weer niet opdagen, mogelijk weer een staking, dus gingen we liften. Dit is elke keer weer een belevenis. Het is verbazingwekkend dat je elke keer na vijf minuten al beet hebt en vervolgens zulke aardige mensen treft die je dan letterlijk voor de deur afzetten. Van het postbedrijf naar de douane en daarna naar het magazijn kostte weer meer tijd dan verwacht. Tussendoor hebben we heerlijke stoofpot van geit gegeten in de kantine van het industrieterrein. Lang leve de doggybag.

Voor de reparatie van de windgenerator hadden we een ladder nodig. We vonden er één op het dek van een oude boot. De eigenaar was echter niet thuis, dus vroegen we aan de clochards in de naastliggende boten of het akkoord was dat we de ladder even leenden. Dat was in orde. De stator had 3 witte draden waardoor Ronald niet wist hoe hij het aan moest sluiten. Er werd veel heen en weer gemaild en gebeld met Eclectric Energie. Bij het open maken van de generator kwam de brandlucht ons al te gemoed. Tot onze schrik was niet de stator, maar de printplaat doorgebrand. De stator met de drie witte draden bleek niet de goede, met duizend maal excuses aan de overkant. Met instructie van Ronald soleerde ik de twee punten op de printplaat weer aan elkaar. Ronald zette de gietijzeren bak, echt loodzwaar zo boven je hoofd, weer in elkaar. Ennnnnn…de windgenerator deed het weer. Echt super.

Bij de ankerplek is ook een steiger van de Leaderprice. We stouwen het Rubbertje vol met Europese boodschappen, lekker en goedkoop. In de 2e hands watersportwinkel scoren we een duikbril met snorkel, ‘zwarte vegen verwijderbaar’ (onze puts maakt zwarte vegen op de romp), een terugslagklepje en slotbouten (de ogen van ons Rubbertje zijn afgebroken en nu kunnen we de dinghy niet meer in de Davids ophangen). Helaas hadden ze geen magneetjes voor de deur van de natte cel.

Op naar het Noorden, voor de achtste keer zeilen we langs de Diamant Rock. we ankeren in Anse Noir. Wat heerlijke baai, we liggen er met 5 boten. Helaas was er ‘s nacht veel swell en overdag geen bereik, dus op naar…

Anse Mitan is een fijne baai zonder swell, met wel af en toe even geschommel van de ferry. Het strand zit vol locals en toeristen. Zo mooi, al die mensen jong en oud op het strand. Aan het strand landen we op een gezellig terras met live music, Ka du Sud. De negen mannen draaien geregeld een plekje door, kennelijk kunnen ze vele instrumenten bespelen. Voor dat we het weten staan wij ook heerlijk te dansen, wat een beat. We sluiten de avond af met een lekker stukje Kangeroe, jammie.

In de salon van de ia is het geregeld 32 graden. Tijdens het koken is het meestal 35 graden in de kombuis. Bij onze voorbereidingen in Nederland had ik vaak zorg om of ik wel tegen de hitte kon tijdens de reis. Ik zat tijdens vakanties altijd in de schaduw, omdat ik snel verbrandde, maar ook omdat ik mij minder prettig voelde bij heet weer. Inmiddels ben ik voor mijn doen poepiebruin, ik wist niet dat ik zo bruin kon worden, en kan ik prima tegen de hitte. Gelukkig maar.

Samen met de Lola zeilen we naar St Piere. Helaas bijt een barracuda ons wonderhaakje van Damaris, een roze glitter inktvis met dubbele grote haak, door. In St. Piere gaan we uit eten bij een Frans restaurantje. Echt heerlijk weer eens wat anders dan Creools.

Dominica:

De zeiltocht naar Dominica verloopt onrustig, van amper wind naar veel windshifts, waardoor we veel moeten prikken en hakken. ‘S morgens lopen we naar het dock om ons in te klaren. We mogen ons niet, zoals in Chris Doyle beschreven staat, ook meteen weer uitklaren. In het centrum kopen we een nieuw simkaartje en diclofinac. Op straat kopen we een local drankje van melk en zeewier. Het is mierzoet en we geven het aan een zwerver die er wel blij mee is.

Aangekomen bij de Rupert bay lukt het ankeren niet, de afstandbediening werkt even, maar houdt er na 10 meter mee op. Vlug pakken we een mooring. Er is een 100 ampère zekering door, we vervangen deze, maar daarmee is het probleem nog niet opgelost. Gelukkig doet de reserve afstandbediening het wel. Wat een pech…onze windmeter heeft het even gedaan, maar is er toch weer mee uitgescheden.

Yara, Glen en Tjaart zijn op drie één volgende dagen jarig. In Rupert bay vieren wij ( Saar, Zouterik, Plantius, Morgaine, Lola, Eumega en de ia. Totaal 17 mensen) feest. Glen geeft een Rumpunchparty aan boord met een wedstrijdje ‘wie kan het langste op een sup (soort surfplank waar je staand op peddelt) door de bochten, getrokken door een dinghy, blijven staan’. Ik win de wedstrijd, omdat ik niet alleen blijf staan, maar ook een dansje maak. ‘S avonds is er een beachBBQ met dirty dancings wedstrijd met gemengde koppels. Ronald wint met Renske. Wat een fantastische avond.

De volgende dag gaan we met Lola, Morgaine en Plantius met een gids de Indian River op. Ondanks dat Colombus beweerd de eerste te zijn die Dominica heeft ontdekt, kwamen de indianen uit Zuid Amerika al 3000 voor Christus naar dit prachtige eiland. Zij leefde van de jacht. Een aantal jaar na Christus kwamen de Noord Amerikanen naar het eiland, zij leefde meer van de landbouw. Orkaan Maria verwoestte in 2017 de vele fruitbomen, natuur en huizen. De mangroven van Indian River werden grotendeels ook verwoest, waardoor het van een bijna ondoordringbaar gebied een brede rivier werd. We spotten er veel grote witte landkrabben en een Geelkruin Kwak. Er werd ook veel gelachen, daar de gids een soort spraakgebrek had, waardoor de meest vreemde versprekingen tot  zeer grappige verwarring leidden.

Vrijdag maakte we in een busje, met 14 mensen en één gids een tourtje door Noord Dominica. We bezochten een chocolade fabriekje Point Baptiste, het indianenreservaat hoog in de bergen en de waterval van Emerald Pool, waar we heerlijk met z’n allen hebben gezwommen.

Op weg naar Iles des Saintes blijkt bij vertrek ook de andere afstandbediening niet te werken. Hopelijk is niet de ankerlier zelf kapot. Maar ook als de ontvanger stuk is waar vindt dan de kortsluiting plaats? Houdt het dan nooit eens op, zucht. Hopelijk kunnen we het bij aankomst zelf maken? De zeiltocht is echt genieten, we turen constant de horizon af, maar zien helaas geen bultrug.

Suriname.

Na 14 uur bijliggen komen we aan bij de LSboei, save water bouy van Suriname. Gek, dat voelt opeens dan toch weer speciaal. Suriname…zucht, hoe vaak heb ik niet over jou gedroomd. Of zoals Fleur schreef in haar flessenpost: Zeeën zonder land, er wacht altijd, altijd iemand aan de overkant. Ach…Ik verheug mij zo op haar komst. Echt zin in…De 1e komt Fleur. De 25e komen Geert Jan en Suus op Martinique. En op 4 februari komen Birte en Marre, zo gezellig allemaal. Maar eerst kerst en oud jaar met de Dutchies.

Terwijl ik mij gisteravond klaar maak om naar bed te gaan, roept Ronald: ‘Lies kom nog even, ik heb beet’. Ik pak het aluminium dienblad, de gin en het vismes en schiet weer naar buiten. Ronald heeft de lijn al ingehaald. Ik wil het schepnet pakken, maar Ronald is te nieuwsgierig, hij trekt de vis boven water en roept verbouwereerd: ‘Nou ja zeg, een haai??? Lies, we hebben een haai gevangen’. Ik kijk, er zwemt inderdaad een haai van 80 cm. Wauwie, gaaf… En gelijkertijd dat ik denk, hoe krijgen we die weer los, want een haai eten we niet op, is hij weer weg.

Opeens zien we de Zouterik vlak achter ons. Samen varen we de Surinamerivier op. De rivier is lichtbruin van de modder. Bijzonder om langs Paramaribo te varen. We zien Fort Zeelandia en het paleis van Desi Bouterse. Alles is zo groennnn, ik wist niet dat er zoveel schakeringen groen bestonden. Bij Domburg zijn nog genoeg moorings over.

Domburg is fantastisch. De stamkroeg bij River Breeze is precies hoe ieder clubhuis eruit zou moeten zien. We maken kennis met de plaatselijke vissersfamilie van der Veen, van Damaris. We worden uitgenodigd voor een dagje uit naar plantage Peperpot, knoertgezellig.

De volgende dag moeten we inklaren.Het is een uur rijden van Domburg naar het centrum van Paramaribo. Wat een toestand. Taxi Jimmy rijdt ons langs iedere instantie, maar helaas lukt het niet in één dag, want de bank gaat om 10 uur dicht. Dan donderdag maar weer terug. De wachtruimte bij de MAS is een evenement op zich. Aan de deur van een loket hangt een A4tje met de tekst: geen hangbezoek tijdens werkuren????. Er komt een man met een vrolijk gezicht binnen en een grote aluminium folie bak in zijn handen. Hij bekijkt de overvolle wachtruimte en zegt met een heerlijk Surinaams accentje: ‘Ik ga prrrocesss een beetje versnelle mannnnn’. Hij klopt aan bij het loket aan de andere kant van de wachtruimte, en wordt meteen geholpen met het antwoord: u moet aan overkant zijn. Tja dat weet hij ook wel. ‘Komt u voor een stempel in uw paspoort?’ ‘Nee…’ ‘Bent u hier dan wel op het goede adres?’ ‘Jaaaa mannn’. Hij heeft de lunch van meneer…Alles wordt vervolgens stilgelegd en iedereen in de wachtruimte krijgt het verzoek morgen terug te komen? We lopen via de palmtuin naar Fort Zeelandia, maar helaas is het museum gesloten. We lunchen bij een creools tentje, echt lekker. Ik bestel een kippepasteitje en herken de overheerlijke smaak van de pasteitjes die Mavis, de vrouw van mijn oud collega Leslie, altijd maakte. Smullennnn…

River Breeze heeft de mogelijkheid om een wasje te draaien. Het is echter een een koudwatermachine. Mijn was komt er vuil en stinkend weer uit. We besluiten samen met de Carrousel een wasmachine te kopen en het als kerstcadeau aan de stamkroeg te overhandigden. Het cadeau wordt echter niet geaccepteerd. Vervolgens mochten we de wasmachine bij Gerben op zijn bedrijfsterrein zetten, 10 minuten lopen van River Breeze.

We vieren kerst met alle Hollandse zeilers (Carrousel, Zouterik, Desaar, Hera, Antropos, Eaumega en Moondanser) en een aantal locals in de stamkroeg van Domburg, echt gezellig. Iedereen neemt iets mee. We bestellen 100 satés bij Rita, zooo lekker.

We willen de Commewijne rivier en eventueel de Cotticarivier op. ‘S morgens doen we eerst boodschappen bij de Chinees en halen we een tankje benzine. Van Gerben krijgen we mango’s uit zijn tuin. In Nederland kun je alleen de grote platte mango kopen, die zijn vaak draderig. Deze mango’s zijn klein en meer rond en heerlijk zoet en sappig. Damaris laat zien hoe je ze superhandig kunt schoonmaken.

Iedere avond horen we de brulapen schreeuwen in het oerwoud. Elke ochtend start met het gekwetter van zwaluwen rond de boot. Er komt een klein zwart vogeltje aanvliegen, het blijkt een prachtige vlinder te zijn. Wauwie, wat zijn de vlinders hier groot???

We wilden om 13.00 uur vertrekken in verband met de stroom tegen, maar er kwam een Amerikaan die graag aan onze mooring wilde liggen, dus gingen we al om 12.00 uur weg. Hierdoor waren we te snel bij de splitsing en gingen we voor anker bij Fort Nieuw Amsterdam. Onderweg vliegen zwarte gieren en een Fregatvogel boven ons mee. In Artis vind ik de gieren maar duffe beesten met hun ongure kale koppen, maar hier kan ik met mijn ogen niet van ze afhouden. Met hun gigantische spanwijdte zweven ze majestueus vlak over ons heen.

Bij plantage Johanna en Margaretha gaan we voor anker. Bij de steiger ligt een betonnen paal vlak onder het wateroppervlak. We schuren er met de bodem van het Rubbertje over heen en horen het geluid van een enorme scheur. Binnen de kortste tijd loopt de beam leeg en zinken we. Nog net op tijd kan ik een houten korjaal grijpen. Samen hijsen we de buitenboordmoter op het droge. Met de landvast houden we het slappe bootje bij de kant. De man van de korjaal wil ons terug naar de boot brengen. We varen door naar Alliance. Ronald plakt ondertussen het Rubbertje op het voordek. Bij de Warappakreek naar Alliance twijfelen we: is het diep genoeg? Stapvoets houden we de dieptemeter in de gaten. Dat gaat prima, het is diep genoeg. Zullen we dan ook maar door naar plantage Bakkie? Knachhhhsssssshhhh, een luid geknetter in de lucht. Ohhhh neeeh, we zijn met de mast tegen een hoogspanningskabel aangevaren. Meteen slaat Ronald achteruit en legt bij de steiger van Alliance aan. Drie mannen komen aanlopen. We hebben met de aanvaring het gehele dorp platgelegd. De man kreunt een beetje: nu kunnen we vanavond misschien geen TVkijken. Voor een fles Wisky uit het winkeltje willen ze wel de stroomvoorziening herstellen. We varen terug naar Frederiksdorp om een hapje te eten. Bij de terugweg krijgen we wierookstokjes mee, zodat we in de bosschage op de terugweg niet door muggen worden gestoken.

We vieren oud jaar met alle Hollanders in Paramaribo. In twee korjalen varen we rond 10.00 uur richting de hoofdstad. De drukte en de herrie van Chinees vuurwerk en muziek is overweldigend. De hele dag loop ik met oordoppen in. Als haringen in een tonnetje schuifelen we door de stad. ‘S avonds sluiten we met z’n allen het jaar af bij de Chinees op het dorpspleintje. Inmiddels zijn ook Pieter Jan, Renske en Guido van de partij.

Op 1 januari begint mijn feestje. ‘S avonds halen we Fleur op van vliegveld de Zanderij. Och, wat een fijn en emotioneel weerzien. Tien dagen lang heb ik van iedere minuut genoten. Samen maken we een wandeling bij plantage Laarwijk, waar we een kleuterschooltje bezoeken. Langs het pad, begeleid door dorpshond Witje, ontmoeten we verschillende bewoners, waaronder ‘de burgemeester’ die alleen bij de aardige mensen de meterstanden opneemt en uitleg geeft hoe hij de administratie van de gasstanden bijhoudt. In het winkeltje kopen we drie gigantisch pompelmoezen, heerlijk.

Met Damaris, Rudolf en Louis slapen we drie nachten in de jungle ( in het midden van Suriname) op het eiland Apiapaati in de Surinamerivier. Met een wonderschone korjaaltocht van 4,5 uur varen we langs stroomversnellingen met gigantische keien en meest mooie bomen. Gids Mooiboy en kok Jeffrey begeleiden ons met heerlijke hapjes, prachtige verhalen grapjes over vleermuizen. Apiapaati is een zeer klein eiland met een aantal houten huisjes. Over twee huisjes verdeeld woont de familie van Jeffrey. Papado heeft verschillende vrouwen en 24 kinderen. Neety is de moeder van Jeffrey en Vanessa, een schattig klein meisje wat meteen gezellig bij Fleur op schoot kruipt. We maken een prachtige wandeling door de jungle en beklimmen de Ananasberg, waar we smullen van een stuk ananas. Mooiboy vertelt de medicinale werking van vele bomen( kinine, paracetamol, jodium, amandel, anijs enz) en akkertjes met onder andere pinda’s en bananen. Ook laat hij horen op welke boom je kunt slaan als je wilt laten weten dat je weg bent kwijtgeraakt. Hij toont ons verschillende dieren, boom- en bladkikker enz. Op een open plek laat hij zien hoe je een dek kan vlechten van een zeer groot palmblad. We bezoeken de stroomversnellingen en watervallen. Allen laten we ons onder begeleiding van Mooiboy meesleuren in een stroomversnelling, best spannend. We scheuren achter een korjaal op een tube door de rivier. Fleur biedt zich als eerste aan om op de tube van de stroomversnelling af te gaan. Die valt echter om en zij komt als een Amazone op een paard terecht op een kei. Terwijl de jongens Fleur proberen te redden, haal ik allerlei rampscenario’s in mijn hoofd. Ik was sinds tijden niet zo bang geweest. Maar na 15 minuten staat Fleur weer op het droge. Pfff…wat was ik opgelucht. De volgende ochtend zie ik tijdens het ontbijt dat Ronalds voet helemaal onder het bloed zit. Hij blijkt gebeten te zijn door een vleermuis. Ook het bed zat onder het bloed. Mooiboy stelt ons gerust, er is hier geen rabiës. iedereen wordt hier regelmatig wel een keertje gebeten. De rondleiding door de dorpen en de verhalen over de rituelen van hun natuurgeloof laat een diepe indruk ons achter.

De dagen vliegen voorbij. We bezoeken Paramaribo, maar alles wat we willen bekijken, Fort Zeelandia, de houten Kathedraal en andere gebouwen zijn dicht. We varen, nu met Fleur, nogmaals de Commewijne rivier op. Helaas spotten we weer niet de roze dolfijnen. Wel maken we een prachtige korjaaltocht door waterlelievelden, moerassen en mangroven richting de oceaan. De gids wees ons tientallen vogels en zelfs aapjes. Om van het ene gebied naar het andere komen werd een soort boogbrug voorzien van klei en moesten we met zijn vieren de korjaal over de kleimodder slepen. Een evenement op zich.

Het afscheid nemen van Fleur vond ik lastig. Het vooruitzicht dat het weer 7 a 8 maanden zou duren, voordat ik haar weer zag maakte mij droef. Maar wat heb ik genoten en wat ben ik trots op mijn meisje.

De volgende dag onderzochten Ronald en Rudolf de voorstag en het rolfoksysteem in verband met de schade  door aanvaring met de hoogspanningskabel. Zelfs de bankschroef ging aan een val mee de mast in. De uitslag was zorgelijk, de aanvaring met de hoogspanningsmast had meer verwoest dan verwacht. Helaas zijn er in Suriname geen mogelijkheden om de schade te repareren. We besluiten direct door te varen naar Martinique, waar we gebruik kunnen maken van een goede werf en genoeg watersportwinkels. Willie wil vanuit Nederland een nieuw AIStransceiver voor ons meenemen, die Ronald meteen met succes installeert. Wat is hij toch handig. Met een extra val naast de voorstag vertrekken we na een paar dagen naar Martinique.

Frans Guyana.

Na de champagne, het is inmiddels donker geworden, pompt Ronald het Rubbertje op en ruim ik binnen een beetje op. Bij de waterkering gaan we op zoek naar een trap. De eerste trap is gebroken, de tweede trap is verrot. De afstanden van de treden van de derde trap, gemaakt van boomstronkjes, zijn zeer groot, maar we komen boven. Uit een auto op de waterkering komt keiharde muziek. Mannen van rond de 30 jaar drinken een biertje en hebben een hengeltje uitgegooid. Aan de andere kant van de brug verlichten Chinezen met hoofdlampen het wateroppervlak en gooien ronde schepnetten in het water. Bij het einde van de brug is links een soort sloppenwijk en rechts een industrieterreintje waar vis wordt verwerkt. We vragen de weg naar het centrum, het is 5 minuten lopen. We zijn getipt door iemand van de appgroep om bij La Marina te gaan eten. Iemand wijst ons de weg, maar blijft ons ook in de auto volgen, bij iedere hoek roept hij door het raampje dat we goed gaan, zo behulpzaam.

Rond één uur in de nacht tot een uur of vijf staat op de kant oorverdovende housemuziek aan. Beiden doen we oordoppen in en slapen weer verder.

De volgende ochtend gaan we ontbijten in het centrum. Aan de oever rommelen kleine zilverreigers en Zwarte Ibissen in het slijk. Anablepsen, vieroogvissen schieten voor ons bootje uit, wat een bijzondere beesten. Er vaart een oude man in een lange houten boomstamkano voorbij, in het midden ligt op z’n kant een lange witte koelkast met de deur aan de bovenzijde.

Het onbijt valt tegen en is duur. De markt is fantastisch. Wat een smeltkroes aan culturen, echt genieten. De mensen zien er kleurig en verzorgt uit. Opvallend is dat zowel de jonge meisjes als de vrouwen in veel te strakke laag uitgesneden jurkjes lopen. Volle borsten en ronden billen worden hier zonder schroom getoond. Ze hechten duidelijk veel waarde aan kleurige verzorgde kleding. Een wonderlijk contrast met de huizen en de stoepen, die verpauperd en vervuild zijn. Er staan prachtige kolonie-achtige gebouwen, stuk voor stuk verwaarloosd. Overal klinkt muziek uit de radio. Op de markt staat een bandje te spelen. Het klinkt lekker, voor dat ik het weet sta ik te swingen. Een man speelt op een steeldrum, erg muzikaal klinkt het niet. We kopen een tros van die hele kleine banaantjes, jammie. De mensen praten met veel volume tegen elkaar. Er wordt veel gelachen en veel mensen knikken mij vrolijk toe.

We lopen de sloppenwijk in. Het verbaasd ons dat achter de armoedige openingen zulke dure apparatuur te zien is. Grote TV’s, spierwitte wasmachines en een knoepert van een kerstboom. Onder een prachtige tropische boom zitten mannen tussen het afval een biertje te drinken. Het ziet er gezellig uit, de muziek staat wederom zeer hard. Ik maak een foto, hier zijn ze niet van gediend. Ik leg uit dat ik een foto maakte, omdat het er zo gezellig uitzag en ze nodigen ons uit om erbij te komen zitten. Ze bieden ons rum aan en na wat kletsen en foto’s lopen we weer verder.

We kopen kerstverlichting op zonne-energie, een plastic kerstboom en popnagels om de rail op mast mee vast te klinken. Ik hijs Ronald een stukje in de mast om de rail te monteren.

Na nog een nacht herrie varen we naar Iles de Salut. Wat een prachtige zeiltocht. Bij aankomst willen we meteen het eiland bezichtigen. Maar De Carousel (Rudolf, Damaris en Jan Willem) komen zichzelf voorstellen. Ook Eaumega komt even langs en zo zitten We met 7 man in de kuip te borrelen, reuze gezellig. De volgende dag staan we op tijd op om Ile Royale te bezoeken, want ‘s middags moeten we weg vanwege een raketlancering op Kourou. Het eiland is ontroerend mooi, woest en lieflijk tegelijk. Overal staan palmbomen en tropische planten. Verspreid op de grond liggen kokosnoten. Agoeti’s, goudhazen scharrelen tussen de palmbladeren. Veel struiken staan in bloei. Vooral aan de oostzijde klinkt het lawaai van de branding die zich stort op het zwarte gesteente door in het oerwoud. We zien prachtige vogels (grote kiskadee met helgeel buikjes, steenlopertjes met knalrode pootjes en zelfs een Ara in een gigantische mangoboom). Overal liggen zoete mango’s voor het oprapen. Bij de bloeiende struiken fladderen schitterende grote gekleurde vlinders. Aan de andere kant van het eiland klimmen vele Capucijnaapjes, zo schattig. Ze zijn totaal niet schuw en komen nieuwsgierig even kijken. Honderden grote vuurmieren lopen in colonne kleine blaadjes en gele korreltjes te vervoeren, zo indrukwekkend. In het midden op de top van het eiland staan de overblijfselen van de gebouwen van de gevangenissen. Er is een klein museumpje ingericht over de hefige geschiedenis van deze voornamelijk politieke gevangenen op Duivelseiland. Ook het verhaal van Dreyfes, Pappilon is beschreven.

Ik ben zo onder de indruk dat ik niet kan stoppen met fotograferen en filmen. Helaas zijn snel de batterijen op. Als ik ‘s middags in mijn eentje nogmaals de wandeling op het eiland maak, komt de douane bij Ronald langszij en vragen ze om onze paspoorten. We moeten binnen het uur weg uit de baai. Samen met Zouterik, Desaar, Euamega en Carrousel gaan we aan de overkant bij Kourou in de rivier voor anker. ‘S avonds eten we Creools, gestoofde Pakira, zoooo lekker.

Bij het ontbijt vliegen er gigantische zwarte gieren van de ene kant van de rivier naar de overkant. Wat een vleugels en wat een rijkdom om daaronder te ontbijten. Aan de kant zwemmen weer Anableps, vieroogvissen. Ik probeer ze te filmen, maar dat lukt niet. Elke keer stuiteren ze meters over het water met zo een snelheid, dat mijn camera het niet bij kan houden.

De gehele middag zijn we bezig om het urinegruis uit de slangen van het toilet te verwijderen. Urine en zoutwater gaan een chemische reactie aan, het resultaat is een soort kattengrit met urinegeur. Uren schrapen we de kleine steentjes uit het toiletslangen. We voelen ons zo vies dat we samen over boord plonzen. De stroom in de rivier is zo gigantisch dat we ons stevig aan de landvast van het Rubbertje moeten vastklampen.

De volgende dag gaan we met z’n allen de lancering van de raket bewonderen. Wat een afknapper, we turen naar een dun wit streepje in een straalblauwe lucht.

Vervolgens wachten we binnen tot het tij zich keert. Opeens horen we buiten een knal tegen onze boot. Eumega ligt tegen ons aan en Anita schreeuwt: ‘Jullie zijn losgeslagen’. Ronald en ik kijken elkaar verbaasd aan, het lijkt toch echt dat we nog op dezelfde positie liggen. Al gauw blijkt dat Eaumega zelf was gaan krabben. We halen ons anker op en varen richting de oceaan. Suriname ‘here we come’. Domburg is nog 200 mijl.

Voor het eerst komen we twee keer in een squall terecht. De regen klettert op het dek en de wind trekt aan van 16 naar 26 knopen. Bij de tweede squall raakt de windvaan van slag, gaat de fok bak staan en rukt de boom opnieuw de rail met het oog uit de mast. Vermoedelijk waren de popnagels van blik in plaats van aluminium. In Suriname maar weer nieuwe popnagels kopen. We hebben de stroom mee en gaan soms wel 9 knopen over de grond. Rond half twee gaan bijliggen tot de volgende ochtend, zodat we met de stroom mee en bij daglicht de Surinamerivier kunnen opvaren.

 

De grote oversteek.

Overtocht van Kaap Verdië (vanuit de baai van het eiland Saõ Vincente en de hoofdstad Mindelo) naar Frans Guyana (naar de hoofdstad Cayenne en vervolgens naar Archipel Iles de Salut).

Totaal: 1774 NM (3285 kilometer). Doel is 100 NM (185,2 km) per dag.

Dag 1.
Zaterdag 1 december 2018.
Vandaag is de grote dag, we gaan vertrekken. Ronald bekeek dagelijks de weerkaarten en gaf dan aan: ‘We gaan vrijdag, zaterdag of zondag weg’. Daar werd ik best wel onrustig van. Maar vanochtend wist hij het zeker, ‘vandaag gaan we schat. Nog even naar de markt, boot gereed maken en anker ophalen’. Maar dat ‘even’ liep zoals altijd toch weer anders.

Het startte al met dat de Dina Helana tijdens het ontbijt zich kwamen voorstellen. Onder het mom: wij drinken toch ook koffie, drinken Henk en Marja een kopje mee. Zij gaan eerst naar Gambia en dan door richting Patagonië.

Het Rubbertje werd extra hard opgepompt, want gisteravond na het laatste avondmaal met alle Hollanders, was bij terugkomst in de haven één beam lek.

We liepen verschillende overdekte markten af op zoek naar hard of onrijp fruit en stevige groente. En de biervoorraad moest aangevuld voor de aankomst. Met Herman vol, die van ellende bijna door zijn wieltjes zakte, liep ik nog even het atelier binnen van een kunstschilder in de hoofdstraat van Mindelo. Echt gave schilderijen, als we niet onderweg waren geweest, had ik misschien wel iets gekocht. Zo jammer dat ik geen tijd meer had voor de tentoonstelling van de Afrikaanse maskers. Maar ja, zo een oversteek voorbereiden vergt toch meer dan je verwacht. Het zijn allemaal kleine klusjes, die samen toch veel tijd kosten. Opvallend vind ik dat na de tocht van 7 dagen naar Kaap Verdië, de grote oversteek niet echt spannend meer voelt. Het is meer de mogelijke verveling. Nou ja, we zullen wel zien.

Ronald ging nog op zoek naar een krantje om de groente in te verpakken, maar deze was nergens te koop. Vervolgens liepen we langs alle Hollandse boten om afscheid te nemen. Bijzonder hoe een ieder ons met zoveel hartelijkheid een goede reis wenst. Eenmaal weer in de boot, pak ik alles uit en verspreid ik de antislipmatjes over het aanrechtblad. Ronald plakt het Rubbertje en maakt alles klaar aan dek. En toen opeens was het zo ver… Wonderlijk, het voelde heel vertrouwd, alsof we iets gingen doen wat wij altijd al doen. Ronald pakte de afstandbediening en wilde het anker ophalen. Gadver, de ketting wilde niet oprollen en stopte ermee. Ronald pakte de hendel om het anker los te krijgen. Opeens hoorde ik Ronald keihard vloeken. Ik schrok, wat gebeurd er nu weer? Ronald keek achterom, dat had ik even nodig om met kracht de ketting los te wrikken, gelukt. We vertrekken om 17.00 uur met 15 knopen wind uit de baai van Mindelo(dus elke dag om 17.00 uur is er een volledige dag voorbij). Met het melkmeisje met uitgeboomde genua en kotterfok halen we een snelheid van gemiddeld 6,5 á 7 knopen. Opeens rinkelt de marifoon, een beetje onwennig geef ik de microfoon aan Ronald door, dit is de eerste keer dat wij gebeld worden. Wat zeg je dan? Het is Blue Pearl, zij liggen voor de kust voor anker en hebben ons gesignaleerd op de AIS. René wenst ons via kanaal 16 een goede overtocht.

Dag 2.
Zoals elke keer kan ik de eerste avond niet in slaap komen. Omdat mijn wacht om 1.00 ‘s nachts start, ga ik rond 21.00 naar bed. De hazenslaapjes tijdens de wacht verlopen prima. We vervangen het melkmeisje voor een gereefd grootzeil met gennaker. De golven waren hoog en ik kreeg omdat ik mij amper staande kon houden op het voordek, het grootzeil niet snel genoeg omhoog. Panggghh…de harp van de grootschoot vliegt eraf. En dat zal je altijd zien…We hebben genoeg harpen op voorraad, maar net niet deze maat. We nemen de harp van de reling waar de boom inhangt, dan zoeken we daar wel weer een andere oplossing voor. Ook vandaag zijn er weer vele vliegende vissen te zien. In de zon hebben ze een babyblue metallic huidje, hun vleugeltjes lijken van doorzichtig glimmend plastic gemaakt. We sturen sms’jes en proberen de andere boten via de satelliettelefoon te bereiken. Alleen de Zouterik en de Hera reageren. We komen tot de conclusie dat mailen maar onhandig is, sms’en is veel directer.

De afspraak is: ‘buiten het kajuithekje, doe je een zwemvest aan’. Mijn zwemvest zit niet lekker, te zwaar in mijn nek. Vandaag naai ik klitteband in de achterband, zodat het vest wat meer op mijn schouders rust. Het zit nu echt veel beter.

Wat een heerlijke zeildag. Ons doel is 100 NM per dag, maar we halen vandaag 122 NM, dat gaat lekker…

Iedere avond voelt alles klammig aan. De rode stoeltjes worden zelfs te nat om op te zitten.

17.00 uur:
15.43.10 N 26.37.73 W
Dagafstand: 122 NM, melkmeisje genua/kotterfok.
Windkracht: 10 knopen.
Snelheid: 4.5-5 knopen.

Dag 3
De harde groene bananen zijn nu al geel. Wat moet je met zoveel bananen? Ik bak pannenkoeken met kaas en banaan. En ‘s avonds kook ik nasi met gebakken banaan. De bananen zijn heerlijk zoet, veel zoeter als in Nederland. De boot ligt veel rustiger met de gennaker, maar ik durf er ‘s nachts niet mee te varen. Het is zo pikkedonker op zee, stel er gebeurd iets en je moet het ‘s nachts op een klotsend voordek repareren. Ronald is de hele dag bezig om een goed systeem te ontdekken voor de neerhouders. Opeens horen we een knal, weer is een neerhouderlijn gebroken. De katrol aan het boeisel heeft flink huis gehouden in het hout. Maar ook het oog aan de mast blijkt niet stevig genoeg en hangt op half elf. Toch maar het dikke oog op de rail aan de voorkant van de mast gebruiken. Ik repareer de Nederlandse vlag. Dit is niet de eerste keer, hij is nu bijna vierkant, haha.

Beiden spreken we uit dat het verhaal: je zet het melkmeisje en dan ben je klaar, bij ons niet van toepassing is. Geregeld passen we ons zeilen aan. Bij ruime of halve wind kan dat gewoon niet anders. Ronald heeft op de openCPN een rechtstreekse koers naar Iles de Salut gezet. Hij geeft aan dat we proberen zuidelijk van deze lijn te blijven in verband met een lagedrukgebied op dag 7, met windstilte en squalls. Opvallend is dat de Zouterik en de Hera juist noordelijk van deze lijn varen.

17:00 uur:
14.23.30 N 28.23.53 W
Dagafstand: 120 NM, overdag gennaker, ‘s nachts melkmeisje genua/kotterfok.
Windkracht:12 knopen.
Snelheid: 5 knopen.

Dag 4.
We lezen veel en zijn druk met zeilen. Wonderbaarlijk hoe Ronald met zoveel geduld, keer op keer, de bomen verwisseld. Terwijl hij druk is op het voordek, roept hij naar achter welke lijn ik los moet gooien of aan moet lieren. Echt fijn dat we zo goed kunnen samenwerken. Positief is ook dat de windvaan goed zijn werk doet. Vanavond draaien we voor de 2e keer stroom. Voordeel is dat ik dan weer warm afwaswater heb en lekker kan douchen. Heerlijk mijn haar gewassen, goh, je voelt je meteen een ander mens. Als we stroom draaien gaan de mobieltjes. de satelliettelefoon, de iPad en de laptop ook meteen op de oplader. De koelkast gaat dan even op extra koud. Tevens zetten we de watermaker even aan. De watermaker hapt steeds lucht door de hoge golven, waardoor hij regelmatig afslaat. We hebben nog niet zo goed door hoe we dit handig kunnen oplossen. Het blijft voor mij een wonder dat je van zout water zo neutraal zoet water kunt maken. De tank zit weer redelijk vol.

Ik naai de de twee veiligheidsgordels voor bij de kaartentafel en in de kombuis. Zowel Ronald als ik zijn tijdens onze vorige zeiltochten op de oceaan als eens door de salon gevlogen. Gelukkig bleef het bij een paar blauwe plekken, maar dit had ook anders af kunnen lopen.

17.00 uur:
13.39.30 N 30.26.64 W
Dagafstand:130 NM, grootzeil met 2 riffen/genua.
Windkracht:14 knopen.
Snelheid 5 knopen.

Dag 5.
We schrijven twee sinterklaasgedichten via de satelliettelefoon naar de Zouterik en de Hera. Van de Zouterik ontvangen een leuk gedicht terug. De zee is vandaag blauwer dan ooit. Elke ochtend liggen er dode inktvissen en vliegende vissen op het dek. Ronald prikt een dood vliegend visje aan de vishaak en heeft binnen vijf minuten beet. Helaas ontsnapt de vis voordat we hem binnen kunnen halen. Ronald probeert het opnieuw, weer beet. We halen samen( ik met het schepnet en de gin) de vis, een prachtige dorade, binnen. Ronald snijdt er twee filetjes uit en kiept de rest over boord. We besluiten de volgende keer alleen de kop af te snijden, zodat we de vis volledig kunnen bakken. Opvallend is dat verse vis niet naar vis ruikt. ‘S avonds smullen van ons eerste echt gevangen vis.

17.00 uur:
12.57.85 N 32.34.54 W
Dagafstand:132 NM, overdag grootzeil met 2 riffen/ gennaker of genua. ‘S nachts grootzeil/ genua.
Windkracht:14 knopen.
Snelheid 5.7 knopen.

Dag 6.
Het brood is op, dus vandaag wordt het brood bakken. Als alles afgewogen klaar staat om te gaan kneden, wil Ronald de zeilvoering verwisselen. Als Ronald op het voordek met bomen aan de slag gaat, vind ik het prettig altijd even te kijken. Ik laat mijn bakspullen even alleen. Ik ben nog niet de trap op of alles vliegt van het aanrecht. Gadver, het opnieuw afwegen is niet erg, maar het schoonmaken maakt mij chagrijnig. Werkelijk alles zit onder en het warme water is op.

Ronald gaat even slapen en ik ga verder met het brood. Het is prachtig gerezen, maar ik krijg het met geen mogelijkheid meer uit de bak. Het meel is net kauwgum en ik word door de golfslag in de kombuis alle kanten op geslingerd. Brood bakken is niet zo mijn ding, geloof ik.

Om de beurt koken we. Elke avond hebben we heerlijk gegeten. Maar de couscous (de structuur en geur van hondenvoer) van vanavond is niet te eten. Ronald heeft honger en eet zijn bordje leeg. Ik eet een appel. Het koken is voor Ronald lastig, hij vergeet steeds de kastjes dicht te schuiven en de potten en pannen vast te zetten. Dit is de derde keer vandaag dat ik de keuken van onder tot boven moet schoonmaken. Het is niet helemaal mijn dag, grrrr…

In de avondschemering probeert een stormvogel een landing te maken op onze zaling. Elke keer start hij opnieuw aan stuurboord, vliegt een rondje om de boot, maakt een snoekduik en keert op het laatste moment toch weer om. Na een kwartier geeft hij het op.

We hadden Guido van de Morgaine onze tandenborstels laten opladen. Dit is kennelijk niet gelukt, want ze zijn nu al leeg. Jammer.

Elke dag moeten we de klok een kwartier verplaatsen, anders ontbijten we eerdaags bij avondschemering, haha. Ook de sterren staan hier anders aan de hemel. We schelen nu al 3 uur met Nederland.

17.00 uur:
Dagafstand:136 NM, overdag gennaker/spi, ‘S nachts melkmeisje genua/kotterfok
Windkracht:14-17 knopen.
Snelheid 5-7 knopen.

Dag 7.
Midden in de nacht horen we een knal, gelukkig is er niets stuk. De boom is ingeschoven. We voeren toch al te hoog, dus zetten we midden in de nacht het melkmeisje op. Ik zet vlug de dekverlichting aan en schiet mijn zwemvest aan en hobbel naar Ronald naar het voordek. Beiden gniffelen we even. Ronald zegt met pretogen: dat staat je goed! Ik heb enkel een slipje aan en een zwemvest over mijn blote borsten.

Mijn wacht gaat in. De batterijen van windmeter doen het soms ‘s nachts niet (overdag op zonnenenergie), dus moet ik elke 20 minuten de windmeter opnieuw opstarten. Echt onhandig. Een paar keer stel ik de positie bij, zodat we plat voor het lapje blijven varen.

De volgende ochtend word ik wakker met een straal blauwe hemel. Vandaag ga ik het anders doen, lekker veel muziek draaien. Elke dag houden we happy hour met frisdrank, iets lekkers en keiharde muziek. Even lekker swingen en lekker hard en vals meezingen. Vandaag begint de ochtend al met muziek, het doet mij goed.

We spreken uit dat het zo fijn is dat ik alleen op 1 juni zeeziek ben geweest. Dat we ons nog geen één keer hebben verveeld. Dat de oversteek zo mee valt, dat we beiden er een totaal andere verwachting van hadden. Dat we het fijn samen hebben. Dat het niet klopt dat je alleen maar het melkmeisje zet en dan niets meer aan de zeilvoering hoeft te doen. Ik heb spijt dat ik niet meer inkopen heb gedaan op de Canarische eilanden. De levensmiddelen gekocht in Afrika hebben iets nuffigs, niet echt lekker. Ook de dingen die knapperig horen te zijn (datum houdbaar tot 2020?) zijn zacht. Gewoonlijk zou ik daar niet zo zwaar aan tillen. Maar met zo een lange oversteek leef je toch een beetje van eetmoment naar eetmoment.

Om 12 uur roept Ronald: ik zie een boot, een vissersschip, de eerste boot sinds ons vertrek. We zetten de marifoon aan en roepen hem op. Lang xing, Lang xing, Lang xing over…here sailingyacht ia Orana over. De visser legt boeien uit en mogelijk een groot net. Ronald wil weten of we deze koers kunnen blijven varen. We krijgen wel contact, maar hij beantwoord onze vraag niet.

Elke keer is het weer feest. Dit keer worden we verrast door een school Risso’s dolphins, rondkopdolfijnen van 4 meter lang. Echt grote jongens dus.

Heerlijk gegeten vandaag: zelfgebakken brood met paté, avocado/tonijnsalade op toast uit Europa, dus knapperig. Brochettes uit de oven met pesto en tomaat. Tortilla’s uit de oven met sla, verse peterselie, paprika, tomaat, mais, ham en kruiden uit Marokko en gesmolten Hollandse jonge kaas.

Tijdens happy hour hebben we gevierd dat we nog 1000 NM op de Atlantische Oceaan mogen varen. We hebben allebei totaal nog niet gevoel gehad, dat we er klaar mee zijn. Het was echt een superdag.

17.00 uur:
Dagafstand:127 NM, overdag op de gennaker/spi, ‘s nachts melkmeisje grootzeil met 2 riffen/genua.
Windkracht:13-14 knopen.
Snelheid 5,5 knopen.

Dag 8.
Pfffffkragssshhhh…Het is nog vroeg in de ochtend en donker buiten. Beiden zitten we geschrokken rechtop in ons bed. Wat was dat voor een geluid? Het scheurende geluid gaat gewoon door. Shit, is het grootzeil soms door midden aan het scheuren? Gelukkig, het was enkel het zwemvest van Ronald wat zichzelf spontaan opblies. Klittenbandnaden die rondom openscheuren combi het supersnel opblazen van een relatief kleine plastic zak. Dit is nu al de derde zoutampul deze reis die uit zichzelf afgaat? Gelukkig hebben nog een reservezwemvest.

Ronald haalt gribfiles op en vertelt dat het maandag of dinsdag toch echt slecht weer wordt. Onze eerste squalls staan ons te wachten. Squalls zijn heftige kortdurende (15 minuten)regenbuien met zeer harde windstoten en soms onweer.

Vannacht heeft het hard geregend en de matrassen zijn nat geworden. Met die krachtige zon zullen ze wel snel weer droog zijn.

Ik moest net even huilen. Niet van verdriet, maar dankbaarheid. Omdat het zo bijzonder is midden op de oceaan samen met Ronald. De zon schittert een zilveren weg op het water, in de golven zien we een regenboog.

Bijna dagelijks is Ronald bezig met het schavielen van de neerhouderslijnen van de bomen. Al vele systemen zijn de revue gepasseerd, zelfs dyneema slijt door. Kun je nagaan hoeveel kracht er op zo een boom komt te staan.

Rond 14.00 uur zijn we precies op de helft tussen Afrika en Amerika. Om het vieren bak ik een cake in de wonderpan. Het is een hele kunst om het beslag in de kom te houden. Met mijn voeten tegen het randje, sta ik voorovergebogen al heupwiegend te klutsen, gedoeoeoe…

Opeens zijn er overvals midden op de oceaan, welke zeeën elkaar kruizen is niet duidelijk.

Vanavond Rottie gegeten, om vast een beetje in de stemming te komen. De zoete aardappels waren heerlijk.

17.00 uur:
Dagafstand:127 NM, melkmeisje met grootzeil met 2 riffen en uitgeboomde genua, zeer onrustige zeegang. Ik moet mij de hele dag vast houden. Zelfs als ik een boek zit te lezen, moet ik mij constant vastgrijpen om niet om te vallen. Het is vermoeiend, ik heb over mijn hele lichaam spierpijn.
Windkracht:15>12 knopen.
Snelheid: 5,5 knopen.

Dag 9.
Het is bewolkt vanochtend. Ik verschoon de prullenbakken. We hebben geen bakskisten, dus hebben we op het achterdek een zeilzak met een containervuilniszak erin, waar we steeds de pendaalemmerzakjes en toiletpapier in doen. Organisch afval gooien we over boord. Alle overbodige wikkels hebben we al in Kaap Verdië van de levensmiddelen afgehaald.

Ik doe een handwasje en hang het in de voorpunt op. Vooral buiten, maar zeker ook binnen voelt alles een beetje zout aan. Het zout zit in de lucht, daarom hang ik de was maar binnen op.

We varen met een dubbel rif in het grootzeil en een uitgeboomde genua over bakboord. Gisteravond konden we de genua niet meer inrollen. We hebben het klusje bewaard voor in het daglicht. Samen, Ronald zit in de ankerbak en ik erachter op het voordek, hebben we de schoot van de rolgenua er opnieuw ingeschoren. Gelukt. Na twee uur varen, blijkt het rolsysteem toch weer te blokkeren. Het opnieuw doorhalen is een hele klus, maar als het goed is zit het nu wel goed.

Voor happy hour maak ik een toetje met zelfgebakken cakekruimels met Amaretto, een peer met gesmolten pure chocolade met rietsuiker en een klodder abrikozenjam, jammie.

We hebben nog een mud Canarische aardappeltjes. Ik wil ze voorkoken, maar krijg het gas niet aan. Ja hoor, het is weer zo ver, de gasfles moet vervangen worden. Midden op de oceaan is dat best een dingetje, maar Ronald heeft het zo weer gepiept. Hoge golven rollen van achter onder ia door. Ondertussen vliegen er vier stormvogels rondjes om de ia. Wat zijn stormvogels toch prachtige beesten, ze zweven zo sierlijk. Heel soms scheren ze met één tipje van hun vleugel door het wateroppervlak. Ik kan daar zo van genieten. Het lijkt dan net of zij de vliegshow speciaal voor ons opvoeren.

Alle kussens gaan naar binnen. Ronald verwacht twee regenbuien. Maar we hebben mazzel, de buien waaien aan bakboord ons voorbij. We eten dus alsnog in de kuip. Asperges, Canarische aardappeltjes met knoflook en rozemarijn uit de oven. Zelfgemaakte romige kaassaus en een gekookt eitje.

17.00 uur:
Dagafstand:135 NM
Windkracht: 20 knopen.
Snelheid: 6 knopen.

Dag 10.
Vandaag zetten we de koers 2 graden zuidelijker. We hebben besloten eerst naar Cayenne, de hoofdstad van Frans Guyana, te gaan. Ronald geeft aan dat, als alles meezit, we zaterdag in Cayenne kunnen zijn. Tja, tot nu toe lees ik steeds over windstilte en stroom tegen vlak voor de kust van Frans Guyana en Suriname. Ach, we zullen wel zien. Voorlopig vliegen de dagen voorbij.

Ik krijg een mailtje van Steef via de satelliettelefoon. Wat een gezellige verrassing zo midden op de oceaan.

Vandaag blijft het de hele dag bewolkt. Eigenlijk best wel lekker, want je voelt nu al dat het elke dag iets warmer wordt. Regelmatig hebben we flinke windvlagen van 26 knopen wind, een dikke windkracht 6. We lopen als een tierelier, soms tikken we de 7,5 knopen aan. We varen met het melkmeisje, kotterfok en genua gereefd op de windvaan, dat gaat prima. Het is fijn dat we nu weten dat de windvaan minder snel uit zijn roer loopt als we de genua even groot trimmen als de kotterfok. Eigenlijk is dat heel logisch, maar je moet het maar net weten.

Ik bak pannenkoeken met peer en blauwe aderkaas, jammie. Daarna doet Ronald een dutje in de kajuit.

Dagelijks tuur ik over de zee en hoop ik een bult- of potvis te spotten, helaas…

17.00 uur:
Dagafstand:150 NM
Windkracht: 20 met uitschieters naar 26 knopen.
Snelheid 6.5-7.5 knopen.

Dag 11.
Vannacht heeft het twee keer hard geregend. Vanochtend schijnt weer de zon en is het al aardig warm. We eten brinta met rietsuiker als ontbijt. Brood bakken doe ik niet meer, de komende dagen eten we brinta, pannenkoeken en allerlei soorten toast. De golfslag is onrustig, we moeten ons nu constant bij alles vasthouden. Als het zo doorgaat, kan ik vanavond echt niet koken, dan wordt het een noodlesoepje. We varen nog steeds met hetzelfde melkmeisje. Ik geniet van de woeste grillige golven met witte schuimkoppen. Volgens windfinder zijn ze 2,5 meter hoog, ikzelf had ze hoger ingeschat.

Och, wat is het prachtige zeildag, we scheren met hoge snelheid als een hobbelpaard over de golven. We genieten van de hoge rollende golven. De zon creëert onder de witte schuimkoppen regelmatig een stukje doorzichtig azuurblauw glas. Wat een voorrecht. We hebben echt mazzel met het weer. Grotendeels van de dag is het bewolkt, ik vind dat wel fijn.

We drinken koffie met zelfgemaakte cake en gesmolten pure chocolade. Tussen middag crackers met Hollandse kaas. Bij happy hour, Nachochips met zelfgemaakte guacamole en Philadelphia.

17.00 uur:
Dagafstand:152 NM
Windkracht:18 knopen.
Snelheid 6,5 knopen.

Dag 12.
Als ik wakker word, blijf ik nog even liggen om de pilot van Cayenne en iles de Salut te lezen. De vraag is wat te doen als we in het donker aankomen? Kunnen we de riviermonding wel opvaren? Hebben we dan niet de stroom tegen? Gaan we bijliggen? Of kiezen we een paar mijl van te voren om te vertragen? Klatsssss…en grote golf zoutwater plenst door het middenluik boven op mij. En als of dat niet genoeg is kont er nog een tweede plens erachteraan. Ach, ik kan mij wel afdouchen. Maar wat doen we met al dat beddengoed en de salonkussens? Ohhh…Ik kan hier zo van balen. Zout water droogt immers niet. De salonkussens spoel ik onder de douche af met zoet water en leggen we te drogen in de kuip. Nu maar hopen dat er niet een derde golf overheen gaat. Het beddengoed moet ik maar wassen in Cayenne.

Halverwege mijn nachtwacht hoor ik gepiep, een metertje op schakelkast geeft aan dat de accu bijna leeg is. Ik geef het door aan Ronald. ‘Dat kan niet hoor, als je op de derde van rechts drukt gaat het gepiep wel weg’. Even later is er weer gepiep en ik druk zonder te overleggen het gepiep weg, want we hebben immers vanmiddag nog stroom gedraaid. Eén uur later varen we een verdacht rare koers. De koers loopt steeds verder omhoog naar 290? Huh, even afwachten, misschien corrigeert de autopilot zich wel weer. En ja, het gaat de goede kant op, we zijn bijna weer op koers…Ik ga terug mijn bed in en zet de timer op 20 minuten. Na 10 minuten hoor ik een knal, de boom, dat is duidelijk, de genua begint te klapperen. Ik kijk op open CPN, de koers loopt nu juist weer naar omlaag? We varen al 150. Honderdvijftigggg????? Dit klopt echt van geen kant. Ik roep Ronald en hij ziet meteen wat er aan de hand is. De accu is leeg en de autopilot is ermee uitgescheden. Nou, dat wordt mogelijk nieuwe accu’s kopen. Nu eerst maar weer stroom draaien.

17.00 uur:
Dagafstand:140 NM
Windkracht: 20 knopen.
Snelheid 5,7 knopen.

Dag 13
We hebben ontbeten en ik zet nog even koffie. Terwijl ik de ketel op het vuur zet hoor ik buiten een harde knal en een daverend vloek van Ronald. Ik schiet het trapje op en kijk Ronald vragend aan. De schoot van de genua is gebroken. Op zich geen probleem, dat is afbranden, doorhalen en weer vastknopen. De genua rolt echter niet op en klappert als een gek. Ik stel voor de genua langs de kotterfok aan de andere kant uit te trekken. Wat we ook proberen, binnenhalen, doortrekken, lieren het lukt niet. De spanning op de schoot is gigantisch. Wat doet dit met de voorstag? Ja, dat is het ‘m juist, Ronald zucht. ‘Okee…’probeer ik: laten we dan in ieder geval de kotterfok inhalen, want met die snoeistrakke schoot van de genua gaat het kotterzeil ook stuk. We proberen de kotterfok op te rollen. Nee hè, die weigert ook. Laten we de kotterfok dan gijpen, dan kan de genuaschoot de fok niet stuk trekken. Nou ja zeg, er zit geen beweging meer in. Er klapperen nu twee voorzeilen in 18 knopen wind. ‘Tja…nu weet ik het niet meer hoor’ zegt Ronald. Nu ervaar ik paniek, want als Ronald dit zegt, wat dan? Opeens schreeuwt Ronald: ‘Brand, brand, ik ruik brand! Maak het moterluik open’. Ik schiet naar beneden, in de salon hangt rook. Ik trek het luik open, maar zie niets. Ronald is nu ook beneden. Gelukkig, het is enkel de waterketel die droogkookt. Oh ja, ik was koffie aan het zetten. Ik geef aan dat ik schrik als hij zegt dat hij het niet meer weet. Nee joh, ik bedoelde: ‘laat mij even nadenken’. Ronald loopt naar voren. Ik weet dat het geluid van het geklapper hem gigantisch kan frustreren. Opeens hoor ik weer een kreet: ‘Nououou, er is nog veel meer stuk!’. De rail met het oog voor de boom is losgewrikt van de mast. Dit is nu het tweede oog wat op half elf hangt. ‘Ja en nog erger…in Frans Guyana en Suriname kun je dat niet repareren, alleen in Trinidad’. ‘Okee stop, eerst het probleem van de voorzeilen oplossen’. ‘Geef eens het scherpe vismes aan, ik ga de schoten gewoon doorsnijden’. Eureka, de spanning is er af en zowel de genua als de kotterfok kunnen weer opgerold worden. Nu eerst het grootzeil omhoog en dan weer de boel repareren. Even later staat mijn topper gevaarlijk te balanceren op de preekstoel. Af en toe schreeuwt hij boven wind uit wat ik in de kajuit kan doen. Ach wat houd ik toch van die vent. Tijd voor een bakkie…even bijkomen. Bij de eerste slok weet hij ook een oplossing voor de rail met het oog. Ik boor het uit, ik zaag het af, ik zet het goede stuk van boven meer naar beneden en popnagel het weer vast. Kijk, zo ken ik mijn Kappie weer!

17.00 uur:
Dagafstand:132 NM
Windkracht:15 knopen.
Snelheid 5, 2 knopen.

Dag 14.
Vannacht, tijdens Ronalds wacht, wilde een vogel steeds landen op de ia. Na veel pogingen was het hem eindelijk gelukt…op de radarbak. Vrij plotseling gingen we echter zo erg schommelen dat de vogel van de bak afgleed, zo de propeller van windgenerator in, zo zielig. We weten niet of hij het overleefd heeft.

Mijn wacht gaat in op het moment dat de diepte van 1400 naar 60 meter diep gaat. Wat zou dat doen me de zeegang? Worden de golven dan hoger of juist lager? Het wordt snel duidelijk. De zee lijkt rustiger, maar om de zoveel minuten schommelen we enorm naar bakboord en stuurboord dat de flappen zeil van het gereefde grootzeil onder aan de giek het zeeoppervlak bijna raken. Elke keer is het drie minuten een herrie van jewelste binnen en vervolgens weer heel rustig. Je hoort het zeewater snel langs de romp spuiten. We gaan ook zo hard, we hebben de stroom mee. Eén keer tikt het log zelfs over de grond 9 knopen, hihi. En wij maar puzzelen hoe we het zouden doen als we in het donker zouden aankomen. We varen met een dubbelgereefd grootzeil en een uitgeboomde kotterfok. Want het melkmeisje lukt niet meer. Omdat we nu nog maar één oog hebben om te bomen. Het is ook niet nodig, we gaan hard genoeg. ‘Cayenne, here we come’.

Langzaam veranderd de heldere blauwe zee in lichtgroen troebel rivierwater. In baai bij Cayenne is het zeer ondiep. Ondanks dat wij de groene boeien volgen komen we steeds in zeer ondiep water terecht. We durven het niet aan om de rivier op te gaan. Voor de waterkering gooien wij ons anker uit. Een beetje onwennig kijken we elkaar. Opeens dringt het tot mij door. We zijn er. Jeetje we zijn er. Het is een wonderlijk gevoel, een combi van ontroering, trots en joepie de poepie in één. Terwijl Ronald de kurk campagne richting de giek in het water knalt kijk ik om mij heen. Aan de kant lopen kleine zilverreigers en zwarte Ibissen pootjebadend te wroeten aan de waterkant. Uit het stad verscholen achter een oerwoudachtig bos klinkt vrolijke Caraïben House. ‘Proost schat, Welkom in Zuid Amerika’. Dat hebben toch maar samen mooi gefixed.

16.00 uur:
Dagafstand:156 NM
Windkracht:20 knopen.
Snelheid 6,2 knopen.

 

Kaapverdië

‘S morgens kijk ik door mijn patrijspoortje om te zien waar we vannacht nu zijn aangekomen. We nemen een lekkere douche. Het is een beetje bewolkt en 23 graden. Hera komt aanvaren met verse broodjes.

DJ brengt ons aan de kant. Lars uit Amerika van Sweat Dream, de boot die wij onderweg ‘s nachts op de AIS hebben gezien vaart ook mee. Aan de kade is het een kleurrijke drukte, er staan 3 tafels waar de vissers hun vangst fileren en vrouwen met kinderen die met volle tasjes huiswaarts lopen. Er loopt een vrouw met een grote teil met bananen op haar hoofd. De huisjes hebben leuke kleurtjes, overal liggen languit prachtige zwerfhonden te slapen. In het tweede straatje staat een blauw gebouwtje van de politie en immigratie. Pfff…Wat een mooie mannen lopen hier rond, gespierd, verzorgt, licht getint met prachtige licht bruine of blauwe ogen. Het inkleuren verloopt soepeltjes. Het dorp is klein met minimercado’s, een souvenierswinkeltje, een bakker en vele barretjes met terras. Op straat vragen we aan een Frans gezin welke supermarkt zij aanbevelen. We gaan voor 50 cent met de bus. De bus vertrekt als hij vol is, 13 volwassenen en 2 kinderen. Een vrouw met 2 enorme teilen waar vis in heeft gezeten komt er nog bij, even inschikken graag. Ik zit lekker bij het raampje en geniet van de mensen in de bus en het Sahara-achtige landschap met twee zwarte heuvels. Espargos is iets groter dan Palmeira, we kopen er een telefoonkaart, pinnen escudo’s en eten een hapje op een terras. Op de foto staat dat er ijs te koop is in een oublihoorn, ik krijg echter een bolletje in een plastic bekertje. Voor één euro kunnen we naar Santa Maria, een dorpje gericht op toerisme, prachtig strand met vele resorts. Heerlijk terras met uitzicht op zee. We borrelen bij Hera aan boord. En eten een hapje met Atropos en Romoco uit Zwiterland.

De volgende ochtend is DJ, de watertaxi, druk, alle boten gaan opnieuw voor anker verder de baai in. Er is swel op komst van wel 7 meter hoog. Iedereen ligt hutje muntje. Ronald besluit om te blijven liggen waar we lagen. DJ komt aan boord om koffie te drinken, maar de volgende boot komt er al weer aan, dus heeft hij geen tijd om zijn koffie op te drinken. DJ vertelt over zijn familie. Hij kan geen foto laten zien, want zijn mobiel is in het water gevallen. Ronald verkoopt zijn oude mobieltje aan DJ.

Op zondagavond kwam het hele dorp bij elkaar bij de haven. Overal werd geBBQed, heerlijk gegrild visje en kippepootje gegeten. Daarna de Marenque gedanst in de disco met kippegaasmuren. Entree één euro. Wat een belevenis. We komen veel Kaap Verdianen tegen die ook in Nederland wonen of hebben gewoond.

We maken een dagtochtje met de Hera. Pootjebaaien tussen de Citroenhaaien bij Porto de Petra de Lume. Zwemmen in de zoutwatermijn bij Punto Norte. De blue eye bij Monte Grande was niet te zien door de hoge swel van soms wel 7 meter met spectaculaire golfbrekers aan de kust. Een fata morgana gezien in het middenland. Het leek echt dat de bomen in een groot meer stonden. Met z’n allen geluncht. Super gezellige dag gehad.

De volgende dag komt DJ diesel brengen en betaalt hij het mobieltje. We doen boodschappen en lunchen bij Antropos aan boord. Wit brood met oude kaas uit Nederland, echt smullen. We vertrekken rond 16.00 uur met z’n drieën vanuit Palmeira, op naar São Nicolau. Heerlijk een paar uurtjes op de gennaker. We hebben contact met elkaar op kanaal 72.

Om acht uur in de ochtend komen we na een heerlijke nacht zeilen aan in de baai van Saõ Nicolau. We douchen, ontbijten, slapen even bij en ruimen daarna op. We varen met het Rubbertje naar land. Op het strand staan vijf jongens te roepen dat zij wel op onze boot willen passen. De grootste jongen, August past op. Hij loopt mee naar de politie om in te klaren. Waar wij uitklaringpspapieren krijgen in plaats van inklaringspapieren. Nou ja, wel zo makkelijk, want dan kunnen we wegvaren wanneer het ons uitkomt. Het dorpje stelt niet veel voor. Twee Chinese winkeltjes, een paar minimercado’s en twee restaurantjes. En veel jongens en mannen die hangen. De jongens vertellen dat er geen werk is, veel verhuizen als ze oud genoeg zijn naar een ander eiland.

We rijden met een aluguer, een pick-up, in de achterbak naar Monte Gordo, Parque Natural. De tocht er naar toe is schitterend, wat een prachtige vergezichten. We maken een wandeling van twee uur naar de krater. Ik vond het de mooiste wandeling tot nu toe. De weg met keitjes was steil. Onderweg kwamen we schoolkinderen tegen met rugzakjes. Een oude vrouw zocht naar sprokkelhout en begon een praatje. De weg naar boven had aan beide kanten een lage muur van keien. Achter de muur, was de landbouwgrond ook verdeeld met muurtjes. Er groeide veel mais, bonen, peultjes, trostomaten en kleine groene vruchten. Het was er prachtig groen. Tortolo zijn bomen met grillige dunne stammen, gebruikt als sprokkelhout met vetplantachtige kruin. Langs de kanten groeien veel kleurige, opvallend kleine bloemen. De krater is sprookjesachtig. Een oase aan vele soorten groene bomen gehuld in de mist. We zien raven, rotsduiven, Kaapverdische mussen, een Arendbuizerd en prachtig gekleurde vlinders. Op de terugweg vragen drie jongens of zij mee terug mogen rijden. We spreken Abraham, hij wil graag Engels oefenen, hij heeft zijn school afgemaakt maar geen werk. Hij vertelt trots dat hij geiten en kippen heeft.

Ronald probeert de hangmat op het voordek uit. Met een koude Cola leest hij zachtjes zwiepend zijn boek uit. De volgende dag zijn er harde valwinden en mistregen in de baai. Ik bak pannenkoeken als ontbijt.

Prachtige overtocht naar Saõ Vincente, Mindelo. Gemiddeld 22/25 knopen wind met uitschieters van max 32. Halve windse koers, 2 riffen in het grootzeil en de kotterfok. Golfen, soms rond 3 meter hoog. We genieten. We gaan gemiddeld 7.5, soms 8 knopen. Eén keer klokken we 10.4, we surfen dan van een golf af. Regelmatig buiswater in de kuip. Matrasje zijn wit van het zoute water. Volgende keer moeten we ze eerder binnen leggen.

Bij aankomst zit er een beetje zout water in de bilg, op de matrassen voor en achter en in twee bakskisten. De rubber rand van de Dorades en bij de verstaging stuurboord zijn niet waterdicht. De dorade achter gaat stuk bij demontage. Het repareren van lek bij de verstaging en dorade voor lukt wel.

Alle Nederlandse boten van de appgroep liggen in de haven. Door de swell rukken de landvasten met heftige schokken aan de steigers. Ronald en ik zijn blij dat we voor anker zijn gegaan, want wij liggen lekker rustig, vlakbij de haven. Ons Rubbertje is echter zo klein dat we niet zonder buiswater aan land kunnen komen. Met de grote Hallo Jumbo Plu als sprayhood trekken we wel de aandacht van de mensen op het terras in de haven.

Vandaag de was gevouwen, het bed verschoond en een start gemaakt met de kajuitklamboe. Vijf stroken van zes meter aan elkaar genaaid en achter een strook met drukknopen en twee ophanglijnen. Ronald heeft de dorade van het gasbunluik op de achterhut gemonteerd. Nu nog een andere oplossing vinden voor de gasbunluik zelf.

Een nieuwe luchthapper was hier niet te koop. Ronald heeft een aluminium pizzablik gekocht en er een stukje uitgezaagd om het luikje van de gasbun mee te repareren.

We maken kennis met Henk van de Dina Helana. Zijn vrouw Marja is op dit moment in Nederland. We gaan een aantal keer uit eten, heerlijk. Anita van Eumega heeft een dagje Sal georganiseerd. Een lange wandeling op het strand. Het is schrikbarend hoeveel plastic afval er op het strand ligt. We zien meerdere nesten met lege schildpadeieren, gaaf. Ook lopen er hele snelwegen met krabbenweggetje, indrukwekkend. Aan de vloedlijn lopen kleine vogeltjes. De rotsen zijn zandkleurig, glad en indrukwekkend mooi. Het strand zelf heeft wit en zwart zand, hierdoor ontstaan soms de prachtigste patronen. Bij strand staan drie jongens voorovergebogen keitjes te hakken. Voor 3 dagen werk krijgen met z’n drieën 150 euro. Boven op de berg staat een mooi agregatiesysteem om water te verzamelen voor de maisvelden. Tussen twee palen is een soort vijverfoliedoek gespannen. De vochtige mist waait door het doek en druppelt lang de buizen in een reservoir. We wandelen langs de weg naar beneden, het waait er hard.

We eten heerlijk bij Com Gusto, het restaurant is van een Duitser. Er speelt een bandje, de zanger zingt prachtig, bijna een privéconcertje. In Mindelo zijn veel overdekte marktjes. De groente en het fruit ziet er regelmatig goed uit. Vis proberen we onderweg te vangen. Vlees durven we niet te kopen. Ik heb een beetje spijt dat ik niet meer heb ingekocht op de Canarische eilanden. De keuze hier is klein. Alles heeft een nuffig luchtje. Zelf bekende merkproducten hebben een duffe nasmaak. Tijdens de overtochten drinken we geen alcohol. Helaas zijn suikervrije frisdranken hier niet te koop.

Ronald speelt een potje Oril met een jongen in een kapsalon, voor 4 euro willen ze hem wel even knippen en scheren.

We kopen drie gebruikte gele jerrycans van 25 liter en vullen die met diesel. Samen met de witte 15 liter jerrycan snoeren we ze vast aan de reling op het voordek. Vlak voor Suriname is vaak een windstilte gebied. Hoe zal dat zijn? Je denkt dan: we zijn er bijna en dan ben je opeens nog dagen onderweg?

Aan de hoofdweg is een atelier van een schilder. Als ik niet onderweg was, had ik een schilderij gekocht. De doeken zijn zeer groot en kleurrijk. In het centrum is een prachtige tentoonstelling met Afrikaanse maskers, helaas kom ik door alle klusjes er niet aan toe het te bezoeken.

Regelmatig maken we met de eilandbewoners een praatje, de mensen zijn vriendelijk. Ze zien er naar omstandigheden verzorgt uit. Als ze horen dat je een yachtie bent, willen ze met je mee. Regelmatig bieden ze aan op je spullen te passen, wat vaak resulteert in het vragen om geld. Veel jonge mannen klagen over het gebrek aan werkgelegenheid.

Wij zijn de eerste vertrekkers naar Suriname, veel gaan één dag of één week later weg. We gaan als afscheid met de groep Nederlanders uit eten. Hera, Zouterik, Eumega, Antopos, Morgaine en ia Orana, totaal 17 mensen. Terug in de haven is ons Rubbertje weer lek.

De mensen van Kaap Verdië hebben een diepe indruk op mij achtergelaten. Voor velen heb ik respect hoe zij met weinig er toch nog iets van maken. Ik zal niet ontkennen dat de werkeloze hangjongeren ook iets van irritatie bij mij opwekken. Steeds vraag ik mij af of er werkelijk niets te doen is? Ik zelf zie namelijk genoeg mogelijkheden om aan te pakken. Maar mogelijk is ook hier te weinig geld voor?

 

Overtocht la Gomera naar Kaapverdië.

Dag 1
We vertrekken op zaterdag 10 november om 10.30 uur. Pieter Jan en Renske zwaaien ons uit. Ook Jurgen en Anouschka komen uit hun salon omhoog om ons uit te zwaaien. Toch wel leuk om zo hartelijk begroet te worden. In de haven voelt het toch even spannend, 7 dagen op zee. Dit gevoel valt meteen weg als het melkmeisje uitstaat. Wat een heerlijkheid, de zon schijnt, 16 knopen wind, we deinen minimaal heen en weer. Ik videobel Erik en Fleur nog even en app de satellietgegevens aan ze door. Het Engelse schip Pogoon is ook onderweg, een racer. In de haven gaven zij aan graag met ons te varen. Ronald probeerde duidelijk te maken dat wij in de verste verte hun bij konden houden. Nu op zee lezen op de AIS dat zij langzamer gaan als wij? We zien hun witte zeiltje stuurboord aan de horizon, zij moeten afkruizen, wij varen rechtstreeks.
Een stormvogel hapt een paar keer naar de vishaak, dus we halen de hengel voor de zekerheid maar in.
Tegen 17 uur valt helaas de wind weg. Pogoon vaart nog steeds redelijk in de buurt. Om half zes kan Ronald het niet meer aanzien, we besluiten toch maar de moter aan te zetten.
We eten sla, peer en blauwe aderkaas, Canarische aardappeltjes met groene en rode mojo, en hamburgers.

Dag 2.
Acht uur, ik neem de wacht over van Ronald. De zon is net op. De blauwe hemel is versierd met bloemkool en lange streepwolken. Aan de Kim schitterde een zilveren streep op de horizon. De schackle maakt een hoog tikkend geluid op de boom. Ik geniet, het voelt zo vredig, ik, ia en de zee. Er staat weinig wind, 14 knoopjes. Ik kijk naar de stiksels van de oude radiaal gesneden genua van de Blue Booby, eigenlijk ziet het er best nog wel goed uit. De winddaan staat nog fier rechtop. Op open CPN zie ik twee boten. Eén is al gepasseerd. De ander een Nederlander zonder verdere gegevens, ze gaan vast achter ons langs. Tijd voor een grapefruit, ik pel de dikke taaie vellen er van af, het vrucht is heerlijk sappig. De schillen geef ik aan de zee. Omdat we geen bakelieten hebben willen we zo min mogelijk afval verzamelen. De zon piept tussen de wolken door en verwarmt mijn gezicht, mmm…Vannacht heeft tijdens mijn wacht zachtjes geregend. Twee meter hoge golven rollen aan de achterkant onder ia door. Aan het van de dag biedt Ronald lasagne met gerookte zalm te maken. Af en toe loop ik langs en kijk ik twijfelend naar de werkwijze van De kok. Even later klinkt er een kreet uit de kombuis. Eén van de ovenschaaltje met inhoud is richting de maatregel gevlogen. De keuken, het plafond, de salon en de kaartentafel zitten onder de rode saus met stukjes groente. Ronald gaat onder de douche en mopperend maak ik schoon. Vervolgens genieten we alsnog van een overheerlijk lasagne.

Dag 3.
Ik heb heerlijk geslapen. Ook tijdens wacht ben ik iedere 20 minuten meteen in slaap gevallen. In de ochtend regent het 3 x 2 minuten. Ik maak de WC schoon en vraag Ronald even niet door te trekken, zodat de azijn kan intrekken. Even later staat Ronald zonder zwemvest op het zijdek over de reling te plassen. Ik mopper: ‘ We zijn niet op het IJsselmeer!’.
Ik verzorg mijn zeeegelsplinters in mijn voet met olijfolie. Het zijn er 22 in totaal.
We hebben bijna ons daggemiddelde te pakken: 195 NM. Ronald verlengd de schoten, zodat we ‘S nacht in de kuip de genua kunnen reden en de neerhouder kunnen stellen. We eten noodles met gehaktballetjes in satésaus.

Dag 4.
Het regent, we zitten buiten met onze jollenbroek aan te ontbijten. De buien zorgen voor windshiften. We besluiten een andere zeilvoering te doen. Het melkmeisje wordt weggehaald. Ik ben niet bang midden op de oceaan, in tegendeel, ik vind het gaaf en heb het naar mijn zin. Maar ervaar wel altijd veel onrust als Ronald op het voordek met hoge golven met de bomen aan de slag is. De uitschuifbare boom is niet alleen zwaar, maar kan je ook in een onbewaakt ogenblik zo van het dek zwiepen. Elk stapje moet wel overwogen genomen worden. Eén groot compliment voor Ronald. Ook het in de wind draaien op de hoge golven vind ik spannend. Boven mijn hoofd zwiept dan de giek met loshangende reeflijnen als een gek heen en weer. Eén jaar geleden gleed er een reeflijn langs mijn nek. Elke keer ben ik blij als alle handelingen weer gedaan zijn. Stom die onrust, want eigenlijk gaat het altijd prima.

Dag 5.
Na een regenachtige dag nu weer volop zonneschijn. Voor het eerst zien we een ander zeilschip, de 20 meter lange Nikka. Ronald ziet tot drie keer toe een school vliegende vissen. Ik maak een gele quarantainevlag. Met deze vlag gehesen, mag je niet eerder van boord, voordat je boot officieel is vrijgegeven dat er geen besmettelijke ziektes aan boord zijn. Ronald ziet ver weg een fontein van een walvis, helaas komt hij niet dichterbij. De remknop van het stuurwiel vloog af en toe los. Ronald maakt met twee lijntjes en shackles het stuurwiel vast. Er komen weer dolfijntjes langs, dit keer een kort bezoek. We zitten samen naast elkaar in het zonnetje op het voordek gezellig een sinaasappeltje te eten. Ronald vangt een dorade, maar hij vliegt al van de haak voordat ik het schepnet ksn pakken. Overdag varen we in tegenstelling tot gisteren met met het melkmeisje. ‘S avonds eten we zuurkool met rookworst, spekjes en ananas, jammie. In de schemer gaan op een uitgeboomde genua varen.

Dag 6.
Het was een onrustige nacht, ia schommelde flink heen en weer waardoor ik lastig in slaap kon vallen. ‘S ochtend schijnt door het luik de zon in mijn gezicht. Tijd om op te staan. Op het dek ligt een dood vliegend visje. Heerlijk zeilweer. De hele dag worden we verrast met grote scholen vliegende vissen. Ook vliegt Barendtje, een stormvogel regelmatig een rondje om ia. Ik probeer ze te filmen, maar om krijg het niet voor elkaar. Het grootste gedeelte van de dag varen we op de genua op de kleine boom. ‘S middags zetten we het melkmeisje weer op. Ik maak een start met foto’s en filmpjes sorteren. We draaien voor de tweede keer anderhalf uur de moter om energie te draaien. We laden dan meteen alles even op en zetten de koelkast even extra laag. Ronald is gestart met diclofinac, helemaal blij, hij kan weer zonder pijn een kopje optillen en de bomen verwisselen. Ronalds moeder is vandaag met succes geopereerd.
Mogelijk komen we morgenavond laat aan? Wat een heerlijke dag was het.

Dag 7.
Het melkmeisje van de nacht wordt vervangen door grootzeil met genua. En vervolgens wordt de genua vervangen door de kotterfok. Daarna wordt de kotterfok weer vervangen door de gennaker. Pfff…lekker bezig. Ronald zijn zwemvest ontploft voor de 2e keer. We hebben alleen geen zoutampul meer voorradig. Hopelijk is het te koop in Mindelo. Er liggen weer twee dode vliegende vissen aan boord. Ik prik ‘m aan een satéprikker om er een mooie foto van te maken. Rond half elf ‘S avonds komen we aan bij Ilha do Sal in de baai van Palmeira aan. Er komt een bootje op ons af met een man die aangeeft waar we kunnen ankeren. Ik stuur in het halve maanlicht. Opeens horen we een vrolijke stem, hé de Hera ligt naast ons. Hij komt nog even een biertje drinken. 

Canarische eilanden.

We komen ‘s middags op Lanzerote aan. Het havengeld van Arrecife is maar 18€. Ronald zijn fantasie slaat meteen op hol. ‘Zullen we dan hier de boot neerleggen na de reis. Dan hoeven de meiden alleen een ticket te kopen’.

Ronald had in Nederland na het verwijderen van de finsulate last van zijn elleboog. Nu is het eindelijk zover, na 5 maanden besluit hij naar de fysio te gaan. Het is zaterdag, maar ‘s middags mag hij meteen komen. Laura maakt gebruik van de Inbidamethode.

Twee USB ventilatortjes gekocht, één voor in de hut en één voor in de keuken.

Laura, de fysiotherapeut, haar man Ricardo en dochtertje Lucia zeilen een dagje mee. We gaan voor anker en BBQen.

Klusjesdag: Nieuwe bevestigingspunten voor de neerhouder van de bomen in het boeisel gemonteerd. Reddingsvest, nieuwe ampul en zouttablet vervangen. 12 volt. contactdoos in de hut voor ventilator gemonteerd. Takeltouw om neerhouderlijn, val boom en lusje sprayhood hersteld. Handwasje. Aanrechtblad vast gelijmd. Kettingkast gelijmd. Opgeruimd.

Volgende dag heerlijk biefstuk gegeten bij de Uruguay. Onderlijk van de genua laten doorstikken. Dertig meter klamboestof gekocht bij de Chinese winkel.

Ronald gaat met de fiets op zoek waar hij de gasfles kan vullen. Zijn band raakt lek, dus houdt hij een taxi aan. De zoon van taxichauffeur wil de lekke band wel plakken.

We varen weg en worden uitgezwaaid door onze Franse buurman. De hele dag door startte hij een praatje en gaf ons ongevraagde allerhande tips. Hij voer nooit uit, zijn boot had een caravanfunctie. Hij poetste samen met zijn 5e vrouw de boot, bang voor kakkerlakken want die waren er veel op Lanzerote.

De zee bij Isla Lobos is wonderbaarlijk mooi blauw. Ronald staat op het dek en ziet zo een pijlstaartrog langszwemmen.

Eenmaal op zee ervaar ik rust, zo lekker. Helaas is er niet al te veel wind. We komen aan in Porto Rozario, Fuertafentera. We liggen voor anker naast een gigantische cruiseschip. Als Mein Schiff vertrekt worden alle schepen die voor anker liggen in de baai weggezogen. Aan land tuigen stoere mannen hun traditionele vissersboten met spriettuig op voor een regatta op zee. Cas, de zoon van een Nederlandse man doet ook mee.
Het is opvallend hoe veel sculpturen er langs de boulevard staan.

In de haven van Gran Tarajal ontmoeten de vertrekkers van de Zouterik.

Tussen de eilanden liggen accerelatiezones. Bij ons liep de wind vandaag op van 15 naar 28 knopen. Vlug rollen we de genua in. Ontrollen lukt mij, maar om de schoot vervolgens om het kikkertje aan de scepter vastmaken niet. Ronald pakt het van mij over en zet de rolfoktalie om de kleine lier. De volgende keer moet ik dus meteen de lier gebruiken in plaats van het met het handje te doen.

Het landschap van de Canarische Eilanden heeft een wonderlijke samenstelling van zwart verkoolde rotsen tot saharabergen of dorre mosgroene heuvels. De pikzwarte bergen met het azuurblauwe water doen mij denken aan één van de zeven schoonheden: pikzwart haar en helblauwe ogen. De vele resorts aan de kust hebben palmbomen geplant.

We zijn onderweg naar Tenerife. Er staan drie meter hoge golven en de wind loopt soms op tot 25 knopen. Eerst denk ik dat ik voor het eerst zeeziek ben, maar later blijkt dat ik iets verkeerds gegeten heb. Twee en halve dag heb ik last van mijn darmen, moet ik overgeven en heb ik hoofdpijn.

Tenerife, en vooral Santa Cruz is supergaaf. Ik bezoekt drie musea. Op iedere hoek van de straat staat een sculpture. We bezoeken de Mercado, een vaste gemeentelijke markt en drinken daar een cortadootje. Het Palmetum is een indrukwekkend mooi park met vele palmen op een afvalberg. Ik raak niet uitgekeken op het Auditorium, wat een wonderschoon gebouw. Architect: Santiago Calatrava. We huren een auto en maken een prachtige wandeling in Naturel Integrale Pijapel. Tenerife heeft mijn hart gestolen.

Onderweg naar Bahia de Abona zwemmen 12 Pilot Whales langszij. Zooo indrukwekkend!

Onderweg naar Cran Canaria zwemt er een Zeeschildpad langszij. In de haven van Mogan komen Luc en Hilde vijf dagen bij ons aan boord, echt gezellig. We huren een auto om ze op te halen en de gasfles te vullen, dit kan echter alleen tussen 9 en 11 uur.

Snorkeld tussen vele vissen ontdekken we bij het verwijderen van een visserstouw uit de schroef dat de anode verdwenen is.

We huren voor een 2e keer een auto, maar de calorgasfles kan weer niet gevuld worden. Anode voor de schroef is nergens op het eiland te koop. Cocodrilopark bezocht, tocht door de bergen was wonderschoon.

In de baai van Mogan komen Joline en Robin van de Blue Pearl langs voor Halloween.

We besluiten om in Puerto Rico de ia voor één dag uit het water te halen. Fabian Wher, Nederlandse teakhoutbewerker helpt ons fantastisch. Helaas kan ook hij niet aan een anode komen. Wel de anodes van de boegschroef en de wasbak vervangen en finsulate van roerblad getrokken en in de antifouling gezet. ‘S nachts raakt de dinghy los en vinden we hem terug met hulp van René op branding bij de rotsen. Volgende dag ontdekken we dat het roerblad van de windvaan weg is. Met hulp van Maurijn vinden we het terug op de zeebodem.

Eén nacht op zee, op weg naar La Gomera.

Tja, San Sebastiaan op La Gomera…ik had er graag wat langer willen blijven, wat een heerlijke plek. Ik bezoek de tentoonstelling van Pedro Zamorano, een beeldhouwer die machinaal het keiharde vulkaangesteente bewerkt tot prachtige sculpturen.

Ik onderteken een document van de erfenis onder toeziend oog van de notaris, veel gedoe. Anouschka van Desaar wil mijn tolk zijn. De havenmeester helpt mee met het document te versturen voor een stempel op Tenerife.

Ik plaats een anode op de schroef onder de boot. Ronald doet vele klusjes: een nieuwe pin in het roerblad van de windvaan, een ketting aan roerblad, slot op kledingkast, enz. We geven een steigerborrel, er komen 18 yachties. Bij de start zitten we met 10 man in de kuip, zo gezellie. ‘S avonds eten we hapje met Pieter Jan en Renske, veel gelachen. De volgende ochtend vertrekken we naar Kaapverdië.

Overtocht van Marokko naar de Canarische eilanden.

Dag 1
Het is één oktober. We zijn er klaar voor. Alleen de Drone nog ophalen bij de douane, uitchecken bij de politie en de havenmeester. De douana en de politie kwamen weer even aan boord. Kritisch keken ze de boot rond. De politieman overhandigde de paspoorten en toonde de stempels op blz 30. Wat is het toch wonderlijk dat die stempels altijd ergens in midden van het paspoort worden geplaatst?

De gribfiles geven een goed vooruitzicht. Het staat rond de 10 knopen wind als we achter de pilot aan om 15.00 uur de golf van Gadiz opvaren. We hijsen meteen de zeilen en varen 5,5 knopen over de grond. Ronald geeft instructie over de windvaan. Joehoe, ik snap het zowaar en draai bij een windshift de vaan precies in de goede richting. Ronald kijkt tevreden: ‘We gaan lekker’. We zitten in een korte broek en shirtje onder bimini en genieten van de prachtige kustlijn van Marokko. Beiden genieten we van de rust van de zee, want de vele en onophoudelijke indrukken op het vaste land van Noord Afrika waren best ook vermoeiend. Elke avond vielen we als een blok in slaap.

De bearing is 250, precies de richting waar de zon aan de hemel staat. Grappig, we varen hierdoor recht over een zilver pad over de zee.

De ampères in de accu houden niet over. Er staat te weinig wind voor de windgenerator en de zonnepanelen staan in de schaduw van het grootzeil. Vlug de radar en het gasknopje uitgezet, dat scheelt toch weer iets.

Het slingerzeilbedje heb ik dit keer niet opgemaakt. We willen in onze hut slapen, want de zee is rustig en we zullen voornamelijk over bakboord liggen.

Het is half vijf, tijd voor een soepje. Heet water inschenken is altijd weer een dingetje met rommelige golven. Lang leven het antislipmatje.

Om 17.30 uur sukkelt de wind in. Ronald vaart terug naar de kust in de hoop daar nog wat wind te vinden. Ook daar geen wind. Enigszins gefrustreerd zet Ronald de moter aan: ‘Weer geen wind, we kunnen net zo goed een moterboot kopen’. En even later met hoopvolle stem terwijl hij de gribfiles bekijkt: ‘Morgenochtend kunnen we misschien weer de gennaker erop zetten’. We hebben samen afgesproken alleen bij licht de gennaker te gebruiken. Het uitchecken in de haven heeft toch meer tijd gekost dan we hadden verwacht, waardoor we later vertrokken zijn. We moeten nu de wind als het ware weer in zien te halen.

Ik maak spaghetti bolongnaise met Marokkaans gekruid vlees. Het witte schommelnet boven het aanrecht zit weer vol met heerlijke verse groente en fruit. Met mijn voeten klem tegen de zijwanden van het kombuis, schommel ik met mijn heupen met de golven mee. Ik word steeds handiger in het koken op zee. Lastig vind ik wel dat het altijd zo heet wordt in de kombuis. Het middenluik, het kleine raampje naar de kajuit en de opening van de ingang lijken de warmte van het fornuis onvoldoende af te kunnen voeren.

Nu we op de moter varen, varen we zonder toplicht. Ronald schijnt geregeld met de zaklamp op het vaantje. Helaas blijft die rond tollen, voorlopig geen wind dus.

Ik puzzel op de wachtlooptijden. Ronald is een avondmens, ik houd meer van het daglicht. Tot nu toe liep ik wacht in de nacht van één tot vijf uur en ging ik meteen na het avondeten naar bed. Maar ik zou liever de zon op zien komen. Ronald wil wel tot vier uur opblijven. Dat vind ik geen goed idee, hij heeft ook zijn rust nodig. Morgenmiddag ga ik slapen, zodat ik om één uur de wacht over kan dragen.

Ik probeer wat te slapen in de achterhut. Opeens hoor ik buiten de lieren ratelen. Ik steek mijn hoofd door het luik en vraag: ‘Hé, toch een beetje wind?’. Ik zie de verlichte genua er als een dweil bijhangen. Ronald antwoordt: ”Pfff…nee, maar ik wilde het toch even proberen?’.

Het is één uur, mijn nachtwacht gaat in. De genua staat uit, het scheelt een halve knoop. Ronald boomt hem uit, ik help vanuit de kajuit. Ik rol de genua in en uit, laat de schoot vieren en trek het weer aan en zet de neerhouder van de boom strak. Het is fijn dat het middenraam van de sprayhood nu open kan. Ik zit in trapgat en kan door de opening Ronald op het voordek goed in de gaten houden. Ook kan ik door deze opening gewoon met Ronald praten, wat voorheen lastig was.

Achter de ia trekt de halve maan een zilver spoor op de zee. In Nederland staat de halve maan rechtop, hier in Marokko staat hij als een soepkommetje op de hemel geprojecteerd. Aan bakboord schijnen de lichtjes op de kust van Marokko. Alles druipt van de condens. Ik heb mijn slaapdekentje opgevouwen op mijn kussentje gelegd, zodat mijn lange thermo-onderbroek niet te nat wordt. Heel in de verte zie ik een lichtje van een vissersboot. De waterkoeling maakt zachte pruttelgeluidjes in het afvoergaatje. Hopelijk zakt de wind niet weg, want dan moet ik Ronald wakker maken. De genua kan ik wel zelf inrollen, maar om de boom weg te halen moet ik naar het voordek. En we hebben afgesproken dat we in de nacht elkaar dan wakker maken.

Een andere afspraak is geen alcohol tijdens een overtocht op zee. We hebben nu de keus uit koffie, thee, water, jus Orange, Cola zero en Fanta zero. Ik drink nu koud water uit de koelkast. We hebben 10 liter bronwater mee. Een 5 literfles met de Spaanse waterpomp past precies in het vak naast het aanrecht. Tot nu toe drink ik altijd bronwater en nooit uit onze watertank.

Het navigatielicht in de mast verlicht het gastenvlaggetje van Marokko. Er was geen watersportwinkel te vinden, dus kochten we het vlaggetje op een stokje bij een kleermakertje in de medina van Marrekech.

Voor de kust van Cassablanca vaart een vissersboot recht op mij af. Ik ontwijk, maar de vissersboot draait zich om en vaart weer een andere koers.

De meeuwen worden door de navigatielantaarn in de mast, helwit verlicht tegen de zwarte hemel. Na vier uurtje slaat de moeheid toe, gelukkig is het bijna vijf uur.

Dag 2.
Het is half acht uur en ik ben wakker. Eigenlijk heb ik nog anderhalf uur, maar ik ga er toch uit, zodat we de gennaker als spi kunnen zetten. Ronald ligt te slapen op de bank. Zachtjes tikt de kookwekker in de salon.

De wind houdt niet over en staat ook niet helemaal in de goede richting. Toch hijsen we het grootzeil en zetten we de gennaker met de boom als een spi. De snelheid is gelijk aan de motor. Ronald kijkt tevreden. ‘Hèhè, de motor kan uit. Ronald zet de gashendel in zijn achteruit tegen gezoem van de schroef.

De bimini kan niet uit, want we willen de gennaker in de gaten houden. Dus pak ik mijn gele hello-jumbo-plu voor een beetje schaduw.

Ik bak een ommeletje met een verse rode peper en smeer het droge Marokkaanse brood in olijfolie met verse dieprode Kaftakruiden en bak ze in de pan. Best een lekker tussendoortje.

We moeten twee keer gijpen. Met een spi van 100 vierkante meter en een loodzware uitschuifbare boom is dat best een dingetje. Met de spanker gijpde we na veel oefenen in 15 seconden. Met de ia doen we de 2e keer er 16 minuten over. De chronologische volgorde van handeling wordt gaandeweg ook steeds duidelijker voor mij. Ik haal de slurf naar beneden. Dan schuif ik de boom in. Ronald laat de boom zakken, zodat ik de boom naar de andere zijde kan halen. Terwijl Ronald in de kajuit het grootzeil gijpt, knoop ik de schoten om, doe de schoot in de boom, schuif de boom uit. En haal de neerhouder los en haal hem aan de andere kant door het oog. Ronald is dan achter klaar, hijst de boom en ik zet de neerhouder vast en hijs de slurf van spi, terwijl Ronald achter de beide schoten trimt.

De eerste 24 uur hebben we 116 NM gehaald. Waarvan 12 uur gemotord. Inmiddels varen we al een tijdje 8 knopen, Ronald is niet ontevreden.

De sterrenhemel is wonderschoon. Het is vijf uur, blij toe, ik kan mijn ogen nog lastig open houden. Vannacht is de dop van de buis van een verstaging door het schuren van de genuaschoot eraf gevlogen. Eén helft ligt op het dek, de ander is mogelijk in de zee terecht gekomen. En de neerhouder van de boom is weer gebroken, Ronald had de eerste keer goedkoop nylon lijntje gebruikt. Vervolgens schavielt ook de mantel van de dyneemalijn door. Ronald heeft het opgelost met een katrol aan het boeisel. Vannacht is de schoot van de gennaker die we gebruikte als neerhouder van de boom doorgebroken. Gelukkig is er maar een kort uiteindje afgebroken. Ronald plaats een tweede katrol aan het boeisel, nu moet het goed gaan. Uiteindelijk lig ik pas om 6 uur in bed. De zee is zo onrustig, ik word in bed alle kanten opgeslingerd en kan hierdoor niet de slaap vatten.

Dag 3.
Om acht uur wordt ik wakker van een alarm op de marifoon. Ik vraag Ronald of hij al de gennaker wil zetten. Het kan nog even wachten. Om half tien hebben we de gennaker weer als een spi gezet en loopt ia weer gestaag vooruit.

Ik merk dat ik echt slaap tekort ben gekomen, hopelijk slaap ik vannacht wel lekker.

Ronald heeft zijn hengel uitgegooid. Ik ben benieuwd of we vanavond vis of vlees eten.

De wind is weg, we moeten weer motoren.
We zijn op de helft, nog 235 NM te gaan, we zijn nu ongeveer 43 uur onderweg.

Rond twee uur ligt er een roestbruine waas over het zeewater. Ronald vraagt of ik de coördinaten wil opschrijven, zodat we het eventueel de autoriteiten door kunnen geven en zij kunnen controleren welk schip zijn rotzooi heeft gedumpt in het water. Het is ons niet duidelijk wat het precies is. Later denkt Ronald dat het mogelijk gewoon kril geweest kan zijn.

We hebben opeens twee motjes op het dek. De ene heeft lichtgele vleugeltjes, de ander vleugeltjes van kurk.

We eten weer heerlijk. Kleine Spaanse aardappeltjes met gekruide Marokkaanse worstjes en pittig gekruid prutje van allemaal verschillende verse Marokkaanse groenten.

Mijn nachtwacht gaat in. We varen op de windvaan en Ronald heeft de watchdog ingesteld. De maan is nu van soepkommetje in prachtig sierlijk schaaltje veranderd. De sterrenhemel is hierdoor weer helderder dan gisteren.

De watchdog gaat tot vier keer af door een windshift. Het bijstellen lukt, tot dat we wel heel erg op gijpkoers liggen. De bulletalie doet goed zijn werk. Vlug verander ik van koers en haal Ronald uit zijn bed. We moeten gijpen, wil je even kijken als ik de bulletalie naar de andere kant verplaats. Ronald laat mij gijpen, ik vind dat best spannend. De gecontroleerde gijp gaat goed. De bulletalie verplaatsen is lastiger, want de katrol zit achter de loopplank. Ronald zet even het deklicht voor mij aan. Het is gelukt. Hij kan zijn bedje weer in.

Mijn wacht is voorbij. Ik lig in bed en zeg tegen mijzelf: niet in slaap vallen Lies, want Ronald wil vast de boom zetten. Ik val wel in slaap en hoor opeens Ronalds stem door het luik: “Lies, ik wil toch eigenlijk even de boom zetten. Als ik vervolgens weer in bed lig, kan ik niet meer in slaap komen. Onze ia, laat mij door de onrustige golfslag alle kanten van het bed zien, pfff.

Dag 4.
Vandaag laat Ronald alle variaties van mogelijke zeilopstellingen zien, tot dat ik zeg, als je nog één keer veranderd dan…..
We starten met grootzeil en genua. Dan wordt de genua toch maar uitgeboomd.
Dan gaat de genua met boom weer weg en hijsen we de gennaker als een spi met boom. Tussendoor maak ik een heerlijke tonijnsalade. Ronald heeft de hengel met pretpakket aan glimmertjes uitgegooid, maar de vissen willen niet bijten. Vervolgens varen we alleen op grootzeil. En dan kiest Ronald toch maar voor de melkmeisjecombie genua en kotterfok zonder grootzeil, beiden uitgeboomd. Het is drie uur, ik ben gevloerd. Vervolgens zegt Ronald: ‘Zo, ik geloof dat ik maar even dutje ga doen’. ‘Duhhh, lekker ding.

Ik zit alleen in de kuip en geniet van deze prachtige zeildag. Het is hier 2850 meter diep, kun je nagaan hoeveel liters zeewater er wel niet bestaat. In de pilot staat er een waarschuwing bij Lanzerote, het is daar ergens 200 meter diep, nu maar hopen dat die mogelijke vulkaan niet op uitbarsten staat.

De scheepsbel gaat. Bakboord ligt een vrachtschip van 210 meter op ramkoers, toch maar even een andere koers varen, haha. Lang leve de CPA van Open CPN, zo handig. Terwijl het vrachtschip voorbij vaart, doe ik een afwasje en zet ik een kopje thee. Ik glimlach, een paar maanden geleden had ik onzeker naar het scherm blijven staren. Nu is het peanuts.

Ronald wordt na een half uur wakker, hij staat op het trapje en geeft aan dat de gennaker erop moet, omdat we nog maar 3 knopen varen. Ik geef aan dat het nu wel welletjes is. Ronald legt uit dat alle wisselingen waren om de boot op 5 knopen te houden, omdat er vrijdag geen wind meer staat. We starten met de kotterfok weg te halen en de uitgeboomde Genua te laten staan en het grootzeil te hijsen. We gaan weer 5 knopen.

Ronald komt met een vrolijk gezicht naar boven en zegt: ‘Nog maar 100 NM. Ik weet nog dat we de eerste keer van Ijmuiden naar Lowestoft een overwinning vonden’.

Als ‘s nachts het grootzeil laat zakken, vanwege te weinig wind ligt er op het dek een inktvisje naast mijn voeten. Ik bewaar ‘m als aas voor als Ronald gaat vissen.

Land in zicht. Altijd weer een bijzonder moment, zelfs als het landschap in mist gehuld is. Nog een paar uurtjes varen en we komen op Lanzerote aan. Ronald bakt wentelteefjes voor het ontbijt, jammie. Ik neem de pilot door. Ronald heeft voor de eerste stop de haven van Naos in gedachten.

Marokko

Op 23 september vertrekken we vanuit Spanje naar Marokko richting Rabat. Nog voor achten gooien we de trossen los vanwege de stroom in de riviermonding bij Isla Christina. Eenmaal op zee was het windstil. Ronald had gribfiles gedownload, dus we waren hier op voorbereid. Al snel kwam er een klein windje en kon de gennaker er op. Vervolgens modderen we uren met te weinig wind. Het grootzeil op en vervolgens weer laten zakken maakte Ronald een beetje schaggie. De zee, de golf van Gadiz is opvallend blauw. Zo een blauwe zee hadden we nog nooit gezien. S ‘avonds ging de zon aan stuurboord onder en scheen aan bakboord de witte volle maan, welke duizenden diamantjes op de zee liet schitteren. De wind nam toe tot 26 knopen wind, de zee was zwart van kleur met spierwitte koppen. We haalde soms wel 7,5 á 8 knopen. Vervolgens hebben we op de tweede nacht uren op zee stilgelegen, omdat we niet in het donker konden arriveren. Oeps, foutje, we waren vergeten het VHFnr te noteren om de pilot op te roepen. Via kanaal 16 vroegen we of iemand ons kon helpen en het bleek kanaal 11 te zijn. De horrorverhalen over vissersnetten bleken niet te kloppen, in totaal hebben we 2 vissersstaakjes gezien? In Portugal en Spanje was dat wel anders. Het pilotbootje met 3 man sterk voer ons de riviermonding op. Helaas was de vesting van Rabbat in de mist gehuld. Jongens op de kade bejubelde ons in Frans en maakte salto’s in het water. De pilot ging ons voor en bij een pontoon moesten we aanleggen. Het havenpersoneel, de politie en de douane kwamen aan boord, allen zeer beleefd en vriendelijk. Ook ik kreeg een handdruk zonder oogcontact. Onze drone had Ronald al klaargelegd om in te leveren. De mannen waren zeer geïnteresseerd in ons beroep. Ze vonden dat ik maar geluk had dat ik mede-eigenaar was van de boot. Ik zei grappend dat Ronald juist geluk had, daar moesten ze kostelijk om lachen. Vervolgens was het wachten op de drugshond, badkamerkastjes werden opengeschoven, het motorruim moest ook open. Ik was een beetje teleurgesteld toen de drugshond op de kade gearriveerd was en bij de trap niet onze richting op kwam, maar een andere hond volgde richting het restaurant. De mensen van de hond werden van het terrein afgestuurd en de politie met hond droop af en kwam niet meer bij ons aan boord. Vervolgens kregen we plek in de haven van Salé, aangrenzend aan de hoofdstad Rabat. Aan steigerpontoon naast ons ligt een tonijnenvisserboot en 3 speedboten van de koning van Rabat. Bij iedere steiger staat een hokje met politie in vol ornaat om de boel in de gaten te houden. Ook de ingang, de douches enz. worden bewaakt door havenpersoneel. De haven is prachtig aangelegd met palmbomen.

Eenmaal uit de haven krijg je het gevoel in de Fata Morgana van de Efteling te zijn beland. In de medina kochten we een simkaartje met 10GB voor 120 dirham(ongeveer 12 euro). De medina was overweldigend, van alles was vooral veel. Een ieder heeft zijn eigen specialiteit met één soms twee producten. Je verkoopt dus geen fruit, maar alleen maar druiven. Het volgende stalletje verkoopt dan bv weer groot glas jus Orange voor 50 eurocent. S’ avonds zijn we met de tram naar het centrum van Rabat geweest. De ticketautomaat was stuk. Twee meisjes boden direct hulp aan. Het jongste meisje gaf Ronald een dubbeltje uit haar eigen portemonneetje, toen hij een muntje tekort kwam.

Een jonge vrouw met een lief gezichtje komt onze was ophalen, voor 11 kg wasgoed betalen we 270 diram. Joepie, we kunnen weer slapen in een schoon bedje. 

Ik koop 2 kaftans omdat de knieën en schouders van een vrouw bedekt moeten zijn. Een hoofddoek vind ik teveel gedoe, deze draag ik alleen als het echt nodig is. Mijn blonde lange haar is wel een bezienswaardigheid, zeker s’ avonds lopen er voornamelijk mannen op straat. Naast Ronald reageert een ieder vriendelijk en behulpzaam.

Eindelijk heb ik een plastic tafelkleed kunnen scoren voor het opspattende zoute water in het Rubbertje. Ik kwam elke keer drijfnat aan en liep dan de hele avond met een natte broek op de kade. Zout water droogt lastig op.

Op de medina worden de broodjes met gekruide kalkoen, verwarmd op een houtskoolvuurtje. Met wat uitjes en snufje har smaken ze echt goddelijk lekker. Terwijl de jongens met een kartonnetje de vuurtjes aanwapperen, bieden zij 2 plastic krukjes aan. Ronald zegt lachend: ‘ahhh, une restaurant’ en de jongens stralen van trots. Ronald wil aan de overkant van het donkere steegje twee jus de Orange halen, maar dat regelen zij. 

Gisteren zijn we naar Le Porte Oudayas in Rabat geweest, een vestingmuur met een botanische tuin en een Kasma, een wijk met heel veel smalle straatjes waar alle muren blauw geschilderd zijn. Toen wij een paar dagen geleden in Rabat aankwamen was het geheel in de mist gehuld. Nu was het helder weer en snikheet, maar zeer de moeite waard. We hebben muntthee gedronken met kokosmakronen op een terras. Ik vind Marrokaanse thee niet lekker, het is mierzoet suikerwater, de smaak van munt is ver te zoeken. Vervolgens zijn we naar een gigansch Indisch partyschip,een Dhow, gegaan om wat te snacken. Het was een prachtige entourage, maar de snackjes waren Frans en niet lekker. We gingen opnieuw naar de media om een broodje kalkoen te scoren, jammie.

We kopen een tramkaartje voor de terugreis, maar de tram komt niet opdagen. Wat doen dan al die mensen op de bankjes van de tramhalte? Gewoon gezellig kletsen. We pakken dan maar een taxi terug. De chauffeur zet ons verkeerd af en begint met harde dreigende stem op ons te mopperen: ‘ik mag daar helemaal niet komen, ik heb een blauwe taxi, jullie hadden de witte moeten hebben’. Alsof wij dat wisten? Dit is de enige onaardige Marokkaan die we tegen zijn gekomen.

Ronald is verslaafd aan cocktail Hawai op het terras aan de haven. 

We hebben een auto gehuurd, een Duster met airco. Op naar Marrekech en het Atlasgebergte. Googlemaps werkt niet in Marokko, dus maar iets anders gedownload. Duitse Heidi wijst ons nu weg. Ik ben blij dat Ronald rijdt. Voetgangers worden in Marokko niet gerespecteerd. Strepen op de weg worden niet gebruikt. Richtingaanwijzers worden niet aangezet. Je neemt voorrang, of je van rechts of links komt maakt niet uit. Rechts inhalen en vervolgens invoegen lijkt normaal. Brommers crossen ktiskras overal tussendoor. Langs de autowegen staan grote rode Marokkaanse vlaggen te wapperen. Doordat Heidi niet helemaal de Marokkaanse verkeer met veel eenrichtingsverkeer doorheeft, rijden we regelmatig een rondje en doen we er zeer lang over om Rabat uit te komen. Ik bewonder hoe Ronald zich tussen chaotisch krioelende verkeer stand houdt. 

Na uren op de snelweg belde we de riad, welke een Ier in de haven van Salé ons had geadviseerd. Helaas hadden ze geen plek meer en boekte we online een andere riad. Nu was het verkeer in Marrekech nog een grotere heksenketel als Rabat, naast auto’s en brommertjes, krioelde het nu ook van de ezelwagens en tuktuks. We bleven maar rondjes rijden. Omdat het veel éénrichtingsverkeer was, zijn we een aantal keer weer helemaal terug gereden, om het vervolgens opnieuw te proberen. Uiteindelijk parkeerde we bij een Shellstation, belde voor de zoveelste keer het hotel dat we niet konden vinden. Een jongen op een brommertje bood ons vervolgens aan de weg te wijzen. We bleken al een paar keer langs de riad gereden te zijn.

Marrakech is toeristisch en veel minder traditioneel dan Salé en Rabat. Bij alles bedelen ze om geld. Het was dat Ronald halsstarrig kon weigeren om niet voor de aangeboden diensten, waar wij helemaal niet om gevraagd hadden, te betalen. Mij was dat niet gelukt. Het maakte voor mij de stad ook minder aantrekkelijk. Niet alleen het verkeer ook de hoeveelheid mensen vond ik te druk. Het was heerlijk bijkomen in de riad. S ‘avonds zijn we duur uit eten geweest. Het eten op straat in de medina in Rabat was eerlijk gezegd net zo lekker.

De volgende dag lopen wij via het plein met slangenbezweerders, muzikanten, apen op stokjes en een man die gebitten verkoopt, langs de vele ezelwagentjes naar de leerlooier. Met een dot munt onder ons neus voor de stank kregen we een rondleiding. De eerste 14 dagen werden de huiden in een goedje gelegd, zodat de haren loslieten. Daarna werden de huiden 14 dagen in de kippenstront ondergedompeld om het leer zacht te maken. Vervolgens worden de huiden 14 dagen in een bloemenextract gelegd. Papaver voor rood en oranje, saffraan voor geel en indigo voor blauw enz.

Opvallend in de medina waren de groepjes kwebbelende en giechelende meisjes in een soort witte slagersjasjes. Ook de jongens dragen dit schooluniform.

Na de wandeling stapte we weer in de Duster op weg naar het Atlasgebergte.
Eenmaal op de snelweg geeft Ronald aan wel een tukje te willen doen. Ik neem het stuur over en rijd uren op een bijna lege zeer verzorgde asfaltweg richting de bergen. Het landschap aan weerszijde is zo indrukwekkend mooi dat ik steeds overweeg Ronald even wakker te maken. Het start met rode heuvels met kleine nederzettingen met tientallen muurtje gepositioneerd in vierkante kamertjes. Opvallend is de de bovenlaag van de muren nergens recht gestapeld is, waardoor het ruïne-achtig overkomt. Soms zit er een plat dak op, maar meestal zijn de ruimtes open. Op veel plekken zie je gekleurde was hangen. Daarna veranderd het landschap in glooiende gele gedorste graanvelden. De huizen zijn nu gestuct en gesausd met een rode terracotta kleur. Het landschap gaat over in beige gesteente, het land is vlak met hier en daar een toefje groen. Soms zie je iets van landbouw. Wat er precies
verbouwd wordt is vanaf de snelweg niet te zien. Als het indrukwekkende Atlasgebergte opdoemt wordt Ronald wakker en neemt hij het weer van mij over. Blij toe, want de autotocht door de bergen is niet zonder risico. Overal ligt los gesteente en zijn er modderplassen in de haarspeldbochten. Maar Ronald rijdt rustig en ik voel mij volledig veilig naast hem.

Bij een vele vergezichten is het contrast van de hoge bergen met aangrenzend het uitgestrekte vlakke land groot.

Aan de kant, in middle of nowhere, staan twee meisjes van rond de acht jaar bij tientallen gasflessen. Ronald start door het autoraampje een praatje, ze spreken een beetje Frans. Het ene meisje draagt een hoofddoek, de ander heeft geen hoofddoek om. Beiden staan te giechelen. De kleinste is aan het wisselen en heeft één grote voortand en een leeg gat. Bij een stilte vraagt ze Ronald om een dirham, welke ze niet krijgt. Giechelend lopen ze terug naar hun plekje in de berm.

In het dal loopt een klein stroompje door een droge rivierbedding met vele grote ronde rode keien.

Een jongen van rond de 15 jaar vraagt een lift. We zijn benieuwd waar hij uit wil stappen. Het is indrukwekkend hoe ver hij had moeten lopen.

In een vergezicht liggen 3 verschillende bergen naast elkaar. De eerste heeft terra rood gesteente. De 2e is begroeid met helgroen gras. De derde staat vol donkergroene bomen.

Aan de kant loopt een vrouw fier rechtop met een grote couscouspot op haar hoofd. Even later zien we een vrouw lopen met op haar rug een gigantisch pakket gewikkeld in een oud blauw zeil. In een haarspeldbocht zijn een aantal takken in de berm aan weerszijde met een boogje in de grond geprikt. Opeens zien we dat een man eronder een tukje aan het doen is.

We rijden door twee dorpen met honderden terracottapotten. We vragen ons af hoe deze mensen ooit deze oneindige hoeveelheid aan potten zou kunnen verkopen.

De rivier aan de kant van de weg stroomt woest langs de oevers met rood modderwater. De dorpen in de bergen zijn door muren met natuurlijke schutkleuren soms amper te zien. Wat een verschil met Portugal en Spanje, waar de muren spierwit zijn met rode daken. Soms kijk je in het dal op een vierkant dakterras waar gekleurd wasgoed hangt te wapperen.

Eenmaal uit een dorpje staan bij de eerste rotonde drie politiemannen in vol ornaat ons op te wachten. Zij verzoeken Ronald aan de kant te gaan. De politieagent vraagt om de papieren van de auto en zijn rijbewijs. Hij beweerd dat hij Ronald over de lijn zag rijden. Ronald geeft aan dat hij de rotonde 3/4 wilde nemen en aan het voorsorteren was. De man begrijpt hem niet en haalt de 2e politieman erbij. Ronald blijft rustig en ik blijf vriendelijk lachen. Ik had uiteraard snel even mijn jurk tot mijn enkels getrokken. Na veel moeilijk kijken en geharrewar over en weer over het wel of niet passeren van de lijn vraagt de man opeens waar wij vandaan komen? Het gesprek slaat opeens om in begrip. De man geeft eerst de papieren terug, maar houdt beide passen vast. Dan geeft hij de autopas terug, maar niet het rijbewijs. Ik word er een beetje onrustig van. De man zegt met een serieuze blik dat we voortaan niet meer over de lijn mogen rijden. Shit, krijgen we nu alsnog een boete? En geeft vervolgens met een glimlach het rijbewijs terug met de woorden: “Veel wandelplezier in Imlil, het is mooi daar”.

Aan de kant is met gedroogd riet en stro en stokken een hek gemaakt met twee deuren van aan elkaar gestanste platgeslagen blikjes.

We komen aan in Imlil, we parkeren de auto en gaan op zoek naar een slaapplaats. Het is een waar Hikingoord, overal zijn bergschoenen, Nordic walking stokken, maar ook ezeltjes te huur. Op een terras langs een zeer snel naar beneden stromende bergrivier, drinken we een glas jus de Orange. Het water klettert zo hard tussen gigantisch grote keien door naar beneden dat we elkaar bijna niet kunnen verstaan. We kiezen voor een kamer bij de rivierstroom. Het begint te onweren. Het is inmiddels zeer koud geworden en Ronald heeft alleen een korte broek bij zich. We kruipen even onder de dekens om warm te worden. Het plan is om iets te gaan eten als het weer droog is. Rond 19.30 uur is het echter overal pikdonker in het bergdorp. In een hotel verderop willen ze nog wel iets koken. We hebben alleen ontbeten, dus we eten met smaak onze bordjes leeg. 

Ronald wil een warme douche nemen, maar warm water is op deze plek een lastig verhaal.

We werden wakker en hoorde nog altijd het geraas van het neerstortende water in de rivier. De temperatuur is nog altijd koud en een echte warme douche zit er niet in. Het ontbijt (vierkante pannenkoeken, broodjes, een ommeletje, Marokkaanse thee, brokken suiker, jam, honing, wat boter en verse jus) is buiten op het terras, met onze kledij is het echt te koud. Tijdens het ontbijt zien we een vrouw walnoten van de grond rapen. Ook ons autodak lag vol met walnoten. Toen ik er met mijn schoenzool één open probeerde trappen, leek de noot nog rauw? Niet echt lekker.

Door regenval en onweer in de nacht is de zwarte asfaltweg veranderd in een rode modderweg. Ook door de rivier stroomde met hoge snelheid de rode modderwater.

Op een open vlakte staan een aantal grote berbertenten. Er een een paardenwedstrijd met traditionele ruiters in berberkledij. De zadels zijn kleurrijk en prachtig versierd. De paarden, zeker 150 stuks, staan in rijen van 15 opgesteld. Na een startschot, lopen ze eerst in draf en vervolgens in galop, parallel naar de jury. Tijdens de galop gaan de ruiters staan en zwaaien ze woest met hun geweren. Vlak voor de jurytent remmen de ruiters hun paarden af en knallen ze zo gelijk mogelijk een geweerschot af. In stad kreeg ik geregeld kwade blikken als ik mannen fotografeerde, maar deze witte prinsen op hun paard lieten zich graag fotograferen.

Een jongen van een jaar of 12 vraagt een lift, hij had anders 2 uur moeten lopen naar school. We komen door dorpjes 
met appelboomgaarden met gele en rode appels. Overal staan houten kisten met appels aan de kant van de weg opgestapeld.

Geregeld lopen er herders met grote groepen schapen of geiten. Een enkele keer loopt er een man met drie koeien aan elkaar vastgebonden langs de weg. Ook nu weer is het opvallend hoe weinig vrouwen er buiten lopen.

Bij Afourar hebben we schitterend uitzicht over het dal met veel vlak landbouwgrond van het middelhoge Atlaslasgebergte. Het geheel is verdeeld in keurige vierkante velden. Opvallend is dat niet alleen het landschap, maar ook de marktkramen, in vergelijking met de grote steden, er geordend en verzorgt uitzien. Er ligt prachtig fruit en groente in grote bergen op de markttafels. De school loopt uit. Met nieuwsgierige blikken kijken de tientallen kinderen naar ons op. Ze begroeten ons giechelend in het Frans. De meisjes hebben roze en de jongens donkerblauwe slagersjasjes aan. Een aantal kinderen geven ons een hand vragen hoe het met ons gaat. Twee meisjes willen ons een kusje op de wang geven. Het inmiddels lege schoolplein is groot met veel veel gekleurde muren en paaltjes, veldjes en kippen en kalkoenen.

Het hotel in Afiurar heeft een prachtige ommuurde tuin met een zwembad. Pauwen, merels en Marokkaanse en witte  kwikstaartjes kwetteren er op los. Een paradijsje in het klein. Vanaf het balkon keken we op de tuin met in de verte het Atlasgebergte.

Onderweg zien we een plek waar we onze auto aan de wegkant kunnen parkeren. Even lekker wandelen in de bergen. Er lag echter niets dan afval op de grond. Mogelijk was het een picknickplek voor de berbers of de herders? Overal lagen oude houtskoolvuurtjes. Met stenen was er een voetbalveld afgezet, met twee grote keien als doelpalen.

De volgende dag zwemmen we nogmaals in het prachtige zwembad en rijden we terug naar Rabat om te bunkeren voor onze reis naar de Canarische eilanden. Beiden spreken we uit dat we blij zijn met de keuze voor Marokko in plaats van Madeira.